Zaterdag 06/06/2020

duurzame mode

Hoe uw T-shirt de wereld kan redden

Beeld ANP

De mode-industrie is vervuilend en teert op onderbetaalde textielarbeiders. Dit weekend toont MOOI festival dat het beter kan, met slimme stoffen en innovatieve technieken. Maar waarom dringt die vernieuwing niet door tot in de winkelstraat?

Jeans die afbreekbaar is, stof gemaakt van petflessen of leer uit ananasvezels: in Antwerpen verzamelen dit weekend de pioniers van de modewereld om hun innovatieve producten en technieken voor te stellen op MOOI, een festival in Antwerpen over duurzame mode van morgen. Voor het project TexUp experimenteren designers met overschotten van hotellakens, Rombaut is een sportmerk dat alternatieven gevonden heeft voor dierenhuiden, en Y/Project weert alle bont en produceert in Frankrijk.

Curator van dienst is ontwerper Bruno Pieters, die nog werkte voor of met Martin Margiela, Delvaux en Hugo Boss. Zes jaar geleden trok hij naar India, waar hij getroffen werd door de omstandigheden waarin textielarbeiders daar moeten werken. Bij zijn thuiskomst lanceerde hij Honest By, wereldwijd het eerste label dat helemaal transparant is. De materialen waarmee hij werkt zijn ecologisch verantwoord en bij elk stuk vertelt hij waar het gemaakt is en hoeveel elk onderdeel heeft gekost, tot en met de rits toe.

Maar de vraag is: waarom vinden we al die slimme stoffen en innovatieve producten niet terug in de winkelrekken? Broekspijpen werden een aantal jaar geleden smaller en mogen nu weer breder, maar voorts geven de Meir, Nieuwstraat en Veldstraat niet de indruk dat de mode-industrie significant vernieuwt.

Nochtans duiken al jaren berichten op over onderzoeken en beurzen naar nieuwe technologieën die de definitie van kledij helemaal zouden omgooien. Er wordt geëxperimenteerd met textiel dat interageert met je smartphone, of stoffen die de hoeveelheid methaan en andere gassen om je heen meten, en de lucht zuiveren als dat nodig is.

Er zouden stoffen zijn met daarin kruiden die geuren afgeven of gepersonaliseerde stuks zonder overschotten dankzij 3D-printing. Maar nog nooit zagen we iemand daarmee rondlopen, en geen idee waar we het zouden kunnen kopen.

"Het probleem is dat in de sector simpelweg de tijd ontbreekt om werkelijk te innoveren", zegt Willa Stoutenbeek, die zes jaar geleden in Amsterdam W.Green oprichtte, een pr-bureau waarmee ze zich vooral op duurzame mode wilde toeleggen. "Vroeger ging een kledingstuk jaren mee, maar de laatste vijftien jaar is de industrie werkelijk op hol geslagen. Ze springt van nieuw naar nieuw naar nieuw."

Die markt van duurzame mode bleek simpelweg te klein om een bedrijfje draaiende te houden, dus nam Stoutenbeek er voedings- en verzorgingsproducten bij. "Dat zijn wel sectoren die voorlopen op het vlak van duurzaamheid en innovatie. Voedingsproducenten veranderen niet om de haverklap hun assortiment, dus ze hebben tijd voor degelijk onderzoek."

De mode-industrie is de grootste creatieve sector. Volgens Fashion United draait de sector wereldwijd een omzet van 1.700 miljard dollar per jaar en stelt hij 75 miljoen mensen te werk. Een hoop daarvan verdient (amper) zijn of haar centen in ellendige omstandigheden, of is minderjarig.

Het treurigste voorbeeld daarvan zijn de 1.129 mensen die in 2013 omkwamen in Bangladesh, toen het gebouw waarin een sweatshop gevestigd was, instortte. De arbeiders stikten kleren voor merken als Benetton, LE Bon Marché, Mango en Primark. De eigenaar van het gebouw wist dat het er onveilig was, maar dat was geen belemmering om de stikmachines draaiende te houden.

Ook de impact op het milieu is jammerlijk. De sector teert op het idee dat meer beter is en verkoopt kleren als goedkope wegwerpproducten, waardoor hij stevig bijdraagt aan de afvalberg. Bovendien: wist u dat één T-shirt van katoenplant tot productie 2.700 liter water nodig heeft en evenveel uitstoot genereert als een autorit van 16 kilometer?

Nog eentje: voor veel merken is het voordelig om grote massa's te produceren aan weinig geld en op het einde van het seizoen de overstock te vernietigen om zo de prijzen in de winkel kunstmatig hoog te houden.

Toen deze zomer in Gent de spotgoedkope keten Primark zijn deuren opende, stonden de lustige shoppers al uren op voorhand aan te schuiven. Het doet vermoeden dat het veel consumenten, inmiddels gewend aan T-shirts van 5 euro, worst zal wezen hoe en waar hun truien en broeken gemaakt worden.

Zeker omdat duurzaam en duur vaak dicht bij elkaar liggen. "Het bewustzijn neemt toe, maar uiteindelijk weegt de portefeuille het zwaarst door", weet Annick Schramme van Antwerp Management School, die de sector volgt.

Nochtans: kijk naar de manier waarop we tegenwoordig met voeding omgaan. Wie had tien jaar geleden kunnen bevroeden dat we zo'n belang zouden hechten aan biologisch geteelde groenten waar we ook wat meer voor betalen, dat we op zaterdagochtend op de boerenmarkt zouden rondstruinen en dat we foto's van onze salades zouden delen met vrienden?

Misschien heeft duurzame mode, die nu nog geassocieerd wordt met mottige beige linnen broeken, gewoon een flinke scheut pr nodig? Dat is alvast het uitgangspunt van MOOI. "We vertrekken hier echt vanuit fashion, niet vanuit duurzaamheid", zegt Pieters. "Wat kan er wèl, dat willen we hier tonen."

Bewust eten levert ons een gezonder lichaam op. Investeren in pakweg zonnepanelen is prettig voor onze energiefactuur. En als je een auto koopt, dan tel je één keer veel geld neer in de hoop jaren verder te kunnen. Veelal renderen duurzame keuzes. Maar, en daar zit de angel, mode volgt een geheel eigen logica.

"Fashion staat voor identiteit, zelfexpressie, kleur en passie", zegt Stoutenbeek. "Kiezen voor ecologische en eerlijke kleding vergt van de consument een intrinsieke motivatie, een overtuiging die haaks staat op wat we vandaag als mode beschouwen."

En als de consument er niet om vraagt, dan staan modebedrijven niet te popelen om aan de slag te gaan met stoffen die onze lichaamstemperatuur volgen of andere snufjes. Het is geen toeval dat innovaties wel aanslaan in de wereld van sport- of werkkledij, waar functionaliteit het haalt van esthetiek.

Bovendien, je weet het als consument ook niet altijd. "Bij high-fashionmerken had je vroeger de garantie dat je een eerlijk product kocht, maar die tijd is voorbij", zegt Pieters. "Sommige grote huizen zijn overgekocht door businessconcerns die de productie naar China of andere lagelonenlanden verscheepten, de kleren laten verpakken in Italië en er dan het label 'made in Italy' op plakken."

Is de toestand hopeloos? Niet per se. Hier en daar tekent zich een positieve tendens af. "Ik heb geen onderzoek om het te staven, maar ik denk dat de geesten aan het rijpen zijn", vertelt Schramme. "Elk jaar organiseren we een vakantiecursus voor fashion management, en ik merk dat er sinds een tijdje interesse is voor duurzaam ondernemen. Vijf jaar geleden werd daar nog niet over gesproken."

Deels is het van moeten: er dreigt een katoenschaarste, waardoor de sector noodgedwongen op zoek moet naar alternatieven voor deze natuurlijke maar waterverslindende stof. Er is de voorzichtige opkomst van de zogeheten 'slow fashion' en designers als Stella McCartney die het pakweg zonder leer proberen.

Er is ook de hernieuwde aandacht voor ambachtelijke producten. En zelfs H&M heeft tegenwoordig een groene lijn, al wordt die voorlopig beschouwd als een handig marketingverhaal. "De sector is zoekende", gelooft ook Pieters.

"In de mode-industrie groeit de aandacht voor waarden als duurzaamheid. Het systeem schurkt sowieso tegen zijn limieten aan", voegt Schramme toe. En ook: "Volgens het World Economic Forum zou ons aankoopgedrag stilaan wijzigen, en dat zal ook een impact hebben op de productiemethoden."

De grote ruk naar groen en eerlijk zal inderdaad van de consument moeten komen, zegt Pieters. "Grote merken broeden nu op allerlei plannen om pakweg tegen 2020 groener en eerlijker te werken. Dat ze die marge zo ruim nemen is niet omdat het zoveel tijd kost om de omslag te maken. Wel omdat ze denken dat tegen dan het punt bereikt is waarop de consument duurzaam geproduceerde kleding eist." Schramme: "Bedrijven kijken naar elkaar: wie springt op de kar?"

De wat meer gegoede shopper kan nu al terecht bij pakweg Filippa K, het Zweedse merk dat staat voor kwalitatieve en tijdloze stuks die prijziger zijn. Daar wordt volop geëxperimenteerd met recyclage van oude kledingstukken en herbruikbare, kunstmatige vezels op basis van eucalyptusbomen.

Een tweedehandswinkel van Filippa K in Stockholm.Beeld rv

Maar wat met mensen die geen 300 euro voor een blazer kunnen neertellen, en die aangewezen zijn op de reguliere retail? "De meest duurzame aankoop is tweedehands", antwoordt Pieters. "Online vind je tegenwoordig alles. Maar ook American Apparel is een toegankelijk merk, en produceert vanuit Los Angeles."

Rendabel verduurzamen kan ook in de retail, denkt Schramme, al zal het niet opeens morgen gebeuren en bestaat er niet zoiets als een gouden formule. "Maar het heeft geen zin om een groen gamma uit te rollen en dan te zien hoe de consument reageert. Het is zaak om het hele bedrijf op één lijn te krijgen en de kostenstructuur te bekijken."

Ze noemt Bel&Bo als voorbeeld, de West-Vlaamse keten waar een winterjas niet meer dan 60 euro kost. Sinds twee jaar probeert het eerlijke werkomstandigheden te garanderen. Het bedrijf heeft zich aangesloten bij de Europese Fair Wear Foundation en monitort vooral de leveranciers.

"Het is supermoeilijk om te weten waar je product gemaakt wordt. Leveranciers geven niet graag hun ateliers vrij of wisselen voortdurend", legt verantwoordelijke Tine Buysens uit. Bel&Bo probeert die keten zo kort mogelijk te houden en zelf ateliers te bezoeken om de arbeidsomstandigheden te controleren. "Vandaag komt nog 40 procent van het materiaal bij ons via tussenleveranciers, de rest regelen we zelf. Het is een proces, op termijn willen we een volledig overzicht krijgen."

De arbeiders die de kleren van Bel&Bo maken, worden nu iets meer betaald en ook die controlereisjes kosten geld. Dat compenseert het bedrijf op verschillende manieren. "We hebben bijvoorbeeld onze routing efficiënter gemaakt. Onze vrachtwagen moet slechts één keer per week uitrijden om de winkels te bevoorraden, en vertrekt hier vaak zelfs met een lege oplegger. Die strakke planning bespaart ons veel aan brandstof."

Zara produceert dan weer vooral in Spanje, Portugal en Marokko en compenseert de hogere lonen met lage transportkosten en de mogelijkheid om razendsnel ontwerpen en bestellingen aan te passen. "Steeds makkelijker kiezen producenten voor Italië of Oost-Europa, waar de kwaliteitscontrole en de wendbaarheid vlotter gaan. En in China stijgen immers ook de loonkosten", weet Schramme.

Het is nog wat koffiedik kijken of merken en consumenten die groene en eerlijke producten belangrijk vinden, zich vanuit de marge een weg naar de mainstream kunnen banen. "Maar de positieve signalen zijn er", denkt Schramme. "We staan er beter voor dan tien jaar geleden."

MOOI Festival is georganiseerd door Villanella in het kader van het Transitiefestival Vlaanderen 2016. Zaterdag en zondag in De Studio, Antwerpen.

Extra:

Lotte Beckers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234