Vrijdag 10/04/2020

Fotografie

Hoe oud-cameraman Jan de Bont een van de grootste fotocollecties ter wereld verzamelde

Jan de Bont tijdens de preview van de tentoonstelling Ed van der Elsken door de ogen van Jan de Bont in het Rijksmuseum. Beeld ANP

Oud-cameraman Jan de Bont filmde klassiekers als Die Hard en Basic Instinct, en regisseerde onder andere Speed. Daarnaast bezit de Nederlander een enorme fotoverzameling, waaronder een Ed van der Elsken-collectie. Die schenkt hij nu aan het Rijksmuseum in Amsterdam.

Weet je wat Jan de Bont helemaal niet mist? Telefoontjes op de eerste draaidag waarin wordt meegedeeld dat je je film voor 10 miljoen minder moet draaien. Hij zit vanaf het begin van de jaren 60 in de filmbusiness, bijna vijftig jaar al, en het is welletjes geweest. De films waarbij hij als cameraman, als regisseur en als producent betrokken was, zijn altijd wel ergens te zien en af en toe vangt hij nog een glimp op. "Ik zag onlangs nog The Hunt for Red October terug. Dat is eigenlijk helemaal geen slechte film."

Het filmdeel van zijn carrière eindigde wat onceremonieel. In 2007 draaide hij een internationale thriller met ster John Cusack. De film was net klaar, toen een van de partijen failliet ging. En hij heeft geen idee waar de film zich nu bevindt, spoorloos verdwenen. "De slechtste manier om je geld terug te verdienen is een film in de kluis te leggen."

Sean Connery, Alec Baldwin en Scott Glenn in 'The Hunt for Red October', waarbij Jan de Bont het camerawerk deed.Beeld AP

De Bont praat het liefst Engels, daarin formuleert hij zijn gedachten het snelst – hij woont sinds de jaren 70 in Los Angeles. In de wijk Brentwood, boven op een heuvel, in een huis waaraan hij in de loop der jaren twee vleugels en een verdieping heeft toegevoegd. Leefruimte, maar vooral, wall space, voor de fotocollectie die hij samen met zijn vrouw Trish Reeves de afgelopen veertig jaar heeft aangelegd. Die is uitgegroeid tot een van de belangrijkste privé-fotocollecties in de Verenigde Staten.

Mogen musea blij zijn met een enkele Edward Weston of een vroege Robert Frank, De Bont heeft er muren vol mee. Letterlijk: boven zijn bank hangen zeven Robert Franks, vintage prints uit de periode van diens fotoboek The Americans, de klassiekste van alle fotografische roadtrips. Museumdirecteuren en fotocuratoren krijgen weleens een appelflauwte als ze zien wat hier bij elkaar hangt.

Een verhaal dat iedereen begrijpt

Jan de Bont heeft er weer wat ruimte bij gekregen. Vorig jaar schonk hij veertien foto's van Ed van der Elsken aan het Rijksmuseum in Amsterdam: klassiek werk uit diens beroemde fotoboeken. De foto's hingen bij De Bont in een kamer die hij de 'Dutch room' noemde. Een van de foto's is een vroege print van 'Vali Meyers voor de spiegel', de cover van Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des Prés (1951), het belangrijkste boek uit de Nederlandse fotogeschiedenis. En die Nederlandse kamer was geen kwestie van heimwee, maar van de stellige overtuiging dat Ed van der Elsken een fotograaf van wereldformaat is, wat hem betreft op een lijn met een Amerikaans icoon als Robert Frank.

Een selectie Van der Elskens van het echtpaar De Bont, gecombineerd met een aantal andere 'authentieke afdrukken' uit de collectie zijn vanaf deze week in het Rijksmuseum te zien onder de titel Ed van der Elsken door de ogen van Jan de Bont. Op de muur teksten van De Bont: 'Hij raakt mensen in hun ziel en vertelt altijd een verhaal dat wij allemaal begrijpen.'

Foto van Ed Van der Elsken.Beeld rv Ed van der Elsken / Nederlands F

Voor curator Hans Rooseboom, die bij het interview zit met Jan de Bont in het Rijksmuseum, is het een uitkomst. Van der Elsken was al goed vertegenwoordigd in Nederlandse musea: bij het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, waar zijn archief zich bevindt, bij de Leidse Universiteitsbibliotheek en bij het Amsterdamse Stedelijk Museum. Het Rijksmuseum begon pas laat met een eigen verzameling 20ste-eeuwse fotografie en tegen die tijd waren goede Van der Elsken-foto's zeldzaam en duur. Het echte topwerk kwam zelden op de markt. Met deze tentoonstelling kan het Rijkmuseum zijn belangrijke relatie met fotoverzamelaar Jan de Bont bevestigen. Het is Jan de Bont die enthousiast meldt dat de vaste foto-opstelling in de Philipsvleugel op termijn gaat worden uitgebreid door de twee aangrenzende ruimten er bij te betrekken. Meer wall space!

De Bont is overgevlogen om 'zijn vrienden' van het Rijksmuseum bij te staan. In fotocuratoren Mattie Boom en Hans Rooseboom herkende hij de echte liefhebbers. Hij kwam ze vaak op beurzen en veilingen tegen: "Ze kijken altijd naar every goddamn picture!"

Hij ondersteunt de fotoafdeling van het Rijksmuseum financieel. De Bont is ook adviseur van de fotoafdeling van het Getty Museum in zijn woonplaats en hij is ervan overtuigd dat grote instellingen als het Rijks en het Getty op fotografie moeten inzetten. Al was het maar om jonge mensen te bereiken.

Geen vrees

"Tegenwoordig is iedereen met fotografie bezig. En dan is het goed om in een museum te zien hoe moeilijk het is om een goede foto te maken." Neem het Getty: voorheen toch een enorme collectie dead people. Fotografie wordt de schilderkunst van de toekomst, als de spiegel van het leven. En het Rijksmuseum heeft wat hem betreft Van der Elsken net zo nodig als Rembrandt om het verhaal van de Nederlandse cultuur te vertellen. Kijk naar dat zelfportret met zijn toenmalige vrouw, de fotograaf Ata Kando, een meesterwerk, gemaakt in een spiegel, in Parijs, 1952. Van der Elsken was bezeten en zonder vrees, volgens De Bont. Bezeten omdat alles onderwerp was en zonder vrees omdat hij hier al vastlegt hoe hun wegen uit elkaar gaan lopen.

De Bont kende Van der Elsken wel. Amsterdam was een kleine stad in die tijd en mensen die iets wilden, kwamen elkaar tegen. In hun jonge jaren werkten ze met elkaar voor VPRO-televisie. Hij ziet wel wat overeenkomsten tussen zichzelf en Van der Elsken. De Bont draaide met de camera vanaf de schouder, op zoek naar de intimiteit die de foto's van Van der Elsken ook hebben. En hij wil best een lijn trekken tussen de dynamische Amsterdam-films van Van der Elsken en we noemen maar wat, de klassieke fietsscène in Turks fruit. "God, wat heb ik die film al lang niet gezien."

Aan het begin van de jaren 60 liep De Bont zelf ook met een cameraatje rond in Amsterdam, de stad en het tijdperk die Van Der Elsken zo onvergetelijk heeft vastgelegd. Hij was een kind uit een katholiek Eindhovens gezin van zeventien kinderen en fotografeerde een wereld die exotisch voor hem was. "Ik maakte op straat portretten van de nozems, de mods en rockers, die in het centrum rondhingen." Het betekende misschien geen doorbraak als fotograaf, maar hij schreef er wel filmgeschiedenis mee.

Jan de Bont. Beeld RV

Het waren deze straatfoto's die hem toegang gaven tot de net opgerichte Filmacademie en die uiteindelijk zouden leiden tot de intensieve samenwerking met mede-Nederlander Paul Verhoeven. Die hem na films als Turks fruit (1973) en De vierde man (1983) aan zijn doorbraak hielpen in Hollywood, waar hij in de jaren 80 en 90 director of photography was van films als Die Hard (1988), The Hunt for Red October (1990) en Basic Instinct (1992, alweer met Verhoeven). En waar hij als regisseur de Hollywood-blockbuster opnieuw uitvond met Speed (1994), een lowbudget actiefilm met een onbekende actrice (Sandra Bullock) in de hoofdrol, die de succesvolste film van het jaar werd.

Hij weet nog precies wat hem als ongeduldige tiener dwarszat in de fotografie. Had hij net afgedrukt, zag hij uit zijn ooghoek al weer wat hij gemist had. "I missed the next picture." Als cameraman wilde hij meer kunnen vastleggen, sets kunnen uitlichten en de beweging, de snelheid van het leven vangen. Hij maakte nota bene een film die Speed heette, waarin hij het publiek anderhalf uur lang voortjoeg in een race tegen de tijd.

Maar de fotografie liet hem niet los. Hij vond het weleens jammer dat de beelden die hij nu maakte met een snelheid van 1/24ste deel van een seconde voorbijschoten. Hij kreeg behoefte om stil te staan bij het beeld.

Veertig jaar geleden begon hij met het verzamelen van foto's. De eerste was een Edward Weston (1886-1958), gekocht voor het niet onaanzienlijke bedrag van 800 dollar. Tegenwoordig gaan dat soort afdrukken voor 80.000 euro, zegt De Bont. Hij heeft er een stuk of twintig. "Ik heb nog nooit in mijn leven een foto verkocht." Hij en zijn vrouw verzamelen uit liefde voor de foto's ("You buy it, because you love it"), maar hij gebruikt ook wel het woord 'verslaving'. Ze hebben thuis honderden foto's hangen en de rest is in depot, maar nooit lang. Ze gebruiken hun muren thuis voor regelmatig wisselende opstellingen, voor zichzelf en voor mensen uit de internationale fotowereld, waar ze al jaren bekende verschijningen zijn. "Er is geen grotere luxe dan door een huis te lopen vol met foto's waarvan je houdt."

De Bont zag de prijzen exploderen, maar vindt het toch een perfecte tijd voor jonge verzamelaars om in te stappen. Begin met fotoboeken zegt hij, zoek fotografen op. En: koop van generatiegenoten, dan zul je zien dat je samen met het werk opgroeit.

Foto van Matthew Brandt.Beeld INSPIRATIE / PREVIEWS

Het grootste deel van de collectie van Jan en Trish de Bont bestaat uit het werk van de 20ste-eeuwse pioniers van de fotografie, maar de laatste tijd richt hij zich ook op nieuwe makers. En dan het liefst op makers die net zo experimenteel te werk gaan als hun grote voorgangers. Hij heeft minder met makers die vooral alle mogelijkheden van de digitale fotografie gebruiken, iets wat leidt tot foto's waarbij niets op het spel staat, een categorie die hij 'niet-gevaarlijke fotografie' noemt. Hij weet dat ook dat werk soms tonnen waard is, maar hij wil dat soort foto's liever niet tegenkomen als hij door zijn eigen huis loopt.

Hij is bevriend met de fotograaf Matthew Brandt (nu te zien in het Amsterdamse fotomuseum Foam), die hij als een van de grootste talenten van deze tijd beschouwt. De fotograaf laat een hele chemische santekraam op zijn beelden los en de resultaten zijn spectaculair. Een belangrijk nadeel: als je een Matthew Brandt thuis wilt ophangen, zul je twintig kleinere foto's van de muur moeten halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234