Vrijdag 18/10/2019

Achtergrond Knokke

Het dorp dat de nacht verloor: Hugo Camps over het Knokke van toen en nu

Beeld Hollandse Hoogte / Clemens Rikken

Van al onze kuststeden spreekt Knokke het meest tot de verbeelding. ‘Aangespoelde inwoner’ Hugo Camps schetst de gloriejaren van ‘Petit Paris’ toen Frank Sinatra, Nina Simone en Jacques Brel er kwamen zingen en feesten, en gaat op bezoek bij graaf Leopold Lippens, de burgemeester die zich grote zorgen maakt over de toekomst van zijn stad.

In Knokke klappen de terrassen zichzelf open”, was eens een nachtelijk citaat van Jacques Brel in de bar van zijn vriend Franz. Hij bedoelde het terras als cultureel kenmerk: maximale zichtbaarheid gekoppeld aan maximaal bewustzijn van gescheidenheid. Brel kende zijn pappenheimers. De muzikale legende was een trouwe bezoeker van de Belgische badstad. Hele nachten heeft hij in de bar van zijn vriend Franz het leven bezongen en betreurd. De bar van Franz aan het Casino was een soort gebedshuis met veel drank. De heiligverklaring van Brel werd er dagelijks omstandig gevierd. Na de dood van Franz verkrotte de historische villa. Ze is weer opgeknapt, maar de oude ziel is weg. De weduwe van Franz is niet meer gezien.

Het was een voorrecht te mogen luisteren naar de existentiële paniek van de chansonnier. De bar is nog tot in de jaren negentig van de vorige eeuw een pelgrimage-oord gebleven voor de fans van Brel. In het aangrenzende Zeebrugge had de majestueuze zanger zelfs een vaste stoel in het restaurant waar hij garnalen kwam eten. Daar heeft nooit iemand anders op mogen zitten.

Brel was niet de enige beroemdheid die Knokke internationaal naam en faam heeft bezorgd. In 1953 paradeerden Frank Sinatra en Ava Gardner in cabrio over de dijk, na een gesmaakt concert van de grootmeester. Het was de tijd dat het Casino van Knokke nog de Olympia in Parijs probeerde na te bootsen.

Ik ben een aangespoelde inwoner van Knokke en aangespoeld blijf je levenslang in de ogen van de eerstgeborenen. Er ligt een dubbele bodem van achterdocht voor het binnenland in kustbewoners van het florissante duindorp: horeca en West-Vlaanderen. Cultureel gesloten werelden.

Jacques Brel in Knokke, 1961.. Beeld bridgeman images

Hotel voor hollanders

Mijn kennismaking met Knokke vond plaats na de vorming van de regering Eyskens-Merlot, jaren zestig. De premier en de vicepremier boden het parlementaire journaille een crisislunch aan in hotel La Reserve. Dat was in die tijd de gewoonte bij de totstandkoming van een nieuwe legislatuur. Ik weet nog dat Gaston Eyskens nauwelijks proefde van de lunch – hij nipte af en toe aan een whisky. J.J. Merlot daarentegen likte duim en vingers af. Hij was een man van het Luikse milieu des manuels.

Ik was zwaar onder de indruk van hotel La Reserve. Vooral van de bar met grote bruinleren zetels en tapijten en de grote zwart-witfoto’s van coryfeeën die in de jaren vijftig en zestig waren opgetreden in het Casino. Brel, Sinatra, The Platters, Udo Jürgens, Nina Simone…

Iedereen toen nog in de vestimentaire ambiance van het filmfestival van Cannes. De bezoekers gekleed naar de grandeur van de artiesten. Mannen ­drieledig, vrouwen met handschoentjes.

Hotel La Reserve is verbouwd en gemoderniseerd. De oude charme is weg. Het terras aan het meer maakt veel goed, maar de gangen ademen de duisternis van een blokkendoos. Het is een hotel voor Hollanders geworden. En voor voetbal- en wielerploegen die zich graag in Knokke afzonderen. De keuken is voortreffelijk, maar de culinaire sfeer ontbreekt.

Het hotel staat er als een soort Hilton dat de zee de rug toekeert. Eigenaar Eddy Walraevens is nochtans een entertainer hors categorie. Een warme verteller met humor. Hij heeft seminaries voor het bedrijfsleven naar Knokke gehaald. Hij speelt nu met de gedachte aan een aperitiefbar voor zakenmensen en duurdere toeristen. Het hotelwezen in Knokke is een kaas met vele gaten, nog net niet verwaarloosd, maar veel scheelt het niet. Onbegrijpelijk voor een mondaine badstad. La Reserve heeft nog iets werelds, andere hotels zijn eerder provinciaals. Familiehotels.

Het is het klassieke deficit aan de kust: vertier wordt aan het strand overgelaten. Nooit eens een pianist in de lobby van een hotel, geen franje in meubilair en bediening. Weinig aandacht voor gezelligheid. La Reserve ligt op 50 meter van het Casino en de dijk waar er nog enig nachtelijk rumoer is. Maar het plezier wordt verderop gemaakt, in het Zoute.

Geen hoofddoekjes

Burgemeester graaf Leopold Lippens heeft een urgentieplan om van Knokke weer een bruisende badplaats te maken. Hij wil de jeugd naar zijn gemeente halen. Maar Knokke is te duur voor studenten en dagloners. Iedere avond zie je het leven uitsterven, iedere avond valt de stilte van de winter over Knokke. In potentie heeft de prestigieuze badstad evenveel te bieden als Saint-Tropez, maar de rijkdom aan vrolijkheid van de nacht wordt niet herkend. Ik zie altijd wel ergens pantoffels aan het bed staan.

De nachten liggen nog te veel braak in Knokke, en dat verhevigt het gevoel van vergrijzing. Overdag hebben bakharingen de stranden ingenomen, maar strandbedjes swingen niet. Zelf ben ik geen strandjutter. Ik weiger mijn leven door te brengen in korte broek en heb een gloeiende hekel aan zand tussen de tenen.

De stranden van Knokke hebben een hoog cafégehalte. De flessen rosé zijn soms niet aan te slepen. Aan de barretjes is een ruimte met zitplaatsen voorzien. Het is er dagelijks kermis. Vanaf vijf uur neemt een dj de regie over, voor een paar uur, want om acht uur moet de tent dicht. In tegenstelling tot Frankrijk en Spanje vind je geen injectienaalden op de stranden van Knokke, terwijl er evengoed een drugsprobleem is. Maar dat openbaart zich in gesloten huizen en rond een paar trendy cafés.

Er is apartheid in Knokke. Nee, niet tussen allochtonen en autochtonen – allochtonen zijn schaars in de badstad. In het straatbeeld kom je nooit eens een hoofddoekje tegen. En dat vind ik toch een gemis. De apartheid doet zich voor tussen Nederlanders. Aan de ene kant van het Casino liggen vakantiegangers uit Breda op het strand. Aan de andere kant laten Tilburgers zich bruin bakken. Tussen de twee volksstammen is er nauwelijks contact. Terwijl hun thuissteden nog geen 30 km van elkaar liggen. Het lijkt bijna op territoriumdrift van voor de VOC (de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de Nederlandse overzeese handelsonderneming uit de 17de eeuw, red.).

De duurdere stranden bieden alle comfort. Mijn favoriet was vroeger de Blue Buddha, die gerund wordt door een jong stel. De hartelijkheid van Mathieu is aandoenlijk. Hij kijkt niet naar arm of rijk. Zijn service is onbegrensd. Er wordt gekaart, er wordt petanque gespeeld, er wordt met kinderen geravot en er wordt gezwommen, maar het hoogtepunt blijft het eerste rondje. Opvallend, gasten in strandkasten zijn genereuzer dan wanneer ze in een gesloten kroeg zitten. Misschien is het het gevoel dat iedereen meekijkt dat de generositeit oprekt.

Luchtfoto van Knokke-Heist uit 2018. Beeld BELGA

Gras om te strelen

Belgen en buitenlanders die tot een zekere elite behoren, zijn gebrand op een bezoek aan de Royal Zoute Golf Club van Knokke. Hun natte droom is ook eens 18 holes te mogen lopen. Op de golfbaan hebben vele groten der aarde een balletje geslagen, de top van industrie en politiek, koningshuizen, filmproducenten… Albert Frère was een vaste klant. Voor burgemeester Lippens is een partijtje golf het beste relatiegeschenk. De golfbaan van Knokke is een van de mooiste van Europa. Gras om te strelen. In de buurt van de golfbaan zijn villa’s gebouwd met oog op hole 7. Het is een haast religieus uitzicht.

Heiligverklaring is makkelijker te bekomen dan het lidmaatschap van de Royal Zoute Club. Er is een wachtlijst tot in het jaar 2030. De selectie van de leden is streng, er waakt een ballotagecommissie over het profiel van de clubleden. Je komt er niet zomaar in. Sociale standing is erg belangrijk en je moet geld hebben om in Knokke te golfen. De golfbaan als sociale hefboom voor de rijken is sinds vele jaren ingeburgerd. Soms zie je een paar miljard over de fairway lopen. De Royal Zoute Club is het meest elitaire netwerk van het land. Bankiers, betonboeren, rechters, voetbalmiljonairs, ze vinden elkaar in het glooiende landschap met afdronk in de bar. Waar de bediening nog wel de chic heeft van oude ­eeuwen.

Maurice en Leopold Lippens golfen zelf ook, verdienstelijk zelfs. De vastgoedpoot van de familie, de Compagnie du Zoute, is zeer aanwezig op de golfbaan. Dure panden vliegen met het balletje mee over de holes. In Knokke is geen ­duidelijke scheidslijn tussen business en vakantie. Niet op de golf, niet in de horeca. Oude glorie blijft bestaan. Behalve in het Casino, dat een Oostblokachtige treurigheid ademt, en allang geen mensen in kostuum meer over de vloer krijgt. Ooit was het Casino van Knokke een orgasme van haute couture. Nu zie je er vooral losers in afgedragen jeans en dames in veredelde jute. De chic is weg.

In de groene oase van het Zoute ligt café Put 19. Vroeger een bruine kroeg, nu een brasserie met terras. Het is de plek waar de locals elkaar graag mogen ontmoeten en waar eigenaars van winkels na sluiting graag in een aperitiefje duiken. Het is een soort volkshuis van de Knokkenaren. Het café is recent overgenomen door beproefde horecatijgers. De sfeer is wilder en wereldser geworden. Vrouwen komen er paraderen om gezien te worden. Het is nu ook de trekpleister van provincialen die een dagje Knokke meepikken.

Gelukkig, de locals blijven komen. In de vooravond krijg je in Put 19 een instroom van handelaren, bestuurders van de gemeente, vastgoedkoninkjes en losse dames. Galeriehouders zijn ook altijd aanwezig. Aan de overkant staat een wit kerkje waar oude dames zich met een goudwinkel aan de pols tot de Schepper richten. Er wordt mooi gezongen in dat kerkje, vooral met Kerstmis. Jaren geleden werd er nog gevochten door stoottroepen van het Vlaams nationalisme omdat de voertaal van de liturgie Frans was. Bidden in het Frans was voor die sukkels vloeken in de kerk.

Gelukkig wordt er in Put 19 geen rock gespeeld. Het blijft bij muzikaal behang uit de oude doos. Een enkele keer mag André Hazes de keel openzetten, maar alleen op verzoek. Het is na Duinbergen de stillere kant van Knokke. Het groen van de nabije residentiële wijken dempt onwillekeurig elk verlangen naar reuring.

Flaneerkunst

Het geheim van Knokke het Zoute met zijn onbetaalbare villa’s is de bucolische sensatie. Een groene oase met rieten daken en weinig verkeer. In de winkelstraten lopen ze in rijen dik, op zoek naar Gucci en Prada, maar verderop heerst ­flaneerkunst en rust. Op de latere avond kan je een dichter horen denken op een bankje in het groen op het ritme van de golfslag.

De zee is de motor van de terrassencultuur. Aan terrassen geen gebrek in Knokke, niet op de dijk, niet in de binnenstad. Terrassen zijn de place to be.

De legendarische Place m’as-tu vu, die niet meer bestaat, was ooit de ultieme referentie van de publieke ruimte in Knokke. Iedere dag parade op en langs de terrassen. Advocaten parkeerden hun Jaguar op de stoep om zeker gezien te worden. Nooit zag je op die terrassen een mens de krant lezen, iedereen zat er met het hoofd rechtop. Als ik te lang bleef kijken, kreeg ik plaatsvervangende kramp.

De geesteshouding van de terrassen in Knokke is niet anders dan die van de terrassen in Antwerpen en Brussel. De mens vouwt zich op terrassen uit in onbegrensde ikkerigheid. Aan tafeltjes met nog een vrije stoel maken mannen en vrouwen zich breed om ongewenst bezoek van zich af te slaan. Ook klassiek is de hekel aan kinderen op terrassen. Oude freules willen het kleine grut niet aan tafel. Als obers te lang traineren met de afrekening ontstaat zowaar boosheid. Terrassen zijn lekker, maar ze zijn geen visitekaartje voor de mensheid. In Knokke wordt er op de terrassen gegeten en gedronken. Foute boel: eten en drinken horen gescheiden werelden te blijven. Niets is treuriger dan mensen boven hun bord te zien buffelen. Het breekt de elegantie van elk terras.

Knokke is een dorp van uitersten. Massahysterie op koopdagen in overvolle winkelstraten met de grootste en duurste merken en volledige stilte in natuurpark Het Zwin. Waar de massa ook aanwezig is. Het Zwin is het levenswerk van de familie Lippens en van hun vastgoedpoot Compagnie het Zoute. Het provinciaal natuurpark is recentelijk uitgebreid. Je kan nu van Knokke naar Cadzand fietsen. Men vindt er veel zee- en watervogels en onnoemelijk veel duinkonijnen. Aan de binnendijkse kant is een broedstation van de ooievaar en een klein vogelpark waar gestrande vogels weer worden opgeknapt. Het gebied dat nu eigendom is van de Vlaamse gemeenschap, is Europees beschermd.

Graaf Leopold Lippens, burgemeester van Knokke Heist. Beeld Photo News

La nuit du zoute

Knokke ontstond in de 13de eeuw na inpoldering. De badplaats staat bekend als exclusief vanwege de ligging aan de zee, de prachtige villa’s en appartementen en het Casino. De aanwezigheid van vele modewinkels, kunstgalerijen en restaurants heeft geleid tot de bijnaam ‘Petit Paris’. Pas aan het einde van de 19de eeuw kwam het toerisme op onder aanvoering van de families Lippens en Van Bunnen.

De horeca in Knokke kent minder verloop dan in andere badsteden. Sommige etablissementen zijn in handen van oude families. Het gaat vooral om brasseries en restaurants want cafés zijn in Knokke een ondergeschoven kindje. Een stamkroeg is al helemaal een curiosum. Golfclub Het Zoute en het tenniscomplex uitgezonderd vinden de grote feesten plaats in riante villa’s. Waar tuinen en zwembaden liggen te wachten op aanvullend vertier als danspartijtjes en waterballet. Op

La nuit du Zoute in augustus ontstaat een ambiance van carnaval, maar dat is maar één nacht. Ook de rally van oldtimers lokt de massa, meer voor de prijs van elegantie dan voor pk-gebrul. In Knokke wordt elk feestje uitgedragen als een schoonheidsideaal. Zelfs de fietstochten op zondagochtend staan mede in het teken van een te kekke uitrusting. Blingbling van mens en kader.

Niet alleen het beroep van visser wordt doorgegeven van vader op zoon, ook in de reguliere business gaat de afstamming ver terug. Vastgoedkantoor Dirk Willemyns is aan de derde generatie toe. Grootvader was de eerste makelaar van Knokke bij de start in 1926. Het monopolie kreeg vorm onder de leiding van Dirk Willemyns die als makelaar dezelfde status verwierf als Moeder Siska: pannenkoeken voor land en volk.

Vandaag is dochter An Willemyns de motor achter de verkoop en verhuur van panden en huizen. Zij heeft het hoge segment van de huizenmarkt nog wat opgeschroefd – een villa van 4 miljoen doet bij haar geen wimpel vallen. An is een discrete makelaar die meer van kunst geniet dan van roebels. Vastgoedkantoren hebben in haar ogen een emancipatorische functie. “Je stopt geen mensen in krotten.” An Willemyns is de leading lady van de hele branche aan de kust. Alleen wil ze dat zelf niet gezegd hebben. An kan nog blozen.

Kerkelijk is ze al lang niet meer, maar het torentje van het Dominicanenkerkje in de Sparrendreef maakt haar stiller dan de kapitale villa’s in de buurt die ze zelf verkocht of verhuurd heeft.

Het rood van roodborstjes

De burgemeester neemt me mee naar de oudste boom in zijn tuin. Een standbeeld voor de eeuwigheid. “Mijn dochter is getrouwd in deze tuin. Ik had aan die boom een altaar gemaakt van stro, korenbloemen en papavers. Ik had een priester ingehuurd die daarbij paste. Achteraf kreeg ik een brief van een vriend die ­militant vrijmetselaar is. Hij schreef: ‘Ik geloof niet in God, maar ik denk wel dat hij op die mooie dag in uw tuin aanwezig was.’ Daar schrok ik even van.”

Graaf Leopold Lippens raakt niet uitgepraat over de schoonheid van Het Zwin. Hij voelt zich verbonden met de natuur, kan tranen in de ogen krijgen van het rood van roodborstjes. “De rijkdom van Knokke-Heist? Vogels, vlinders, bloemen. Oase en stad zijn in elkaar vervlochten. De infrastructuur draagt het stempel van de menselijke maat. Om de hoek kan ik makkelijk een paar uur gaan mediteren in het gras. Altijd blootsvoets. Het ­toerisme stelt ook urbanistische eisen, maar wij laten de stad niet verstenen.”

Straks is hij veertig jaar burgemeester. Knokke-Heist is Lippens en omgekeerd. Sommigen noemen hem een verlicht despoot, maar daar is hij gauw klaar mee. “Ik ben geen politicus, ik maak beleid. Met de politique politicienne heb ik me nooit beziggehouden. Ik mis staatsmannen in ons land. In de politiek voeren nu leraren en mensen uit de vakbond het hoge woord. De politiek heeft het land stukgemaakt. Knokke-Heist is nog de enige plek waar Belgen zichzelf kunnen zijn. Mijn respect voor de meeste politici is opgebruikt. Politiek als smeekbede aan de kiezer is non-politiek. Ministers en parlementsleden schamen zich daar niet voor, ik wel.”

De burgemeester heeft een exotische touch in zijn spreken en in zijn humor. Zijn vestimentaire smaak is onnavolgbaar. Altijd met pochet en de broek mag een frivool kleurtje hebben. Hij loopt er nooit bij als een perkamenten zeventiger. Er zit iets van zwier in zijn verschijning. Met zijn gekuist Nederlands is hij soms grappig. Hij doet geen enkele moeite om zijn francofone accent te verbergen.

“Ik ben nooit geobsedeerd geweest door electoraal succes. De ego’s zijn te groot in de politiek. Wie herkent Gwendolyn Rutten als ze hier over de Zeedijk wandelt? Of Renaat Landuyt? De personencultus is vaak een selffulfilling prophecy. Au fond is de politiek in die veertig jaar van mijn burgemeesterschap weinig veranderd. Alleen internet is een grote revolutie geweest. Het heeft geleid tot functieverandering van casino’s en winkels doen verdwijnen. Van de 1.800 winkels in Knokke-Heist zal de komende tien jaar een derde verdwijnen.

“Ik heb nog de tijd van spekwinkels gekend. Straks blijft in Knokke alleen nog Vuitton over. Wie gaat nog naar een bank? Banken zullen uit het stadsbeeld verdwijnen. Natuurlijk moet een gemeentebestuur zorgen voor veiligheid, infrastructuur en gezelligheid. Maar moeten we daar litanieën van maken? Mijn programma is simpel. Het genot in Knokke-Heist te kunnen leven is mijn programma.

“Ik streef niet naar macht, wel naar ideeën. Kunstwerken en beelden moeten op de juiste plaats staan, daar waak ik over. Weet u dat we van een rondpunt in onze fusiegemeente Westkapelle in een ruk naar Saint-Tropez kunnen rijden zonder één rood licht tegen te komen? Daar is over nagedacht.”

Badstad zonder golven

Onverbiddelijk is graaf Lippens voor snode plannen die door regionale en nationale overheden worden bedacht. Zo is er een plan in de maak om voor de kustlijn van Knokke een kunstmatig proefeiland aan te leggen. De burgemeester is tegelijk wanhopig en des duivels. Hij zal het project te vuur en te zwaard bestrijden, zegt hij.

“Wat moet je nog in een badstad waar de zee geen golven meer heeft? Dat project wordt een ecologische en economische catastrofe voor Knokke. Het lugubere is dat ze het presenteren onder het mom van bescherming tegen het water. Als het er komt, verdwijnt de halve middenstand van Knokke. Mensen van Vuitton hebben me ondubbelzinnig gezegd dat ze hun pand in Knokke opgeven als de werken aan dat eiland beginnen. En dat treurige voorbeeld zal door velen worden gevolgd. Dat eiland is de grootste uitdaging sinds de Tweede Wereldoorlog. Ik maak me grote zorgen.”

Combattief staat hij in het leven, de leeftijd speelt geen rol. “Ouder worden heeft mij niet veranderd. Ik vind het alleen maar leuk, want het is de enige manier om lang te leven.”

Leopold Lippens is de nestor van de kustburgemeesters, maar hij is er niet om anderen lessen te geven. Dat verdraagt hij voor zichzelf ook niet. Liever brengt hij als volbloed estheet zijn tijd door met galeriehouders. Bij hem thuis hangt een schilderij van een vrouw die in het voorbijlopen quasi naakt wordt en vanuit een surplace aangekleed blijft, en omgekeerd. Lippens heeft wel iets met de kunst van Jeff Koons. Een modernist.

Ik wil graag een misverstand uit de wereld helpen. Iedereen zegt dat Knokke een dooie boel is in de winter. Meer rollators dan mensen. Knokke is juist op zijn mooist in de herfst en de winter. De leegte, de stilte, de ingekeerdheid, wat hou ik daarvan. Tussendoor een patrijsje eten bij Jef en Kristien in Le bistrot de la mer of bij Stefan in de Esmeralda. De Snippe, ook altijd lekker en gezellig. In de stille leegte van de winter komt intimiteit pas echt tot bloei. November in Knokke is duizend keer mooier dan augustus met het massafeest van La nuit du Zoute.

In de krant lees je weinig over vechtpartijen, ongevallen met dronken chauffeurs, huiselijk geweld, overdadig druggebruik. Er zijn filters geplaatst op de informatiekanalen. Knokke moet de idylle van de samenleving blijven. Dat is het vaak ook, maar niet altijd. De zee krijgt de erfzonde niet weggespoeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234