Zaterdag 14/12/2019

Architectuur

Hoe het begon: architecten Jo Tailleu en Glenn Sestig over het eerste huis dat ze ontwierpen

Glenn Sestig. Beeld rv

Nu zijn Jo Taillieu en Glenn Sestig klinkende namen, maar ooit waren ook deze architecten jong, onbekend en toe aan hun proefstuk. Hoe kijken ze terug op hun eerste woning? En wat vinden de bewoners ervan? 

Glenn Sestig (˚1968) studeerde in 1997 af aan het Henry Van de Velde Instituut in Antwerpen en startte meteen zijn eigen bureau

“Vergelijk een nieuwbouw met een wit blad. Er zijn geen beperkingen. Alles kan. De bouwheer en zijn wensen zijn je enige houvast, samen met het terrein en de oriëntatie. Dat is een vloek en een zegen tegelijk. Zeker als het de eerste keer is, zoals bij dit project. Tijdens de samenwerking is het ontwerp enorm gegroeid en geëvo­lueerd. Pas na veel schetsen kwamen we tot het definitieve ontwerp ­waarover iedereen tevreden was.

“Ik werk heel intuïtief en modelleer elk project naar de klant. Ik wil maatwerk leveren. Ik bouw geen kunstwerk voor mezelf, maar een huis voor anderen en wil hun leven zo ­aangenaam mogelijk maken.”

“Je zou niet zeggen dat dit huis meer dan vijftien jaar geleden werd gezet. Zo hedendaags ziet de woning er nog uit, ook al dateert die uit 2003. De grote houten ramen, de niet opgevoegde bak­stenen, de eenvoudige pure volumes: ik zou het nog altijd precies ­hetzelfde doen.

Beeld rv

“Hilde en haar man hadden een stuk grond gekocht in het Antwerpse en wilden graag een gezinswoning met veel natuurlijk licht, een connectie met de tuin en het achterliggende park, en genoeg plek voor hun vier kinderen. Omdat de tuin naar het noorden gericht was, tekende ik voor hen een patiowoning met veel grote ramen.

“Voor mijn doen is dit een redelijk ingetogen realisatie. Al ontwerp ik zeker geen extravagante spektakel­architectuur. Daar heb ik een hekel aan. Maar mijn projecten hebben vaak wel een grootsheid, ook door de materiaalkeuzes. Ik gebruik bijvoorbeeld graag natuursteen. Het vernuft van dit project zit in verfijnd uitgewerkte details, zoals de verhoogde dakrand.

“Op mijn twaalfde mocht ik van mijn ouders mijn eigen slaapkamer ontwerpen, omdat ik toen al bezig was met interieur. Het jaar erop heb ik zelfs hun bad­kamer getekend. Die hebben ze echt uitgevoerd en hij staat er nog altijd. De passie zat er dus al vroeg in. Meteen na mijn afstuderen begon ik mijn eigen architectenbureau. En ik nam meteen iemand in dienst. Zij werkte overdag mijn schetsen uit tot ­perspectieftekeningen terwijl ik mijn verplichte stage deed.

“Mijn allereerste opdracht was voor het Antwerpse kapsalon Soap. Dat ziet er na meer dan twintig jaar nog altijd hetzelfde uit: het bewijs dat een goed ontwerp lang meegaat. Aan die opdracht dank ik trouwens een groot stuk van mijn carrière, want op de opening was de halve Antwerpse modewereld aanwezig, zoals de mensen achter modeboetiek Verso en schoenwinkel Coccodrillo die beiden klant werden. In de eerste jaren van mijn carrière ­ontwierp ik veel winkels en nachtclubs. Huizen kwamen pas later.”

Bewoner Hilde is interieurarchitecte

“Ik leerde Glenn kennen in 2000, toen hij net op eigen benen stond. Een bevriende aannemer die wist dat ik een architect zocht, zei me: ‘Bel eens naar Glenn Sestig, een jonge gast die heel straf bezig is’. Ik ben een paar realisaties gaan bekijken en was verbluft door zijn detaillering. Dat vind ik ook zo mooi aan ons huis. Volgens mij omdat Glenn aanvankelijk veel interieurs deed. Op een kleine ruimte besteed je meer aandacht aan details, wat je blijft doen wanneer je doorgroeit naar architectuur.

“Zeker drie jaar lang zochten mijn man en ik naar een huis om te renoveren. Zijn smaak is klassieker en hij zag een moderne nieuwbouwwoning niet echt zitten. Dit is eigenlijk een klassiek huis in een modern jasje, wat de indeling betreft. We hebben namelijk geen open plan, waarin je living in dezelfde ruimte zit als de keuken. Hier zijn dat aparte kamers. Maar dankzij de schuifdeuren kan je alles openzetten.

Beeld Joris Casaer

“De samenwerking met Glenn en Bernard (Tournemenne, creatief directeur van het architectenbureau, red.) was een droom. Ze maakten veel tijd vrij voor het project en deden alles met smaak.

“We wilden een groot huis, want onze vier kinderen waren tussen de vier en twaalf jaar oud. Maar aan de straatkant moest het discreet zijn. Dat losten ze heel goed op. Ze volgden ook mijn voorkeur voor warme materialen. Zo ben ik heel blij met de houten ramen. Aluminium vond ik te kil. De gevel was aanvankelijk bedoeld om te kaleien. Daarom is hij gemetseld met tweedekeus bakstenen. Maar we vonden het baksteenwerk te mooi om het onder een kalklaag te verstoppen. Zeker de open voeg vind ik prachtig. Die geeft de façade textuur en brutaliteit. Ook al is de vormgeving strak, de architectuur werd niet steriel.

“Ik ben zelf interieurarchitect en wilde het binnenhuisgedeelte graag mee uittekenen. Wellicht zou Glenn het interieur anders hebben gedaan, maar hij liet me vrij. Mijn stijl is soberder en klassieker. Ik haal inspiratie uit oude, klassieke interieurs waar ik een uitgepuurde versie van maak. Kleur komt bij mij enkel van accessoires of kunstwerken. Terwijl Glenn zegt dat er in zijn ­realisaties soms geen plaats meer is voor kunst. Toch werkte onze tandem. Toen vele jaren later een klant van mij een architect zocht, raadde ik Glenn aan. Hij ontwierp de villa, ik het interieur.” 

Jo Taillieu (˚1971) studeerde in ’95 af aan Sint-Lucas in Gent. Hij werkte 10 jaar voor Stéphane Beel en startte in 2004 zijn eigen bureau 

“Te slecht om in te wonen. Te goed om af te breken.” Zo vat Jo Taillieu de originele toestand samen van deze boerderij in Semmerzake. “Het was een vierkantshoeve. Geen statig exemplaar, maar eentje op keuterboerniveau. Niet geschikt om een gezinswoning van te maken. Dus besloot ik de boerderij van binnenuit uit te hollen. Enkel de buitenste muren bleven. Daarin plaatste ik een perfect vierkante, transparante doos. De ramen rondom zorgen voor veel lichtinval, terwijl de originele boerderijmuren privacy garandeerden. En zo respecteert dit ­ontwerp de richtlijnen van monumentenzorg.”

Beeld Jeroen Musch

“In deze eerste realisatie herken ik al elementen die ik nog altijd veel gebruik in mijn projecten. Zoals de spiegel­wanden in de smalle gangen, ook een veelgebruikte truc in de barok. Maar vooral de dialoog tussen het bestaande en het nieuwe. Zonder de originele boerderij had ik dit huis nooit zo kunnen ontwerpen.

“Dit is een huis gebouwd om te leven. Geen architectuur waarin je het juiste boek op de juiste tafel moet ­leggen. Bewoners zetten hier hun eigen meubels. In dit geval een grote boerentafel met sixties-stoelen.

