Woensdag 18/09/2019

Vakantieliefde

Hoe een man op zijn 55ste voor het eerst verliefd kan worden

Beeld Saša Ostoja

Corine Koole spreekt met mensen die onder de zon smoorverliefd op elkaar werden. Hoe ging het verder? En hoe kijken ze daar nu op terug? 

Rob

“Toen ik in februari 2018 aankwam in Gran Canaria, was mijn man net een jaar ervoor overleden. Ik zat nog in dat schimmige proces van opnieuw ontdekken wie ik was, los van de man met wie ik dertig jaar samen was geweest. Bij elk van de eigenschappen en gewoonten die ik me de afgelopen decennia eigen had gemaakt, dwong ik mezelf af te vragen: hoort die bij mij, of bij ons samen, of was dat trekje misschien iets van hem alleen, en wilde ik dat dan behouden of kon ik mezelf ervan ontdoen? Een voortdurend ontwarren van een psychologische kluwen.

“Ik had mijn man leren kennen toen ik 18 was en hij 42, mijn vormende jaren hadden zich bij wijze van spreken onder zijn hoede afgespeeld. Ik was lost na zijn dood en vroeg me bij iedere man die ik tegenkwam af: ‘Is dit dan degene die mij kan redden?’

“Die eerste avond, op het terras van Bar Diamonds, samen met de vriend bij wie ik zou logeren, merkte ik tot mijn vreugde dat ik voor het eerst in maanden langzaam begon op te krabbelen. Daar, met uitzicht op de lelijke architectuur van het Yumbo-winkelcentrum, een steriele omgeving met veel gaybars, nam ik net een slok van mijn gin-tonic toen er een lange man in een jurk het terras kwam oplopen. Het lijfje strak en de rok glooiend, hij droeg er hakjes onder, op zijn hoofd zat een tulband en in zijn hand had hij een grote handtas.

“Ik moest lachen, een echte drag queen was hij niet, daarvoor had hij een te volle baard. Het leek of hij met zijn voorkomen zowel mannelijkheid als vrouwelijkheid op zijn eigen manier relativeerde. Zijn oorbellen bewogen wuft. Op een of andere manier had hij iets authentieks wat me voor hem innam. En toen hij ook nog bleek te praten in dat hoffelijke Brits, werd ik nog nieuwsgieriger.

“Hij kwam naast me zitten en stelde zich voor, Peter uit Norfolk die een paar jaar terug in Gran Canaria was komen wonen. Hij was, zou je kunnen zeggen, meester in the art of conversation. Niet luidruchtig, niet opgewonden, maar juist kalm en voorkomend en geïnteresseerd op een bijna beleefde manier. Van het ene op het andere moment wist ik: dit is hem. Dit is de man met wie ik de rest van mijn leven wil doorbrengen, hem moet ik leren kennen. Het dwingende gevoel van gered willen worden speelde ineens helemaal niet meer. Ik vroeg me niet af of hij me heel maakte, want vanaf het moment dat hij naast me kwam zitten en echt wilde weten wie ik was, was ik heel.

“Die avond brachten we door met dat behaaglijke, comfortabele gevoel dat je kunt hebben als je weet dat je nergens anders liever bent dan op de plek waar je je op dat moment bevindt. We dronken en praatten over waar het in ons leven in die maanden om draaide: mijn overleden man en de consequenties die dit had voor mijn identiteit, en over Peters verleden als militair en hoe hij na 28 jaar zijn huwelijk had ontbonden en had gekozen voor openlijke homoseksualiteit. Toen hij vertelde dat hij heeft vier zoons heeft, zei ik hem hoe graag ik kinderen had willen hebben.

“Zonder er woorden aan vuil te maken ging ik die avond met hem mee, en de hele verdere week ben ik bij hem gebleven. Veel verder dan zijn kleine bungalow zijn we niet gekomen. Zeven dagen van seks, praten en zwemmen in het zwembad om de hoek en ’s avonds naar het Yumbo-centrum en Bar Diamonds. Om het contact met de buitenwereld niet helemaal te verbreken.

“We verkeerden in een roes, maar wel een roes met een plechtige ondertoon, namelijk die van een onuitgesproken belofte van een gezamenlijke toekomst. Want dat wisten we allebei onmiddellijk. Zo zou het gaan. Aan het einde van de week namen we afscheid en ging ik weer naar huis. Maar na vijf dagen onophoudelijk appen stapte ik een weekend later alweer in het vliegtuig naar Gran Canaria. Ik moest weten of het echt was wat ik voelde of dat ik misschien alleen maar heel graag wilde dat het echt was.

“Vierenhalf uur later landde ik die zaterdagochtend op Las Palmas. En daar stond hij: korte broek, polo-truitje. Opgewonden en opgetogen en glunderend liep ik regelrecht in zijn armen. Ja, hij was het. Natuurlijk was hij het. Geen twijfel mogelijk. Dat weekend stonden we ons toe plannen te formuleren voor de toekomst. Voor mijn 24 jaar oudere man was ik heel lang mantelzorger geweest, nu leerde ik hoe fijn liefde kan zijn als die gelijkwaardig is.

“Volgend jaar gaan we trouwen, twee jaar nadat we elkaar hebben leren kennen, en daarna verhuis ik naar Gran Canaria. Geen idee nog wat voor werk ik daar kan doen, maar dat kan me niet schelen, zolang ik maar bij Peter ben.”

Peter

“Ik was die dag naar het carnaval in Las Palmas geweest en verwachtte ’s avonds in Bar Diamonds een vriend aan te treffen die had verteld dat hij iemand uit Nederland te logeren had. De hele week had ik gefeest in mijn korte broek en polotruitje, maar die dag had ik me gekleed in de lange gerende rode jurk die ik wel vaker tevoorschijn haal op hoogtijdagen. Plateauzolen, een zwart oogmasker, een tulband en lange oorbellen maakten het ensemble compleet. En natuurlijk een grote handtas, want geen dame kan zonder haar essentialia.

“Ik zag Rob onmiddellijk zitten en was totaal verpletterd door hoe mooi hij was: grijs-zwart haar en blauwe ogen. Het wonderlijke was, dat ik, die maar liefst 28 jaar een heteroseksueel en monogaam leven had geleid, die als militair in 1980 was getrouwd in aanwezigheid van een cordon andere militairen, sabels keurig in het gelid, dat ik, de vader van vier zonen, nooit ook maar één keer in mijn leven verliefd was geweest.

“Naarmate ik langer met mijn vrouw getrouwd was, werd het me steeds duidelijker dat ik niet voor honderd procent heteroseksueel was. Maar het leek me wijs dat andere deel niet nader te onderzoeken. Tot mijn broers vijf jaar geleden beiden werden getroffen door een hartaanval. Ik dacht: ik wil niet sterven en spijt hebben van de dingen die ik had willen doen maar niet heb gedaan. En toen kort daarop mijn moeder stierf, durfde ik de stap aan en maakte – overigens in alle minnelijkheid – een einde aan mijn al langer kwijnende huwelijk. Van de erfenis van mijn moeder kocht ik een bungalowtje in het zuiden van Gran Canaria, bekend om zijn grote gay community. Dat was 2015, en drie jaar later ontmoette ik Rob.

“Was deze perfectie, de twijfelloosheid, die ik onmiddellijk voelde zodra ik hem zag en die ik nog steeds niet goed onder woorden kan brengen, nu dat wat verliefdheid werd genoemd? Ik kende dit niet, maar de krachten waren zo sterk, alles klopte. Dit moest wel grote liefde zijn. Ik weet nog dat ik met hem zat te praten, daar op het terras van de Bar Diamonds, en hem vroeg naar zijn leven en tegelijk alleen aan dat ene kon denken: dat ik alles zou willen opgeven voor deze man.

“Vanzelfsprekend bestond mijn strategie, als er al sprake was van strategie, niet uit overrompeling. Dat zou ongepast zijn geweest. De hele verdere avond spraken we als heren over alles wat ons bezighield, over alles waar we van droomden. Er kwamen onderwerpen ter sprake waarvan ik niet gedacht had dat ik ze ooit met iemand zou bespreken. Zo dicht kon je je dus bij iemand voelen. Zonder op je hoede te zijn.

“Het werd steeds donkerder, die februariavond in Bar Diamonds, en wij zagen alleen elkaar. Hij bleef die nacht bij me slapen en is de hele verdere week niet meer weggegaan. Voor de vorm heeft hij op een middag nog een rondje gemaakt op zijn huurfiets omdat hij zich dat nu eenmaal had voorgenomen. Maar na dat rondje wachtte ik hem alweer met gespreide armen op aan de poort van mijn huis om hem niet meer los te laten. Een week later zat zijn vakantie erop, maar het volgende weekend stond hij alweer op de stoep. Vierenhalf uur vliegen, niet bepaald een ritje met de bus. Wat een handreiking.

“Ik zie mezelf nog staan, tussen de wachtenden op het vliegveld. De deuren die opengingen, de lichte teleurstelling die ik voelde toen vreemden naar buiten kwamen, onmiddellijk gevolgd door een nieuw verheugen en verlangen. Deuren die opnieuw opengingen, en toen de geliefde ogen, het na een week al bekende lijf, zijn haar, zijn manier van lopen: mijn man. In dat tweede weekend veranderde er iets. Het was alsof we zekerder waren van elkaar en kalmer dan de week ervoor. De eerste keer leek alles een gebald moment, nu werd dat wat we voelden voorzien van een bedding en een perspectief.

“In zekere zin herkenden we in elkaar de ontwikkeling die we hadden doorgemaakt. Want hoewel Rob zijn leven lang homo was, had ook hij nooit eerder deelgenomen aan een echt gay leven. Dat doen we samen nu veel meer. Twee keer per jaar werken we mee aan de Gay Pride van Gran Canaria.

“Nog zes maanden, dan gaan we trouwen. Ik ben gelukkig en opgetogen, maar ook bang. Nu ik de liefde heb ontdekt, leer ik ook de keerzijde kennen: de angst je geliefde te verliezen. Soms denk ik: Gran Canaria is te klein voor Robs ambities als coach en fotograaf. Straks komt hij in de horeca terecht, maakt hem dat niet onrustig? Maar wat overheerst, is nog steeds de verrukking en de euforie. Hoe een man uit de middle class van Norfolk op zijn 55ste voor het eerst verliefd kan worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234