Donderdag 14/11/2019

Interview

Hilde Van Mieghem: “Ik ben pas geboren op de bank bij mijn psychiater”

Hilde Van Mieghem. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: actrice/regisseur Hilde Van Mieghem (60). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Zo oud als ik ben. Zestig. Fysiek toch. Ik voel dat enorm als ik met mijn kleindochter bezig ben. Omdat ik mij (extatisch) zóóóó sterk herinner hoe ik me voelde toen ik mijn eigen dochter onder de arm had of mee rondsleurde of in bed stopte. Het is eigenlijk sinds mijn kleindochter dat ik ten volle besef: ik ben écht geen 20, 30, 40 of zelfs 50 meer.

“Daar moet ik wel tegenover stellen dat ik me mentaal 38 voel. Ik vond dat een topleeftijd. Je weet misschien nog niet zo goed wat je wèl wilt, maar je weet verdomd zeker wat je níét wilt.

“Wel ben ik me intussen zeer bewust geworden van de dood. (klopt herhaaldelijk op tafel) Van de beperkte tijd die er nog is. Daar moet je dan maar mee dealen, wat niet altijd even simpel is. Want mijn kleindochter wekt veel leven en veel verlangens in mij op. Ik zou zo graag haar kinderen willen zien en meemaken hoe zij door het leven gaat.

“Het verlangen om nog lang te leven had ik al voor zij er was. Ik ben heel lang in psycho­analyse geweest en herinner me nog ­precies het moment waarop ik dacht: nu ben ik er, nu heb ik een identiteit. Ik was toen 48. Voordien was ik iemand die een ­post­traumatisch stress­syndroom meesleepte. Hilde Van Mieghem was heel erg iemand, maar daarachter zat niets. Tenminste toch naar mijn gevoel. Ik dacht ook altijd: ze gaan doorhebben dat ik eigenlijk niets voorstel. Ik had een heel laag zelfbeeld. Ik ben dus pas geboren op de bank bij mijn psychiater.”

Wie is Hilde Van Mieghem?

* geboren in 1958 in Antwerpen

* studeerde af aan Studio Herman Teirlinck

* debuteerde in 1980 in Vrijdag van Hugo Claus

* acteerde in films en series zoals Skin, Blonde Dolly, Sailors Don’t Cry, Kafka, Moeder, waarom leven wij?, Hombres ­complicados, Shades, Alias en Tabula rasa

* poseerde als eerste Vlaamse voor Playboy (1987)

* debuteerde als regisseur met de korte film De suikerpot (1997), later volgden de films De kus, Dennis van Rita, Smoor­verliefd en Sprakeloos van Tom Lanoye (2017)

* columnist voor De Morgen

* nam het op voor de vrouwen die bij de VRT een klacht indienden tegen Bart De Pauw wegens grens­over­schrijdend gedrag

* moeder van Sara en actrice Marie Vinck   

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik heb een groot gebrek aan sociale hypocrisie. Als je met de ander wilt omgaan en functioneren, moet je sociaal hypocriet zijn, anders heb je een probleem. Ik ben heel open en oprecht. Ik ben ook heel emotioneel en durf me kwetsbaar op te stellen, maar niet iedereen kan dat aan. Voor velen is dat te confronterend. Ik kan theater ­spelen op de scène, maar niet in het leven. Dat lukt mij niet. What you see is what you get. Ik kan niet vrolijk doen naar de buitenwereld toe en ondertussen indroevig zijn. Dat is voor mij ondenkbaar.

“Ik heb een vriend die zegt: ‘Met jou kun je geen vijf minuten over koetjes en kalfjes praten’ en dat is ook zo. Koetjes en kalfjes ­interesseren mij totáál níét. Naar mijn kinderen en vrienden toe ben ik heel liefdevol en warm. Maar aangezien ik bijna geen ­vrienden heb, raak ik mijn liefde aan de straat­stenen niet kwijt. (hilariteit) Mensen, echt waar, ik vind dat het moeilijkste wat er is. Geef mij maar kinderen en dieren.” (lacht)

3. Wat is uw passie?

“Vertellen. Mede­delen. Uitspreken. Acteren. Ik wilde al die emotie die ik ervaren heb als kind, laten zien, delen. Anders was ik zot geworden, denk ik. Ik moest daar vorm aan geven. Sublimeren. Ja, dit is mijn passie: sublimeren. Mijn verbeelding is mijn redding geweest.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Als ik vroeger had mogen kiezen of ik wel of niet geboren had willen worden, had ik onmiddellijk neen gezegd. Als de vraag opnieuw gesteld zou worden, zou ik opnieuw geboren willen worden of niet? (zwijgt) Vanbinnen zeg ik neen. (geëmotioneerd) Euhm neen, liever niet. Ik vond het een zeer lange, harde weg. Ik heb prachtige kinderen, maar neen, voor mij hoefde het eigenlijk niet. Neen. 

“En toch leef ik nu graag. Maar ik had sneller de ­inzichten willen hebben die ik nu heb. De worsteling heeft te lang geduurd. Het vinden van de goede weg. Ik vond het leven heavy shit. Vooral liefhebben bleek zo moeilijk. Ik vind het zo tragisch dat mensen elkaar niet weten te vinden vanuit hun onvermogen om hun eigen kwetsuren te overstijgen. Hun eigen angsten, hun eigen onverwerkt verleden, hun eigen behoeftigheid.

“Ik ben een enorme fan van Alice Miller en haar boek Het drama van het begaafde kind. Het begaafde kind is een kind dat perfect aanvoelt welke noden en behoeften de ouders hebben en zich daaraan aanpast, terwijl het normaal gezien omgekeerd zou ­moeten zijn. Miller ontleedt de jeugd­jaren van onder meer Hitler, Nietzsche, Christiane F. (Duitslands bekendste heroïne­verslaafde, red.) en koppelt wat zich daarin voordeed aan het gedrag dat ze later vertonen. De impact ervan is onwaarschijnlijk. We zouden ons allemaal veel meer bewust moeten zijn van hoe we kinderen behandelen. Want dat bepaalt welke mensen het zullen worden. Daarom ben ik bezig aan een documentaire over kinder­mis­hande­ling. Omdat ik duidelijk wil maken hoe destructief dat is.”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Wandelen met de hond, een koffietje drinken, spelen met ­kleindochter Gloria.

“Ooit heb ik een zware beul geïnternaliseerd, waar ik al serieus wat mee afgebatterd heb. Vroeger was dat van ’s ochtends tot ’s avonds. Waardoor ik dacht: ik hang me op. Dit hou ik niet uit. Nu slaag ik erin te zeggen: hela, Hilde, we gingen niet meer vechten met die beul. Kom, we gaan naar buiten. Dan zeg ik aan mijn beul: weet je wat, ik laat je hier achter, en vanavond als ik terugkom, zien we wel. Maar nu (
fluit): hier blijven! Dat kan ik al, ja.”

6. Wat is uw zwakte?

“Ik kan heel moeilijk ontvangen. Ik ben veel meer een gever. Dat is lastig, want mensen willen soms ook zelf geven. En dan moet je dat toelaten.

“Ik word 2,5 jaar oud als mensen oprecht lief zijn tegen mij. Ik weet dan niet goed hoe mij te gedragen. Dat geeft me een heel ­ongemakkelijk gevoel. Ik ben ook gigantisch verlegen. Dat gelooft natuurlijk niemand, maar toch is het zo. Ofwel denk ik: wat willen ze van mij, ik vertrouw het voor geen haar. Ofwel geloof ik dat het echt is en smelt ik en schiet er van mij alleen maar een plasje over. Maar ik voel mij niet graag een plasje.”

Hilde Van Mieghem: “Als de vraag gesteld zou worden: zou ik opnieuw geboren willen worden of niet? Vanbinnen zeg ik neen. Liever niet.” Beeld Stefaan Temmerman

7. Waar hebt u spijt van?

“Ik vind het jammer dat ik pas zo laat ontdekt heb dat ik niet ­schuldig ben aan wat ik heb meegemaakt. Als kind was ik de ­zondebok, de slechte, ik was gestoord. Maar door jarenlange ­therapie en zeker ook door het boek Destructieve relaties op de schop van Jan Storms heb ik ontdekt dat ik níét schuldig was, dat het níét aan mij lag dat er gebeurde wat er gebeurde. Toevallig liep ik daar als kind. Hoe ze tekeer­gingen, had niets met mij te maken, maar alles met zichzelf. Het was wel fantastisch om die klik te maken. Niet alleen cerebraal, maar tot in elke cel van m’n lichaam heb ik uiteindelijk beseft dat er niets mis is met mij.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Dat er iets met mijn kinderen gebeurt, of met Gloria. Dat wil ik niet meemaken. Voor de rest ben ik voor niets bang. Ik ben niet bang om te sterven. Het lijkt me heerlijk om eeuwig niet te be­staan. Dat lijkt me gewoon een top­situatie. (lacht) Heerlijk, rustig.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Pff. Goh. De ergste huilbui was vijf jaar geleden. Omdat ik weer in een situatie terecht was gekomen waarin iemand mij bedroog en beloog. Al het verdriet van mijn leven kwam er die nacht uit. Alle mogelijke pijn die ik vijftig jaar lang had opgestapeld. Ik heb toen gehuild als een gekeeld varken. Voor de rest ben ik gene blèter. Ik lach graag, ik leef ook graag. Het is niet dat ik een depressief iemand ben, maar ik vind het leven wel heftig.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Als je mij door het lint wil zien gaan, moet je mij slaan. Dat verdraag ik niet.

“En emotioneel: in de nasleep van de Bart De Pauw-affaire. Toen P-magazine het artikel publiceerde ‘Hilde Van Mieghem maakte dankbaar gebruik van haar ­lijfelijke charcuterie’. Dat was stuitend grof. Daar was ik echt kapot van. En ook door alles wat op Twitter verscheen: ‘gij oude vuile hoer’, ‘gij zatte hoer’. Mijn hele leven lang word ik al voor hoer versleten, van kinds af aan al.

“Zou ik het opnieuw opnemen voor de slachtoffers van Bart De Pauw? Weet je, zoals ik dagelijks vecht met mijn innerlijke beul, vecht ik ook robbertjes met angst. Ik haat angst, wat niet wil zeggen dat ik geen angst heb. Die angst is er, en die kan adem­benemend zijn, maar ik laat me niet knechten door angst. No way. Ik zie heel veel mensen dingen níét doen uit angst. Ik begrijp dat, maar dat is je eigen doodvonnis tekenen. Dat is zoveel als zeggen: ik leef niet, wánt ik ben angstig. Ik zeg: ik leef én ik ben angstig. Dat is wat ik doe. Angstig en wel, maar ik ga ervoor. (steekt ­sigaret op) Jullie kijken zo naar mij, precies alsof ik een vreemd­soortig wezen ben.” (lacht)

11. Welk kunstwerk heeft u gevormd of heeft een blijvende indruk nagelaten?

“Van Morrison en ook Brieven aan Milena van Franz Kafka, dat nog altijd naast mijn bed ligt, hebben heel veel voor mij betekend in de periode toen het uit was met mijn grote liefde. Zij hebben mij erdoor gehaald.

“Boeken zijn altijd mijn toevluchts­oord geweest. Lezen was ontsnappen in de wereld van de ander. Het ­geformuleerd zien van emoties en gedachten die ik had, maar zeker toen ik jong was niet kon uiten, was een troost voor mij. Maar ook nu ik ouder ben, kan ik daar nog altijd op kicken. Ik noem mijn boeken mijn minnaars. Ze blijven naast me liggen en lopen nooit weg. Als ik ze dichtklap, zijn ze niet boos. (lacht) En als ik lees, hoor ik hen, ga ik met hen in gesprek. Ik maak me wijs dat wat er staat alleen voor mij geschreven is. Ik ben een herlezer. Mijn boeken zitten vol plakkertjes. Louis-Ferdinand Céline: ‘Liefde is een stuk oneindigheid terug­gebracht tot poedeltjes­niveau’. Mijn kop zit vol van die fragmenten.”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Toen ik een jaar of tien was, wilde ik me opofferen voor Christus. Ik zag hem hangen aan het kruis met nagels door zijn handen en voeten, en bloed aan zijn zij, en begreep zijn lijden. Ik vond dat ik zelf ook heel erg leed en wilde voor hem zorgen. Dat was een korte opflakkering van religiositeit, maar had in se niet veel met religie te maken. Het was gewoon projectie.

“Voorts haat ik de kerk en die devote gezichten en al die ­hypocrisie. Ik haat de nonnen van de vele katholieke scholen waar ik heb gezeten. Het waren vuile moraal­ridders. Ik ben een absolute atheïst. Als het waar is dat er nog leven na de dood is, breek ik de hemel af. Ik zweer het u. Als er een hiernamaals is, pleeg ik ­zelfmoord. (hilariteit)

“Maar ik begrijp wel mensen die steun vinden in hun geloof. Ik heb dan ook een probleem met atheïsten die hun ongeloof willen opleggen aan anderen. Atheïstisch fundamentalisme, noem ik dat. Live and let live, is mijn leuze.”

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Dat is een moeilijke. In die zin dat ik van jongs af aan een grote scheiding heb gemaakt tussen kop en lijf. Mijn lichaam was iets vies. Mijn lichaam heeft dingen meegemaakt die het niet wilde. Op mijn 50ste heb ik een zware burn-out gehad. Mijn lichaam wilde niet meer vooruit. Sindsdien heb ik beseft dat ik er zorg voor moet dragen. Dat ik het niet kan uitputten tot op het bot. Er is mij nooit geleerd om rekening te houden met mijn lichaam. Ik heb het echt moeten leren accepteren.

“En nu begint de aftakeling. Dit vind ik wel jammer aan ouder wor­den, dat je je lijf verliest. Voor plastische chirurgie voel ik niets, om­dat ik het een verraad aan mezelf vind. Ik wil mezelf oud zien worden. Ik wil niet ongehavend het graf in. Ik wil er niet uitzien als een poppemie als ik in mijn kist lig. Ik wil uitstralen dat ik geleefd heb.”

Hilde Van Mieghem: “Ik ben een absolute atheïst. Als het waar is dat er nog leven na de dood is, breek ik de hemel af.” Beeld Stefaan Temmerman

14. Wat vindt u erotisch?

“De punt van een pen op papier. Als kind al zat ik geboeid naar mijn vader te kijken terwijl hij aan zijn bureau zat te schrijven. De inkt die uit de pen vloeit en woorden vormt, kan heel sensueel zijn.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Eigenlijk heb ik geen seksuele fantasieën. Mijn fantasieën beperken zich tot herinneringen aan wat ooit goede seks was. Ik zal nooit iets fantaseren wat ik niet ken.

“Masturberen vind ik sowieso het saaiste wat er bestaat. Het heeft heel lang geduurd voor ik het kon, maar ik val er bijna van in slaap. (lacht) Ik stop gewoon van verveling. In vergelijking met wat een man bij mij teweeg­brengt qua opwinding en ­orgasmes, vind ik masturberen echt maar niks. 

“Ik heb seks heel lang overroepen gevonden. Gelukkig ben ik ooit iemand tegen­gekomen die me geleerd heeft om seksueel te genieten. Ik was bijna 30 toen ik mijn eerste orgasme had. Toen het gebeurde, dacht ik: jaaaaaa, dat is het! Tuurlijk, geweldig! Ik denk dat er nog altijd veel vrouwen zijn die nog nooit een orgasme ervaren hebben.

“Ik heb het geluk gehad een paar heel goede ­minnaars gehad te hebben, en zou het oprecht ­jammer vinden mocht ik nooit meer in mijn leven vrijen. Ik kan morgen een callboy bellen, maar daar gaat het mij niet om. Ik bedoel vrijen vanuit liefde. Nu moet ik oppassen wat ik zeg, of ik krijg een heleboel messages. Maar eigenlijk gaat het erover dat ik ooit nog eens een liefde zou willen beleven. Ik vind het verrijkend om met twee te zijn. Als je alleen bent, moet je jezelf continu in balans houden. Dat vind ik er zo moeilijk aan.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Een zwarte poema. Soeverein. Wild. Vrij. Solitair.”

17. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Mijn ouders kwamen allebei uit vrij arme gezinnen. Los van wat er is misgegaan tussen hen, waren dat ijzer­sterke mensen die werkelijk revolutionair waren. Hoe zij zich vanuit een steenkool­verleden hebben opgewerkt. Hoe zij vier, vijf talen spraken. Hoe mijn vader ons heel de wereld heeft laten zien. Hoe hij ons als selfmade man in contact bracht met cultuur. Hoe hij van ons wereld­burgers wilde maken.

“Mijn vader is nu bijna dertien jaar dood. Met mijn moeder heb ik een vriendelijke, beleefde verhouding. Ik zie haar niet zo veel. Zij weet dat ik heel erg geworsteld heb met haar, dat ik in therapie ben gegaan. Zij weet wat er zich tussen ons allemaal heeft ­afgespeeld en dat dat ver van oké was.

“Als kind hield ik waanzinnig veel van mijn moeder. Ik wilde alles doen om haar gelukkig te maken. Maar ik maakte haar blijkbaar alleen maar ongelukkig. Want er was altijd wel een reden tot crisis. Er was altijd iets waardoor ze door haar dak ging. Wat kon ik anders dan denken dat het aan mij lag.

“Rond mijn 28ste heb ik beseft: ik moet dit geklasseerd hebben voor zij sterft. Ik moet achter haar doodskist kunnen lopen zonder dat ik eraan kapot­ga. Dat is ook ongeveer de periode waarin mijn liefde voor haar gestopt is. Dat vond ik heel akelig, dat ik niet meer van mijn moeder hield. Maar het blijft wel mijn moeder en ik wil ze wel nog blijven zien. Dat heeft niet met loyauteit te maken ­tegenover haar, maar wel tegenover mezelf. Omdat ik vind dat mijn kindertijd een wezenlijk deel van mijn leven is. En omdat ik geen enkele reden zie om dat uit mijn leven te snijden. Ik zie dat niet als een oplossing, neen. Je trauma’s proberen te beheersen en ermee leren dealen vind ik beter dan breken. Ik vind het veel te gemakkelijk om een deel van je leven weg te gooien.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is alles doen om de ander te laten groeien en bloeien, ­zonder dat je er zelf aan kapot­gaat.”

19. Bent u een goeie vriend?

“Ja, dat denk ik wel. Eenmaal ik zover ben. Tuurlijk. Hetzelfde met een goed lief. Het duurt even, maar als ik ja zeg, ben ik een ­gouden vriendin. Dat durf ik luidop te zeggen.

“In een relatie heb je: ‘Ik, jij en ons.’ En ik vind het heel belangrijk dat er in ‘ons’ geïnvesteerd wordt. Als dat niet meer lukt, ga je in liefde uit elkaar. Want breken vind ik een vorm van lafheid en een uiting van een totaal gebrek aan liefde. Als je liefhebt, breek je niet. Je probeert te praten en als het niet meer opgelost raakt, ga je in liefde uit elkaar, maar ben je geen vijanden. Breken vind ik een ­verkrachting van alles wat er voorheen was. Maar ook van jezelf. Want wie was je dan, al die jaren voordien?”

Hilde Van Mieghem: “Het duurt even, maar als ik ja zeg, ben ik een ­gouden vriendin. Dat durf ik luidop te zeggen.” Beeld Stefaan Temmerman

20. Hoe zou u willen sterven?

“Ik wil niet per ongeluk doodgaan. Dat vind ik de meest lousy way to die. Neen, ik wil heel bewust sterven. Dat lijkt me heel spannend om mee te maken. Ik zou heel rustig, heel beheerst, vreedzaam willen sterven. Wat ik zou willen als laatste avondmaal? Een halve kilo kaviaar met een ivoren lepeltje.” (lacht)

21. Wat is voor u de hel op aarde?

(denkt na) “Het Maximiliaan­park vind ik de hel op aarde. Lesbos vind ik de hel op aarde. Hoe er wordt omgegaan met mensen op de vlucht, vind ik verwerpelijk.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Niet op gevoelens, maar wel op gedachten. Ik ben nog van de generatie die geld stak in zo’n beeldje van een knikkend zwartje op de toog van de beenhouwer of de bakker. Zo’n zwartje was niet alleen arm, maar ook heel dom. Die racistische ideeën kreeg je met de paplepel mee.

“Als ik naar de garage ga met mijn auto waar een zwarte man werkt, betrap ik mezelf erop dat ik hoop dat de blanke man mij zal bedienen. Niet omdat ik iets tegen die zwarte man heb, maar omdat het zo in mijn hoofd ingeprent zit. Alleen ben ik gelukkig zo alert om die gedachte op te merken. Omdat ik discriminatie ­verschrikkelijk vind.

“Ik begrijp hoe pijnlijk het moet zijn voor mensen die al eeuwen vernederd worden, omdat ik zelf al mijn hele leven voor hoer ­uitgescholden word. Dus nee, ik wil geen racist zijn, maar racisme is wel cultureel ingebed.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Niks, jammer genoeg. Had ik er wat beter mee kunnen omgaan, ik zou nu wat meer geld gehad hebben, maar het betekent niets. Erger nog, ik heb er een soort haat voor ontwikkeld, in die zin dat ik als kind gezien heb hoe mensen zich corrumpeerden voor geld. Ik vond dat verschrikkelijk. Bij ons thuis discussieerden mijn ouders aan tafel of ze een Bentley gingen kopen of een Rolls. Ik had echt een hekel aan hoe belangrijk geld voor hen was. Mijn vader vroeg soms: ‘Een niet leuke man die schatrijk is of een arme man die veel van je houdt, wie kies je?’ Dan zei ik direct: een arme man, hè.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Toen mijn kinderen niet meer mee wilden op reis, en ik alleen met mijn hond naar Sicilië ben vertrokken. Ik was begin 40 en heel aantrekkelijk. Ik was van plan zes weken weg te blijven, maar na elf dagen stond ik terug thuis. En van die elf heb ik er zes gereden, want het was 6.000 kilometer heen en terug naar Messina. In elk restaurant was het van: ‘Sei solo? Ben je alleen?’ 

“Van wat rustig ­zitten schrijven op een terrasje was geen sprake, met al die venten die rond mij zwierven. Na drie dagen waren ze aan het vechten wie met mij ging eten. Op dag vijf stond ik in de badkamer en hing er een metselaar door mijn raam. Ik heb mijn valiezen gepakt en alsof de duivel me op de hielen zat, ben ik zonder te stoppen naar huis gereden, 33 uur aan een stuk. Zo opgejaagd voelde ik me.”

25. Aan wie zou u eens ongezouten uw mening willen zeggen?

“O, aan heel de wereld. Dat ik het echt een debacle van­jewelste vind, dat er dringend wat meer warmte en liefde nodig is.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234