Zondag 16/06/2019

Interview

Herman ‘Marcske’ Verbruggen: “Had ik de liefde van mijn leven maar vroeger ontdekt, dat had mij veel ellende bespaard”

Herman Verbruggen. Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: acteur Herman Verbruggen (55). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Summertime sadness, kent u dat gevoel?

“Je bedoelt een beladen gevoel dat je in de zomer zou kunnen krijgen? Euhm, nee. In de zomer heb ik dat zelfs minder, omdat ik het gevoel heb dat de zomer me mentaal wel wat opfleurt. Ik merk dat niet alleen bij mezelf, maar ook in mijn omgeving: mensen zijn opener, ­makkelijker, aangenamer, socialer als het zomer is.

“In de vakantie heb je wel meer tijd en ruimte om te reflecteren over je leven, om een balans op te maken, maar zwaarmoedig word ik daar niet van.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat een van de eigenschappen die mij het leven makkelijk maken, is dat ik heel goed functioneer in groepen. Dat heeft volgens mij met een groot empathisch vermogen te maken. Met een ingesteldheid dat je niets samen kunt verwezenlijken zonder rekening te houden met de ander. Als je alleen rekening houdt met jezelf, duw je de ander neer, en dat straalt af op het resultaat.

“Ook in een sitcom als
FC De Kampioenen moeten de emoties juist zitten. Als ze niet juist zitten, is het niet goed, dat is simpel. Om goed samen te kunnen werken heb je een soort van vertrouwen nodig, en vertrouwen creëert intimiteit. Als je wilt dat de fictie werkelijkheid wordt, moet je elkaar toelaten, elkaar aanvoelen. Bij De Kampioenen werd iemand die zich niet gedroeg bij wijze van spreken buiten­gekeken.

“Ik denk wel dat ik de kwaliteit heb om een soort atmosfeer te helpen creëren die de samenwerking versterkt. Ik zou zelfs durven te zeggen dat die kwaliteit belangrijker is dan je acteer­talent. En daar worden acteurs in hun opleiding niet op geselecteerd.

“Ik heb bij de scouts gezeten en ook op internaat. En niet omdat ik onhandelbaar was (
lacht), of omdat mijn ouders geen tijd voor mij hadden. Ik denk dat ze goed aanvoelden dat ik daar op mijn plek zat. Voor mij was dat een goede omgeving, een soort natuurlijke habitat. Die sociale gevoeligheid is dus ook wel wat de aard van het beestje, wat niet wegneemt dat je er niet bij stil moet staan.”

Wie is Herman Verbruggen?

* geboren op 25 januari 1963, in Kapellen

* studeerde aan de Mime­studio in Antwerpen

* speelde straat­­theater met zijn gezelschap Aksident, dat uitgroeide tot een bedrijfje gespecialiseerd in (bedrijfs)animatie

* kroop van 1994 tot 2011 in de rol van Marcske in FC De Kampioenen, deed dat ook in de Kampioenen-films

* dook op in radio- en tv-programma’s als Zeg eens euh!, De kotmadam, als voice-over in Komen eten en samen met Jacques Vermeire als kandidaat in 2 sterren restaurant

* schreef samen met levens­partner Petra het boek Mag het iets meer zijn?, over de premature geboorte van hun jongste van twee dochters  

3. Wat is uw passie?

“Als ik terugkijk op mijn leven, wat heb ik dan met heel veel plezier gedaan, want dat is dan toch je passie? (zwijgt even) Iets creëren vanaf nul, denk ik. En dat heb ik (zucht) duizenden keren gedaan. Ik ben er nu mee gestopt omdat het allemaal wat te veel werd, maar 27 jaar lang heb ik een bedrijfje gehad, Aksident, dat gegroeid was uit het straat­theater en acts maakte voor bedrijven en organisaties. In het begin speelde ik zelf mee, maar later werkten we met een poule van acteurs en deed ik het creatieve werk achter de schermen. Ik was er zo hard mee bezig dat ik er ’s nachts wakker van lag.” (lacht)

4. Wat is uw zwakte?

“Ik denk dat mijn zwakte verbonden is met mijn sterkte. Mijn vrouw Petra zegt vaak tegen mij: ‘Gij zijt toch pater Damiaan niet!’ Als een bedelaar mij geld vraagt, geef ik, ook al weet ik dat ik daarmee het ­systeem in stand houd. Je open­stellen voor de ander is mooi, maar je moet ook grenzen kunnen trekken. Maar als ik neen zeg, wil ik voor mezelf uitmaken waarom. Het is veel makkelijker om weg te kijken.”

5. Wat is uw grootste angst?

“Dat vind ik een moeilijke. Ik leef blijkbaar toch met heel weinig angst. Statistisch gezien loop ik de kans om slepend ziek te worden en die kans is groter dan dat ik de lotto win. Maar wat is de zin van angstig zijn?

