Maandag 17/06/2019

10 Waarheden

"Het mooiste wat iemand tegen je kan zeggen: 'Ik hou van u en ik weet begot niet waarom'"

Maud Vanhauwaert. Beeld Karel Duerinckx / Karolien Vanderstappen

Het favoriete boek van schrijfster en tekstperformer Maud Vanhauwaert (31) is Het boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa. Niet toevallig herkent ze zich in de Portugese dichter. "Pessoa probeert door het benoemen van zijn rusteloosheid tijdelijk rust te vinden. Ik denk dat ik dat ook doe."

In De Tien Waarheden stelt Stef Selfslagh een interessante sterveling de vraag: "Wat zijn de tien dingen die je in de loop van je leven hebt geleerd en die je als waarheden durft te verkondigen?" Het resultaat: bruikbare levenswijsheden, niet zelden verpakt in snedige oneliners. Aflevering 13: dichteres Maud Vanhauwaert.

Poëzie, het is en blijft een weerbarstig genre. Van sommige gedichten denk ik: 'Mmm. Mijn hoofd eraf als dit niet de Google Translate-vertaling is van de Hongaarse gebruiksaanwijzing van een grasmachine.' Van andere gedichten denk ik dan weer: 'Wat goed dat iemand de moeite heeft gedaan om de realiteit met een handvol woorden van enige souplesse te voorzien.'

De teksten van Maud Vanhauwaert behoren tot de tweede categorie. Ter illustratrie ruk ik respectloos wat zinnen uit de dichterlijke context van haar bundel Wij zijn evenwijdig: "Wat doen we met zij die niets te vertellen hebben en toch op het feestje zijn / Wat doen we met de vrouw die haar vetrollen toont en zegt: 'Kijk, dit is mijn sloppenwijk' / Wat doen we met de jongen die zijn vuisten gebald houdt, alsof hij voortdurend handremmen dichttrekt / Wat doen we met de vrouw die plots achter mij staat, haar handen over mijn ogen legt, in luxaflex, en zegt: 'Je kent mij van ergens en je mag kiezen van waar"

In de koetjes-en-kalfjesfase van ons gesprek zegt ze dat ze een grote fan is van levensbeschouwelijke citaten. "Er is niks zo troostend als een zin waar je je helemaal in kunt terugvinden, waar je echt in kunt gaan liggen. In 2008 heb ik een voorstelling gemaakt waarin ik een uur lang 365 mooie citaten opsomde. Ik heb me voorgenomen die voorstelling om de tien jaar te hernemen. Al was het maar om te zien welke citaten ik uit mijn collectie haal en welke ik behoud. Het zou fijn zijn, mocht ik in 2048 een volledig nieuwe verzameling citaten hebben. We veranderen voortdurend; ik geloof niet in een vaststaande identiteit."

Ze praat weloverwogen en last soms lange pauzes in waarin ze wacht tot de juiste woorden zich aandienen. Dat heeft zo zijn redenen. "Ik zie dichters als ambassadeurs van zorgvuldigheid. Nauwgezet formuleren is belangrijk, we leven in een communicatiemaatschappij. Veel misverstanden ontstaan door woorden die er net niet in slagen om de essentie te benoemen."

Het decor van ons gespek is de woonkamer van haar appartement in de Antwerpse Jan Van Rijswijcklaan. Er is koffie, er zijn koekjes, er is een poes in zenmodus en er zijn tien waarheden die nauwelijks kunnen wachten om van hun onwrikbaarheid ontdaan te worden.

1. Ons Hoofd Is Rond Zodat Ons Denken Van Richting Kan Veranderen.

(Rainer Maria Rilke, Duits dichter)

"Ik heb het moeilijk met mensen die krampachtig aan hun mening vasthouden. Voor mij is het een sport om de dingen telkens vanuit een ander perspectief te bekijken. Ik ben voortdurend als een windhaantje aan het ronddraaien. (lacht) Mijn beroep laat dat ook toe: ik observeer vanuit de marge. Ik kan me voorstellen dat er jobs zijn waarin standvastigheid belangrijker is.

"Vroeger had ik een onwankelbare opvatting over de liefde: ik kon me niet voorstellen dat je binnen een goeie relatie verliefd kon worden op iemand anders. Maar ik heb moeten vaststellen: op het moment dat je een regel formuleert, word je heel vaak de uitzondering op je eigen regel. (lacht) Amper een week nadat ik mijn relationele waarheid had uitgesproken, werd ik verliefd op iemand anders."

Misschien, zeg ik, was het formuleren van die regel wel een poging om twijfels die al aan het kiemen waren te bezweren? "Precies, ja. Net daarom word ik huiverig als mensen heel stellig iets poneren. Ik vraag me dan af: vanwaar komt die stelligheid? Wat schuilt er achter dat spandoek dat met gebalde vuisten in de lucht gehouden wordt?

"In politieke debatten is het not done om je ongelijk toe te geven. Het gebeurt ook nooit, het wordt aanzien als een zwakte. Maar de politicus die het wél zou doen, zou meteen mijn stem krijgen. Naar iemand durven luisteren, tot het inzicht komen dat die ander wel eens gelijk zou kunnen hebben en dat vervolgens voor de camera's durven toegeven: het zou getuigen van grootmoedigheid.

"Een debat zou niet alleen een moment mogen zijn waarop politici komen declameren wat ze denken. Het zou deel moeten uitmaken van hun politieke ontwikkeling. Debatten horen ontmoetingen te zijn die ideeën vormen en vervormen. Dat zou ze ook voor ons, de toeschouwers, interessanter maken: we zouden kunnen zien hoe politiek gemaakt wordt."

Maud Vanhauwaert. Beeld Karel Duerinckx / Karolien Vanderstappen

2. Wat Je Ook Zegt, Het Omgekeerde Is Bijna Altijd Ook Waar.

(Bertus Aafjes, Nederlands dichter)

"De vader van een vriendin van me werkt voor de N-VA. Hij legde me ooit uit waarom hij Ringland maar niks vindt. Ik kon zijn redenering perfect volgen. Een week later ontmoette ik een man die Ringland actief promoot. Hij vertelde me dus precies het tegenovergestelde. Maar ook zijn verhaal vond ik heel verdedigbaar.

"Ik laat me nogal makkelijk leiden - en wellicht ook misleiden - door goeie verhalen. Als ik langer dan een kwartier met iemand praat, ontstaat er bij mij automatisch begrip. Daarom heb ik het zo moeilijk om stelling in te nemen, over wat dan ook. Het is niet dat ik het niet wil, ik kan het gewoon niet.

"Wellicht bestaat de kunst erin om op zoek te gaan naar synergie. En ik gebruik bewust niet het woord compromis. Compromis heeft een negatieve bijklank: alsof het een slap afkooksel is van twee sterke ingrediënten. Terwijl je met twee sterke ingrediënten ook een waanzinnig gerecht kunt maken. Misschien moeten we niet langer spreken van een politiek compromis, maar van politieke synergie. Van het eerste loopt iedereen weg, van het tweede wordt iedereen blij. We moeten zorgvuldiger formuleren, ik zei het al." (lacht)

Toch is de tragiek van de mens volgens haar dat we niet in staat zijn om te zeggen wat we denken. Dat we er maar niet in slagen om het geluid van onze geest ongefilterd door te geven aan onze spraakorganen. "We denken vanuit onze hersenpan. Maar als we onze gedachten ook willen uitspreken, moeten ze afdalen naar onze mond. In dat traject van vijftien centimeter komt er zo veel ruis op onze gedachten dat onze woorden ze niet langer zuiver vertolken. Die verklaring rammelt biologisch wellicht aan alle kanten, maar zo ervaar ik het. (lacht) Ik vind het soms makkelijker om te schrijven dan om te praten. Schrijven vergroot nog de afstand tussen gedachten en woorden, maar je hebt tenminste de tijd om wat langer bij je woordkeuze stil te staan."

3. Poëzie Komt Pas Als Je Erop Wacht Zonder Nog Te Wachten.

(Herman de Coninck)

"Poëzie komt niet uit de lucht vallen. Ik krijg maar inspiratie als ik aan mijn computer zit en er niet van wegloop. Ik moet mezelf trainen in een actieve vorm van wachten. Het gebeurt soms dat ik vier uur naar mijn scherm zit te staren zonder dat er iets gebeurt. Maar toch is het belangrijk om die uren door te maken. Het is verstilde, maar geen verspilde tijd. Mijn teksten blijken toch altijd mee het resultaat te zijn van die woordloze uren. Ik moet mezelf dus ook durven belonen als ik gewoon bezig ben geweest. En niet enkel als ik de dag afsluit met bruikbaar materiaal.

"Dat citaat van Herman de Coninck is op dit moment nogal aanwezig in mijn leven. Ik ben begonnen aan een prozaïsch verhaal. Misschien wordt het een roman, misschien iets ondefinieerbaars. En ik worstel er ongelooflijk mee. Het schrijven verloopt zo moeizaam dat ik voortdurend op zoek ben naar zinnen die me kunnen troosten. Herken je dat? Ik kan wel wat bevestiging gebruiken." (lacht)

Ik aanvaard onwennig de rol van collega-ervaringsdeskundige en herformuleer wellicht iets te zelfverzekerd wat ze net zelf gezegd heeft: "Je moet niet in een bos gaan wandelen in de hoop dat er plots woorden aan de bomen groeien. Inspiratie komt al schrijvend."

Ze knikt en zegt: "Ik ben nochtans een meester in het bedenken van excuses om niét aan mijn schrijftafel te moeten gaan zitten. Dan denk ik: 'Ik moet nog kattenkorrels halen.' En als ik weer thuis kom, voel ik me prima. Omdat ik het idee heb dat ik iets productiefs heb gedaan. Ik ging naar buiten zonder kattenkorrels en ik kwam terug binnen met een grote zak vol kattenkorrels: dat is een duidelijk resultaat. Ik heb op het einde van de dag niet vaak een zak vol woorden." (lacht)

Maud Vanhauwaert. Beeld Karel Duerinckx / Karolien Vanderstappen

4. Er Is Geen Vrijheid In De Zandwoestijn.

(uit een gedicht van Gerrit Komrij)

"Ken je die zin van Komrij? De volledige strofe luidt: 'Er is geen vrijheid in de zandwoestijn / Al staan er nergens hekken, nergens palen / Het is maar beter - als je vrij wilt zijn - / Om sierlijk door een labyrint te dwalen.'

"Het leven is één groot doolhof waarin we voortdurend verdwalen. Er komt elke dag veel op ons af en daar kunnen we niks aan veranderen. Het enige wat we kunnen doen, is sierlijk door het labyrint dwalen. Je bent pas vrij als je in het doolhof zélf een zekere bewegingsvrijheid vindt. In de lege vlakte daarbuiten valt niks te beleven.

"Vorig jaar voelde ik de behoefte om het leven op een afstand te houden. Om op een haast dwangmatige manier overzicht te creëren. Ik ruimde de hele tijd mijn appartement op, schakelde soms een week lang mijn out of office aan en trok er vaak alleen op uit. Maar het werkte niet: ik voelde me niet vrijer, onthechter of gelukkiger. Het is een illusie om te denken dat je vrijheid ervaart door alles glad te strijken en op te kuisen. Je moet leren om in de maalstroom van het leven wendbaar te zijn."

Ik vraag haar of ze ontvankelijk is voor modieuze bewustzijnsoefeningen als mindfulness en yoga. "Ik sta er een beetje sceptisch tegenover. Uit nieuwsgierigheid heb ik ooit een boek over mindfulness gekocht. Er staat in dat je met een milde aandacht moet toelaten wat er op je afkomt. Dat je de gebeurtenissen van het leven niet mag afblokken, maar ze evenwichtig moet ontvangen en laten passeren. Er zal wel veel waarheid in schuilen, maar soms krijg ik de kriebels van de formuleringen: 'milde aandacht schenken, gedachten laten komen en gaan, het leven evenwichtig aanvaarden ...'

"Als ik mijn gedachten voortdurend zou laten komen en gaan, zou ik niks meer schrijven. Mijn onrust, frustratie en zelfhaat hebben dus een functie. (lacht) Schrijvers zijn zoals dansers: in een tijdelijk onevenwicht zijn we het sierlijkst."

5. Het Leven Kan Alleen Achterwaarts Worden Begrepen, Maar Moet Voorwaarts Worden Geleefd.

(Sören Kierkegaard, Deens filosoof)

"Ik heb de neiging om te kniezen en met terugwerkende kracht te denken: 'Had ik maar zus of had ik maar zo.' Maar dat heeft geen zin. Gedane zaken nemen geen keer.

"Ik neem bruusk beslissingen en spring snel in het diepe. Maar ik kan daarna wel ontzettend lang twijfelen over mijn keuze. Daar wil ik vanaf. Zelfkritiek is nobel, maar het is ook een vorm van egoïsme. Je moet jezelf niet té belangrijk vinden. Waarom zou je je kapot piekeren over iets waar niemand anders van wakker ligt?"

Maud Vanhauwaert. Beeld Karel Duerinckx / Karolien Vanderstappen

6. Witte Jaloezie Is Beter Dan Groene.

"Mijn vriendin komt uit Georgië. Zij leerde me het begrip 'witte jaloezie' kennen: de minder kwaadaardige variant van wat wij groene jaloezie noemen. Als je witte jaloezie voelt, ervaar je wel een zekere afgunst, maar gun je de ander zijn succes en ben je blij in zijn plaats. Dat is het type afgunst waarnaar ik streef.

"In onze cultuur geldt jaloezie als een verfoeilijke emotie: nog erger dan woede, angst of verdriet. Maar zodra je je groene jaloezie kunt omzetten in witte jaloezie, hoef je je er niet langer voor te schamen: er is namelijk niet alleen die afgunst, er is ook die oprechte blijheid om de successen van anderen.

"Het is prachtig dat de taal ons een begrip schenkt dat een herkenbare emotie verwoordt of zelfs kan sturen. Taal democratiseert: op het moment dat je voor een emotie een formulering vindt, wordt die emotie deelbaar en bijgevolg ook minder erg.

"Er zijn zo veel emoties die nog een woord nodig hebben. Als ik een geschenk krijg bijvoorbeeld, schaam ik mij altijd een beetje. Dat heeft te maken, denk ik, met de verwachtingsvolle blik van degene die me het geschenk overhandigt. Je hebt op dat moment een verantwoordelijkheid: je moet het pakje openmaken en - zelfs als je het niet mooi vindt - toch snel iets zeggen waarmee je niemand kwetst. Dat is stressen en die stress slaat om in schaamte.

"Maar als er voor dat gevoel een woord zou bestaan, zou ik kunnen zeggen: 'Ik heb een beetje last van huppeldepup.' En dan zouden mensen tegen mij kunnen zeggen: 'Ocharme, ze lijdt aan huppeldepup. Ga naar de kamer hiernaast en maak daar je pakje maar open.' En vervolgens zou ik pas terugkomen als ik precies wist wat te zeggen." (lacht)

7.Je Moet Je Werk Ernstig Nemen Maar Jezelf Niet.

"Wanneer ik een bundel aan het schrijven ben, geloof ik dat mijn boek de koers van de literatuurgeschiedenis gaat veranderen. En tegelijk weet ik: dat bundeltje wordt ook maar op een grote stapel boeken gegooid. Zelfvertrouwen en zelfrelativering hand in hand laten gaan, is een moeilijke evenwichtsoefening.

"Dat ik niet uitsluitend voor een poëzieminnend publiek optreed, helpt me om te relativeren. Zo stond ik eens voor een klas vol lassers: gasten die achterovergezakt op hun stoel hingen en het woord poëzie met onverholen walging uitspraken. Op zo'n moment besef je: poëzie is niet voor iederéén belangrijk. Zo'n publiek daagt mij uit."

Ongetwijfeld ontmoet ze in het literaire milieu wel eens mensen die zichzelf ernstiger nemen dan in het licht van de eeuwigheid noodzakelijk is, zeg ik. "Schrijvers die ook optreden, staan tegenwoordig nogal in de belangstelling. Er gaat soms meer aandacht naar de schrijver dan naar zijn tekst. Daardoor beginnen sommige schrijvers zich heel nadrukkelijk als schrijvers te gedragen: ze kleden zich zogenaamd artistiek, zetten een bedachtzame blik op, laten ongemakkelijke stiltes vallen om hun gesprekspartner aan het wankelen te brengen ... Ik krijg het ervan. (lacht) Maar ik doorprik het graag. Ik zeg dan: 'Wow, jij bent een échte schrijver. Ik zie dat. Je hebt razend interessante gedachten. Knap.' En daarna zie ik hén ongemakkelijk worden. Terwijl ik hen alleen maar bevestig in wat ze willen uitstralen.

"Maar eerlijk: de meeste schrijvers die ik ken, zijn bijzonder aimabele mensen. Vroeger waren auteurs moeilijk benaderbare iconen in wie men iets sacraals vermoedde. Vandaag zijn ze veel toegankelijker: je kunt hen een Facebook-bericht sturen en hen zelfs gaan aanraken op de boekenbeurs. De mythe rond schrijvers is afgebrokkeld. Misschien maar goed ook."

8. De Geschiedenis Leert Ons Dat We Nooit Iets Uit Geschiedenis Hebben Geleerd.

(Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Duits filosoof)

"Het kwaad lijkt wel een pakketje dat zich voortdurend verplaatst en altijd opnieuw ergens opduikt. Als een donderwolk die je maar niet wegkrijgt. Dat is geen reden om fatalistisch te zijn, maar wel om waakzaam te blijven. Als we de dingen op hun beloop laten, gaat het fout. We mogen niet denken: zolang we onze menselijke intuïtie maar volgen, komt alles goed.

"Ik overweeg om vegetariër te worden. Soms krijg ik te horen: 'Ja maar, het zit toch in de aard van de mens om vlees te eten.' Alsof we nog altijd oermensen zijn die elke dag een stuk vlees van een dier moeten scheuren. Dat is natuurlijk niet zo. Mensen zijn voortdurend in ontwikkeling. En misschien zijn we evolutionair wel op een punt beland waarop we vlees niet langer nodig hebben.

"Ik kan me ook voorstellen dat de menselijke intuïtie afwijzend staat ten opzichte van vluchtelingen. Vanuit een soort angst: wij kennen die mensen niet en dus hoeven we ze ook niet. Maar het is niet omdat we dat voelen dat we ons gedrag erop moeten afstemmen. Onze intuïtie is niet altijd een goeie raadgever.

"Toch heb ik het gevoel dat we verder staan dan de middeleeuwers. Al kan dat ook te maken hebben met het feit dat ik me als levend persoon verheven voel boven de doden. De doden hebben toch een beetje verloren: ze zijn er namelijk niet meer. Zolang je leeft, heb je de illusie dat je aan de winnende hand bent."

Ze vertelt dat ze geconfronteerd met het leed op onze planeet, wel eens moeite heeft om haar werk te rechtvaardigen. Dat ze zich nu en dan afvraagt: waarom zou ik in godsnaam nog een poëziebundel schrijven? Er schiet mij een werk van Panamarenko te binnen dat op zijn tentoonstelling in het Antwerpse Mukha de titel meekreeg Alleen maar voor het plezier en het schoon. Of dat qua rechtvaardiging niet kan volstaan, vraag ik. "Dat is wel mooi, ja. Misschien moet ik die leuze maar stelen." (lacht)

Wanneer ik haar een paar dagen na ons gesprek een foto van de Panamarenko-zin doorstuur, antwoordt ze: "Merci. Ik hang 'm boven mijn mentale bedje."

Maud Vanhauwaert. Beeld Karel Duerinckx / Karolien Vanderstappen

9. Aimez Quoique Et Non Parce Que.

(uit Madame Bovary van Gustave Flaubert)

"Mijn moeder heeft me dit motto aangereikt. Volgens haar staat de gedachte ergens in Madame Bovary van Gustave Flaubert. Ik denk dat er veel waarheid in schuilt: je houdt van iemand niet omdat die persoon bepaalde eigenschappen heeft, maar ondanks die bepaalde eigenschappen. Dat is hét kenmerk van ware liefde.

"Het mooiste wat iemand tegen je kan zeggen, is: 'Ik hou van u en ik weet begot niet waarom.' Als puber maakte ik lijstjes van criteria waaraan mijn toekomstige lief moest beantwoorden. Maar ik ben altijd verliefd geworden op mensen die heel andere eigenschappen hadden. En dat vond ik telkens een goed teken.

"De schoonheid van liefde zit altijd in het onbenoembare. In het grillige. Ik vind het mooi als twee mensen niet volledig met elkaar samenvallen en er frictie onstaat. Als je twee houtstokjes driftig tegen elkaar wrijft, ontstaat er vuur en warmte. Als je twee houtstokjes netjes op elkaar legt, gebeurt er niks."

10. Negerinnentetten Zijn Te Lekker.

"Ik roep God alleen maar in het leven als ik hem kan vervloeken. En bij deze vervloek ik hem omdat hij ervoor heeft gezorgd dat alles wat ongezond is zo lekker is. Waarom vinden we groenten en fruit - die goed voor ons zijn - minder appetijtelijk dan negerinnentetten, die niét goed voor ons zijn? Voor de overleving van de menselijke soort ware het handiger geweest, mocht God dat anders geregeld hebben.

"Negerinnentetten vormen trouwens het beste bewijs dat het niet goed is om je intuïtie te volgen. Als ik mijn instinct zou gehoorzamen, zou ik de hele dag negerinnentetten eten. Maar het zou tot mijn fysieke ondergang leiden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden