Woensdag 23/10/2019

Lust & liefde

Hij wist natuurlijk allang wat ik voelde, en antwoordde kalm: ik niet van jou

Beeld Thinkstock

Corine Koole interviewt over de raadselen van passie en affectie. Vandaag: Eva (62) kwam op haar 12de te weten wat ware liefde is, toen ze die nieuwe klasgenoot in de ogen keek. Een bliksem­inslag die vijftig jaar later nog nazindert. Doet het haar pijn dat haar gevoelens onbeantwoord bleven? 

"Vorig jaar las ik naast het ziekbed van mijn ouders de briefwisseling tussen dichter Rainer Maria Rilke en schrijfster Lou Salomé, waarin een van beiden opmerkt dat het object van je liefde niet in de buurt hoeft te zijn om de liefde te kunnen laten bloeien. Ineens besefte ik hoe waar dat is. 

"Zelf houd ik al vijftig jaar van iemand, zonder dat er ooit iets gebeurd is. Ik zat in de tweede klas van de middelbare school, we hadden ontleden bij meneer De Kok. Ik weet nog precies welke zin hij op het bord had geschreven: ‘In het schepnetje wemelde het van de kikkervisjes’. Juist op dat moment gaf de nieuwe jongen achter mij een lijst door, ik keek hem aan en voelde alle geluk en alle verdriet dat hij in de jaren erop in mij teweeg zou brengen.

“Hij was hetzelfde als alle andere jongens in de klas en tegelijk totaal anders. Onze handen raakten elkaar licht toen ik de lijst aanpakte. Hij droeg een rood geblokte bloes: details die ik me tot op de dag van vandaag scherp herinner. Dat uur, dat moment veranderde ik voorgoed. Ik leerde een heftigheid kennen waarvan ik niet wist dat die bestond. Met lust, dat aan erotiek ­verbonden verlangen dat je later voelt als je volwassen wordt, had het niets te maken. Het enige wat ik wilde, was naar hem kijken. Zijn schouders en handen waren volmaakt, er mankeerde helemaal niets aan hem.

“Naarmate de jaren verstreken, bleef dat krachtige gevoel. Op een dag, na de zomervakantie, zag ik hoe hij in de weken dat ik hem niet had gezien gegroeid was en hoe mooi hij was geworden. Ik gloeide van trots, alsof zijn schoonheid ook mijn schoonheid was omdat ik zo van hem hield. Achteraf denk ik dat die jaren mij hebben geleerd wat onbaatzuchtig liefhebben is. Als ik nu terugdenk aan de dag dat hij mij meevroeg ‘even door het park’, is dat niet schamper, om het onnozele kind dat ik was, maar blij omdat ik op een of andere manier dat kind nog steeds ben. Het is of de sterke liefde die ik voor deze jongen voelde, nooit is weggegaan en een dun laagje in mijn hart heeft gelegd, de bodem voor een lang en mooi huwelijk later met een andere man. 

"Natuurlijk wilde ik mee naar het park. Hoeveel schoolfeesten waren er niet geweest, hoe vaak had ik mijn lippen niet gestift in de hoop dat er die avond misschien iets zou gebeuren, maar hoe mooi ik me ook aankleedde, alle jaren bleef hij ongevoelig voor mijn stille hunkeren. En ineens was daar die kalm uitgesproken vraag. ‘Zullen we door het park?’ Ik rende naar de meisjes-wc voor een schietgebedje, en toen ik even later met hem tussen de bomen liep, was het alsof God de wereld had stilgezet en pas weer een zetje gaf toen we aan de andere kant van het park elk onze weg gingen.

“Ik droeg die dag een zwarte bloes met rode blokjes, maar een jongen die niet verliefd is, laat zich niet verleiden, ook niet met scharlaken en satijn. Ik begreep niet dat er niks gebeurde in het park, ik had zoveel liefde, hoe kon het dat hij niet hetzelfde voelde? Een fractie was al genoeg geweest, dan hadden we onze twee liefdes op een hoop kunnen gooien en was er genoeg voor een heel leven. Maar zo werkte het kennelijk niet.

“Tegen de tijd dat we van school gingen, had ik al een ander vriendje met wie ik later zou trouwen en nog steeds getrouwd ben. Die liefde is van een heel andere soort. Mijn man heb ik nooit van een afstand bewonderd, met hem heb ik al dertig jaar een gelijkwaardig, kameraadschappelijk huwelijk. Van die andere man kan ik me niet voorstellen dat ik met hem naar de Gamma ga, of dat ik zelfs maar een kop koffie met hem zou drinken.

En toch heb ik hem vlak voor ons eindexamen in 1976 alsnog mijn liefde verklaard. Ik dacht, stel je voor, dat hij niks durft te beginnen omdat hij gewoon te verlegen is. Daarbij, wat gaf het. “Ik hou van jou” zijn maar woorden, woorden zijn maar lucht. En daar in ons park, ongeveer ter hoogte van de sleedoorn, sprak ik ze uit. Hij wist het natuurlijk allang en antwoordde kalm: ik niet van jou. En meteen had ik spijt van mijn openhartigheid. Hoe had ik zo dom kunnen zijn. Natuurlijk zijn woorden niet zomaar woorden, woorden omvatten de hele wereld.

“Rilke had dus gelijk. Een liefde kan blijven bestaan, ook als die niet meer wordt gevoed. Nog altijd speelt die vroege ervaring een levendige rol. Niet alleen als herinnering, maar juist als maar heel langzaam slijtende liefde zelf. Een melancholie die altijd blijft. Jarenlang heb ik niet door zijn oude straat kunnen lopen zonder hartkloppingen. En nog altijd scan ik op tv gewoonte­getrouw het talkshowpubliek, of andere plekken waar veel mensen bijeen zijn om te zien of hij ertussen zit.

“Eén keer, een jaar of zeven jaar na het eindexamen, zag ik hem lopen in het station. Ik schopte mijn blauwe pumps uit en rende hem achterna de trap af. Maar hij was al verdwenen, ik zag nog net zijn rug toen hij in de trein stapte.

“Soms loop ik met mijn echtgenoot door dat park. De sleedoorn is intussen gekapt, maar bij benadering kan ik nog steeds de plek aanwijzen waar die stond. Het doet me wat om daar te staan met hem. Hij is de enige die het snapt.

“Ik heb nooit meer contact gezocht met die andere man, zijn naam en adres googelen vind ik al te impertinent. Ik weet alleen dat hij kunstschilder is geworden en toen we laatst dertig jaar getrouwd waren, verraste mijn man mij met een van zijn schilderijen. Het goedkoopste uit de catalogus, want de scholier was succesvol ­geworden. Zo lief, het mooiste geschenk ooit.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234