“Ben ik bang dat mijn kinderen iets overkomt? Kinderen leren veel door zelf fouten te maken. Je leert de scherpte van een mes pas kennen als je eens in je vinger snijdt. Het enige wat je kunt hopen is dat je vinger er niet af is.

“Mijn ouders drukten mij op het hart voorzichtig te zijn op straat, maar toch ben ik eens van mijn fiets gevallen met een stel isomo­panelen onder mijn arm. Er vloog een motorfiets voorbij die letterlijk over mijn haar is gereden – ik had toen gelukkig lang haar. (lacht) Dat zijn van die momenten dat je tot inzicht komt, en dat werkt.

“Mijn moeder zei altijd: ‘Als er iets gebeurt, krijg je van mij een mot in je gezicht’. Zo van: doe me dat niet aan, wees voorzichtig. Loslaten, ­vrijheid geven op het juiste moment, vind ik wel schoon. Want angst krijg je mee van thuis.”

6. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Na de proclamatie in het op het eerste gezicht vrij banale programma
2 sterren restaurant. Ze hadden mij gevraagd om samen met Jacques Vermeire een pop-up­restaurant op te zetten van nul af aan. Voor mij vertoont het restaurant­gebeuren heel veel parallellen met mijn beroep: acteren, mensen plezieren, creatief zijn, samen­werken, het zit er ­allemaal in. Een restaurant is voor mij het meest complete totaal­spektakel dat er bestaat. Het draait niet enkel om eten, maar om een hele ervaring, een heel verhaal dat je creëert. Een show. 

“En wij hebben dat top gedaan, maar we moesten het afleggen tegen Andy Peleman van
De buurt­politie en Marie Verhulst. Het jonge koppel, de jeugd. We hebben de finale net niet gehaald. Toen ben ik in mijn auto gestapt en het duurde geen vijf minuten of de ramen dampten aan. Dat was nu eens een echte teleur­stelling, zie. Ja, lachen jullie maar.” (lacht)

Herman Verbruggen : "Ik vind het ambetant dat ik een buikje heb. Maar om daar nu mijn wijntje voor te laten staan..." Beeld Stefaan Temmerman

7. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Op een bepaald moment draaiden we met FC De Kampioenen een scène op een rivier in de Ardennen. Ann Tuts en ik in een kajak die omkantelt. Euhm. Die eskimo­rol moesten we niet zelf uitvoeren, maar wel de aanzet ervan. Ann zat vooraan, ik achteraan. Allebei ­professioneel ingesnoerd. ‘Ja, Herman, actie, maar zorg dat je niet omkiepert, hè.’ En hup, die boot slaat natuurlijk om. IJskoud water. Ann geraakt uit dat ding, maar ik hang onderste­boven vast en die kajak drijft af. Toen dacht ik: ik sterf!”

8. Waar schaamt u zich soms voor?

“Als jonge gast en zelfs nog in het begin van FC De Kampioenen kreeg ik continu een rooie kop. Toen ze in de klas zeiden: ‘De pennenzak van de Franky is gestolen’, zat ik daar, hup, met mijn kop zo rood als een tomaat. Waarom? Misschien omdat ik dacht dat ze mij zouden ­verdenken? Is dat schaamte? Dat weet ik niet goed. Maar door mijn stiel, denk ik, slaag je er makkelijker in om je door die momenten van schaamte heen te slaan.”

9. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ja, hoe voel ik me in mijn lichaam? (lacht) Als in een, euh, nog te renoveren kathedraal. Nee. Het is natuurlijk fantastisch wat je lichaam allemaal kan en hoe je hoofd dat apparaat commandeert. Waar het je naartoe brengt. Met een matige tot mooie elegantie. (lacht) Ik heb het geluk, denk ik, dat ik het zelden voel, dat ik weinig last heb van mijn lichaam. Dat ik mezelf als één geheel voel.

“Er is natuurlijk ook nog zoiets als de lichaams­cultuur en het beeld van perfectie en in welke mate ik daaraan beantwoord. Dan denk ik: goh, ’t valt nogal mee. Ik vind het ambetant dat ik een buikje heb. Maar om daar vanaf te raken moet je stoppen met wijn drinken. Ik drink twee tot drie glazen per dag. Nu ik weet dat je er maar tien per week mag drinken volgens de alcohol­bazen... Mocht ik nu echt willen, ik zou ermee stoppen, maar blijkbaar vind ik het toch niet zo belangrijk.”

