Donderdag 25/04/2019

Lust & Liefde

“Het is een soort breinseks: hij vraagt hoe het op mijn werk gaat, geeft me advies”

Beeld Thinkstock

Niemand kent hen, in het koffiehuis. Daar ziet Yvonne (51) hem elke week, twee uur lang. Nooit loopt het uit de hand. Altijd zijn ze bij hun volle verstand. Al zou zij heel stiekem ook graag zijn vrouw leren kennen.

“Meestal spreken we af op het verloren tijdstip van precies acht uur ’s morgens, zodat onze ontmoetingen niet ten koste gaan van andere activiteiten. Om niet te laat te komen, moet ik om zeven minuten voor acht op de fiets zitten, maar vaak lukt dat niet en wordt het vijf voor acht, zodat hij er al is als ik binnenkom. Hij zit met een zware hoornen leesbril gebogen over een krant, maakt in de lucht een groetend gebaar dat de dierbare herhaling van onze ontmoetingen moet relativeren, soms grapt hij iets. Dan staat hij op om me te omhelzen. 

“Zo staan we even tegen elkaar en voelen zonder tasten elkaars lichaam. We delen een kus en bestellen onze eerste cappuccino. De komende twee uur, de tijd dat we hier tegenover elkaar zitten, in altijd hetzelfde driehoekige nisje in altijd hetzelfde koffiehuis waar het personeel elke week lijkt te worden vervangen door weer andere meisjes en jongens, drinken we elk drie cappuccino’s. Het vroege uur maakt het veilig, er is geen drank die ons loslippiger of flirtiger maakt dan goed voor ons is. Er is geen vaste dag waarop we elkaar zien, waaraan we zouden kunnen hechten. Ieder weekend sms’t een van ons de ander en maken we een afspraak voor een van de dagen erop. Het is een vast en tegelijk los patroon dat al vijf jaar bestaat en waarvan ik bijna zeker weet dat het nooit zal ophouden. En als het verandert, denk ik weleens, kan het alleen ten goede veranderen. Onder onze ochtendlijke gesprekken stroomt iets wat je voorzichtig verwachting zou kunnen noemen. De onuitgesproken hoop dat deze ontmoetingen ooit zullen uitgroeien tot een verhouding waarin we elkaar vaker kunnen zien.

“Als we weer zitten, begint hij als antwoord op mijn vraag over zijn bedrijf te vertellen en vraagt mij hoe het met mijn werk gaat. Hij helpt me bij allerlei perikelen, geeft me adviezen waar ik veel aan heb. Het is een soort breinseks die er dan plaatsvindt. Hoe je met enkel woorden en snelle gedachten op een vroege doordeweekse ochtend, ik soms gekleed in sportkleren ­zonder make-up, tot inzichten kunt komen die je in je eentje nooit had gekregen, is extreem erotiserend. Onze breinen copuleren en maken het goed voor onze lichamen, al is er tijdens die twee uur ook altijd een moment dat we het even over ‘ons’ hebben. Dan kijken we elkaar aan en slaken een diepe zucht en zeggen: ‘Ik vind je leuk en ik hou van je.’

“Zijn vrouw weet van onze koffieafspraken, maar heeft geen bezwaar. Hij heeft naar ­waarheid verteld dat er niks tussen ons gebeurt. Afgezien van die ene zucht, het even vasthouden van elkaars handen, de omhelzing bij de ontmoeting en het afscheid staan we ons geen al te grote vrijheden toe. Heel af en toe rolt er een traan, maar eigenlijk is het alsof het al jaren stilstaat tussen ons. En toch is er een verschuiving gaande. Vorige week belde hij ineens op een avond: ‘Ik ben vrij, zal ik naar je toe komen?’

“Bij mij thuis viel het daglicht anders op zijn gezicht dan ik gewend was en we spraken over andere dingen. Mijn schoonmaker had me ­aangeraden een kapje op mijn schoorsteen te zetten, dan trok de kachel beter en ik vertelde mijn koffieliefde hoe ik hartstochtelijk verlangde naar een man voor dag en nacht, iemand die voor me op ladders klimt en kapjes op ­schoorstenen monteert. De tranen schoten hem in de ogen, we kusten en ik dacht voor de zoveelste keer, wat een idioot verzinsel is het toch om romantische liefde en seks altijd met exclusiviteit te verbinden. Alsof hij mij minder heeft als ik met anderen date. Alsof zijn vrouw iets minder zou krijgen als hij ook met mij zou vrijen. Ik denk weleens, ik zou haar beter willen leren kennen. Misschien kunnen we met zijn drieën meer voor elkaar betekenen. Want als hij plots met zijn koffer voor mijn deur zou staan, zou ik me misschien dood schrikken. In veel opzichten is deze liefde ideaal: de intensiteit is enorm, ik weet dat er van me gehouden wordt en toch kan ik mijn gang gaan.

“Mijn leven is een grote golfbeweging van drama, geluk, drama, geluk, dat zal nooit veranderen. Het gekke is: als je naar kunst kijkt of in een bioscoop zit, geniet je juist van zo’n drama, van de hoogte- en dieptepunten in het leven van de personages, terwijl je in je eigen leven geneigd bent op veiligheid te mikken. Verdrietig word je hoe dan ook, van pijn blijft niemand gespaard. Ik zou vaker van op afstand naar mezelf willen kijken. Uitzoomen en lachen om die vrouw die daar elke week met die man zit, zonder dat hij ooit de hare zal zijn. Die ze niet eens de hare zou willen noemen; liever zou ik hem vrijelijk en nieuwsgierig delen met zijn vrouw en die verbondenheid die er tussen ons bestaat willen uitbreiden naar ons drieën.

“Vanaf de plek in het café waar ik meestal zit, zie ik de wandklok in de spiegel. Als het tijd is, zegt een van ons: ‘Ik moet gaan.’ Gisteren had ik om 10 uur een belangrijk telefoontje en liep ik al telefonerend de zaak uit. Hij betaalde, maar eerst omhelsden we elkaar, iets steviger en langduriger dan twee uur eerder. Met zijn handen trok hij zoals altijd mijn T-shirtje omhoog en voelde mijn huid. Niemand die acht op ons sloeg, niemand die ons kende of dag zei. Zo hebben we het graag, dat anonieme maakt het nog unieker. Eenmaal buiten was ik blij, wat was het weer heerlijk. Tot over een week. Verlangen is zoveel beter dan geluk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.