Maandag 11/11/2019

Kust

Het hoogste flatgebouw van West-Vlaanderen laat niemand koud

Beeld Karel Duerinckx

Liefde en haat liggen dicht bij elkaar. Zeker als het over het Europacentrum, het hoogste gebouw in Oostende, gaat. Er is veel over te zeggen, maar koud laat hij niemand. Bewoonster Sybille, die wordt er alleen maar warm van.

De wolkjes die rond zijn body hangen, geven hem zijn mythische karakter. Samen met de gecontesteerde meningen die iedereen over hem heeft. Het Europacentrum. In de volksmond beter bekend als de Don Jaime-toren. Verwijzend naar het vergeelde spandoek van het cavamerk dat aan de 35ste verdieping wappert. Van kilometers ver doemt hij voor je op; aan de voet is er geen spoor meer van te bekennen. Een bevreemdend gevoel. En een voorbode voor wat komen zal. Zijn lift reist met een snelheid van een verdieping per seconde. Tweeëndertig seconden verder woont Sybille Helaers (55). Honderd meter hoger dan de zeespiegel. Twee jaar intussen. Maar hier gaat ze nooit meer weg.

Er hangt een bordje ‘Tout commence avec un rêve’. En dat was het ook voor Sybille. “Ik ben de dochter van een Franse papa en een Belgische mama. Geen van de twee was afkomstig van de kust. Toen we in Nederland woonden en een boot kochten, was het die boot die me naar Oostende bracht. En het Europagebouw die ons richting gaf. Hij was het kompas en het doel. Dan droomde ik. Over dat zicht. Eigenlijk heb ik altijd geweten dat ik hier wilde wonen.”

Vijf jaar heeft ze uiteindelijk gejaagd op een appartement in de toren. Eentje vanaf de twintigste verdieping. “Pas vanaf die hoogte is het zicht fenomenaal. Maar makkelijk was het niet. Deze appartementen worden niet meer verkocht. Die blijven in de familie. De nieuwe vrouw van de man die mij dit appartement verkocht, wilde een huis met een tuin. Ze heeft zijn hart gebroken. Door hem 32 verdiepingen naar beneden te halen welteverstaan. Want dat doet het volgens mij met een mens. Zodra je dit zicht gewoon bent, is er geen weg meer terug. Dit is de mooiste plek die er bestaat om te wonen. Andere appartementen op de dijk hebben alleen zeezicht. Door de hoogte zien wij ook achteraan tot aan de horizon.”

Beeld Karel Duerinckx

Miertjes op het strand

Het interieur van Sybilles appartement is dan ook volledig geschikt volgens het panorama. Achteraan liggen de slaapkamers, met ramen tot op de grond en zicht op de stad. Op de Kemmelberg en Het Belfort van Brugge. Daar wordt ze wakker met de zon. Naar­mate die verhuist, gaat ze mee. In de woonkamer staat de centrale tafel tegen het raam, en gescheiden door glas, het balkon. “Ik werk thuis en heb een flexibel leven. Ik kan maximaal genieten van wat ik heb. En wat heb ik een geluk. Aan deze tafel lees ik niet, dat gebeurt in de zetel. Hier moet je naar buiten kijken. Naar de vissers of de boten of de krioelende miertjes op het strand. Hoe druk het beneden ook is, hier is het altijd rustig.”

Maar het is toch vooral de zonsondergang waar ze lyrisch van wordt. Dan is ze even stil. “Fenomenaal. De kleuren variëren van purper, naar heloranje, gecombineerd met blauw. De schakeringen veranderen constant. Tijdens lenteavonden is de horizon op haar mooist. Uren kan ik naar buiten turen. Of neem ik een hele avond alleen maar foto’s. Soms is het weer beneden het tegenovergestelde van boven. Dan zitten wij boven de wolken in de felle zon, terwijl ze op de dijk geen steek zien van de mist. Maar het kan ook omgekeerd. Het is altijd een verrassing.” Wennen doet het niet. “Elke keer weer prijs ik mezelf gelukkig. Kijk, aan de horizon liggen een tiental boten”, wijst ze. “Die wachten op de pilotenboot om dan door te varen naar Antwerpen. En daar rechts liggen de windmolens. Ik denk zo’n 5 kilometer van de kust en toch zie je ze haarscherp.”

Ondanks het zicht en de ambiance is de woonkamer niet haar favoriete plekje in huis. Dat ligt in de badkamer. Het is daar dat de natuurpracht zich helemaal blootgeeft. Geen balkon, geen uitstulping van een muur die een ooghoek bevuilt met zijn aanwezigheid. Een losse badkuip staat er vervaarlijk dicht tegen het gigantische raam. Het lege wijnglas dat er op de rand kampeert, verraadt dat dit de plek is waar Sybille echt tot rust komt. “Dit is het mooiste plekje dat bestaat. In de winter na een lange koude strandwandeling in het hete water schuiven, met een glaasje. En kijken. Naar het einde van de wereld. De Méditerranée is mooi, maar de Noordzee is de mooiste. Ze is wilder, eerlijker. Je moet al je best doen om dit elders te vinden.” (lacht) Op het strand gaan liggen bakken doet ze niet. Wil ze dichter bij de zee zijn, dan gaat ze zeilen. “De zeilen naar omhoog en de motor uit. Elke keer weer een magisch moment. Pure vrijheid.”

Hier wonen heeft haar veranderd, zegt ze. “Ik leef al tien jaar in Oostende, maar het voelt als twee jaar. Voordien woonde ik op een kilometer van de kustlijn. Een kilometer te ver. Ik ben een positief mens en was al gelukkig, maar nooit volmaakt. Sinds ik me op deze plek genesteld heb, is dat wel het geval. Hier is een mens een en al nietigheid. De natuur kan zo overweldigend zijn. De zon en haar kleuren, de wind en het ruisen van de zee. En de stormen natuurlijk.”

Bang is ze nooit. “Je ziet ze komen van ver. De dreigende wolkenpakken in het gitzwart. Ik weet dat dit gebouw gemaakt is uit degelijk materiaal op het einde van de jaren 60. Het wiegt zachtjes mee. Dat voel je niet, maar je ziet de lampjes die heen en weer bungelen.” En het zwarte gat ’s nachts? “Geen last van. Aan de golfbreker rechts zijn alle reddingsboeien verlicht, in zee knipperen de kardinaalboeien. Mijn sfeerverlichting.”

Zoals de toren zorg draagt voor Sybilles mentale gezondheid, neemt zij als wederdienst zijn welzijn onder haar vleugels. Sybille zit in de raad van bestuur van het Europacentrum waar ze ijvert voor een verregaande restauratie. “Laten we eerlijk zijn. Jarenlang is hij wat aan zijn lot overgelaten. Daardoor ziet hij er wat verloederd uit. Maar we zijn aan een nieuw tijdperk begonnen. Veel bewoners hebben zelf al hun appartement gerenoveerd en er zijn grootse plannen om de oude galerij ook in ere te herstellen. Te vernieuwen, zonder te raken aan de geschiedenis en de vintage vibe die er hangt. Er is nog niets concreet, maar er zijn gesprekken met de stad om omheiningen met groen rond de voet te plaatsen. Want die is lelijk.” Andere esthetische opmerkingen veegt ze kordaat van tafel. “Mensen die niet houden van dit gebouw zijn nog nooit binnen geweest. Iedereen die ooit op bezoek is geweest, wil hier komen wonen.”

Beeld Karel Duerinckx

Hoogtevrees

Over mensen met hoogtevrees hebben we onze twijfels. “Veel mensen moeten zich over hun angst zetten de eerste keer dat ze hier komen. Maar dat gaat snel over. In de lift lachen ze met mij. Omdat ik iedereen aanspreek over de schoonheid van ons gebouw. Over hoe veel geluk wij hebben dat we op de mooiste plek in Oostende mogen wonen. Mensen beseffen dat niet altijd.” Ze probeert nog iets negatiefs te bedenken. Het duurt lang. “Voor de echte rust moet je hier niet komen. Geluid stijgt. Ook dat van de cafégangers in de achterliggende Langestraat.” Ze giechelt. “Dan lach ik eens, het is een teken dat de mensen genieten.”

Residentie Europacentrum

 - 80 meter van het strand

- Ontworpen door architect L. Sorée

- Gebouwd tussen 1967 en 1969

- 103,9 meter hoog

- 35 verdiepingen

- 300 wooneenheden

- Hoogste flatgebouw van West-Vlaanderen

- Op de benedenverdieping vind je ook restaurants, cafés en een lunapark

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234