10. Wat vindt u erotisch?

“Als ik er nu over nadenk: ik word aangetrokken door vrouwen die iets androgyns hebben, iets mannelijks uit­stralen, zoals Petra. Dat prikkelt mij. En dan bedoel ik niet enkel fysiek, maar ook mannelijk in gedrag, in bewegingen, in hun manier van communiceren. Ik hou van vrouwen die niet helemaal vrouwelijk zijn. Zoals ik ook wel hou van mannen die niet helemaal mannelijk zijn, zoals ikzelf. Het mannelijke in vrouwen en het vrouwelijke in mannen vind ik wel boeiend. Het net niet homo zijn.

“Soms kom ik iemand tegen van wie ik denk, amai, die is echt op en top homo, en dan blijkt hij getrouwd te zijn. En dan kun je vragen: Herman, ben jij niet homo? Dat weet ik niet. Dat kan ik niet zeggen. Dan zou ik aangetrokken zijn tot mannen. Het is zo dubbel, want dat vrouwelijke zit wel in mij.

“Een vrouw die alle vrouwelijke elementen in zich verenigt, is voor mij niet aantrekkelijk. Grote borsten, hoge hakken, nee. En hoe die lopen!”

11. Wat is uw goorste fantasie?

“Stel nu dat ik een heel gore fantasie heb, de laatste aan wie ik die zou vertellen, is aan een krant.”

12. Wat betekent liefde voor u?

“Ik denk dat liefde een van de moeilijkst te verklaren emoties is. Voor mij voelt het eigenlijk aan als een overtreffende trap van vriendschap. In mijn formule behelst liefde altijd vriendschap. Het vormen van een geheel ook. Wat dan weer te maken heeft met wederzijdsheid, met een wisselwerking van emoties.

“Als je jong bent, denk je dat liefde in bed kruipen is met het scouts­meisje op wie je verliefd bent. Maar daar gaat het niet om. Je moet natuurlijk die eerste fase door en dat is nog een van de foutjes in de mensheid, denk ik. Want je moet geluk hebben. Verliefdheid verblindt je, je wordt gedreven door een seksuele drang. Veel mensen vergissen zich dus ook. 

“Als je liefde kunt ervaren, mag je echt heel blij zijn. De juiste persoon vinden met wie je een geheel kunt vormen, is niet vanzelf­sprekend. Maar het is een heel fijn gevoel. Het leuk vinden dat de ander ­thuiskomt. Zwijgend naast elkaar kunnen zitten en daarvan genieten. 

“Aan mijn jeugd­liefdes ging ik kapot. Had ik toen maar Petra ontmoet, de liefde van mijn leven, dan was mijn jeugd wat relaxter verlopen. (lacht) Maar ik heb haar pas op mijn 38 leren kennen. Laat hè? (lacht)

“En daarvoor? One­night­stands heb ik nooit gehad. Dat is niets voor mij, dat staat werkelijk haaks op wie ik ben. Ik kan niet zomaar voor de seks een paar uur met iemand doorbrengen en dan salut en de kost. Nee, dat kan ik echt niet. Ik heb wel een tijdje een vriendin gehad in Frankrijk, maar dat was een half­slachtige relatie. Dus seks heb ik jarenlang niet gehad, nee. (kijkt naar Fernand) Maar daar ga je niet van dood, hoor.” (lacht)

13. Welk dier zou u willen zijn?

“Ik zou geen dier willen zijn, omdat we begot niet weten hoe die ­beesten zich voelen. Maar als het dan toch moet: een giraf. ‘Guitige giraf’ was mijn totem bij de scouts. Een giraf is ook zo’n beetje fout van vorm. (lacht) En hij kan gewoon zijn leven leiden, denk ik. Zonder angst voor predatoren.

“Veel mensen antwoorden (met hoog stemmetje): ‘Een vogel, zo boven iedereen vliegen’. Ja, een vogel, ik weet het niet. Heeft er al iemand ooit eens een ei gelegd? Als je dat moet doen, ben je liever geen vogel.” (hilariteit)

14. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Mijn vader leeft nog, mijn moeder is gestorven in het jaar dat mijn ­oudste dochter geboren is. Ze heeft wel geweten dat Petra zwanger was. Gelukkig.

“Ik denk dat de relatie met mijn ouders typisch was voor die generatie: wat afstandelijk, vooral fysiek dan. Elkaar eens goed vastpakken was er niet bij. Maar ik had wel een goede band met hen. We hebben zelden een conflict gehad. Als ik om twaalf uur thuis moest zijn, was ik om twaalf uur thuis, want ik wist dat mijn moeder de hele tijd wakker lag. Daar hield ik dus rekening mee. Afspraken naleven vonden ze belangrijk.

“Ook omgaan met verantwoordelijkheid hebben ze mij geleerd. Mijn ouders hadden een stukje bouwgrond op 200 meter van ons huis.  Een mooi stukje natuur met een vijver. Op den duur was dat mijn plek. Ik had mijn eigen sleutel van het poortje, nodigde er jongens uit de buurt uit, en zette er zelfs een klein handeltje op in cola en chips. Daar heb ik dus met geld leren omgaan. (lacht) Een echt café kon je het niet noemen, maar na een tijdje liep het toch uit de hand. Er waren duiven neergeschoten, en dat bleken prijsduiven te zijn. Of er verdween al eens een bak bier uit de sport­club. Of er werd geëxperimenteerd met molotov­cocktails, maar zonder iets te beschadigen hè. En plots stond de politie voor mijn deur. Tja, dat was een schande hè, maar het was wel nodig om tot het besef te komen dat het ontspoord was.

“Gelukkig hebben mijn ouders daar rustig op gereageerd. Ze konden dat plaatsen. Ik was een opgroeiende jongeman die niet slecht van inborst was, maar nog moest leren omgaan met allerlei soorten vrienden.

Herman Verbruggen: "Ik ben een beetje jaloers op mensen die kunnen geloven. Ik kan dat echt niet." Beeld Stefaan Temmerman

“Mijn ouders gingen ook op een mooie manier met elkaar om. Mijn vader was de nieuwe man avant la lettre. De huishoudelijke taken deden zij samen. Niet: moeder in de keuken, vader in de hof. Ik heb dat altijd als iets heel belangrijks ervaren. Ik stoor mij dan ook enorm aan mannen die één ding goed kunnen, en zich van de rest niets aantrekken. Ik vind dat van een ongelooflijke zieligheid.”

15. Hoe kijkt u naar religie?

“Ik ben er te nuchter voor, denk ik. Ik kan echt niet geloven. Neen. Ik ben wel een beetje jaloers op mensen die dat wel kunnen. Oprecht geloven vergemakkelijkt het leven wel. We zijn zo ver ontwikkeld dat we alles willen doorgronden, maar sommige concepten als goed en kwaad of de dood zijn niet helemaal te vatten. Dan kan geloof een mooie invulling bieden.”

16. Wat is voor u de hel op aarde?

“Volgens mij is dat een plek waar je met alles wat je graag doet niks bent. Dat wil in mijn geval zeggen dat ik met mijn talenten en passies niets kan of mag doen.”

17. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“We hebben ooit eens beslist om via een agentschap een reis te boeken naar Rhodos. Zo’n klassieke all-in­formule. Nooit meer. Vreselijk. Het hotel zat vol Russen, van die nieuwe rijken. Je hebt er geen gedacht van hoe beestig mensen zich kunnen gedragen. Elkaar verdringen aan het buffet, eten op de grond gooien en dan van het personeel eisen om het te komen opkuisen. Ik vond dat een verschrikking.”

18. Hebt u ooit racistische gevoelens gehad?

“Ik zal altijd iemand op zijn daden beoordelen, niet op zijn huids­kleur. Racistisch denken is het resultaat van een soort door­gedreven eenvoud en daar hou ik niet van.

“Wat mij wel bezighoudt, is de vraag of de multi­culturele samen­leving wel perfect kan werken. Als je hier in Borgerhout wandelt, tijdens Borgerrio bijvoorbeeld, zou je zien wat een mix hier leeft. Dat heeft iets heel moois, maar ik heb toch de indruk dat er nog veel werk aan de winkel is. 

“Voelen die mensen zich hier wel gelukkig, vraag ik mij af? Want daar draait het toch om hè, om geluk? De beste samenleving is een plek waar iedereen tevreden is, dat moet het doel zijn. Maar ik voel dat er nog altijd twee werelden zijn. Ik denk dat er nog veel ontevredenheid is omdat we nog in een soort ontwikke­lings­fase zitten. Het heeft tijd nodig.”

19. Aan wie zou u eens ongezouten uw mening willen zeggen?

“Aan niemand. Ongezouten wil zeggen zonder rekening te houden met de beleefdheids­regels, dat doe ik niet. Ik vind dit een Twitter-vraag. Als ik aan iemand mijn gedacht wil zeggen, dan doe ik dat met respect voor de ander, maar ik zal wel proberen mijn punt te maken.”

20. Wat betekent geld voor u?

“Geld vind ik tof. Geld is het tastbare resultaat van mijn werk, de beloning. Mijn gouden leefregel is: als je onder je stand leeft, ben je altijd rijk, want je kunt geld opzij­leggen, al is het maar 1 euro.

“Als ik 100 euro per dag verdien en ik leg er 20 opzij, dan heb ik na vijf dagen 100 euro gespaard en kan ik al eens nadenken of ik dat volgende jobke wel aanvaard. Ik kan ook beslissen om mijn dure tijd te besteden aan een ­interview voor een krant die mij daar niets voor betaalt. Ik hoop dat jullie mij toch minstens een zomer­abonnement geven.” (hilariteit)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden