Vrijdag 23/08/2019

Interview Huis van Hiele

‘Het is niet gezond om werk en privé te scheiden’: neuropsycholoog Elke Geraerts

Elke Geraerts: ‘Als ik mij wil concentreren, zet ik ‘Take This Waltz’ van Leonard Cohen op. Dat is voor mij het signaal: alle afleiding weg, en gáán!’ Beeld Wouter Van Vooren

We moeten dringend weer leren om te focussen, zegt Elke Geraerts (37). Volgens de succesvolle neuropsycholoog, die bedrijven helpt om burn-outs te voorkomen, verkeren we in een collectieve breincrisis: we laten ons constant afleiden, creativiteit krijgt geen kans meer. ‘Multitasken bestaat niet.’

‘Slimste vrouw van Nederland is een Vlaamse.’ De kop staat in januari 2012 zowel in de Vlaamse als in de Nederlandse kranten. In één klap is de succesvolle neuropsycholoog Elke Geraerts, dan nog academicus, boven en onder de Moerdijk een klinkende naam. “En dat terwijl het om een zoveelste verkiezinkje ging”, rolt ze met haar ogen. “Iemand had me blijkbaar genomineerd, en organiserend vrouwenblad Viva had niet door dat ik geen Nederlandse was.”

Intussen zijn we zeven jaar later en heeft Elke Geraerts in het bedrijfsleven faam verworven als de vrouw die het werkklimaat een aangename draai geeft en burn-outs helpt te vermijden. En is ze bestsellerauteur. Haar eerste boek Mentaal kapitaal is al aan zijn dertiende druk toe, werd in het Engels vertaald en verschijnt binnenkort in het Chinees. Haar jongste boek, Authentieke intelligentie, is net uit en tracht een antwoord te bieden op hoe we kunnen omgaan met die andere AI: artificiële intelligentie.

Ons brein is dus Geraerts’ dada. En dan meer bepaald wat zij onze collectieve breincrisis noemt. Die valt zo samen te vatten: de maatschappij holt sinds de industriële revolutie in zo’n hoog tempo voort, dat onze hersenen al lang niet meer kunnen volgen. Er komen continu zoveel prikkels op ons af, dat je ons brein zou kunnen vergelijken met Times Square in New York: constant flitsend. Dat zorgt voor stress, angst, inefficiëntie en een acuut gebrek aan focus. Allemaal dingen die ons leven op en naast het werk veel moeilijker maken dan nodig is.

BIO

• 37 jaar

• komt uit Lanaken, woont in Kapellen

• doctoreerde op onderdrukte herinneringen aan seksueel misbruik

• werkte aan de universiteiten van Maastricht, Harvard, St Andrews en Rotterdam

• zette in 2013 haar academische carrière stop om samen met Pia Buysse consultancybureau Better Minds at Work op te richten

• haar nieuwe boek Authentieke intelligentie is net uit

• heeft een man en twee dochters

“Op ieder moment dat we ons zouden kunnen vervelen en er creativiteit zou kunnen opborrelen, grijpen we naar een scherm om ons af te leiden. We naderen nu echt een kantelpunt. Als we willen vermijden dat we automatische piloten worden die enkel nog gestuurd worden door prikkels, moeten we ons brein dringend weer ruimte geven.”

Hoe we dat moeten doen, daarover geeft Geraerts lezingen voor afgeladen zalen. Ook bedrijven in binnen- en buitenland zoals Barco, Bayer en Nestlé halen haar binnen voor workshops, en zelfs in Dubai zijn ze geïnteresseerd in wat de neuropsycholoog te vertellen heeft.

En, wat is het wondermiddel?

