Zaterdag 14/12/2019

Reizen Mijn stad

Het Brussel van Klara-netmanager Chantal Pattyn

Het Stocletpaleis van de Oostenrijkse architect Josef Hoffmann. Beeld Flickr Vision

De natuur heeft ze niet nodig om tot rust te komen. Geef Klara-netmanager Chantal Pattyn maar de de urban jungle van Brussel, waar ze slingert tussen werk, thuis en alles wat de hoofdstad te bieden heeft.

EERSTE KEER

“Begin jaren 90 verhuisde ik naar Brussel voor mijn eerste job bij de VRT. Ik studeerde nog en huurde een kot aan de Rogierlaan. Om de grauwheid van de stad tegen te gaan, had ik mijn vloer knalgeel geschilderd. Toch was mijn eerste indruk zeker niet negatief. Als ik vrienden hoorde vertellen over hoe ze hier zijn opgegroeid tijdens de dolle jaren 80, denk ik: damn, die moeten lol hebben gehad. En ik zat in een West-Vlaams dorp. Intussen woon ik hier meer dan een half leven en heb ik uitgebreid kunnen proeven van wat de stad te bieden heeft, goede én slechte kanten.”

MIJN BUURT

“Ik woon in de Dansaertwijk, vlak aan het Sint-Katelijneplein. Hier voelt de grote stad juist heel klein, als een dorp bijna. Alles ligt op wandel- of fiets­afstand, je komt altijd wel een buur tegen en vooral, ik kan er al mijn boodschappen doen bij de lokale middenstand. Dan ga ik met mijn winkelmanden langs de Noordzee voor vissoep en garnaalkroketten, bij Dierendonck haal ik vlees, Champi­gros heeft de allerbeste cantharellen, het brood van Charli is heerlijk en op zaterdag staat aan de kerk mijn favoriete groenteboer paraat. Die nu wel helaas even moet wijken voor de horror van de kerstmarkt.”

Klara-netmanager Chantal Pattyn. Beeld © VRT Joost Joossen

SCHATTENJACHT

“Op de rommelmarkt van het Vossenplein kan mijn zoon helemaal bananas gaan. Hij verzamelt oude auto’s en alles van Kuifje, en spot die dingen al vanop honderd meter afstand. Hij heeft er niet alleen een oog voor, hij kent ondertussen ook de trucs om te onderhandelen over de prijs: op het juiste moment de verkopers met puppy-ogen aan­kijken. Iedereen zwicht ervoor. Ook ik ben er bijna dagelijks ­slachtoffer van.” (lacht)

ETEN

“De authentieke Brusselse horeca heeft het lastig. Dat La Marie Joseph hier verdween liet een kater en krater na. En dat terwijl de spaghetti- en hamburgerketens op elke straathoek als paddenstoelen uit de grond schieten. Honger lijd ik hier niet. Ik blijf trouw tafelen bij Henri, Le Fornostar, Harvest, Francois en Beaucoup Fish. Valt er iets te vieren, zoals recent het goede rapport van mijn zoon, dan trakteer ik hem op sushi bij Samouraï. Prijzig, maar meer dan de moeite waard. Ik werk lange dagen, maar zonder lekker eten word ik chagrijnig.”

MODE

“Ik heb een eenvoudige stijl. Je kan me bijna dagelijks uittekenen in een wit hemd, een jeans of zwarte broek en een vestje. Ik grap dan dat je, als je rimpels krijgt, de aandacht strategisch moet afleiden. Ik draag graag knettergekke schoenen en bontgekleurde jassen. Ik zoek nooit, ik vind. En dat moet op twee minuten gebeuren. In Stijl kocht ik een prachtige jas van Dries Van Noten. En aan de minimalistische silhouetten van Ireene, een klein Belgisch modelabel, ben ik misschien wel lichtelijk verslaafd. Een deel van haar collectie wordt verkocht bij Vêtue, een tweedehandswinkel gespecialiseerd in designerkledij.”

Het Brusselse sushirestaurant Samouraï. Beeld RV

CULTURELE HOOFDSTAD

“Er zijn veel prachtige culturele instellingen die elk jaar een steengoede programmatie samenstellen. Ik woon op twee metro’s verwijderd van Bozar en kan te voet naar het Kaaitheater, de KVS en de Munt. Een luxe met een job waarbij je het culture landschap op de voet moet volgen. Een favoriet kiezen kan ik niet, maar op de planning staat wel nog een bezoek aan de galerij van Xavier Hufkens, die nu werk van de Zwitserse kunstenaar Nicolas Party tentoonstelt (nog tot 14/12, red.). Erg de moeite, denk ik.”

ARCHITECTUUR

“Elk dag ontdek ik nog prachtige gevels in de stad. In Brussel moet je vooral omhoog kijken, verder dan de grijze winkelpuien. Wel ­opvallend in het straatbeeld en een van de mooiste gebouwen is het Stocletpaleis van de Oostenrijkse architect Josef Hoffmann. Meer dan 100 jaar oud en ondertussen beschermd als gesamt­kunst­werk. Helaas ben ik er nog niet in geslaagd om het te bezoeken. Een andere topplek is het paviljoen van De menselijke driften van Jef Lambeaux in het tempeltje van Horta, gelegen in het Jubelpark.”

Beeld RV

BOEKEN

“Passa Porta is een fijne boekenwinkel. Voor mezelf koop ik zelden boeken, omdat we die voor ons program­ma Pompidou vaak ­opgestuurd krijgen. Maar als ik op vakantie ga, houd ik hier wel even halt om een extra voorraad in te slaan. Ik geef mijn vrienden ook vaak mijn favoriete titels cadeau, zoals de jongste roman van de Amerikaanse auteur Siri Hustvedt.”

DIT KAN BETER

“De rampzalige verkeersveiligheid! Ik ben bijna dagelijks getuige van verkeersagressie, of word zelf bijna van de weg gemaaid door een gek die door een woonbuurt sjeest. Er is nu eindelijk een grootschalige campagne opgestart. Ik hoop echt dat het iets uithaalt.”

IK HOU VAN BRUSSEL OMDAT…

“... de stad zo veel verschillende soorten mensen aantrekt. Een uurtje rondwandelen en je hebt met gemak gesprekken gehad in drie talen. Heerlijk, net als de drukte en het ongeregelde dat hier heerst. Ik ben absoluut een stadsmens. Ik hoef niet in een bos te gaan wandelen om mij beter te voelen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234