Jo Taillieu Beeld rv

“Dit huis staat er al bijna vijftien jaar. Onlangs ben ik er nog eens geweest. Er is niks wat ik nu anders zou doen. Het zit goed in elkaar. Wellicht ook omdat ik altijd veel tijd neem voor de ontwerpfase. Daarin evolueert het project nog enorm. Ook hier bij Barbara en Yves. Er was met hen een heel boeiende samenwerking, omdat er debat was. Voor mij is een makkelijke klant eigenlijk een moeilijke klant. Door weerwerk en kritiek krijgt een ontwerp zijn noodzakelijke scherpte. Ik ben nog altijd trots op dit ontwerp. Sterker nog: ik zou hier zelf kunnen wonen.”

Bewoners Barbara Beernaert & Yves Boonen zijn  eigenaars van modeboetiek Twiggy in Gent

“Dit huis is precies zoals wij altijd al wilden wonen: rustig gelegen met een grote open ruimte en veel licht, maar ook voldoende privacy. Hiervoor ­leefden we in een klein en vrij donker huis. Dat wilden we anders. Jo heeft die wensen perfect vertaald. Ons huis is praktisch ingedeeld met weinig ­verloren ruimte, want er zijn geen gangen. En omdat de woning in de hoek van het perceel ligt, blijft er een grote, naar het zuiden gerichte tuin over. In samenspraak met de architect kozen we voor een ventilatiesysteem en een warmtepomp, toen behoorlijk vooruitstrevend.

“De beslissing om een volledig nieuw huis te zetten, was tamelijk snel genomen. De bestaande gebouwen renoveren was complex, omdat ze in heel slechte staat waren. Maar over hóé dat huis eruit ging zien, hebben Barbara en ik veel gediscussieerd met Jo. De voorschriften van monumentenzorg vergrootten de uitdaging. Elke keer verraste Jo ons met nieuwe ideeën en voorontwerpen op basis van onze feedback. Het was voor ons de eerste keer dat we samen­werkten met een architect.

“Barbara en ik ontdekten het werk van Jo bij Verzameld Werk, een designgalerie in Gent die hij in 2001 had verbouwd. Die lag op wandel­afstand van onze eerste winkel en we gingen daar regelmatig inspiratie opdoen. De ingrepen die Jo daar deed waren behoorlijk radicaal. Zo gebruikte hij een grote kunststof buis om het voor- en achterhuis met elkaar te verbinden. We hielden meteen van zijn esthetiek en zijn aanpak.

Beeld Joris Casaer

“Na ons huis hebben we nóg eens met Jo samengewerkt: voor onze winkel, die in 2011 verhuisde naar een grote statige herenwoning elders in Gent. Zijn ingrepen waren opnieuw radicaal en geniaal. Zo haalde hij er een vloer uit, en klapte hij de ­achtergevel uit om daar een extra trappen­galerij te maken.

“Na vijftien jaar wonen we hier nog steeds heel graag, ook al zijn in de ­tussentijd onze noden veranderd. Aanvankelijk wilden we graag één open ruimte, omdat we het fijn vonden om onze twee kinderen dicht bij ons te hebben. Maar later kwam er nog een derde telg bij en intussen zijn de twee oudsten pubers van 17 en 18. Die willen zich soms terugtrekken, maar dat is moeilijk in een open ruimte met kleine slaapkamers.

“Samen met Jo bestudeerden we een uitbreiding, maar dat bleek niet zo eenvoudig. Het huis zit fantastisch in elkaar, maar dat maakt het dan ook echt ‘af’. Je kan er moeilijk iets aan toevoegen zonder het evenwicht te verstoren. En als onze pubers over een paar jaar uitvliegen, stelt het probleem zich niet meer. Aan onze meubels willen we ook nog iets doen. Die namen we mee uit ons oude huis. Maar ze staan er – tot onze frustratie – nog steeds. We vinden maar niet de juiste stukken voor deze open ruimte.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234