Dinsdag 10/12/2019

Emoties

Hoe moet je omgaan met emoties op kantoor: onderdrukken, of je juist eens helemaal laten gaan?

Beeld Joren Joshua

Hoe moet je omgaan met emoties op kantoor: onderdrukken, of je juist eens helemaal laten gaan? Experts over de voordelen en valkuilen van een huilbui of woede-uitbarsting op de werkvloer.

Leuke vraag om een keer aan een collega te stellen: waar duik jij weg als je een huilbui voelt opkomen? De Amerikaanse carrièresite Monster.com deed een poll onder 3.000 mensen – acht op de tien zei weleens te hebben gehuild in een werksituatie. In een reactie op een artikel in The New York Times over huilen kwamen een paar mensen met verschillende opties. “Ik noemde de telefooncellen op het werk de huilruimtes. Die ondoorzichtige deuren waren perfect om even in te janken.” Een andere twitteraar: “Mijn twee hechtste collega’s en ik hadden onze meltdowns altijd in de voorraadkast.”

Een huilhok heb ik nog niet uit hoeven zoeken, maar ik ben ook weleens volgeschoten op het werk. Het gebeurde me laatst zelfs recht voor mijn opdrachtgever. Ontzettend ongemakkelijk. Ik wist dat mijn tranen vooral uit de hand gelopen frustratie waren, en dat ik met een paar keer diep ademhalen prima opgelucht weer verder zou kunnen. Maar wat als zo iemand opeens denkt dat je je werk niet aankunt? Was het beter geweest als ik weggedoken was in het bezemhok?

Het is vreemd hoe ongemakkelijk we zijn over emoties op de werkvloer, als je kijkt hoeveel emoties we beleven op een gemiddelde werkdag. Zenuwen voor een presentatie, tevredenheid over een succesvol gesprek met een opdrachtgever of klant, teleurstelling als dat mooie project aan je voorbijgaat. Je baas geeft je een compliment en je voelt een high van geluk; je ergert je kapot als een teamgenoot zijn werk niet doet en jij een extra uur moet doorwerken om het op te lossen.

Beeld thinkstock

Dat we er ongemakkelijk over zijn, komt voor een groot deel omdat mensen sommige emoties liever niet onder ogen zien, zegt teamcoach en opleider Mieke Reidinga (Vrije Universiteit Amsterdam). “Emoties als pijn, angst en schaamte gaan we liever uit de weg. Psychologen noemen dat afweer, een heel basaal mechanisme van de mens.” Die afweer van emoties is nuttig, want hij maakt je weerbaar. Als we alles maar binnen lieten komen zonder die filter, werden we een speelbal van onze emoties en kregen we misschien helemaal geen werk gedaan.

Maar als je elke emotie blijft onderdrukken, geeft dat een enorme spanning die maar blijft opbouwen. Dan zijn er volgens de coach drie mogelijke uitkomsten. Optie één: “Je wordt een soort vulkaan die op een keer ontploft.” Zit je daar opeens met tranen in je ogen op de werkvloer, of val je uit tegen een verbaasde collega. Optie twee is dat die spanning implodeert: volgens Reidinga maken mensen zichzelf vaak verwijten over hun emoties, wat een belangrijk aandeel kan hebben bij een burn-out. De derde optie is dat je als werknemer steeds meer afstand neemt van je werk – minder emotionele betrokkenheid, minder kans op nare gevoelens zoals teleurstelling, schaamte en woede.

Het is waarschijnlijk ook niet gezond als je werk te bepalend is voor je mentale gesteldheid. Lifestylewebsite The Cut schreef onlangs zelfs een pleidooi voor een beetje meer afstand van je werk nemen, omdat objectiviteit je oordeel verbetert én een gezonde werk-privébalans herstelt. Maar alle emoties vermijden? Dan komen we in een scenario zoals in de film Office Space (1999) terecht, waarbij het werkplezier met elke memo en geestdodende invuloefening via de airconditioning uit de lucht wordt gezuiverd. Zoals de Grieks-Amerikaanse ondernemer Arianna Huffington, een zelfverklaarde enthousiaste huiler, het zegt: “Ik wil geen dikke huid hebben, want met een dikke huid laat je ook de goede dingen niet binnen.”

Arm om je heen

Volgens hoogleraar en emotie-onderzoeker Gerben van Kleef van de Universiteit van Amsterdam zijn die ‘negatieve’ emoties overigens helemaal niet alleen maar lastig. Ze kunnen juist een positief effect aanzwengelen. Toon je dat je verdrietig bent, dan krijg je misschien een arm om je heen of hulp bij je probleem. Word je boos, dan laat je eigenlijk merken: hier gaat iets mis – dat moet anders. 

Van Kleef: “Boosheid wordt door vrijwel iedereen als een negatieve emotie gezien. Maar kwaad worden geeft ook aan dat je nog mogelijkheid ziet om er iets aan te doen, en dat je gemotiveerd bent om het tij ten goede te keren. Het kan dus ook een constructieve emotie zijn.” Emoties zijn urgenter dan een rationele uitleg, zegt Van Kleef. “Als je heel onderkoeld bent, is de kans dat er iets gebeurt kleiner.”

Mensen zullen een emotie volgens Van Kleef wel altijd eerst beoordelen op de vraag: is dit gepast? Dat ligt voor een groot deel aan de bedrijfscultuur. Waar in het ene bedrijf misschien niet wordt opgekeken van een boze uitbarsting of een huilbui, is het op een andere plek absoluut ondenkbaar. En het verschilt per land: wij westerlingen kijken niet per se op van een stemverheffing, maar in Japan is het compleet uit den boze, zegt Van Kleef.

Ook zal elke collega weer anders reageren. Hoogleraar en huilexpert Ad Vingerhoets van de Universiteit Tilburg stelt dat we onszelf gebruiken als referentiepunt: “Zou je zelf in die situatie huilen?” Als het antwoord nee is, kan die huilbui ook irritatie of afkeer oproepen bij die collega.

Gedrag bijsturen

Wat ook telt, is: zijn onze collega’s in staat om onze emotie op de juiste manier te interpreteren? En willen ze die moeite doen? Van Kleef: “Als je boos wordt op een collega, moet die persoon er echt even bij stilstaan. Waarom is ze boos, wat heeft dit met mijn gedrag te maken, wat zijn de implicaties en moet ik mijn gedrag bijsturen om dit probleem op te lossen? Dat zijn een boel denkstappen om te zetten.” Daar moet hij ook de tijd en ruimte voor hebben: als hij een deadline heeft of net naar een vergadering moet, heeft hij helemaal geen tijd om zo’n emotie te verwerken.

Een collega moet ook bereid zijn de fout bij zichzelf te zoeken. Dat gebeurt lang niet altijd. Van Kleef: “Wat je vaak ziet is ‘wederkerige boosheid’: als je boos wordt op iemand, is de kans vrij groot dat diegene boos terug wordt. Je moet die eerste reactie zien te overbruggen en hopen dat die persoon de fout uiteindelijk ook bij zichzelf zoekt.” Maar je loopt dus altijd het risico dat je collega’s niet zo empathisch reageren als je misschien zou willen, of je verkeerd begrijpen.

Het helpt als je zélf goed over je emoties kunt communiceren, zegt coach Reidinga. “Als werknemer moet je jezelf ontwikkelen in het omgaan met emoties. Dat je ze niet wegstopt, maar je er ook niet door laat meesleuren.” 

Dat vergt emotionele intelligentie. De een is daar van nature beter in dan de ander, zegt de coach, maar je kunt het leren. Een heel groot deel van de emotie is namelijk je eigen perceptie. “Onze eigen ervaringen, onze psychologische gesteldheid. Het is belangrijk dat je van jezelf weet: ik heb een bepaalde rode knop, als iemand die indrukt, reageer ik feller. Dat moet ik eerst zelf verwerken, in plaats van dat ik meteen tegen mijn collega zeg dat die niet zo irritant moet doen.”

Op de fiets naar huis

Door zelfreflectie train je jezelf, zegt Reidinga. “Stel: je collega zegt iets tegen je dat je raakt, en je weet niet hoe je moet reageren. Dan zit je op de fiets naar huis misschien te balen: had ik dat maar anders gedaan.” Dan moet je niet blijven hangen in zelfverwijt, maar uitdenken hoe je had willen reageren. “Als je daar steeds bij stilstaat, leer je de volgende keer beter te reageren.”  

Een mooi streven die zelfreflectie, maar het zal me vast nog wel een keer gebeuren dat ik volschiet of mijn irritatie niet in kan houden. Hoe erg is dat? Reidinga: “Als je een keer je emoties onhandig uit, hoeft dat niet erg te zijn. Je kunt op het voorval terugkomen en het er nog eens over hebben met je collega. Mensen kunnen zelf vreselijk van slag zijn, achteraf. Oh zo stom, wat denken mijn collega’s nu van me? Maar die anderen zijn ook vooral met zichzelf bezig.” We zijn niet het middelpunt van het universum, dus de kans is groot dat niemand zich erg druk maakt om dat ene emotionele moment van ons.

En over mijn zorgen dat mijn tranen als zwakte worden gezien: expert Ad Vingerhoets vond hier in zijn onderzoek geen bewijs voor. Sterker nog: vaak werden huilende mensen juist sympathieker gevonden. Meestal is het ook zo dat een relatie na een emotioneel moment beter wordt, zegt Reidinga. “Want dan heb je iets spannends meegemaakt met elkaar, waar je ook weer uitgekomen bent.”

Lastige gesprekken

Reidinga pleit ervoor dat organisaties juist investeren in een meer open emotionele werkcultuur. Dat zit hem in juist die lastige gesprekken voeren die we normaal op het werk liever uit de weg gaan: over wat we lastig vinden in een samenwerking met een collega, of waar we hulp bij nodig hebben. Reidinga neemt een voorbeeld aan managementwetenschapper Manfred Kets de Vries, die onderzoek deed naar het effect van dit soort ‘moedige gesprekken’, zoals hij het noemde. Volgens zijn bevindingen leverde het organisaties een lager ziekteverzuim, minder verloop en betere werkprestaties op.

Aan het begin van teamcoachingsessies laat Reidinga mensen altijd eerst ‘inchecken’ – iets persoonlijks vertellen over wat je bezighoudt, bijvoorbeeld. Dan vertelt een collega misschien dat ze bezig is met de mantelzorg voor haar vader, en een andere dat hij in spanning zit over een ingewikkelde situatie met een klant. “Mensen knappen daarvan op. Dat is terug te voeren op de basisbehoeften die ieder mens heeft op het werk: je gezien voelen, erbij horen, mensen kunnen vertrouwen. Dat geeft een goed gevoel. Achteraf zeggen mensen vaak tegen me: waarom doen we dit niet altijd?”

Emoties blijven lastig, maar ons ervoor schamen is dus onzin. Zelf houd ik me vast aan mijn overtuiging dat een spaarzame traan in ieder geval laat zien dat het me allemaal wat kan schelen, dat werk van mij. En dat mensen als Barack Obama ook niet meer terugschrikken van vochtige ogen in functie, laat zien dat zij zich ook niet onberoerd door hun werkende leven bewegen.

Van Kleef ondersteunt die gedachte: “Mensen vinden het soms bewonderenswaardig als mensen onderkoeld kunnen reageren, maar als je geen emotie toont, kunnen mensen ook denken dat het je allemaal niet interesseert.” Misschien moeten we het meer zien zoals schrijver en kantoorgoeroe Japke-d. Bouma: “Als je werk niet belangrijk genoeg is om een potje om te janken, wordt het tijd voor een andere baan.”

Tips om met je emoties om te gaan op het werk

Tip 1: Wees niet te streng voor jezelf

Coach Mieke Reidinga: “Kijk er met enige mildheid naar als een emotie je overvalt. Mensen kunnen zichzelf zoveel kwalijk nemen, maar als het er mag zijn, gaat de spanning er een beetje van af en wordt het beter hanteerbaar.”

Tip 2: Bedenk dat je niet het middelpunt van het universum bent

Reidinga: “Die grote ongemakkelijkheid over emoties is ook iets wat we onszelf aandoen. ‘Wat denken ze nu van mij?’” Ga er maar vanuit dat je collega’s meer met hun eigen problemen bezig zijn dan met jouw uitbarsting.

Tip 3: Als je met een collega bespreekt dat iets je dwars zit in jullie samenwerking, houd dan het onderwerp van je emotie klein

Hoogleraar Agneta Fischer: “Je moet het hebben over het gedrag, niet over de hele persoon. Je moet het hebben over deze keer, niet over altijd.” Wees specifiek en zeg niet: ‘Jij zit fout’, maar: ‘Dit gedrag van jou is vervelend.’ Kritiek krijgen is tenslotte al moeilijk genoeg. “Als je het op de persoon richt, voelen mensen zich persoonlijk gekrenkt in wie ze zijn. Dat is veel moeilijker te repareren.”

Tip 4: Geef jezelf de ruimte om te reflecteren

Reidinga: “Je levert soms een grotere bijdrage aan je organisatie als je ’s ochtends eerst een wandeling met de hond gaat maken, dan als je om 7 uur al achter je computer zit. Een wandeling of een goed gesprek met een neutrale buitenstaander geeft tijd en ruimte om je emoties een plek te geven en te bepalen wat je ermee wilt doen.” 

Bazen zijn minder empathisch

Een extra puntje van aandacht: een keer emotioneel worden kan dus geen kwaad, maar bij je baas moet je toch iets meer oppassen met een eventuele uitbarsting. Hoogleraar Gerben van Kleef vond in zijn onderzoek dat hoe meer macht mensen hebben, hoe minder empathisch ze zijn. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat bazen minder tijd hebben om het emotionele signaal te verwerken. 

Van Kleef: “Stel, een baas is verantwoordelijk voor honderd werknemers. Elk van die werknemers heeft wel tijd om vijf minuten bij de baas te huilen, maar de baas heeft geen tijd om al die werknemers vijf minuten te laten uithuilen. Je hebt gewoon geen tijd om de zorgen van iedereen aan te horen. Dat ondermijnt je motivatie om aandacht te besteden aan emoties van anderen.”

Zeker met boosheid moet je oppassen bij je overste, zegt Van Kleef. “Als je als minder machtig persoon boos wordt op een machtiger persoon, loopt het over het algemeen niet goed af. Dat wordt vaak toch opgevat als een verwijt. In het beste geval wordt zo’n uitbarsting genegeerd, in het slechtste geval werkt het averechts.”

Volgens coach Mieke Reidinga is het goed als we wél af en toe open durven te zijn bij de leidinggevende over onze gevoelens, bijvoorbeeld als er een belangrijke beslissing moet worden genomen. Hoe hoger je in de organisatie komt, hoe minder mensen dit soort signalen durven te geven, terwijl juist de baas het moet meekrijgen als er iets mis is. Bazen zouden ook het goede voorbeeld moeten geven door zelf open te zijn met hun emoties – volgens Reidinga draagt dat bij tot een gevoel van emotionele veiligheid in een organisatie.

Vrouwen zijn helemaal niet emotioneler

De stereotiepe beelden van de werkende vrouw en de werkende man zijn hardnekkig: de vrouw zou empathischer zijn en over het algemeen sneller emotioneel, de man rationeler en eerder boos. Hoogleraar Agneta Fischer deed onderzoek naar sekseverschillen in emotie-uiting, en volgens haar kunnen die stereotypen in de prullenbak.

Ze vond geen bewijs dat vrouwen emotioneler waren dan mannen en vond bij beide seksen evenveel emotiebeleving. Het grootste verschil tussen de seksen is volgens Fischer dat vrouwen wel echt vaker huilen dan mannen, zoals huilexpert Ad Vingerhoets aantoonde. “Dat is precies de reden waarom mensen denken dat vrouwen emotioneler zijn. Huilen wordt heel erg geassocieerd met emotionaliteit. Terwijl boosheid net zo goed een emotie is, maar boze mensen noemen we minder snel emotioneel.”

Fischer denkt dat het verschil in huilgedrag onder andere komt doordat we in onze huidige sociale normen het huilen van vrouwen veel meer accepteren dan dat van mannen. Fischer: “Bij baby’s en kleine kinderen is er geen verschil tussen jongens en meisjes.” Pas in de loop van de lagere school, als ze zich bewust worden van de sociale normen, gaan de jongens hun tranen inhouden.

Het beeld dat mannen eerder boos reageren klopt ook niet, zegt Fischer. “Mannen en vrouwen zijn even vaak boos. Maar ze uiten het heel anders.” Bij vrouwengroepen op het werk ontstaat er vaak een sfeer van sociale uitsluiting en roddelen – passieve vormen van agressie waarbij vrouwen dominantie tonen door anderen te straffen voor ongewenst gedrag. We moeten dus vooral niet denken dat een puur vrouwelijke werkvloer opeens een warme, empathische omgeving wordt. Uiteindelijk ligt het nog het meest aan de personen zelf. Fischer: “Er zijn veel meer persoonlijke verschillen dan sekseverschillen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234