“De kern is dat we opnieuw moeten leren te focussen. Daarvoor kunnen we veel van topsporters leren. Kijk eens naar Rafael Nadal. Hij heeft twee drinkbussen en hij zal die tijdens een match altijd op precies dezelfde manier neerzetten. Dat is geen bijgeloof of een neurotische tic. Nadal creëert zo een orde die hij ook in zijn hoofd zoekt, zegt hij. ‘Zodra die flessen goed staan, sta ik op en ben ik er klaar voor.’ Dat is een aandachtsritueel: door die flessen recht te zetten, weet zijn brein: de pauze is voorbij, tijd voor actie.”

Is dat echt zo simpel?

“Ik doe dat met ‘Take This Waltz’ van Leonard Cohen. Zet ik dat nummer op, dan sluit mijn cursor bijna vanzelf de pagina’s op mijn computer die voor afleiding zouden kunnen zorgen. Voor mij is dat het signaal: gáán!”

Dat klinkt als pavlov.

“Dat is het ook helemaal. Je kunt eender wat uitkiezen als ritueel, zolang je het alleen maar doet wanneer je wilt focussen. De bel bij de hond van Pavlov was ook uniek gelinkt met eten. Drink dus geen kopje koffie als ‘aandachtsritueel’, wanneer je ook graag op gezellige momenten koffie drinkt. Voor mijn part tik je drie keer op tafel, of open je, zoals een klant van mij, een blikje frisdrank. Hij drinkt er niet eens van: gewoon die ‘pssssjjjt’ horen is voor hem voldoende om in de zone te raken. Ik zet ‘Take This Waltz’ alleen maar op als ik mij moet concentreren. Train dat enkele maanden en je zult zien hoe goed het werkt.”

Zijn er zo nog tips om ons brein te trainen?

“Organiseer je dag beter. Begin de dag niet met je mailbox uit te pluizen als je weet dat je ’s ochtends het meest gefocust bent. Om mails te beantwoorden moet je niet op je scherpst zijn. Organiseer een brainstormsessie wanneer iedereen al wat moe is: dan pas komt creativiteit naar boven.

“Een hele belangrijke om controle te houden over je brein is dan weer de metaforische glazen lift. Het kan zo’n deugd doen om daar in te stappen, naar beneden te kijken en te denken: wat ben ik nu precies aan het doen? Waarom ben ik hier zoveel energie aan het verliezen?

“Een klassieker is de kassa in de supermarkt: je bent gehaast, er staat een oude man voor je die een praatje wil maken en de kassierster is uiteraard zoals altijd de traagste van alle rijen. Het perfecte recept om compleet opgefokt en slechtgezind naar huis te gaan. Maar je kunt ook in je glazen lift stappen, bedenken dat het statistisch onmogelijk is dat je altijd de traagste kassa hebt en dat jij misschien het enige echte contact bent dat die oude man vandaag heeft. Zodra je dat beseft, ga je veel rustiger die supermarkt buiten.”

‘Proberen te multitasken kost ons 40 procent productiviteit. Telkens als je afgeleid bent, duurt het tot 25 minuten om je focus terug te vinden.’ Beeld Wouter Van Vooren

Wat een stressvrij leven moet u leiden!

“Het lukt mij ook niet altijd, hoor. Maar ik ben wel redelijk resistent tegen stress. En ik neem ook steeds vaker mijn glazen lift. Het bevalt me daar wel.” (lacht)

Amper tweeënhalf jaar kostte het Geraerts om haar doctoraat over verdrongen herinneringen aan seksueel misbruik af te ronden. Daarop volgden aanstellingen aan het prestigieuze Harvard en het Schotse St Andrews – ja, daar waar Kate en William elkaar leerden kennen. Vervolgens richtte ze een onderzoekslab op aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam. Geraerts was toen nog steeds maar 30 en helemaal klaar om die steile academische carrière verder te laten bloeien.

Maar in 2012 mag ze als enige Belgische vrouw naast koningin Mathilde naar het World Economic Forum in Davos, waar de machtigsten der aarde elkaar ontmoeten. Ze leert er graaf en topmanager Paul Buysse kennen. Een man die ze nooit zomaar had durven aanspreken. “Een vriend van mij kende zijn zoon. Hij zei: ‘Díé man moet je leren kennen, ik regel dat wel.’ Daar zaten we dan, in zo’n kotje van twee meter op twee, en dan spreekt Paul Buysse de gevleugelde woorden: ‘Wanneer ga jij eens iets zinvols met je leven doen, mijn kind?’”

Ze lacht gul wanneer ze het vertelt. “Ik dacht dat ik dat al dééd.” Maar Buysse plant een zaadje: misschien is de impact die ze aan de universiteit heeft op de maatschappij toch wat klein? In 2013 zegt Geraerts haar academische carrière vaarwel en start ze met Pia Buysse, dochter van, consultancybedrijf Better Minds at Work op. Hun eerste focus: werknemers proberen te behoeden voor een burn-out.

Voor eens en voor altijd: is de burn-out een modeverschijnsel, zoals critici graag beweren?

“Burn-outs hebben altijd bestaan, alleen noemden we dat zo niet. Als er vroeger bij mijn oma in het dorp iemand stierf, was dat ook altijd van ouderdom. Nu zeggen we: hij had die kanker en had daar en daar uitzaaiingen. We plakken er labels op, daardoor lijkt het nieuw.”

Maar het komt wel vaker voor?

“Ja, dat zeker. Al die oppervlakkige prikkels waaraan we vandaag blootgesteld worden, zijn een grote boosdoener. We hebben de neiging om op alles in te gaan, maar we komen nog maar zelden tot de essentie van ons zijn. Abstract denken, verbeelding hebben, empathisch zijn: dat is wat computers nooit zullen kunnen.

“Het grootste misverstand is dat een burn-out iets is wat luie mensen overkomt. Terwijl het juist gaat om mensen die extreem gedreven zijn, zozeer dat ze ondanks alle alarmsignalen van hun lichaam blijven doorgaan. En dan krijgen ze op een dag black-outs, hebben ze geen zelfvertrouwen meer, kunnen ze letterlijk niet meer opstaan. Helaas is er inderdaad altijd een zeer kleine groep die misbruik maakt. Kwalijk, want daardoor gaat de bevolking hen als representatief zien voor mensen met een burn-out.”

U leeft in een hoog tempo. Bent u zelf nooit bang geweest voor een burn-out?

“Nee, omdat ik voldoende snel de signalen ontwaar. Ik weet perfect wanneer ik in overdrive aan het gaan ben. Dan koop ik alleen nog maar traiteursmaaltijden in de supermarkt, omdat ik niet meer de cognitie heb om ingrediënten te selecteren, dan slaap ik slecht, dan voel ik dat mijn hart sneller bonkt, dat er chaos heerst in mijn hoofd en dat ik als een oma ga rijden. Normaal rij ik sportief, maar dan tref je me plots met 110 per uur op het middenvak aan. Als ik dat merk, ga ik ook figuurlijk gas terugnemen.

“Ik zeg tegenwoordig sowieso heel vaak neen, ook in mijn sociaal leven. Als ik merk dat ik liever thuis wil zijn bij mijn kinderen dan op restaurant met mensen die ik eigenlijk even niet wil zien, dan blijf ik thuis.”

U legt in uw boeken heel veel verantwoordelijkheid bij het individu. Creëert dat geen schuldgevoel voor wie er toch aan onderdoor gaat?

“Nee, want ik vind ons mentale welzijn net zozeer de verantwoordelijkheid van bedrijven. Iedereen pompt zijn mensen in landschapskantoren waar focus onmogelijk is. Vaak is een organisatie ook nog gestoeld op wetenschap van de vorige eeuw: superhiërarchisch en nog niet mee met medewerkers die op hun talenten willen inzetten en levenslang willen leren.”

‘Ik weet het perfect als ik zelf in overdrive aan het gaan ben: dan koop ik alleen nog traiteursmaaltijden, dan slaap ik slecht en dan rijd ik als een oma.’ Beeld Wouter Van Vooren

Is de werkdruk eigenlijk toegenomen?

“Dat denk ik niet. Het is volgens mij eerder de inefficiëntie waarmee je je werk doet die is gegroeid. We zetten ons ’s ochtends aan het werk, maar plopt er een mail binnen, dan klikken we er meteen op. Komt er een collega langs, dan slaan we een praatje. Intussen surfen we nog even rond op internet. Dat gaat natuurlijk niet vooruit. Je kunt geen olifant temmen, wanneer je tegelijkertijd ook alle voorbijhuppelende konijnen probeert te vangen.

“Het is toch te gek voor woorden? Aandacht is het nieuwe IQ in onze kenniseconomie. Maar we leggen onze aandacht wel op een schoteltje te grabbel voor ieder die het maar wil pakken.”

U gelooft niet in multitasken?

“Totaal niet. Het bestaat ook niet. We denken allemaal dat we meteen schakelen van het ene taakje naar het andere, maar dat is niet zo. Je brein is nog steeds bezig met die vorige taak, waardoor je aandacht een stuk minder is. Proberen te multitasken kost ons 40 procent productiviteit. Telkens als je afgeleid bent, duurt het tot 25 minuten om je focus terug te vinden.”

De digitalisering is niet alleen een uitdaging voor ons brein, we ervaren het ook als een bedreiging.

“Daar gaat mijn nieuwe boek, Authentieke intelligentie, over. Ik merk een grote angst op de werkvloer. Mensen zijn bang dat hun functie gaat verdwijnen. Arbeiders vrezen vervangen te worden door robots, boekhouders door computerprogramma’s. Ze worden cynisch, krijgen burn-outklachten. Dus ik dacht: daar moet ik iets mee.

“Ik ben me dan in het onderwerp gaan verdiepen, en wat blijkt? Er gaan wel jobs verdwijnen, maar er komen ook tal van nieuwe functies op ons af waarvan we het bestaan nog niet vermoeden. Er zullen uiteraard programmeurs nodig zijn om de digitalisering te begeleiden. Marketeers die het verschil moeten maken voor al die onpersoonlijke onlineproducten. Wie weet zelfs gastheren en -vrouwen voor in supermarkten. De job van kassier zal wellicht verdwijnen, maar we gaan behoefte blijven hebben aan menselijk contact.”

Maar zullen we straks niet allemaal sprekende robots in huis hebben?

“Het zal wellicht inderdaad niet lang meer duren voor de Alexa’s en Google Homes hun intrede doen in onze huizen. Makkelijk zat dat zij dan de boodschappen kunnen bestellen en dat die voor onze deur geleverd worden. Maar we onderschatten hoe belangrijk het menselijke aspect is voor de consument. Het is de basis voor vertrouwen.”

Bedoelt u dat we eigenlijk helemaal niet zo tuk zijn op innovatie?

“Nee hoor, dat zijn we wel. Maar zo gaat het steeds met innovatie: hoeveel die ons ook brengt, er zal altijd een tegenreactie zijn.”

De fascinatie van Geraerts voor hoe ons brein ons gedrag bepaalt, begon toen haar oma dement werd. “Maar ik besefte al snel dat ik dementie niet uit de wereld zou kunnen helpen.” Even dacht de jonge Geraerts architect te worden, maar een studiebegeleidster prikte ook die droom door met één welgemikte vraag: ‘Was jij goed in wiskunde?’

Maar zo gaat dat dan in het leven: de ene deur sluit zich en de andere gaat open. “Een paar dagen later gaf ik een feestje voor mijn achttiende verjaardag. Een studiegenoot gaf me zijn dagboek cadeau. Daarin stonden in detail zijn suïcidale gedachten beschreven. Ik heb dezelfde nacht nog een brief teruggeschreven. De zomer stond toen in het teken van één ding: hem er weer bovenop krijgen. Dat is gelukt. Dus dacht ik: als ik iemand ervan kan weerhouden om zelfmoord te plegen, dan moet ik misschien maar psycholoog worden.”

‘Calimero’s noem ik die negatieve mensen. Ze komen ’s ochtends aan met de instelling: wat kan ik vandaag allemaal eens afkraken? Ze zijn besmettelijk.’ Beeld Wouter Van Vooren

De keuze viel op Maastricht, geheel tegen de stroom in van naar Diepenbeek en Leuven verkassende klasgenoten. Daar ontpopt ze zich doelbewust als een übervlijtige student. Elke Geraerts wilde excelleren en daar had ze een hele goede reden voor. “Ik was in Lanaken altijd een grijze muis. Heel verlegen. Populair ben ik nooit geweest, ik werd in de lagere school zelfs gepest als die lange bonenstaak. Achteraf bekeken vielen die pesterijen wel mee, maar toen tekende me dat. In Maastricht heb ik beslist: dit wil ik niet meer. Ik wil impact hebben, boven het maaiveld uitsteken. En dus ben ik keihard gaan studeren.”

Een bijkomende motivator: Geraerts’ ouders waren zelf helemaal niet zo ambitieus. “Mijn moeder was huisvrouw, mijn vader leraar. Mijn ouders hebben heel doelbewust voor dat leven gekozen. Een comfortabele job, met net genoeg financiële armslag om één kind groot te brengen en daarnaast te doen wat ze graag deden: reizen, voornamelijk. Want dat deden we dan wel: we waren de eersten van het dorp die naar Amerika trokken. Mijn ouders vonden het belangrijk om de wereld te zien.

“Die eerste keer in Sri Lanka: ik was in shock. Daklozen en bedelaars, dat had ik in Lanaken natuurlijk nog nooit gezien.”

Misschien is uw tegenreactie wat extreem geweest. U gelooft helemaal niet in de werk-privébalans.

“Ik geloof gewoon niet dat je werk en privé echt gescheiden kunt houden, zeker niet met de communicatiemiddelen van vandaag. We kijken er ook veel te eenzijdig naar. We vergeten al te snel dat het in twee richtingen werkt. Je bent als werknemer thuis niet bereikbaar, maar op je werk bestel je wel af en toe een pakje bij Zalando. En wie whatsappt er overdag nooit eens met zijn vrienden? We zien gewoon makkelijker de invloed van ons werk doorsijpelen op ons privéleven, dan andersom.

“Ik denk ook dat het niet gezond is om werk en privé te scheiden. Volgens mij zou het ons veel minder stress opleveren als we de twee meer zouden integreren. Zoveel mensen gedragen zich anders op het werk dan thuis. Die wisselen van petje. Maar dat kost toch geweldig veel energie?”

Er zijn mensen die het een prettig idee vinden dat op het werk niemand weet hoe hun kinderen heten of waar ze op vakantie gaan.

“Dat is doodzonde, want dat maakt toch integraal deel uit van wie je bent? Als je telkens van petje verandert, kent bovendien niemand jou volledig. Je werk is een van je voornaamste dagbestedingen, waarom het dan niet leuker maken?”

Dat is makkelijk gezegd voor wie zijn werk als een onderdeel van zijn identiteit ziet, maar soms is werk ook gewoon niet meer dan een middel om geld te verdienen, iets wat iedere dag best zo snel mogelijk gedaan is zodat de dag echt kan beginnen.

“En dan nog kun je dat aangenaam maken. Ik loop vaak mee in bedrijven en een tijdje geleden was ik bij een auto-assemblagebedrijf. Het verschil in sfeer tussen de teams daar was frappant. In het ene werd constant gegrapt en gegrold, die organiseerden een ‘beste mop van de dag’-wedstrijd, scorebord incluis. In het andere team gunde de leidinggevende mij geen blik en zei een van de arbeiders meteen: ‘Ik háát het hier, het kot mag van mij afbranden.’ De andere zeven stonden daar ook allemaal met een gezicht tot op de grond.

“Ik kreeg daar instant buikpijn van. Ik snap best dat vijzen indraaien niet de meest inspirerende manier is om je dag door te brengen, maar die twee teams zijn het beste bewijs dat je het wel aangenaam kunt maken. En ik denk dat de kans veel groter is dat dat lukt wanneer je je eigen persoonlijkheid meeneemt naar het werk.

“Calimero’s noem ik die negatieve mensen. Ze komen ’s ochtends aan met de instelling: wat kan ik vandaag allemaal eens afkraken? Ze zijn besmettelijk. Ik liep vandaag bij een klant nog achter twee werknemers en hoorde hoe ze aan het roddelen waren en iedereen door de mangel haalden. Dan denk ik: hoe bestáát het, zoveel negativiteit? En waarom? Om nog slechter gezind toe te komen in je volgende vergadering?”

‘Ik was vroeger verlegen en werd gepest: lange bonenstaak! Op mijn 18de zei ik tegen mezelf: dit niet meer. Ik wil boven het maaiveld uitsteken.’ Beeld Wouter Van Vooren

Hoe vermijd je omgekeerd dat je werk je hele leven overneemt?

“Door heel duidelijke grenzen te stellen. Wanneer ik na mijn werk thuiskom, is het eerste anderhalf uur heilig. Dan mag bellen wie wil, ik neem niet op. Dat is het moment dat ik met mijn kinderen heb voordat ze gaan slapen, dat is het moment dat ik hen zie opgroeien. Dan ga ik toch niet met dat apparaat in mijn hand zitten?

“In het weekend zal ik ook zelden mijn laptop openen. Ik heb dat moeten leren, hoor. In het begin dat ik kinderen had, had ik nog de illusie dat zij wel in hun wieg zouden blijven liggen of het prima zouden vinden dat ik zeg: kijk maar even tv, terwijl ik nog even achter mijn computer kroop. Maar ik had al snel door: nu doe ik mijn werk slecht en ben ik een slechte moeder.

“Het is ook een kwestie van opvoeden. Ik krijg steeds minder telefoons tijdens mijn heilige uurtjes, mensen weten intussen dat ik dan niet bereikbaar ben.”

Nochtans: volgens uw man kunt u heel moeilijk de knop afzetten.

(lacht) “Oké, als de kinderen in bed liggen, begin ik inderdaad wel eens opnieuw te werken. Maar zolang je daar geen stress van krijgt en je niet het gevoel hebt dat het móét, lijkt me dat ook geen probleem.”

Sommigen zien in de vierdaagse werkweek de heilige graal om ons werk leefbaar te houden. Is dat wat?

“Voor een aantal mensen kan dat een oplossing zijn. Maar onafhankelijk van hoeveel je werkt, de essentie is wel dat je op je werk dezelfde persoon bent als thuis. Je gaat niet sneller een balans vinden in je leven wanneer je vier dagen in de week een ander petje opzet in plaats van vijf.

“Het is ook een illusie dat je minder stress zou hebben wanneer je maar vier vijfde werkt. Want wat gebeurt er dan? Mensen gaan het werk van vijf dagen in die vier dagen proppen. We zitten zo in elkaar: mensen nemen altijd meer verantwoordelijkheid op en zijn heel slecht in het aangeven van hun grenzen. Vervolgens krijgen ze het werk niet af in die vier dagen en zien ze zich genoodzaakt om dat op hun vrije dag in te halen. Dat zet dus geen zoden aan de dijk.”

Krijgt u het makkelijk uitgelegd aan uw klanten, dat werknemers het recht hebben om na hun uren de knop uit te zetten?

“Vijf jaar geleden was het moeilijker. Toen was burn-out ook nog veel meer een taboe.”

Toen vonden CEO’s u nog een zweefteef?

(grijnst) “Juist. Dat is nu wel aan het veranderen. We brengen een heel evidence based rationeel verhaal dat iedere manager aanspreekt. We zijn geen geitenwollensokkenbedrijf, we hebben een corporate-verhaal, dat voldoende ingeleefd is in medewerker en bedrijf en genoeg praktische handvatten aanreikt. Wat zou je daar op tegen kunnen hebben?

“Het hangt wel een beetje van de sector af. Vorige week zei een arts in opleiding me nog: ‘Ik werk efficiënt en ben dan vaak om halfvijf klaar. Maar de specialisten zijn meestal niet voor zeven uur buiten.’ Dus als die arts om halfvijf vertrekt, krijgt hij de opmerking: ‘Ah, ga je lunchen?’ Hard werken staat nog te vaak synoniem met lang werken. Ik zou liever werknemers hebben die om vijf uur naar huis gaan en in de flow gezeten hebben, dan werknemers die uren langer gewerkt hebben, maar lang niet zo productief zijn geweest.

In het Huis van Hiele in Koksijde. ‘Ik weet dat ik tegenwoordig vaak weggezet word als de beredeneerde zakenvouw. Ik zie nochtans sommige anderen projecten aannemen die veel minder ethisch zijn.’ Beeld Wouter Van Vooren

“Bij advocatenkantoren is het ook heel moeilijk. Die partners zeggen letterlijk: ‘Ik heb altijd tachtig uur per week moeten werken om hier te raken. Ik heb mijn kinderen nooit gezien. En die jongeren vinden nu dat het vanzelf zou moeten gaan?’

“Een kantoor heeft ons ooit gevraagd: ‘Leer hen dat ook zij zoveel moeten opofferen, dat dat erbij hoort.’ Pia was toen onmiddellijk zeer rabiaat: die opdracht nemen we niet aan. Ik vond dat niet zo’n makkelijke beslissing, want we waren nog maar net begonnen met Better Minds at Work en het was best een groot advocatenkantoor.

“Maar het was wel de juiste beslissing: een paar jaar later is dat bedrijf bij ons teruggekomen en mochten we wel ons ding doen. Ze merkten namelijk dat hun werknemers het niet meer trokken en stuk voor stuk vertrokken. Dus zelfs de diehard sectoren zien stilaan het licht.”

Veel mensen zijn vandaag bezig met mentaal welzijn, waarom springt u eruit?

“Ik denk dat mijn expertise erin zit dat ik zowel academische inzichten als praktijkervaring kan omzetten in heel simpele dingen. Maar daarnaast ben ik ook altijd goed geweest in aanvoelen wat de volgende stap moest worden. Zo is mijn boek Authentieke intelligentie er ook gekomen: ik voel de maatschappelijke thermometer bewegen. Over anderhalf of twee jaar zullen onze concullega’s vast ook programma’s aanbieden om in bedrijven werknemers te wapenen tegen de oprukkende digitalisering. Burn-outpreventie doen we ook nog, maar voor mij is dat nu al iets van vier jaar geleden.”

U klinkt als een echte marketeer. Misschien is dat uw kracht: u weet zichzelf gewoon beter te verkopen?

“Maar dan vergeet je dat iets verkopen niet mijn missie is. Die kleine Elke is destijds geen psychologie gaan studeren om euro’s te verdienen. Ik wilde mensen helpen en dat is vandaag nog zo. We hebben bijvoorbeeld net een vzw opgericht: Better Minds at School. Die vzw moet al onze kennis gaan delen met leerkrachten, leerlingen en hun ouders. Binnenkort starten we met een tour die start in Lanaken. Ik verdien daar niets mee.

“Als ik zo commercieel ingesteld was, zouden we nu ook geen aanbesteding hebben lopen bij de Vlaamse overheid om ambtenaren te versterken in hun veerkracht. We worden daar uiteraard niet royaal voor betaald. Maar het past wel in onze missie: een positieve impact hebben op de maatschappij. Waarom doen vele andere consultancy-bedrijven dat niet? Omdat het te weinig opbrengt. Maar wij staan er dan wel.”

Het is natuurlijk ook mooie reclame.

(zucht) “Ik weet dat ik tegenwoordig vaak weggezet word als de beredeneerde zakenvouw. Ik zie nochtans sommige anderen projecten aannemen die veel minder ethisch zijn.”

Het is niet verwonderlijk dat u jaloezie opwekt. U hebt al een opmerkelijk parcours afgelegd. Hoge bomen vangen veel wind.

“Dat heb ik in de academische wereld inderdaad aan den lijve mogen ervaren. Ik ben op veel te jonge leeftijd een hoge boom geworden. Met het verkeerde geslacht, bovendien. Als jonge wetenschapster kreeg ik veel mediabelangstelling en het gebeurde wel eens dat collega’s dat afdeden als ‘populariseren’, terwijl ik het zag als valorisatie van mijn onderzoek. Je wordt als wetenschapper betaald met belastingcenten dus vond ik het logisch om onze onderzoeksresultaten op een eenvoudige manier te delen met het algemene publiek.

“Ook het onderwerp dat ik indertijd uitgebreid bestudeerde – de impact van seksueel kindermisbruik – kende in de wetenschappelijke wereld echt gepolariseerde kampen en dito meningen. Ik heb stormen getrotseerd, nooit dacht ik er ook maar aan om te vluchten. Pas wanneer de wind ging liggen en de hemel helder was, en ik vooruitkeek naar mijn toekomstige carrière, ben ik naar mijn bazin gestapt om mijn ontslag te geven en een nieuwe fase te starten.”

Griet Op de Beeck getuigde enkele jaren geleden dat ze als kind seksueel misbruikt was door haar vader. De herinneringen daaraan had ze verdrongen en waren pas onlangs naar boven gekomen, onder meer dankzij een therapeut. Het kwam haar op veel kritiek te staan. Hoe hebt u daarnaar gekeken?

“Kritisch. Mijn onderzoek toonde namelijk aan dat herinneringen die spontaan worden hervonden als een aha-erlebnis, eerder gestoeld zijn op de waarheid. Maar wanneer die herinneringen stelselmatig opborrelen met hulp van een therapeut, bleken ze veel vaker fictief te zijn. De discrepantie was echt aanzienlijk.”

Hoe kun je zoiets testen?

“We hebben verschillende groepen mannen en vrouwen die misbruikt waren aan allerlei geheugentests onderworpen. Mensen die zich hun misbruik herinnerden door suggestie in therapie, bleken bij geheugentests met suggestieve vragen veel sneller in de val van valse herinneringen te lopen dan wie een aha-erlebnis had. Blinde beoordelaars, die niet wisten wie tot welke groep behoorde, zijn dan voor iedere proefpersoon bewijs gaan zoeken van het misbruik. Zij kwamen tot dezelfde constatering.

“Een heel boeiende tijd was dat. Ik heb honderden slachtoffers van misbruik gesproken, uren aan een stuk. Nog steeds als ik door Nederlands Limburg rij en wegwijzers zie naar sommige plaatsjes, zie ik de proefpersonen voor mij. Die woonde daar en heeft dat meegemaakt. Het heeft veel indruk op me gemaakt.”

De avond loopt op zijn einde. Het is al na middernacht wanneer Geraerts afscheid neemt van chef Willem Hiele. We zijn niet de laatsten, zowel binnen als in de tuin genieten nog gasten na. Hallucinante werkdagen zijn het, bevestigt Hiele, die weet dat de volgende dagshift over enkele uren alweer begint. Het weerhoudt hem er niet van om meteen daarna geestdriftig nieuwe plannen om ook brunches te organiseren uit de doeken te doen. Geraerts vindt het allemaal fantastisch klinken. “Maar”, waarschuwt ze hem, “toch ook maar oppassen dat je niet tegen de muur knalt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden