Donderdag 23/05/2019

reportage

Hoe rook het parfum van Napoleon? Ga zelf ruiken in de grootste parfumbibliotheek ter wereld

Kostbare parfumflesjes staan veilig opgesteld in de Osmothèque. Beeld Maximiliaan Dierickx

Je kunt er het eau de cologne dat ­Napoleon droeg opsnuiven, net als het duurste parfum ooit, of die ene geur die nergens meer te vinden is. Welkom in de Osmothèque, een ­bedwelmend archief waarin alle ­parfums ter wereld een plek krijgen, vlak bij het ­kasteel van Versailles.

“Ik droeg het toen ik voor het eerst verliefd was. SpellBound van Estée Lauder.”

Een vrouw met blonde krullen kijkt verwachtingsvol naar parfumeur Patricia de Nicolaï. We staan in de kelder van de Osmothèque in Versailles: een bibliotheek van parfums. Zonnestralen spelen met de kleuren en vormen van rijen en rijen parfumflacons. De kostbare geuren hier zitten in bruine flesjes in koelkasten die 12°C aanhouden zodat temperatuurschommelingen ze niet kunnen raken. De Nicolaï gaat op zoek. Een indrukwekkende mengeling van wufte ­geuren vult de kelder wanneer ze een koelkastdeur opent. “Gevonden”, zegt ze. “Zie je wel dat wij hier alles hebben?”

De vrouw met de krullen krijgt een wit strookje papier dat De Nicolaï in het bruine flesje doopte onder de neus geschoven. “Olalala! Ja, nu weet ik weer. Het komt terug”, zegt ze. Ze snuift nog een paar keer en stopt de witte strip als een kostbaar sieraad zorgvuldig in een hulsje van cellofaan.

Het zoetige SpellBound dateert van 1991 en is al jaren niet meer te koop (of toch niet in de originele versie). “Veel bezoekers zijn op zoek naar een geur die voor hen sterk verbonden is met een persoon of periode. Ze vragen naar het parfum dat hun oma droeg, bijvoorbeeld. En dan komen herinneringen terug. Soms zijn dat emotionele schokken. Wij zijn dus ook een archief van emoties.” In deze unieke parfumkelder worden zo’n 4.000 delicate geuren beschermd tegen de tand des tijds. De Nicolaï: “Het is werelderfgoed. Parfum is een van de meest vluchtige ­menselijke creaties en tegelijkertijd erg sterk verbonden met onze herinneringen. Maar zeker vandaag verdwijnen parfums soms heel snel uit de rekken.”

Daarom richtte parfumeur Jean Kerléo in 1990 deze Osmothèque op. Die naam omvat het Griekse osmè (geur) en thèke (opslagplaats). Gepassioneerde professionals ­onderhouden het archief en vullen het aan.

Patricia de Nicolaï, die zelf aan het hoofd staat van een succesvolle keten van nicheparfums. Beeld Maximiliaan Dierickx

Parfum van 1.900 jaar oud

Dat kan alleen dankzij een uitstekende samenwerking met de makers. De Osmothèque vraagt hen om, wanneer er een nieuwe creatie op de markt komt, de formule door te geven, om die hier samen met een staal te archiveren. Dat is niet alleen leuk, zo kunnen parfumeurs ook hun kennis vergroten. “Geen enkel nieuw parfum ontstaat in het luchtledige. Professionals komen hier kennis opdoen over de voorgangers, zoals schrijvers naar een bibliotheek gaan”, zegt De Nicolaï, die zelf aan het hoofd staat van een succesvolle keten van ­nicheparfums.

Bovendien bewaren de ‘osmothekers’ zoveel mogelijk ruwe materialen, waaronder veel extracten die vandaag omwille van dierenwelzijn of allergieënrisico’s verboden of nauwelijks nog te vinden zijn, zoals bergamot, potvisamber, castoreum, tonkin musk, sandelhout uit het Indiase Mysore, eikenmos en narcissen. Alleen hier vind je nog die originele ingrediënten en kun je de oorspronkelijke versies van parfums ruiken.

Beeld Maximiliaan Dierickx

Want als je de indruk hebt dat de Shalimar die je vandaag voor je moeder koopt anders ruikt dan de versie die je oma droeg, dan klopt dat. In dat mythische parfum van Guerlain zitten bergamot, civet en musk die voorheen in hun natuurlijke versie verwerkt werden, maar vandaag alleen in synthetische vorm toegelaten zijn. En dat verandert de geur. Ook Jicky van datzelfde Guerlain is anders dan bij de lancering in 1889, omdat dezelfde kwaliteit sandelhout niet meer te vinden is.

Van de 4.000 parfums die hier zijn opgeslagen, kun je er 800 nergens meer vinden. Het gros dateert uit de ­periode tussen eind 19de eeuw en nu. De Nicolaï: “Tot eind 19de eeuw regeerden natuurgeuren. Een elegante vrouw hoorde naar bloemetjes te ruiken. Pas toen de chemie met de eerste synthetische grondstoffen voor veel meer ingrediënten ging zorgen, werd het spannend.”

En zo’n 400 creaties zitten in de ­premiumcollectie van ­iconische geuren die een grote impact hadden en vaak de voor­ouders zijn van moderne parfums. Daaronder ook het alleroudste bekende parfum, het Koninklijk Parfum, dat in de Osmothèque weer tot leven is gewekt. Omdat Romeins letterkundige Plinius de Oudere het in de eerste eeuw beschreef, was dat mogelijk. Voor een parfum van ruim 1.900 jaar oud ruikt het opmerkelijk ­aangenaam: kaneel, honing en kruidnagel overheersen, maar het is subtieler dan een koekenbakgeur.

“In het Romeinse Rijk waren parfums vaak verbonden met het menu van banketten”, zegt parfumeur Bruno Hervé, die in de Osmothèque voor kleine groepjes komt vertellen over de geschiedenis van parfums. Tegen de tijd van Plinius de Oudere was al één manier ontdekt om de hemelse geuren vast te houden: door ze in een vorm van vet te vervatten, zoals olie of was. “Je parfum was vervat in olie of in een kegel van was die je op je hoofd droeg en die tijdens het banket smolt”, zegt Hervé.

Ook het oude geurwater van de koningin van Hongarije uit 1370 is hier te ruiken, en met verhalen over de parfumgewoontes van de Franse koningin Catharina de’ Medici of Napoleon I prikkelt de Osmothèque niet alleen de zinnen, maar ook de ­fantasie. Zo had De’ Medici een parfumeur die voor haar geparfumeerde handschoenen liet maken en soupeerde Napoleon 120 liter per maand op van zijn persoonlijk eau de cologne dat hij in kleine flesjes in zijn rijlaarzen meedroeg.

Napoleon slaagde er zelfs in om tijdens zijn ballingschap tussen 1815 en 1821 op Sint-Helena een bode naar Versailles te sturen om de juiste dosissen citroengras en bergamot voor zijn geliefde geurwater op te halen, zodat hij het ook tijdens zijn ballingschap kon dragen. De brief voor de bode waarin de ­formule staat, is jaren later teruggevonden in een bureaulade van de burgemeester van Versailles. En zo kon de Osmothèque ook dat geurwater opnieuw maken. Bergamot – vandaag verboden omdat het huidreacties veroorzaakt in combinatie met de zon –, oranjebloesem en rozemarijn pepten Napoleon op na de zoveelste militaire slag. Het is de enige geur die de Osmothèque mag verkopen, zodat je hier in een wolk van ‘Napoleonparfum’ kunt buitenstappen.

En dan ruiken we Joy, ooit het duurste parfum ter wereld. Hervé: “Het is de meest perfecte balans tussen rozen en jasmijn. Het ene moment ruik je rozen, het andere moment jasmijn. Dit moest in 1935 rijke klanten van modeontwerper Jean Patou de beurscrash op Wall Street doen vergeten.”

Onder de 400 premiumparfums zitten ook Le Fruit Défendu van Coty, het eerste fruitige parfum (1914) dat erg lijkt op wat vandaag populair is en Jicky van Guerlain (1889), dat insloeg als een bom. “De combinatie van wel drie synthetische materialen gaven een ongekende complexiteit”, legt Hervé uit. “Maar het was wel een gesublimeerde kopie van voorganger Fougère Royale van Houbigant. Pierre-François-Pascal Guerlain stond bekend als ‘de kleine nabootser’. Toen hij merkte dat zijn vrouw Emeraude van Coty droeg, creëerde hij prompt een verbeterde versie, Shalimar.”

Beeld Maximiliaan Dierickx

Ongekookte erwtjes

We leren hoe het ene parfum uit het andere ontstaat en hoe één subtiele variatie het grote verschil kan maken. Zo krijgen we het scherp prikkende aldehyde onder de neus geschoven, de molecule die N°5 zijn unieke karakter gaf door ‘het vettige van de natuurlijke rozengeur te temperen’. En de galbanumwortel die naar ongekookte erwtjes ruikt en aan de basis lag van na-oorlogs ‘groen’ parfum Vent Vert van Balmain (1947).

Ondertussen zitten veel recente geuren in het archief, want om de haverklap worden er nieuwe gelanceerd. Niet alleen door de grote huizen, maar ook door nichemerken zoals Annick Goutal, Serge Lutens, Frédéric Malle en Kilian, elk met hun eigen signatuur. Overkill? De Nicolaï: “Mis­schien, maar enkel de meest gegeerde blijven overeind. Het is een logische ­evolutie. In de jaren 80 werden parfums financiële producten die investeringen van mode- en beautymerken moesten terug­betalen. Dat betekende dat alle creaties op grote, internationale panels werden getest en dat de fletse gemene deler regeerde. Nicheparfums bieden tegenwicht. Ze geven je bijna het gevoel dat het jouw parfum is, op jouw maat gemaakt.”

Je kunt nu zelfs via je iPad je eigen parfum bestellen. Maar dat is minder modern dan het lijkt. Ook de befaamde bewoner van het paleis hier om de hoek verlangde ernaar. Marie-Antoi­nette had haar eigen parfumeur die voor haar Bouquet du Trianon maakte, naar haar landelijke domein in Versailles waar ze kon ontsnappen aan de stijfheid van het hof. Met dat parfum kon ze de essentie van die plek altijd bij zich dragen. 

osmotheque.fr

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.