Dinsdag 23/07/2019

Groot Onderhoud

"Het zieligste slachtoffer wordt heilig verklaard", zegt Sid Lukkassen, de nieuwe held van rechts Nederland

In Vlaanderen staat hij nog niet op de radar. In Nederland is hij de nieuwe intellectuele held van radicaal rechts, om­dat hij de politieke correct­heid van links genadeloos fileert. Een leerzaam gesprek met politiek filosoof Sid Lukkassen (30), over de erfenis van de sixties, het gevaar van het feminisme en het innerlijk kompas van Trump.

Beeld Wouter Van Vooren

Interviewen kan saai zijn. Als politici voor de tiende keer hun debat­fiche afhaspelen, heb je als journalist soms zin om gillend uit het raam te springen. Maar het kan ook boeiend zijn. Als je nieuwe inzichten verwerft, bijvoorbeeld, of kennis­maakt met een aparte en prikkelende manier om naar de wereld te kijken. Niets zo prettig en bevrijdend voor een interviewer als een lang gesprek met een slimme mens die je eigen overtuigingen doet wankelen, of aanvult, of terdege tegenspreekt.

Om maar te zeggen dat ik woensdag met grote nieuwsgierigheid koers zette naar Nederland, meer bepaald naar Duiven, een bescheiden gemeente net naast Arnhem, waar ik verwacht werd bij de Nederlandse historicus en filosoof Sid Lukkassen. Ik had om een audiëntie gevraagd omdat ik meer wil weten over het hipste intellectuele concept van dit moment: cultuur­marxisme. Donderdag was het precies 150 jaar geleden dat Karl Marx zijn Das Kapital publiceerde, maar blijkbaar heeft hij veel opvolgers, want rechts heeft het tegenwoordig enorm gemunt op cultuur­marxisten. Wat het neoliberalisme soms is voor links, lijkt dat cultuur­marxisme voor rechts: een containerbegrip voor alles wat misgaat met de wereld. In De Groene Amsterdammer, toch een degelijk Nederlands weekblad, werd het onlangs weggezet als een ‘paranoïde complot­theorie’ van rechts.

Maar klopt dat wel? Is rechts gek geworden en vecht het tegen een imaginaire vijand, of heeft het concept wel degelijk een bonafide, academische stamboom? Met die vraag zat ik woensdag dus aan tafel bij Sid Lukkassen. Hij is pas gepromoveerd op een proefschrift over media en democratie, waar we het ook over zullen hebben, maar hij schreef in 2015 al het boek Avondland en identiteit, waarin hij op dat cultuur­marxisme ingaat.

Joël De Ceulaer interviewt Sid Lukkassen, doctor in de politieke filosofie en gemeenteraadslid voor de liberale VVD in Duiven (NL). Beeld Wouter Van Vooren

“Het debat over cultuur­marxisme is verziekt”, zucht hij als ik hem vraag om het nog eens uit te leggen. “Het is geen complot­theorie, het is een denk­trend, een manier van denken.”

Waar komt die denk­trend vandaan?

Sid Lukkassen: “Als je echt diep op de discussie wilt ingaan, zou je kunnen zeggen dat het cultuur­marxisme een terugkeer is naar Hegel. Maar dat snappen de mensen dan weer niet, dat is wellicht te ingewikkeld.”

Probeer maar eens, wij hebben slimme lezers.

“Hegel zei dat het bewustzijn de geschiedenis vormt, dat het denken bepalend is voor het zijn. Dus als je kunt beïnvloeden hoe mensen denken, kun je de gang van de geschiedenis beïnvloeden.”

Dat is exact het tegenovergestelde van wat Marx zei.

“Precies. Marx zei: alles is economie. Volgens hem bepaalt de werkelijkheid het denken. De positie die wij innemen in het productie­proces, bepaalt hoe wij zullen denken. Een arbeider zal volgens Marx een ander gedicht schrijven dan een kapitalist. Maar dat klopt dus niet. Toen men dat inzag, is het cultuur­marxisme als het ware ontstaan.”

Wordt de Italiaanse communist Antonio Gramsci terecht beschouwd als de vader van deze denktrend?

“Gramsci besefte in de jaren 30 van de vorige eeuw dat Marx zich vergist had. Hij zag dat de arbeiders en de vakbewegingen aan de kant van het communisme stonden en dat er toch geen revolutie kwam, zoals Marx nochtans had voorspeld. De omstandigheden waren perfect voor de revolutie, en toch bleef die uit. Gramsci kwam tot de conclusie dat de arbeiders vastzaten in wat hij een vals bewustzijn noemde.”

Politiek filosoof Sid Lukkassen. Beeld Wouter Van Vooren

De arbeiders dachten zoals een bourgeois.

“Exact. En dus moest dat worden aangepakt, moesten die ideeën worden bekritiseerd. Gramsci besefte dat je op economie geen revolutie kunt bouwen, maar dat je eerst het denken van de mensen moest beïnvloeden. Het cultuur­marxisme is een kritiek op dat denken, op de bourgeois­cultuur, op de moderniteit ook, op wetenschap en technologie.”

Wat was er verkeerd met wetenschap?

“Die werd beschouwd als een voortzetting van dat bourgeois bewustzijn. Wetenschap streeft naar beheersing, naar hiërarchie en ordening. In die orde aanvaarden mensen hun plaats, en dus komen ze niet in opstand. 

"Het christendom is daar ook een voorbeeld van: aanvaard je plek in dit leven maar, het echte heil komt na dit leven. Daarmee wil het cultuur­marxisme afrekenen. En met wetenschap. Die wetenschapskritiek is uitgemond in relativisme: een medicijnman is even waardevol als een westerse arts, dat idee.”

Bereikte het cultuurmarxisme een piek in de jaren 60?

“Dat denk ik wel. Mensen werden toen ook bekogeld met de boeken van de Oostenrijkse psychiater Wilhelm Reich, een soort fusie tussen Freud en Marx. Reich had het ook over de revolutie en vond dat seks erbij moest worden betrokken. Het christendom leerde ons om seks te onderdrukken. Pas als je de driften van de mensen kunt bevrijden, kun je ook hun klassebewustzijn bevrijden. Dacht Reich. De proletariër moest eerst seksueel worden bevrijd voor hij klaar zou zijn voor de revolutie.”

Vandaar de vrije liefde.

“Precies. En vandaar de slogan Make love, not war.”

Dachten sommigen in die tijd ook niet dat ze jaloezie konden afschaffen en dat het in communes niet uitmaakte wie wiens kinderen opvoedde?

“Zo is dat. Schrijft u dat maar zo op, want als ik dat zeg, wordt het weer weggezet als een complot­theorietje. Maar zo was het dus, dat is echt gebeurd allemaal, wat u zegt. Dat is toch interessant om te bestuderen?”

Absoluut. Daarom zit ik hier.

“Maar er zijn mensen die er hun handen niet aan willen verbranden. Ik werd onlangs geïnterviewd voor De Gelderlander. Het uitgeschreven interview was evenwichtig, maar werd door de redactie niet gepubliceerd. Kennelijk mag er alleen over geschreven worden met een negatieve framing.”

Voor u is het geen complot­theorie, maar voor anderen misschien wel. Net zoals het neoliberalisme dat is voor links, is cultuur­marxisme voor rechts een handige container waar ze alles kunnen ingooien wat volgens hen fout gaat.

“Dat is mogelijk. Maar als academicus baseer ik mij alleen op bronnen. Het debat is in de jaren 60 en 70 ook begonnen in de academische wereld. Het is pas later dat de term in het politieke debat werd opgepikt. En nu wordt het door rechtse mensen volop gebruikt, dat is wel zo. Dat zegt men wel, dat mijn betoog over cultuur­marxisme in de kaart speelt van Thierry Baudet (Nederlands schrijver en radicaal rechts politicus. Oprichter van en Kamerlid voor de partij Forum voor Democratie, red.). Maar dat is toch geen argument om niet meer over het concept te spreken?”

Uiteraard niet. Toch lijkt het me niet prettig dat het concept ook opdook in het manifest van de Noorse massa­moordenaar Anders Breivik.

“Maar het is totale onzin om daarom geen academisch onderzoek meer te mogen doen. En journalisten die niet verder komen dan een verwijzing naar Breivik, doen hun werk niet goed. Daar heb ik verder niets mee te maken.”

Beeld Wouter Van Vooren

Zijn politieke correctheid en cultuur­marxisme synoniemen?

“Redelijk. Iedereen kan politiek correct zijn, het cultuur­marxisme vergt nog een zekere ideologische inbedding. Maar mensen die van die ideologie geen benul hebben, kunnen best politiek correct zijn. Het gemeenschappelijke punt is een angst om minderheden te beledigen. Ook dat is begonnen bij Gramsci. Die vond dat er niet meer gepraat moest worden over arbeiders versus kapitalisten, maar over de ondergeschikte versus de dominante cultuur, wat hij de ‘hegemonie’ noemde.”

En die ondergeschikte, dat kan iedereen zijn?

“Precies. Dat kan een migrant zijn, of een gehandicapte – welke minderheid dan ook. Gramsci legde de basis van de overtuiging dat al die minderheden in opstand moeten komen tegen de hegemonie, tegen de dominante cultuur. Dat idee is later uitgewerkt door filosofen van de zogenaamde Frankfurter Schule: aangezien de arbeiders waren afgekocht door het kapitaal, waren het de outcasts, de verschoppelingen die de revolutie moesten maken.”

De minderheden als het nieuwe proletariaat?

“Vandaar de politieke correctheid: zeg niets om die groepen te beledigen. Links zag in minderheden nieuwe stoottroepen.”

Maar het is toch goed dat minderheden zich emanciperen, en alle burgerrechten kunnen genieten?

“Exact. Burger­rechten. Die moeten gelden voor iedereen, blank en zwart, man en vrouw, homo en hetero. Zodra er specifieke rechten worden toegekend aan minderheden, gaat het fout. Dat is identiteits­politiek en dat leidt tot versnippering en verbrokkeling van de gemeenschap.”

Waar ziet u zulke specifieke rechten?

“In het Verenigd Koninkrijk zijn sharia­rechtbanken ondertussen officieel verankerd. En dat is raar. Want dan geef je het monopolie van de rechtspraak op. Dan laat je toe dat er een ander systeem bestaat dat gebaseerd is op een goddelijke openbaring. Maar daar mag je dus geen kritiek op hebben, want dan beledig je minder­heden.

“Dat kan behoorlijk verwarrend worden voor links, hoor. Als in de Verenigde Staten een moslim naar een homoclub gaat en daar een heleboel mensen doodschiet, dan heeft links een probleem.”

Hoezo?

“Als ze de aanslag en de homohaat zwaar veroordelen, stoten ze de moslims voor het hoofd. Als ze empathie hebben voor de dader, omdat die zogezegd het slachtoffer is van allerlei omstandigheden die hem hebben doen radicaliseren, dan stoten ze de homo’s voor het hoofd.”

U hebt het in uw boek over een soort competitie van slachtofferschap, en het is volgens u de zieligste die wint.

“Dat is zo. Er bestaat een hiërarchie van slachtofferschap. Hoe verder je tegenwoordig afstaat van de dominante cultuur, hoe meer medelijden je verdient, en hoe beter je moet worden afgeschermd van kritiek, omdat je zo kwetsbaar bent. Het zieligste slachtoffer wordt heilig verklaard.”

Ook vrouwen hebben zich de voorbije eeuw geëmancipeerd.

“Vrouwen zijn burgers. Klaar. En alle burgers hebben dezelfde rechten.”

Toch verdienen ze bijvoorbeeld nog altijd minder dan mannen.

“Is dat werkelijk zo? Ik las in een artikel uit 2014 al dat vrouwen tussen 20 en 25 net meer verdienen dan hun mannelijke partners. En daar werd juichend over geschreven. Maar ik laat dit onderwerp liever aan mij voorbijgaan, hoor. Eigenlijk kun je hier niet meer over praten.”

Hoe bedoelt u?

“Hebt u niet gelezen wat er met het huis van Thier­ry Baudet is gebeurd? Zijn huis is beklad met verf en uitwerpselen, door anarchistische feministes, social justice warriors.”

Waarom deden die ‘krijgers voor sociale rechtvaardigheid’ dat?

“Omdat zijn nieuwe roman vrouw­onvriendelijk zou zijn. Omdat ze het hoofdpersonage blijkbaar met de schrijver zelf identificeren. Zo ver is het dus gekomen. Over bepaalde onderwerpen kan geen open debat meer worden gevoerd. Baudet is een nationaal politicus, dus die wordt nog tamelijk goed beschermd. Maar ik zou niet willen dat er geweld op mijn bezittingen wordt toegepast.”

Dus over uw theorie dat onze maatschappij gefeminiseerd is, kunt u niet praten?

“Het zou maar koren op de molen zijn van iemand die kwaad in de zin heeft. Maar de Nederlandse stichting Sire heeft het onlangs mooi samengevat in een filmpje, met een pleidooi om jongens weer jongens te laten zijn. Die campagne heeft mij eigenlijk gelijk gegeven. Waarom zouden jongens niet in bomen mogen klimmen?”

Mag dat niet meer dan?

“Er zijn mensen die dat gevaarlijk vinden. Je zou kunnen vallen! Je knie pijn doen! Als kind maakte ik mee dat ik op speelgoedmiddag een speelgoedzwaard niet naar de klas mocht nemen. Want dat stelde een verkeerd voorbeeld. Dat idee wordt in feite doorgetrokken naar de volwassenheid.”

De postmoderne man, schrijft u, is afgericht en gedomesticeerd.

“Dat is de boodschap van dat Sire-filmpje. Er zijn feministen die vinden dat er meer waardering moet zijn voor vrouwelijke eigenschappen. En dat is prima, maar mag ik dan vinden dat ook de masculiene eigenschappen moeten worden gewaardeerd? 

"Dat vinden linkse mensen trouwens ook belangrijk. Links gaat over arbeid en de identiteit van de arbeider. En is het niet raar als ook de arbeider nagellak moet gaan kopen en gezichts­crème moet smeren?”

Alles wat met gender te maken heeft, ligt gevoelig tegenwoordig. Na een artikel dat ik onlangs schreef over de biologische verschillen tussen man en vrouw, zegde een aantal boze lezers onlangs hun abonnement op.

“Ach zo. Interessant. En kunt u dan nog wel onafhankelijke journalistiek bedrijven?”

Zeker. Waarom niet?

“Nou, uw bazen hebben niet graag dat mensen hun abonnement opzeggen. Ze zouden u kunnen vragen om alleen nog maar te schrijven wat uw doelgroep graag hoort.”

Dat doen ze niet, hoor.

“Ik denk nochtans dat er behoorlijk wat media zijn die dat wél doen. Die alleen nog maar schrijven wat aansluit bij de achterban. Dat lijkt een goed verdienmodel. Maar het is een slechte zaak voor de echte journalistiek, voor de echte waar­heids­vinding. Je moet al in een geprivilegieerde positie zitten, die van nationaal politicus bijvoorbeeld, om nog te kunnen zeggen wat je wilt.”

Dat is toch beangstigend?

“Nou, schrijf dat maar op, dat u dat beangstigend vindt.”

Toch nog even: u schrijft dat koppels met gender­neutrale opvattingen minder, en minder lekkere, seks hebben dan koppels met een traditioneel rolpatroon.

“Dat blijkt uit onderzoek van de American Sociological Association uit 2012 en uit een artikel van Lori Gottlieb in The New York Times uit 2014. Je kunt je afvragen of de man in onze gefeminiseerde maatschappij nog wel aantrekkelijk is voor vrouwen. Opnieuw: dat is onder meer wat Sire aan de orde stelde met dat filmpje.”

U houdt er ook een bijzondere theorie op na over seksuele markt­waarde. Volgens u bepaalt onze seksuele marktwaarde in hoge mate hoe we in het leven staan.

