Donderdag 28/05/2020

Interview

Herboren Tom Helsen: "Er is niets meer dat mij kan tegenhouden. De donkere periode ligt achter mij"

Beeld Tim Coppens

Een nieuw leven, een nieuwe plaat. Na jaren van neerslachtigheid voelt de Leuvense singer-songwriter Tom ‘Sun In Her Eyes’ Helsen zich helemaal herboren. Volgende week laat hij Cupcakes op ons los, de plaat waar hij een jaar lang als kluizenaar aan werkte. "Ik heb het gevoel dat ik de wereld aankan. Er is niets meer dat mij kan tegenhouden."

“Vroeger kon ik op feestjes de hele avond onnozel doen”, zegt Tom Helsen. “Maar als ik dan alleen in mijn auto terug naar huis reed, kreeg die depressie mij altijd meteen weer te pakken. Vandaag kan ik mij geweldig amuseren op een feestje, met een goed gevoel naar huis rijden, met een goed gevoel gaan slapen en de volgende ochtend met een goed gevoel opstaan. Dat is nieuw voor mij.”

Eindelijk gelukkig. Als u straks pas verder leest, en nu alvast de samenvatting wil van dit interview, dan is dit de beste formulering: Tom Helsen is eindelijk gelukkig. Niet dat het leven hem zo ongunstig gezind is geweest. Hij is 41, al 24 jaar samen met de moeder van zijn vier kinderen en schreef verschillende fonkelende popsongs die iedereen meteen herkent – met uiteraard ‘Sun In Her Eyes’ uit 2007 als grootste hit. En toch voelde hij zich al die tijd vanbinnen ook miserabel. “Ik heb tien jaar in een depressie gezeten”, vertelt hij mij in zijn werkkamer bij hem thuis in Veltem. “Ik heb nooit in mijzelf geloofd, ik was niet gelukkig met wie ik was en wat ik had, en geloofde niet in de toekomst. Vandaag is dat helemaal anders. Ik heb het gevoel dat ik de wereld aankan.”

Volgende week verschijnt zijn nieuwe album Cupcakes, wat een mooie aanleiding is voor dit gesprek. Maar ik vroeg hem maanden geleden al of ik hem eens mocht interviewen. Ik volg Tom allang op Twitter en hij fascineert mij. Ik vind niet alleen dat hij prachtige muziek maakt, hij heeft ook een raar, intelligent gevoel voor humor, en om een of andere reden verdenk ik hem ervan dat hij deugt, dat hij een, welja, Goed Mens is. “En dat is ook zo”, lacht hij bij dat compliment. “Ik wil een verschil maken in het leven van mensen. Ik heb in 2015 15.000 euro opgehaald voor het goede doel door huiskamerconcerten te gaan spelen. Stel je voor wat ik zou kunnen doen als ik écht bekend was.”

Die bekendheid, dat moet er nu maar eens van komen, eventueel op wereldschaal zelfs. “Ik heb iets meegekregen bij mijn geboorte”, zegt hij. “Ik kan melodieën bedenken die blijven hangen. Ik voel dat het kan lukken. Ik wil met mijn liedjes miljoenen mensen raken. Er is niets meer dat mij kan tegenhouden. De donkere periode ligt achter mij.”

Tussen angst en liefde

Het gebeurde drie jaar geleden, tijdens het VTM-programma Liefde voor muziek, waarin bekende artiesten elkaars nummers coveren – dat jaar met, behalve Tom, ook nog Guy Swinnen, Stan Van Samang en Slongsdievanons. “Ze waren mij aan het filmen en wilden mij per se doen wenen”, vertelt hij. “Ze bleven maar trekken en sleuren en dan ben ik uiteindelijk gecrasht, dan heb ik bekend dat ik wel heel blij was met mijn gezin, maar niet gelukkig met het leven. Ik vond dat toen niet prettig, maar doordat ze dat gesprek hebben uitgezonden, hebben veel mensen dat gezien. Mensen die ook depressief waren en dankzij mijn getuigenis voelden dat ze niet alleen waren. Dat heeft enorm veel teweeggebracht. Honderden mensen hebben mij laten weten hoeveel deugd het hen deed.”

Weet je waar die depressie vandaan kwam?

“Ik ben hoogsensitief. Dat heeft een grote rol gespeeld. Nu heb ik geleerd om dat te controleren, maar vroeger maakte dat mijn kop zot. Als je hoogsensitief bent, denken je hersenen anders. Je ziet de dingen anders. Ik merk heel snel associaties en patronen op, bijvoorbeeld, op de vloer of in de wolken. Vroeger draaiden mijn gedachten in de soep, nu heb ik geleerd om alles in vakjes te stoppen. Ik kan nu honderd dingen tegelijk doen, en toch rustig blijven en het overzicht bewaren.”

Hoe ben je uit die negatieve spiraal geraakt?

“Ik heb geleerd dat je geluk niet buiten jezelf moet zoeken. Je wordt gelukkig geboren en het is door de conditionering van de kutwereld dat je dat vergeet. Je leert denken dat geluk in de buitenwereld ligt. En dat is niet zo. Dat besef is simpel en bevrijdend. Ik heb ook nooit geloofd in mijzelf, ik deed als het ware aan zelfsabotage. Nu zijn die blokkages weg, is alle negatieve energie verdwenen en ligt alles open. Mensen voelen dat ook aan mij. Twee jaar geleden klaagde en zaagde ik constant, nu ben ik blij met wat ik heb.”

Ben je in psychotherapie geweest?

“Niet echt in psychotherapie. Ik heb een vrouw leren kennen die mij spiritueel begeleid heeft. Ik weet dat veel mensen daarop afknappen, op het woord spiritualiteit. Maar mij heeft het geholpen. Ik doe sinds twee jaar aan meditatie. In het begin is dat lastig, het duurt verschrikkelijk lang voor het lukt om echt je verstand af te zetten. Maar als dat lukt, kom je in een nieuwe dimensie waar alles kan en negatieve gedachten oplossen. Ik sta mijzelf nu niet meer in de weg. En ik ben niet meer kwaad op de mensen.”

Was je vroeger snel kwaad?

“Soms wel. Ik uitte dat ook op Twitter. Ik reageerde mij af omdat ik mij niet goed voelde. Nu ga ik met niemand meer in de clinch, ik verspreid alleen maar liefde. Ik heb onlangs zelfs wat extra liefde naar Tom Van Grieken getweet, de voorzitter van Vlaams Belang. In het leven moet je kiezen tussen angst en liefde. En ik heb gekozen voor de liefde. Als er nu een dronkaard in het café naar mij toekomt om te zeggen dat ik onnozele muziek maak, is de kans groot dat ik na een kort gesprek zijn huur voor de volgende maand betaal en zijn kinderen op een uitstapje naar Walibi trakteer.”

De dalai lama is er niets tegen.

“Maar het is toch waar: als je nergens meer mee zit, als je je gelukkig voelt en dat ook uitstraalt, als je alleen liefde voelt voor de mensen, dan is elk conflict meteen opgelost. De mensen met wie ik vroeger ruzie heb gemaakt omdat ik soms een groot bakkes heb, ben ik het voorbije anderhalf jaar gaan opzoeken, om het uit te praten en bij te leggen.”

Je lijkt momenteel wel euforisch.

“Dat lijkt maar zo. Innerlijk ben ik kalm. Het is hectisch, want ik doe alle promotie voor mijn nieuwe album helemaal zelf. Maar ik blijf rustig. Ik vraag me ook niet af wat er gebeurt als het mislukt. Als je je dat afvraagt, gaat het al fout. Ik heb alles losgelaten en doe wat ik moet doen. De rest komt vanzelf. Alles komt ook naar me toe, nu. Jij zit mij te interviewen. Op Twitter ben ik een hype aan het worden bij studenten, en mensen die ik vraag om mee te werken aan mijn videoclips, zeggen meteen ja. Dat is echt fantastisch.”

Tom Helsen: "Echt bekend ben ik nooit geworden. Nu voel ik dat het kan gebeuren. Ik heb voor deze nieuwe plaat mijn hart opengezet."Beeld Tim Coppens

Een vrouw en een gitaar

Misschien hebt u er op sociale media al een glimp van opgevangen: aan de clip van ‘They Don’t Make ‘em Like You Anymore’, zijn nieuwe single, werkten acht Vlaamse ­actrices mee: van Hilde Van Mieghem tot Hilde De Baerdemaeker. “En het nummer wordt gedraaid op Q, MNM en Radio 2”, lacht Helsen. “Dat is perfect, dan bereik je bijna iedereen.”

Aan songs voor de nieuwe plaat heeft Tom een jaar lang dag in dag uit gewerkt. “Toen ik voelde dat de depressie verdwenen was, heb ik besloten om er volledig voor te gaan. Ik heb een jaar lang alles afgezegd en niet opgetreden, om mij op nieuwe muziek te kunnen concentreren. Ik heb altijd goed verdiend, dus kon ik het mij permitteren. Met de steun van mijn vrouw ook, uiteraard, want nu is mijn geld op. Alle tellers staan op nul, en nu begin ik opnieuw te bouwen. Maar ik geloof erin. En zij ook. Zij heeft mij gestimuleerd om het zo aan te pakken: een jaar lang werken, en dan pas naar buiten komen.”

Zijn vrouw en de muziek kwamen op precies hetzelfde moment in zijn leven, vertelt hij. “In de week dat ik mijn eerste gitaar kreeg, leerde ik mijn vrouw kennen. Ik was nog maar 17 toen. Van mijn vrouw kon ik toen niet weten dat het de vrouw van mijn leven zou worden. Maar bij die gitaar voelde ik meteen dat het goed zat.”

Je dacht meteen: dit is wel iets?

“Nee. Ik dacht meteen: dit is hét. Ik wist meteen: dit is wie ik ben, dit is wat ik moet doen. Nadat ik mijn eerste drie akkoorden had geleerd, kon ik ‘Rosemary’ van Lenny Kravitz spelen en dat gevoel was onbeschrijfelijk. Zingen deed ik al langer, ik heb vanaf mijn zevende muziekschool gevolgd, vier jaar notenleer en twee jaar klassieke piano. Maar wat ik nu doe, heeft daar niets meer mee te maken. Een klassieke pianist speelt wat hij op de partituur ziet. Als je popmuziek schrijft, zijn er geen regels.”

Je was 19 toen je in 1996 meedeed aan de Rock Rally.
“Ja, behalve een free podium op school was dat mijn eerste optreden ooit. Ik had maar twee liedjes en speelde één cover, ‘Hotel Lounge’ van dEUS. Dat gevoel van de Rock Rally was geweldig. Zelfs als ik morgen een wereldhit schrijf, zal dat nog niet te vergelijken zijn met de kick van die eerste erkenning. Joost Zweegers van Novastar heeft toen gewonnen, ik was tweede. Joost heeft mij destijds een jaar of zo begeleid.”

Sinds wanneer kun je leven van je muziek?

“Sinds 2001, ongeveer. In de jaren daarvoor trad ik wel op in cafés en jeugdhuizen. Eerst solo, dan met een trio. Aanvankelijk speelde ik vooral in het alternatieve circuit. Maar ik ben in het begin ook een tijdje bij mensen thuis gaan kuisen om rond te komen. En als ik iets doe, doe ik het met volle overgave, dus ik had als poetsman veel tevreden klanten. Tot ik in 2003 mijn eerste voorschot kreeg van de uitgeverij. Toen ben ik daarmee gestopt. Mijn vrouw heeft mij ook even onderhouden. Daar ben ik haar dankbaar voor.”

En nu? Op naar de wereldhit, dus?

“Voilà. Pas op, ik heb nooit te klagen gehad. Ik ben een van de meest gedraaide artiesten in Vlaanderen. Maar vaak kennen mensen wel het nummer zonder dat ze weten dat het van mij is. Ik heb ooit op Werchter gestaan, maar ook dat zijn veel mensen blijkbaar vergeten. Echt bekend ben ik nooit geworden. Nu voel ik dat het kan gebeuren. Ik heb voor deze nieuwe plaat mijn hart opengezet, en samen met producer Yannic Fonderie alles opgenomen. Voor de rest doe ik dus alles zelf. Ik bedenk samen met mijn vrouw alle promo­stunts en doe alle boekingen voor concerten zelf.”

Waarom wil je alles alleen doen?

“Omdat ik vroeger te veel slechte ervaringen heb gehad. In juni 2016 heb ik besloten om te breken met mijn management. En toen viel er een last van mijn schouders. Als er nu iets misgaat, is het alleen mijn eigen fout.”

Maar hoe kun je internationaal doorbreken in je eentje?

“Milow heeft het gekund, en hij inspireert mij. Ik heb hem in het begin van zijn loopbaan een jaar begeleid, zoals Joost Zweegers met mij had gedaan. En ik heb gezien hoe hij het deed, en waarom het lukte. Hij had het innerlijke vuur. Hij geloofde rotsvast in zichzelf. Zo heeft hij in zijn eentje na Vlaanderen ook Nederland ingepakt. Daarna heeft hij een agent gevonden en met diens hulp heeft hij Duitsland ­veroverd.”

Duitsland, is het daar te doen?

“Daar is het te doen. Als je een echte hit scoort in Duitsland, hoef je tien jaar niet meer te werken. Een hit in Amerika is nog beter, natuurlijk. Maar als je Duitsland kunt pakken, dan heb je Europa. Daar wil ik naartoe. Maar eerst België en Nederland. Ik werk nu om opnieuw een livereputatie op te bouwen. Die ben ik kwijt geweest, ook al omdat ik door mijn depressie ooit een hele tournee heb afgelast. Maar nu ben ik weer vertrokken, met een sterke band. Als ik er sta, zullen de boekingsagenten wel weer naar mij toekomen.”

Stotteraar met grote mond

Wie Helsen op Twitter volgt, weet dat hij behoorlijk prettig gestoord is. “Vroeger ging ik weleens uit de bocht”, geeft hij toe. “Als iemand al mijn tweets zou willen beoordelen op hun #metoo-gehalte, dan hang ik. Maar wie mij kent en wie mij volgt, kan bevestigen dat ik altijd alleen maar onnozel wil doen. Het waren gewoon absurde grappen. Zo heb ik een periode te pas en te onpas over ‘witverlies’ getweet, gewoon omdat Otto-Jan Ham dat woord in De ideale wereld had gelanceerd. Vandaag doe ik dat trouwens niet meer, en zeker met de studentes die mij volgen, ben ik net heel voorzichtig.”

Tegenover die wat baldadige kant staat bij Tom Helsen een enorme gevoeligheid voor onrecht. Het is een van de redenen waarom ik hem wilde interviewen: ik denk dat hij ten gronde geweldig deugt. “Ik wil iets betekenen voor andere mensen”, knikt hij. “Vroeger had ik dat in overdreven mate. Ik heb een extreem groot rechtvaardigheids­gevoel, en dat heeft mij mee kapotgemaakt.”

Hoe kan zoiets je kapotmaken?

“Ik kon echt misselijk worden van een negatief nieuwsbericht. Van een gezin dat op straat in de kou moet overleven. En dat zie je elke dag. Zulke dingen kwamen keihard bij mij binnen, en dan was ik daar een paar dagen niet goed van. Dat is natuurlijk ook mijn hoogsensitiviteit. Ik voelde mij schuldig, want ik heb het goed, ik zit in een warm huis en kan elke dag mijn kinderen eten geven. Maar ik heb dat moeten loslaten, want ik kan de wereld niet redden.”

Hoe vermijd je dan dat je onverschillig wordt?

“Je leert ermee omgaan. Het is wat het is, en je doet wat je kunt. Ik doe elke week aan vrijwilligerswerk bij buurtwerk ’t Lampeke in Leuven, en ik ga binnenkort proberen om andere mensen te inspireren hetzelfde te doen. Ik wil een hashtag lanceren om mensen aan te zetten iets voor een ander te doen: #favorforfree.”

Wat is een #favorforfree?

“Iets kleins dat geen geld kost en het menselijk contact bevordert. Vaak zijn het gewone, onnozele dingen waarmee je een verschil kunt maken in het leven van andere mensen. Een oud vrouwtje van wie je weet dat ze slecht ter been is, eens gaan helpen bij haar boodschappen. Eens wat vaker iemand voorlaten in het verkeer in plaats van altijd boos te worden. Kleine dingen doen die geen geld kosten. Daarmee wil ik een soort gewaarwording onder de mensen brengen.”

Uit je tweets blijkt ook vaak dat je erg gevoelig bent voor pesten.

“In mijn hoofd is dat het ergste wat kan gebeuren: iemand die het moeilijk heeft, staat alleen in een hoekje met allemaal andere kinderen om hem heen. Dan ga je door een hel. Ik vind wat Ketnet onlangs heeft gedaan met ‘Stip it!’ heel goed, maar ik zou er zelf later ook nog een actie over willen opzetten. Mijn eigen kinderen worden gelukkig niet gepest, maar ik probeer hen te leren hoe ze kunnen ingrijpen als ze het zien.

Werd je zelf gepest? Je bent een stotteraar, dus je liep vast risico?

“Nee, ik werd niet gepest. En dat is heel straf. Want ik was inderdaad een zware stotteraar, en bovendien ben ik tot het vijfde middelbaar nogal klein gebleven. Gelukkig had ik een grote mond, dat heeft mij gered.”

Heb je nog last van dat stotteren? Ik merk daar niets van.

“Als ik goed in mijn vel zit, dan merk je het niet, nee. Als ik mij niet goed voel, dan stotter ik om de drie woorden. En ik vermijd moeilijke woorden. Het woord ‘pesten’ zelf zal ik bijvoorbeeld proberen te vermijden. Lees straks maar eens mijn antwoorden na, dan zult u zien dat ik dat woord niet gebruik. Dat is een automatisme geworden. Ik kreeg op mijn vierde al logopedie.”

Tom Helsen: "Als ik goed in mijn vel zit, dan merk je het niet. Maar als ik mij niet goed voel, dan stotter ik om de drie woorden."Beeld Tim Coppens

Is je vrouw geen logopediste?

“Ja. En audiologe, zij werkt onder meer met dove kindjes. Maar door je partner kun je natuurlijk niet begeleid worden bij zoiets. Wat mij wel veel plezier heeft gedaan, is dat ik sinds mijn coming-out als stotteraar ook veel mensen heb gehoord die zich aan mij kunnen optrekken. Ik heb spijt dat ik er niet vroeger voor ben uitgekomen.”

Is dat niet de tragiek van de artiest? Dat hij of zij een nieuwe plaat of film moet promoten door zichzelf prijs te geven, bij voorkeur met een probleem?

“O, maar dat gevoel heb ik niet, hoor. Ik voel dit gesprek ook niet aan als promo voor mijn nieuwe plaat. Die plaat is maar een aanleiding. Ik vind het interessant om mij eens als mens te kunnen profileren. Maar je hebt wel een punt, natuurlijk: met die depressie en dat stotteren moet je uitkijken. Voor je het weet zeggen de mensen: daar heb je hem weer, we weten het nu wel.”

De jury van The Voice

Bij Van Gils & gasten is Tom Helsen regelmatig te gast. Maar verder is hij opvallend afwezig in de tv-arena’s van Bekend Vlaanderen. Tien jaar geleden zat hij in de jury van Steracteur sterartiest, maar dat is hem toen niet goed bevallen. “Dat was te veel show voor mij”, zegt hij. “Ze wilden per se dat ik het rolletje van het lastige jurylid speelde, en daar ben ik op zich niet vies van, maar ik zou het nooit meer doen.”

Hij wil wel op televisie komen, maar dat moet het gevolg zijn van de bekendheid die hij met zijn liedjes scoort, niet andersom, vindt hij. “Natuurlijk ben ik niet vies van televisiebekendheid. Maar mijn muziek staat op de eerste plaats. Ik wil geen platen verkopen omdat ik op televisie kom, ik wil op televisie komen omdat ik veel platen verkoop.”

Na Steracteur sterartiest heeft hij jarenlang alle televisie geweigerd. “Die bekendheid is heel verslavend, hoor. Ik heb genoeg mensen gezien die hun kop laten zot maken. En de dag dat ze niet meer op tv komen, is hun carrière voorbij. Dat wil ik niet.”

En de jury van The Voice van Vlaanderen, zou je dat doen?

“Nee. Dat gaat niet over de deelnemers, dat gaat niet over muziek, dat gaat alleen maar over producers en geld verdienen door mensen te laten sms’en. Dat programma op zich is geweldig, en die mensen kunnen goed zingen. Maar ik wil daar niet aan meedoen. Ze houden die deelnemers voor de gek. Er is geen psychologische begeleiding na afloop van het programma, en niemand krijgt echt de tijd om een goede plaat te maken. Herinner jij je nog wie de voorbije jaren dat programma heeft gewonnen?”

Euh.

“Voilà, dat bedoel ik.”

En als ze je een smak geld aanbieden? Ga je dan in de jury zitten?

“Wel, ik heb het daar onlangs nog met mijn vrouw over gehad. Zélfs als we helemaal blut zijn en ze bieden me 100.000 euro om in de jury van The Voice te zitten, dan nog zeg ik nee. Tenzij ze de formule veranderen, en wél psychologische begeleiding voorzien, en wél de tijd nemen om de winnaar een echt goede plaat te laten maken. Maar dat zie ik niet gebeuren, daar draait dat programma niet om. Ik wil niets doen dat wringt bij mij, ik laat nu mijn gevoel spreken en zie wel wat er op mij afkomt.”

Hoe kom je tot rust? Wat lees je zoal bijvoorbeeld?

“Ik heb nooit van mijn leven boeken gelezen, behalve in het vijfde middelbaar misschien. Maar de voorbije twee jaar heb ik veel gehad aan een paar spirituele boeken. De kracht van het nu van Eckhart Tolle, bijvoorbeeld. En Zielseigenwijs van Annemarie Postma, een Nederlandse vrouw die als kind lang in het ziekenhuis heeft gelegen en daarna boeken begon te schrijven. Haar ken ik ondertussen goed, ze is een vriendin geworden.”

Wat leer je uit die boeken?

“Het komt erop neer dat je moet ophouden met je te verzetten tegen het nu. Je mag hopen dat de dingen anders zijn, maar je kunt leren blij zijn met wat er is. Aanvaarden wat het leven je gegeven heeft en openstaan voor de toekomst, zonder verwachtingen. Dat probeer ik nu. O ja, en wassen en strijken, dat brengt me ook tot rust. Wij zijn met zessen, dat betekent elke week bergen was. Wel, dat doe ik graag.”

Je bent de ideale man.

“Ja, keiveel vrouwen zullen mij na dit interview keihard ­willen.”

Heb je veel last van groupies?

“Nee. Ik heb juist genoeg en niet te veel aandacht van vrouwen. Er is maar een heel specifiek groepje vrouwen dat echt op mij valt. Die zijn dan ook onmiddellijk, binnen het uur na de kennismaking bij wijze van spreken, bereid om hun man voor mij te verlaten. Maar goed, ik ben gelukkig getrouwd en monogaam. En ik wil ook niet bekend worden met mijn looks, maar met mijn muziek.”

Het kan maar helpen, natuurlijk.

“Dat is juist. Ik zeg het vaak als boutade: als ik eruitzag zoals Gabriel Ríos, dan zou ik een miljoen platen verkopen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234