Woensdag 13/11/2019

Fotoverhaal

Het bewogen verhaal van Dries en Odette, voor wie WO II nooit zal eindigen

Beeld Jelle Vermeersch

Straks is het Wapenstilstand en zingen de mensen van 'nooit meer oorlog'. Maar niet in Koekelare, niet in Bovekerke. Daar duurt de oorlog voort. Dries Vermeersch (91) en Odette Vanoutrive (89) stonden tijdens WO II aan de kant van de Duitsers. De foute kant, heet dat dan. Maar zoals de geschiedenis leert, is de realiteit oneindig veel complexer. Fotograaf Jelle Vermeersch laat zijn 'pepe' en 'meme' hier hun verhaal vertellen.

Wapenstilstand

Pepe: "Ik lag samen met mijn mannen in stelling aan de Bodensee, tegen de grens met Oostenrijk. Het was mei '45 en het voorjaar was verschrikkelijk geweest. Na het Ardennenoffensief hadden we niets anders gedaan dan terugtrekken. Heel Duitsland door. We waren tot op de draad versleten en volledig ingesloten door het Amerikaanse leger, tot opeens het bevel kwam: Kriegs fertig. Baf. Trek je plan. Ik moest als luitenant meteen mijn mannen samenroepen. Ik zeg: 'Jongens, es tut mir leid, aber Krieg ist fertig.' En ik heb hen gevraagd om samen te blijven, elkaar zo veel mogelijk te helpen en om hun ouders te verwittigen dat ze nog leefden.

"Diezelfde dag nog ben ik op pad gegaan, alleen. Het neutrale Zwitserland had zijn grenzen gesloten, dat was geen optie, dus ben ik over de Oostenrijkse Alpen naar Weerberg getrokken, een klein bergdorpje in de buurt van Innsbruck. Daar bood een vriendelijke pastoor me onderdak en kon ik even uitblazen. Ik dacht: godzijdank, het is gedaan. Ik was 21 jaar oud en de oorlog beu. Het was erg, ieder moment kon je omvergeblazen worden.

"Ik had verschrikkelijke dingen gezien. Door de Duitsers, ja. Maar ook de geallieerden waren niet zonder zonden. Kijk maar naar wat ze met hun bombardement in Dresden hebben aangericht. Soit. Het punt was: de Duitsers hadden een grote angst om een bevel niet uit te voeren en waren daardoor veel meedogenlozer dan wij, Vlamingen. Zo zag ik op een bepaald moment acht mensen die opgehangen waren. Daar konden wij niet bij. Wij, Vlamingen, hingen geen mensen op.

"Dat was geen alleenstaand geval. Op een bepaald moment moesten wij een groep gevangengenomen Russische soldaten bewaken op een veld. Vraagt daar opeens een officier aan mij of ik Vlaming was. Ik zeg ja, en hij: 'Oef, fantastisch.' En ik: 'Hoezo?' Daarop vertelde hij me dat de Duitsers hem kort daarvoor onmenselijk behandeld hadden. Ik begreep dat niet. Voor mij was die Rus een soldaat en je behandelde soldaten met respect. Hij mij met rust laten, ik hem met rust laten."

Odette Vanoutrive (89): "Toen papa weggevoerd was, waren wij vogelvrij verklaard." Beeld Jelle Vermeersch

Meme: "Ik weet nog goed wanneer de oorlog gedaan was bij ons. Op een zondagmiddag in september '44 brak er opeens paniek uit in Oostrozebeke. Papa was al jaren lid van het VNV (Vlaamsch Nationaal Verbond, rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij, red.) en tijdens de oorlog was hij gemeentesecretaris en verantwoordelijke voor de rantsoeneringszegels geweest. Die middag kwamen een paar kennissen papa waarschuwen dat hij moest vluchten omdat de gasten van de Witte Brigade (Belgische verzetsgroep tegen de Zwarte Brigade, die verantwoordelijk was voor de propaganda van het VNV, red.) hem zouden ophangen. Maar papa zei: 'Ik ga niet weg. Ik heb nooit met iemand ruzie gehad.' Typisch papa. Een goeie vent, maar veel te braaf.

"Gelukkig kende hij de leider van de Witte Brigade, Van Honsebrouck van Ingelmunster, de man van de brouwerij die nu onder andere Kasteelbier en Brigand maakt. Die zei: 'Meneer Vanoutrive, als ge belooft dat ge morgen thuis zijt als ze u komen ophalen, dan beloof ik u dat er u niets zal overkomen.' Papa had maar één woord en hij heeft dat beloofd. De morgen daarop zijn ze hem komen halen en werd hij in een vrachtwagen naar de markt van Izegem gevoerd.

"Er heerste daar een sfeer van revolutie toen. Vrouwen werden publiekelijk uitgekleed en het haar afgeschoren, anderen werden met gloeiende naalden door de borsten geprikt. (zucht) Van daaruit vertrok die vrachtwagen naar Sint-Kruis-Brugge. Het schijnt zelfs dat Jeroom Ampe, de oorlogsburgemeester van Oostrozebeke, net voor ze vertrokken het zeil wegtrok en de groet 'Houzee' riep. Dat was vreselijk aandoenlijk. De mensen schreemden toen ze wegreden. Het was het begin van een keiharde periode voor ons. Moeder bleef alleen achter met 5 kinders, zonder inkomen. 33 maanden lang." (snikt)

Pepe: "In Weerberg heb ik een paar maanden de kat uit de boom gekeken tot het stof wat gaan liggen was. In burgerkleren ben ik dan door Oostenrijk en Zwitserland naar Mulhouse in het oosten van Frankrijk getrokken. Daar heb ik mij op de trein richting Parijs geluld. Het was toen al eind '45. In Parijs deed het gerucht de ronde dat er in België ziektes zoals de griep heersten, en omdat ik bezorgd was om mijn ouders besloot ik om dat te gaan verifiëren aan de Belgische ambassade. Ik had dat beter niet gedaan, met mijn stomme kop. Er stond daar een gast, een officier blijkbaar, die mij meteen op de rooster legde en mijn papieren eiste. 'Vous êtes Belge?' Oui. 'Vermeersch André Roger? Né le 4 avril de 1924?' Oui. 'Handen omhoog!' En het was gedaan. Ik werd meteen naar een gevangenis aan de Seine gevoerd waar ik in een veel te kleine cel met 13 man, voornamelijk Vlamingen, terechtkwam.

"Weet je, Jelle, aan de lafheid van de flaminganten na de oorlog heb ik mij altijd geweldig gestoord. Na Parijs kwam ik terecht in de gevangenissen van Sint-Gillis en Kortrijk. Daar zijn mijn ogen pas echt opengegaan, jongens toch. Veel van die VNV'ers, propagandapolitici pur sang, durfden zelfs niet met ons, gewezen frontsoldaten, te praten omdat dat hun zaak negatief zou beïnvloeden. De arrivisten, godverdomme. Als wij een kameraad zagen in de bak, dan gingen we naar hem toe. Punt uit. Dat heeft mij zeer geslagen. Vanaf dan heb ik beslist om me nooit meer voor de kar van de politiek te laten spannen.

"Hetzelfde met de grote VNV-leider Hendrik Elias. Op een bepaald moment in '44 komt die binnen in een hotel in het Duitse Liebstadt waar ik mijn bevelen moest ophalen. Elias passeert mijn tafel, ik klak mijn hielen bij elkaar, maar meneer reageert niet. Hij deed zelfs de moeite niet om eens met me te komen babbelen en te vragen hoe het met de Vlaamse jongens zat. Aan mijn kentekens kon hij nochtans meteen zien dat ik een Vlaming was. Niets, niets. Dan heb ik gezegd: Elias, een streep erdoor. Och, het waren allemaal dezelfde."

Dries Vermeersch (91): "Soldaten behandelde je met respect, ook al waren het Russen." Beeld Jelle Vermeersch

Meme: "Toen papa weggevoerd was, waren wij, vrouwen en kinderen, vogelvrij verklaard. Onze mannen zaten ofwel aan het front ofwel in de gevangenis, en de Witte Brigade zat ons op de hielen. Op een bepaald moment kwam een vriend van papa die bij de communisten zat, mij verwittigen dat ik moest vluchten. Ik was met mijn 18 jaar de oudste dochter. Hij had in een café 500 meter verderop namelijk gehoord dat die mannen mij zouden komen ophalen 'om met mij hun gedacht te doen'. Ik moest eraan. Diezelfde avond ben ik naar mijn tante gevlucht."

Pepe: "Achteraf bekeken was het spijtig dat we tijdens het Ardennenoffensief niet hebben kunnen doorstoten tot in Mechelen. Want dan hadden we begin '45 orde op zaken kunnen stellen. De Duitsers hadden ons zelfs 3 dagen speciale congé beloofd om de mannen van de Witte Brigade een lesje te leren. Goh, ze hadden een geweldige schrik van ons, en terecht, want ik wist goed wie ik voor mij ging nemen in Meulebeke. Ze wisten nochtans dat ze de familie Vermeersch met rust moesten laten, en toch hebben ze het niet gedaan. Ik was aan het front toen ze mijn vader opgepakt en mijn moeder meegesleurd hebben. En alles kapotgeslagen. Het was schandalig. Dat vergeef ik hen nooit."

Beeld Jelle Vermeersch

Meme: Tegen het einde van de gevangenisstraf van mijn papa werd ik bij de commandant van de gendarmerie geroepen, een bucht van een vint. Hij wilde dat ik verklaarde dat mijn vader 16 mensen verklikt had tijdens de oorlog. Maar dat was nooit van zijn leven gebeurd. Op een bepaald moment zei hij dat mijn vader een totentrekker en een 'valse christen' was, en toen ben ik recht gesprongen, mijn stoel vloog tegen de muur en ik heb gezegd: 'Gij gaat daarover zwijgen. Dat is de grootste leugen.' Waarop hij: 'Als je niet oplet, doe ik met u wat de Duitsers met mij gedaan hebben.' En ik zeg: 'Doe met mij wat je wilt. Schiet me dood. Schiet me dood.' Ik stond te beven op mijn benen. 'Naar buiten', zei hij en ik was vrij."

Pepe: "Het merendeel van mijn straf heb ik uitgezeten in De Wikings, in Kortrijk, een interneringskamp dat ze speciaal voor zwarten gelijk mij opgetrokken hadden. Daar heb ik trouwens de vader van meme leren kennen. Een sjieken tiep. Correct en eerlijk. Op mijn proces heb ik 5 jaar gekregen en na anderhalf jaar kwam ik vervroegd vrij. Terwijl mijn ordonnans, een wreed brave jongen en een idealist die de kerk gevolgd was in hun strijd tegen het bolsjewisme, 13 jaar cel kreeg. Hij had bij wijze van spreken alleen mijn laarzen gekuist, terwijl ik toch 130 man aangevoerd had bij de Wehrmacht. Ik begreep er niks van."

Het begin

Pepe: "De familie Vermeersch was een familie van flaminganten. Niet meteen Duitsgezind, want mijn vader was een anglofiel en mijn nonkel Alphons werd tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers gefusilleerd wegens spionage voor de Engelsen. Ik heb hier nog een schone medaille liggen van King George V die we na zijn dood gekregen hebben. Massief zilver.

"Zelf ben ik begonnen als vendelleider voor de regio Tielt bij het AVNJ (Algemeen Vlaams Nationaal Jeugdverbond, red.). En via het Jongerenkorps ben ik in 1943 doorgestroomd naar de onderofficierenopleiding van de Wehrmacht in Vilvoorde, waar ze mij vrij snel gevraagd hebben om de officierenopleiding te volgen. Waarom weet ik niet. Of ik beter was dan een ander? Neen. Er waren er die veel schoner of sterker waren en meer uitstraling hadden dan ik, maar ik had wel vlug door hoe het Duitse systeem werkte.

"In Duitsland heerste een volgzaamheid waar ik van gruwde. Ik was niet bang en als je naar Duitsers terugblafte, steeg je onmiddellijk een paar treden op de ladder. 'Sie sind ein verrucktes Schwein!' - 'Ja genau, so wie Sie', zei ik dan. (lacht) Dat vonden ze fantastisch."

Pepe: "De familie Vermeersch was niet meteen Duitsgezind. Mijn vader was een anglofiel." Beeld Jelle Vermeersch

Meme: "Voor ons begon de oorlog in mineur. Op een nacht in mei '40 - de Duitsers waren zelfs nog niet tot in Oostrozebeke doorgebroken - werd er bij ons thuis aangebeld. Mijn papa deed de voordeur open, ik hoorde hem Frans praten en twee minuten later kwam hij de living weer binnen, gevolgd door een soldaat van het Belgisch leger. Met een pistool op hem gericht. God, jong, ik dacht dat ik stierf. Verschrikkelijk. Hij moest mee, maar hij mocht zich nog vlug wassen, nam afscheid van mama en van ons kinderen. (snikt)

"Dat vergeet ik nooit, Jelleke. Ik was 14 jaar en ik had geen idee of we hem ooit gingen terugzien. Papa was een van de 11 mensen van Oostrozebeke die door de Belgische Staat weggevoerd werden naar Frankrijk. Papa zat toen al een tijdje bij het VNV en was gemeentesecretaris, maar ze pikten er gewoon lukraak mensen uit. Er waren ook communisten en joden bij. Als je een beetje intellectueel was, werd je opgepakt. En als je De Standaard las, had je dubbel pech.

"Papa heeft uiteindelijk geluk gehad, want de Duitsers hebben zijn transport aan de Franse grens tegengehouden en 11 dagen later was hij weer thuis. Anderen zoals Joris van Severen, de leider van Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen) hadden minder geluk en bekochten het met hun leven.

Dries Vermeersch als Wehrmachtofficier. "Ik had snel door hoe het Duitse systeem werkte." Beeld Jelle Vermeersch
Vlaamse geschiedenis op de boekenrekken. Beeld Jelle Vermeersch

Van de oorlog

Pepe: "Eind '44 konden we onmiddellijk naar het front, in mijn geval de uitlopers van de Slag bij Arnhem. Snel daarna kwam het Ardennenoffensief. Ik werd ingedeeld bij de Luftwaffe, waar ik het bevel voerde over een Vlaamse eenheid met twaalf 3,7cm-kanonnen, gevaarlijk spul en tot op 3 kilometer zeer effectief. We werden voornamelijk ingezet tegen vijandelijke tankeenheden. Er heerste meteen een ongelooflijke camaraderie onder onze manschappen. Wij Vlamingen waren dikwijls harder dan de Duitsers, we gingen altijd door. We noemden de Duitsers vaak Feiglinge, lafaards, wij waren Draufgänger.

Meme: "Nadat papa teruggekeerd was van zijn 'reis' naar Frankrijk, brak voor ons een rustige periode aan. Papa hielp iedereen die hij kon en zelf beleefde ik een mooie tijd bij de Dietsche Meisjesscharen, de jeugdorganisatie voor meisjes van het VNV. Later deed ik nog 6 maanden arbeidsdienst, maar de Duitsers lagen me eerlijk gezegd niet zo goed. Ik heb altijd problemen gehad met gezag. Zo zag ik het niet zitten om iedere week de veters uit mijn schoenen te halen bij het schoenenpoetsen. Ik deed dat dan ook niet. Weet je wat het is: het Vlaams-nationalisme bestond al veel langer dan Duitsland met zijn oorlog. En thuis waren wij echte Vlaams-nationalisten.

Meme: "Ik was 14 jaar en ik had geen idee of ik mijn vader ooit zou terugzien." Beeld Jelle Vermeersch

De ontmoetingen

Pepe: "Toen ik op de onderofficierenschool zat, moest ik - ik vermoed ergens in 1943 - eens naar Oostrozebeke gaan om een speciale brief af te geven aan oorlogsburgemeester Ampe, een VNV'er, geen al te sympathieke vent. En op het stadhuis werkte meme.

Meme: "Ik weet nog goed dat ik uit beleefdheid meegegaan ben naar buiten en dat we meer dan een uur gepraat hebben."

Pepe: "De volgende keer dat ik haar tegenkwam, was in Brussel."

Meme: "Ik moest daar met de Dietsche Meisjesscharen rondgaan met een collectebus voor de oostfronters."

Pepe: "En wij moesten meestappen in de parade voor de laatste lichting Vlaamse SS'ers die met de trein naar het oostfront vertrokken. Dat was nogal de moeite, hoor. We moesten 3 uur stokstijf in houding staan."

Meme: "Toen pepeetje aan het front zat, hebben we elkaar niet geschreven of zo."

Pepe: "Ja, ik had toen een ander meisje, een Duitse. Heel zedelijk hoor. Ze is hier later nog op bezoek geweest met haar man."

Meme: "Da's juist. Later heb ik pepe teruggezien toen ik met tabak naar mijn papa ging in de gevangenis in Kortrijk, in 1946 moet dat geweest zijn. Ze zaten daar toen samen."

Pepe: "(ironisch) Papa, dat was toch die moordenaar die verschillende mensen kapotgemaakt en vergast had in de gaskamers, hè."

Meme: "Ik weet nog goed dat ik je in '47 terugzag nadat je uit de bak kwam. Ik was thuis aan het kuisen met mijn rood-witte zakdoek op mijn hoofd en opeens zag ik daar een schone gast, wit van haar, bruin van vel op een velo vol valiezen passeren. Ik deed teken en je stapte binnen. Daar is de voenke overgesprongen."

Dries Vermeersch en Odette Vanoutrive: "We zijn zo gelukkig dat we elkaar nog hebben." Beeld Jelle Vermeersch

Pepe: "Voenke, voenke? Het was een dieselmoteur.

Meme: "We zijn ongeveer 3 jaar in kennisse geweest."

Pepe: "Maar dat was platonisch. Zeer platonisch." (lacht)

Meme: "We waren alle zaterdagen en zondagen tegaare. Om te gaan wandelen en te babbelen. De cinema was veel te duur."

Pepe: "Ik weet nog goed dat we onze eerste pieper aan elkaar gegeven hebben onder de telefoonpaal in de straat van meter Vanoutrive in Oostrozebeke. We waren toen al een paar jaar samen."

Meme: "Maar dat is niet waar, vake, een paar jaar... Ge ziet gie zeker zot. (lacht) Het probleem was dat we niet konden trouwen."

Pepe: "We hadden geen geld."

Meme: "En we mochten niet van je ouders. Ik weet het nog goed. Pepe ging mij voorstellen - dat was toen nog de gewoonte - en weet je wat zijn moeder zei? 'Ik heb eens geïnformeerd: goed volk, maar geen geld.' Dat was erg, maar ik had het liever zo dan dat ze zei: 'Veel geld, maar raar volk.'"

Pepe: "Ik heb dan tegen mijn moeder gezegd: 'Als ik mag trouwen, geef ik je mijn eerste 6 maanden loon.' En zij zei dat het goed was en ik heb dan meteen naar meme gebeld dat de kogel door de kerk was."

Meme: "Zes weken later zijn we dan getrouwd. Tegen de goesting van je moeder. Om 7 uur 's morgens, want dat was de goedkoopste mis. We hadden zelfs geen trouwkleers gekocht. En kijk, de 30ste november zijn we 65 jaar getrouwd."

Pepe: "Dat ik het zo lang volgehouden heb. Straf, hè?" (lacht)

Meme: "Och, Jelleke, we zijn zo gelukkig dat we mekaar nog hebben."

Beeld Jelle Vermeersch

Dieter en Balder en wij

Jelle: Dat was 1950 en twee jaar later kwam Dieter, mijn vader. Een guitige gast, een rostekop met sproeten die onbezonnen kattenkwaad uithaalde in het Sint-Amandsberg van de jaren 50. En toen werd Balder geboren, drie jaar jonger dan zijn broere.

Al na 3 maanden liep het mis. Op kerstavond werd hij in allerijl naar de kliniek gevoerd met een dubbele longontsteking. Hij zag blauw, bijna zwart. Hij had een zuurstoftekort gehad en hersenschade opgelopen. De dokters hadden hem opgegeven, maar Balder kwam erdoor. Niet ongehavend, en hij heeft vaak in het ziekenhuis gelegen in zijn jongensjaren, maar hij liep school en ging werken, en hij werkt nog altijd. Als klusjesman in Bloso-centrum De Rhille in Woumen. Vastbenoemd en dicht bij de paarden, de beesten die ze het liefst zien in onze familie. Allemaal hebben we gereden, heel onze jeugd en nu nog altijd. De Vermeerschen aastemen paarden.

Vroeger was Balder weleens het kruis van de familie door zijn koppigheid, zijn handicap en zijn pint te veel, nu helpt hij zijn ouders waar hij kan. Doet hij commissies met zijn Aixam, rijdt hij het gras af, wast hij de vuile borden. En ook al knaagt er soms iets bij hem omdat hij de indruk heeft dat hij niets goed kan doen voor zijn vader, dankzij Balder en de goeie zorgen van mijn ouders wonen ze nog thuis. 89 en 91 jaar oud, dat zijn geen jonge veulens meer, het loopt op zijn einde.

Insignes in de buffetkast, die als enige meubel de repressie overleefde. Beeld Jelle Vermeersch

Ik ben er vaak geweest als kind en ik kom er nog altijd. De afgelopen maanden heel vaak zelfs. Om hun verhaal op te schrijven, maar ook om gewoon eens te klappen. Tegen je grootouders zeg je dingen die je niet tegen je ouders kwijt kunt. En zij vertellen graag en uitgebreid, vooral over de oorlog, dat brandmerk in hun hersenen.

Ze hebben dat altijd al gedaan. Ik zie mijn broer en ik nog zitten in de rotanzetels in de veranda. Lagereschoolkinderen in sponsen pyjamas die met open mond naar The Longest Day of een andere oorlogsfilm zaten te kijken en stiekem aan het supporteren waren voor de moffen, want was pepe niet een van hen geweest... Aansluitend vertelde hij dan straffe verhalen over die keer dat hij per ongeluk een eigen Messerschmidt neergeschoten had met een van zijn kanonnen en dat de Amerikaanders cowboys waren die met moeite een tank konden besturen. Oorlog was een avonturenfilm. Wij wisten niet beter en de Duitsers waren toch niet allemaal van die blauwogige schurken van nazi's zoals in de films?

Maar nu ben je wijzer, of denk je dat, en heb je tientallen, honderden boeken gelezen over die Tweede Wereldoorlog, over de nazi's, de Vlaamse Beweging, de collaboratie en de repressie. Verslind je alles van Sebastian Haffner, Ian Kershaw, Jonathan Littell en anderen. Om het allemaal in een breder kader te zien en te proberen begrijpen waarom je dierbaren indertijd die keuze gemaakt hebben.

Balder, de nonkel van Jelle, helpt zijn ouders waar het kan. Beeld Jelle Vermeersch

Je weet ondertussen ook wel dat de waarheid van je grootvader niet dé waarheid is, maar zijn waarheid. En je wil eigenlijk het liefst van al uit zijn mond horen dat hij misleid was door prekende priesters die hem tegen het bolsjewisme opstookten. Je wil horen dat hij zich vergist heeft of dat hij spijt betoont. Dat hij Hitler een nare vent vond. Dat het fascisme de dood van zijn eigen zoon zou betekenen. Dat de Vlamingen bedrogen zijn door de Duitsers.

Maar dan kijk je rond in zijn huis en zijn bureau en zie je een koppelriem van het Vlaamsch Jongerenkorps; een stekjesdoos waar 'Mijn trouw is mijn eer' in gegraveerd staat, met een dolk eronder; mappen met correspondentie uit de jaren 80 waarbij hij aangesproken wordt als 'dierbare kameraad'; een boekenband Vlaanderen in Uniform 1940-1945; jaargangen van het Berkenkruis; een gipsen kop van Cyriel Verschaeve. Diehard Vlaamsche symbolen die mijn grootouders als een warm deken om zich slaan. Je merkt dat hij vandaag nog altijd voor zuiverheid van gedachten kiest. Voor rechtlijnigheid. Idealisme. Einwandfrei. Onberispelijk. Een woord is een woord. Bitterheid omdat niet iedereen zo denkt als hij.

Hij, een gewond dier, een kind van de jaren 30. Of zoals meme helemaal op het einde zegt, terwijl ze met haar wijsvinger op tafel klopt: "Weet je wat papa altijd zei, en dat is een hele grote waarheid: 'Het is simpel. De stiefmoederlijke behandeling van Vlaanderen door België is de schuld van alles.' Daarmee is alles gezeid."

Bang voor de dood zijn ze niet, maar gaan wij leren van hun verleden?

Ik moet denken aan Claus:

"Wij hoorden de saxofoon en de paukeslag. Wij zagen een meeuw die hinkte. We gaan zien. Wij gaan zien. Toch."

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234