“Dat geloof ik wel, ja. Dat begint al op de basis­school. Er zijn kinderen die met Valentijn veel hartjes krijgen en kinderen die er nooit krijgen. Sommige kinderen liggen goed in de groep en worden vaak uitgenodigd op feestjes, anderen niet. Dat heeft een impact. Wie weet dat hij aantrekkelijk is, neemt sneller risico’s, durft bijvoorbeeld naar een andere stad verhuizen waar hij niemand kent. Iemand die dat niet zo aanvoelt, zal bij wijze van spreken eerder kiezen voor een veilig baantje in het familiebedrijf.”

Hoe zat het met uw seksuele marktwaarde?

“Ik zou zeggen: gemiddeld. Ik ben redelijk goed in vorm, doe veel aan sport, onder meer gevechts­sporten, en ik heb veel zelfvertrouwen. Ik zal niet zeggen dat ik tien vrouwen aan elke vinger heb, maar ik heb altijd leuke vriendinnen gehad, ook vandaag. Al heb ik er altijd hard voor moeten werken.”

De man moet ervoor werken, de vrouw kiest?

“Dat denk ik wel. Het is de vrouw die groen of rood licht geeft. De man moet het initiatief nemen en loopt daarmee het risico om afgewezen te worden. Mannen zijn het meer gewend om afgewezen te worden. Dat hardt je toch op een bepaalde manier. Maar nog eens: ik wil niet te lang bij dit onderwerp blijven hangen.”

Beeld Wouter Van Vooren

Is het niet merkwaardig dat linkse taboes zo krachtig blijven? Rechts is toch volop aan het oprukken in Nederland, en in Vlaanderen?

“Nee, juist niet. Rechts rukt totaal niet op. In het stemhokje kiezen veel Nederlanders weliswaar voor liberale en conservatieve en nationalistische partijen, maar de media en uitgeverijen zijn nog altijd overwegend progressief, postmodern en links. In theorie is rechts aan een opmars bezig, dat zie je inderdaad in alle opinie­peilingen, maar bij de instituties is dat nog niet het geval.”

Die zijn nog altijd in handen van de cultuur­marxisten?

“Laten we zeggen dat de instituties, waaronder de media, in handen zijn van mensen die politiek bewust geworden zijn in de jaren 60 en 70. Zij zitten nog altijd overal aan de knoppen.”

Wanneer bent u politiek bewust geworden?

“Door Pim Fortuyn. Ik was een jaar of 14 toen hij doorbrak, en ik vond het boeiend hoe hij de debatten over migratie en islam een duwtje gaf. Op school werd daar enorm over gedebatteerd. Ik ben toen stevig beginnen te lezen: Machiavelli, Plato, Orwell, Huxley…”

Maar waarom kwam u terecht bij de VVD, de klassieke liberalen?

“Een van de redenen was mijn overtuiging dat de afbouw van de staatsschuld belangrijk is. De generatie van 68 heeft de zuinigheid overboord gegooid. Ze hebben de spaarpot van de vorige generaties opgemaakt en zijn schulden gaan maken. Die mentaliteit stoort mij enorm. Daarnaast ben ik ook een grote tegenstander van bureaucratie. Ook dat herkende ik in de liberale partij.”

In uw proefschrift over ‘de democratie en haar media’ bent u erg kritisch over de manier waarop vandaag aan politiek wordt gedaan.

“De vraag is of politici nog autonoom beslissingen kunnen nemen als de opiniepeilingen hen voortdurend als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangen. Hebben we in die omstandigheden nog wel een representatieve democratie? Vandaag zijn het de spin­doctors die bepalen wat de partijlijn is. Er komen ook steeds meer waarheids­makers bij: mensen die in opdracht van politici of bedrijven lobbyen en standpunten verspreiden. Terwijl er voor de waarheids­zoekers, journalisten dus, steeds minder geld is.”

Staan de media machteloos?

“Relatief wel, ja. Het probleem is dat het overtuigings­proces is weggevallen. Normaal gesproken zouden politici op basis van intellectuele arbeid, feiten en argumenten de kiezer moeten overtuigen. Maar vandaag gebeurt het via trucjes en tactiekjes.”

Niemand bestudeert toch alle verkiezingsprogramma’s om op basis daarvan een rationele keuze te maken? Mensen stemmen toch ook op buikgevoel of emotie?

“Het klopt dat ik als kiezer niet beloond word voor de tijd en energie die ik zou stoppen in het lezen van al die programma’s. Dat is nu net het punt. De kiezer zou meer invloed moeten krijgen. Bijvoorbeeld doordat kandidaten worden verkozen in volgorde van hoeveelheid stemmen die ze halen. Dat dwingt kandidaten om kiezers persoonlijk op te zoeken en te overtuigen.”

Maar dan nog zullen mensen misschien eerder stemmen voor de knappe Kennedy dan voor de zwetende Nixon.

“Dat is mogelijk. Het probleem zou niet verdwijnen, maar in elk geval worden afgezwakt. Vandaag zijn verkiezingen te afhankelijk van de waan van de dag. Naar aanleiding van de tsunami in Japan en de schade aan de kerncentrale van Fukushima stemden veel Duitsers op Die Grünen. Wat nergens op sloeg, want in Duitsland komen tsunami’s niet voor.”

Zo zitten mensen toch in elkaar.

“Ja, maar die emoties van het moment zouden we kunnen temperen. Door bijvoorbeeld in de Tweede Kamer elk jaar, of om de twee jaar, vijftig nieuwe vertegenwoordigers te kiezen. Zo kan het nooit gebeuren dat de héle Tweede Kamer wordt verkozen op basis van de waan van de dag.”

Hoe kijkt u naar de Europese Unie? Volgens heel wat mensen ter rechterzijde is dat een cultuur­marxistisch complot.

“Dat is een van die extreme visies op cultuur­marxisme die niet kloppen. Ik zou zeggen dat de Europese Unie twee punten van oorsprong heeft. Omdat Europa minder relevant werd in de wereld, moest het iets bedenken om relevant te blijven. En dan was er het vredes­aspect. Europa wilde een lichtend voorbeeld van humaniteit vormen voor de rest van de wereld. En daarmee maakt de Europese Unie zich een beetje belachelijk.”

Hoezo?

“Nou, als de Europese Unie zich bemoeit met de mensenrechten in Sri Lanka of Afrika, dan is dat niet erg realistisch, daar zal niet naar geluisterd worden. Dit gezegd zijnde werken er bij de Europese Unie wel veel mensen die op een cultuur­marxistische manier denken. Die vooral willen tonen hoe moreel bevlogen ze wel zijn, door zoveel mogelijk aan virtue signaling te doen. Ze versturen voortdurend deug­signalen, ze willen aldoor tonen dat ze deugen.”

Doet niet iedereen dat?

“Het zijn toch vooral politiek correcte mensen die bezig zijn met de waardering van anderen. Die bijvoorbeeld koste wat het kost willen voorkomen dat ze als racistisch worden gebrandmerkt. Zulke mensen vertrekken niet van hun eigen, interne oordeel.”

Geef eens een voorbeeld?

“Waarom sprak Donald Trump zoveel mensen aan? Omdat hij een intern kompas heeft. Hij zegt gewoon wat hij vindt en gaat als een sloopkogel de discussie in. Hillary Clinton vroeg zich bij alles wat ze zei af of het niet seksistisch of racistisch was. Zij werkte voortdurend op het sociaal gevoel van mensen. Maar mensen kunnen daar wel doorheen prikken, ze weten dat Clinton niet écht overtuigd is van wat ze zegt. 

"Bij Trump weten ze dat hij zijn eigen mening vertolkt, al is die mening soms impulsief.”

Ook als die een tikje dubieus of seksistisch is?

“Zelfs als hij iets zegt wat hij niet kan waarmaken, bijvoorbeeld dat hij een muur gaat bouwen en dat Mexico die gaat betalen. Mensen weten best dat dat nooit zal gebeuren, maar op een of andere wijze vonden ze het toch mooi dat Trump dat zo stug en zelfverzekerd bleef volhouden.”

Was het de boze blanke man die voor Trump stemde?

“Helemaal niet. De overwinning van Trump had ook geen raciale dimensie. Er stemden meer zwarten en latino’s voor Trump dan men had verwacht. Misschien mede omdat Trump een soort machismo belichaamt dat men in traditionele culturen nog wel te pruimen vindt.”

Toch lees ik in uw boek dat de blanke hetero­seksuele man het knap lastig heeft.

“Het is in elk geval zo dat minderheden meer kunnen zeggen. Als blanke hetero­seksuele man word je heel snel weggezet als vrouwenhater. Vreselijke framing is dat.”

En de laaggeschoolde man heeft het moeilijk om een vrouw te vinden, schrijft u ook.

“Nu probeert u mij weer riskante uitspraken te laten doen. Maar het is nu eenmaal een feit dat vrouwen graag een man willen die hoger op de sociale ladder staat dan zij. En als je dan ziet dat vrouwen relatief gesproken steeds hoger opgeleid zijn, dan wil dat zeggen dat laag­geschoolde mannen het moeilijker krijgen om een vrouw te vinden.”

Waarom scoort links niet meer bij die laag­geschoolde man?

“Omdat links steeds minder bezig is met sociaal-economische thema’s en steeds meer met de zuivering van het denken. Dat heeft trekken van een puriteinse beweging. In de VS kun je in sommige kringen haast niets meer zeggen of het is bigoted, bekrompen.”

En dat stoot arbeiders af?

“Absoluut. Het idee van de maakbare samenleving slaat niet aan bij het meest kwetsbare deel van de samenleving, waar mensen houden van het traditionele gezin. Het is de bovenlaag in de samenleving die zich bevrijd heeft. De onderklasse heeft baat bij strakke structuren. Dus als je probeert de onderklasse los te maken van die structuren, dan breng je ze op drift. Dat hebben we gezien met de tegencultuur van de jaren 60. Die is zeer destructief geweest voor de onderklasse.”

Dat is ook de overtuiging van de Britse conservatief Theodore Dalrymple.

“Voor een deel overlapt mijn analyse. Wie tot de bovenklasse behoort en drugs gebruikt, heeft nog altijd wel een erfenis of een netwerk dat hem kan opvangen als het misgaat. Maar wat met iemand uit de onderklasse? Als die verslaafd raakt, is hij de klos. Het enige wat je dan nog kan redden, is de staat. Zo ontstond de therapie­cultuur, een bureaucratie die we te danken hebben aan 68. Elk initiatief wordt weggenomen bij de mensen zelf. Als er een stoeptegel los ligt, belt men naar de gemeente.”

In plaats van zelf de handen uit de mouwen te steken.

“Dat is het humanistische bildungsideaal: zorgen dat mensen autonoom en zelfredzaam blijven. In plaats van hen voortdurend alles te beloven. Stem op mij, dan los ik alles op, dan help ik alle armoede en onrechtvaardigheid uit de wereld! Dat is niet de essentie van de politiek.”

Wat dan wel?

“Controle. Politici moeten kritisch zijn voor het bestuur. Controle uitoefenen. Maar dat debat wordt haast niet meer gevoerd. Zeker niet in de klassieke media.”

Bieden alternatieve media geen tegen­gewicht tegenwoordig?

“Ook daar stelt zich een probleem. Neem YouTube, dat mensen weliswaar een stem geeft, maar kritische video’s over pakweg de islam wel zal ‘demonetizen’, zoals dat heet: je krijgt er geen geld meer voor, terwijl je wel geld krijgt voor elke klik op een video over bloemschikken. Erger nog: bij de aanbevelingen verschijnen die video’s met islamkritiek niet eens, omdat ze zogezegd te polariserend zijn.”

Tot slot: u schrijft dat Oost-Europa gespaard is gebleven van het cultuur­marxisme. Hoe komt dat?

“Het westerse marxisme bevond zich in een democratische, kapitalistische maatschappij, die goed functioneerde: die moest van binnenuit worden bekritiseerd. In Oost-Europa moest het systeem niet worden bekritiseerd, maar gerechtvaardigd. Daarom hoef je in Oost-Europa vandaag niet meer aan te komen met verhaaltjes over het idyllische, communistische wereldbeeld. Daar weten mensen wat het is om onder een totalitair regime te leven. West-Europa is op dat vlak nog veel naïever.”

Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden