Zaterdag 15/06/2019

Interview

Heleen Debruyne: "Als ik mijn eisprong heb, merk ik dat ik de hele tijd naar mannenkonten en tieten staar"

Heleen Debruyne. Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: schrijfster en radiomaker Heleen Debruyne. Wie is zij in het diepst van haar gedachten? 

1. Summertime sadness, kent u dat gevoel? 

“Ja, eigenlijk wel. Is dat een vraag? (lacht) Ja dus, meestal werk ik ook door tijdens de zomer. Ik ga niet graag op vakantie, want dan voel ik me nutteloos. Ik heb dus niet zozeer last van summertime sadness, want ik hou wel van de zomer op zich, als wel van vakantiedroefenis. 

“Toen ik in oktober in Venetië was, had ik de eerste dag een crisis: wat doe ik hier? Moet ik niet thuis zijn en werken? Wat doe ik in deze rare stad vol toeristen? Ik was zo op mijn ongemak. Het voelt allemaal zo geforceerd. Wat is dat, vakantie? Wat gaan rondkijken en dan weer naar huis gaan?”

Wie is Heleen Debruyne? 

* geboren in 1988 in Roeselare
* studeerde geschiedenis en journalistiek 
* maakt de podcast Vuile lakens over seks en lichaam met Anaïs Van Ertvelde. 

* Vuile lakens verscheen intussen in boekvorm 
* is radiomaker bij Klara
* debuteerde met de roman De Plantrekkers in 2016

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“O help. (lacht) Ik vind dat een moeilijke vraag, want ik weet niet of dat kan, jezelf kennen. Ik heb geen zin om zo diep te graven en al mijn beweegredenen te analyseren en er verklaringen voor te zoeken in mijn jeugd. Ik heb soms het gevoel dat mensen te veel de neiging hebben om hun leven in een narratief te gieten. Terwijl er soms geen logische samenhang is. Die overpsychologisering merk je ook vaak in de literatuur: persoon X gedraagt zich zo, omdat hij dit en dat heeft meegemaakt in zijn kindertijd. Maar zo simpel is het toch allemaal niet.

“Dus ja, een belangrijke eigenschap? Relativeren? Ja, dat misschien wel. Ik ben wel goed in dingen niet belangrijk vinden. 

“Als ik iets schrijf, ben ik niet bang voor kritiek. Als het slecht is, zal ik de volgende keer wel iets beters schrijven, zeker? Of als iemand kwaad is op mij, denk ik: de volgende keer maken we het wel goed. Dat heeft ook een nadeel, want je kunt alles natuurlijk dood­relativeren en daar betrap ik mezelf soms op. Relativeren dus, ja. Dank om mij te helpen met zoeken.”
(lacht)

3. Wat is uw passie?

“Passie vind ik zo’n pathetisch woord. Passie klinkt meteen als een groot levensproject waar ik alles voor wil geven en dat heb ik helemaal niet. Het klinkt zo allesomvattend, allesoverheersend. Zo dramatisch ook.

“Wat is mijn passie? Allez, eerder: wat zijn mijn onbedwingbare neigingen? Schrijven, lezen, eten, drinken, praten en seks hebben met mensen. (lacht) Met mensen, ja. Niet met dieren. (hilariteit) 

“Hoe ik over seks ben beginnen schrijven? Tja, uit interesse. De podcast Vuile lakens is eigenlijk organisch gegroeid. Als je essays schrijft over seks komen mensen ook op je af om te praten over hun seksleven, omdat ze weten dat ze niet veroordeeld zullen worden. Je zou versteld staan van hoe moeilijk mensen het soms hebben met hun seksualiteit, hoe veel schaamte hun omgeving hen heeft aangepraat. 

“Veel mensen maken zich er ook zorgen over of ze wel normaal zijn. En dan luisteren we. Raad geven doen we niet, want we zijn geen seksuologen. Soms verwijzen we door naar Wim Slabbinck. Als iemand een heel praktische vraag heeft over genitaliën, denk ik: help, Wim mag dit oplossen.” (lacht)

4. Wat is uw zwakte?

“Mensen zeggen dat ik streng voor mezelf ben, maar ik vind dat zelf helemaal niet. Ik vind dat ik te laks ben. Dus het is maar hoe je het bekijkt. Ik vind mezelf ook best lui. Er zijn soms echt dagen waarop ik rondhang en niks doe, maar da’s dan misschien wel nodig, om mijn gedachten te ordenen. 

“Euh, mijn zwakte is misschien ook wel mijn relativeringsvermogen hoor. Ik heb de indruk dat ik ieders standpunt kan leren begrijpen en soms vergeet ik daarbij weleens morele grenzen te trekken. Zeker als het gaat over de organisatie van de maatschappij: in hoeverre moet je dingen bestraffen? En wat niet? Dat vind ik moeilijk.
Tout comprendre, c’est tout pardonner.”

5. Wat is uw grootste angst?

“Lichamelijke aftakeling. Geestelijke aftakeling. Maar dat hangt een beetje samen. In ieder geval: lichaam en geest is een valse tweedeling. Afhankelijk worden van anderen, door alzheimer, door ouderdom. Nu al zit in mijn achterhoofd dat ik die euthanasiepapieren op tijd moet gaan regelen.

“Ik ben wel een hypochonder, ja. Ik hou mijn lichaam constant in de gaten. Zo heb ik eens een melanoom gehad. Onregelmatig van vorm, tweekleurig, verhoogd. Toen de huisarts er met een loepje naar keek, zei hij: ‘Oei, oei, je moet zo snel mogelijk naar de dermatoloog.’ Ik heb een hele week niet geslapen, heb alles gelezen wat ik kon googelen, heb alle mogelijke scenario’s overlopen. Tot ik ’s ochtends voor de afspraak onder de douche stond en mijn melanoom van mijn hand spoelde. Het was gewoon een korstje. Daar ging mijn melanoom.”
(lacht)

Beeld Stefaan Temmerman

6. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik denk gisteren. (lacht) Gewoon omdat ik gelukkig was. Ik had een heel bijzondere zaterdagavond en -nacht beleefd, had weinig geslapen, maar de zon scheen en ik ben in het wilde weg gaan fietsen met muziek in m’n oren. Wanneer het leven zo mooi lijkt, moet ik daar een beetje van janken. Omdat het zo vluchtig is.”

7. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Goh, ik heb ooit tijdens de Gentse Feesten een man in z’n gezicht geslagen omdat hij mij in m’n kruis had getast. Had hij natuurlijk niet moeten doen, maar ik vond het wel een interessante ervaring. Wanneer sla je ooit iemand in het gezicht uit pure, oprechte woede, zonder je heel schuldig te moeten voelen? 

“In ruzies met exen zijn er ook wel momenten geweest waarop de emoties nogal hoog opliepen, waarop borden sneuvelden. Maar dat doe ik niet meer. Het werd kostbaar op den duur, met al dat servies gooien.
(lacht) Raar, hoe alleen gewezen geliefden konden triggeren tot woedeuitbarstingen. Eenmaal ze erin slaagden, was de doos van Pandora open.”

Lees verder onder de foto.

Heleen Debruyne. Beeld Stefaan Temmerman

8. Waar schaamt u zich soms voor?

“Na zo’n ruzie kon ik me weleens schamen. Voor bepaalde aanstellerij kan ik me ook wel schamen. Als ik iets verkeerds heb gezegd tegen mijn vrienden. Als ik niet fair ben geweest. Of als ik iemand heb willen behagen. Als ik merk dat ik aan zelfcensuur heb gedaan om iemand niet weg te jagen, maar dat gebeurt gelukkig niet zo vaak.”

9. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Goed. Nu nog. (lacht) Het is een goede machine, het doet alles wat het moet doen: eten, drinken, dansen, sporten, seks bedrijven. 

“Als puber heb ik wel een periode gedacht: m’n tieten zijn nogal klein en die heupen zijn wel aan de brede kant, maar nu heb ik daar echt geen last meer van. Het is wat het is.

“Of ik ooit plastische chirurgie zou overwegen? Nja, zeg nooit nooit. Maar ik denk oprecht van niet. Omdat ik het niet prettig vind dat mensen aan een ideaalbeeld moeten voldoen. Ik vind heel die industrie, hoe die in stand wordt gehouden en de ethiek van die dokters, nogal bedenkelijk. Als ik natuurlijk tegen een deur loop en mijn neus staat hopeloos scheef, zal ik waarschijnlijk wel ijdel genoeg zijn om hem te laten rechtzetten, maar voor de rest: nee. Ik hoop van niet. Ik vind rimpels bij anderen vaak mooi. Is dat eigenlijk een vraag van Proust? Bestond plastische chirurgie al in zijn tijd? Ah, jullie zitten gewoon vragen te verzinnen.” (lacht)

10. Wat vindt u erotisch?

“Handen. En voor de rest: een bepaalde spanning die in de lucht hangt, het vermoeden dat er waarschijnlijk iets zal gebeuren. O, en de overgave van een geliefde. En ook lichaamsdelen van bepaalde mensen in bepaalde kledingstukken. (lacht) Dat klinkt nu alsof ik mensen objectiveer, en misschien doe ik dat soms wel. (lacht) Als ik mijn eisprong heb, merk ik dat ik de hele tijd schaamteloos naar mannenkonten en tieten en enkels en polsen staar.”

11. Wat is uw goorste fantasie?

“De meesten denken bij die vraag meteen aan een seksuele fantasie, terwijl ik goor niet associeer met seks. Zolang twee mensen ermee instemmen en er allebei evenveel zin in hebben, vind ik seks, in welke vorm ook, nooit goor.

“Wel heb ik al eens gefantaseerd, toen ik met mijn ex dagenlange ruzies had, dat ik zijn hoofd tegen de muur kwakte. Dat beeld gaf me zelfs een zeker genot. Hoe ver heen kun je zijn, dacht ik achteraf. Voor alle duidelijkheid: hij leeft nog. En voor zover ik weet, gaat alles min of meer goed met hem.” (lacht) 

“We zijn 5,5 jaar lang samen geweest. Wat ik nog altijd onbegrijpelijk vind, omdat sommige mensen echt het slechtste in elkaar naar boven halen. Ik geloofde toen nog dat die intensiteit gewoon bij de liefde hoorde. Dat de keerzijde van pure liefde pure haat is. Intussen weet ik dat dat niet klopt. Dat is wel een belangrijk inzicht. Maar ja, iedereen heeft ooit wel romantische illusies gehad.”

12. Wat betekent liefde voor u?

“Ware liefde is vooral het opzijzetten van je eigen ego, de ander niet willen veranderen en de slechte kanten er gewoon bijnemen. En dat geldt niet alleen voor de partner met wie je seks hebt, maar ook voor vrienden of je ouders.

“De liefde op zich heeft me nog niet teleurgesteld, wel mijn eigen gedrag in bepaalde liefdesrelaties. Ik heb er wel iets uit geleerd, in die zin heeft het toch nog iets goeds opgeleverd. De allesverslindende liefde wordt zo op een piëdestal gezet, terwijl het een golf kan zijn die alles meesleept en vernietigt. We willen daar met zijn allen zo graag in geloven, in die grootse, overweldigende emotie. Bij mij leidde dat soort liefde tot enorme ruzies – want ook dan heb je het gevoel dat wat je beleeft groots en belangrijk is. Terwijl het zo veel energie uit je zuigt. Ook jaloezie wordt zo geïdealiseerd. Alsof dat gevoel erbij móét horen. Bah. Nee, jaloezie is een kwalijke emotie. Als iemand dat gevoel in mij naar boven haalt, blijf ik er beter niet bij.”

13. Welk dier zou u willen zijn?

“Ik denk niet dat ik mijn menselijk bewustzijn wil opgeven, maar als ik dan toch moet kiezen, misschien een bonobo. Anders dan chimpansees zijn bonobo’s toch een stuk vredelievender en hebben ze ook meer seks. Zowel met hetzelfde als met het andere geslacht, en niet alleen om kinderen te krijgen, maar ook om vriendschappen te smeden.

“Kinderen wil ik niet, nee. Maar als ik verliefd ben op een man betrap ik mezelf er wel op dat ik denk: daar zou vast iets interessants uit voortkomen, met deze genen. (lacht) Mocht het noodlot mij treffen, ik zou het kind houden, ja, ook al klinkt dat contradictorisch. Ik ben nogal fatalistisch.”

14. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Goed. Ze waren wel streng. Ik denk dat ze me heel hard niet wilden verwennen omdat ik enig kind was. Maar ik heb me wel altijd geliefd gevoeld. Met mijn studies hebben ze zich niet echt bemoeid. Ze verwachtten gewoon dat ik het goed deed.

“Vanaf mijn zestiende kreeg ik veel vrijheid, rebelleren heb ik dus nooit gedaan, dat was niet nodig. Ik mocht ook altijd met hen in discussie gaan. Zij hadden wel telkens het laatste woord, maar ik had niet het gevoel dat ze me aan domme regels onderwierpen, gewoon omdat zij de autoriteit hadden. Ze hadden altijd wel hun redenen. 

“Mijn vader is er evenveel voor mij geweest als mijn moeder. Op bepaalde momenten was haar carrière zelfs belangrijker dan die van mijn vader en dat was nooit een issue. Die vanzelfsprekendheid heb ik dus thuis gezien.”

15. Hoe kijkt u naar religie?

“Op zich snap ik wel dat mensen geloven. Het is dan ook lastig om te blijven leven in de wetenschap dat er niks belangrijks is, of dat je maar een product van de evolutie bent en verder niets. Institutionele religie wordt snel onaangenaam, maar als mensen in hun eentje wat spiritueel willen wezen, dan begrijp ik dat wel. Dan ben ik er soms zelfs een beetje jaloers op. Het lijkt mij weleens leuk om een soort verbintenis met het Al te voelen, maar het komt niet. (lacht) Enkel toen ik lsd nam, kwam ik in de buurt van een verbintenis met het Al, maar dat was ook maar een reactie in mijn brein. (lacht)

“Ik probeer weleens drugs uit nieuwsgierigheid, maar ben wel gedisciplineerd genoeg om er geen gewoonte van te maken. Sommige drugs vind ik ronduit verschrikkelijk. Coke bijvoorbeeld. Je wordt een en al hoogmoed. Alles wat je zit te verkondigen is vals, gênant gewoon. Om nog maar te zwijgen over hoe kwalijk het hele productieproces is, met al die bendeoorlogen. Lsd daarentegen vind ik fantastisch. Al je zintuigen beginnen op een heel andere manier te werken. Zo krijg je een orgasme door het eten van een appel, terwijl je allerlei rare kleuren ziet. (lacht) Het is ook een soort pseudospirituele ervaring: je hebt het gevoel dat je alles begrijpt en dat je een diepe verbondenheid voelt met de mensen die naast je op het tapijt liggen te kronkelen.
(lacht) Maar ook dat moet je relativeren: dat is geen connectie met de kosmos, maar breinchemie. Zo’n trip duurt twaalf uur en is dus vrij intensief, maar ik vind het weleens boeiend om alle controle te verliezen.”

Heleen Debruyne. Beeld Stefaan Temmerman

16. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Harvard had eens zo’n testje ontwikkeld om te onderzoeken hoe racistisch je onbewust bent. Ze toonden zwarte en witte gezichten waar je woorden mee moest associëren en blijkbaar had ik een lichte voorkeur voor zwarten. Maar die witte mensen hadden allemaal varkenskoppen, dus misschien heb ik gewoon een voorkeur voor mooie mensen.” (lacht) “De wetenschappelijkheid van dat soort tests staat trouwens ter discussie.”

17. Wat is voor u de hel op aarde?

“Fysieke aftakeling. En vastraken in een systeem waarin alle rechten die je dacht te hebben, plots wegvallen. Ik ben geen doemdenker, maar het is wel belangrijk om daar alert voor te blijven.”

18. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Een reis naar Tanzania. Ik was daar al niet graag, want ik stelde heel de toeristische industrie en bijgevolg de globale verhoudingen constant in vraag en had bovendien de hele tijd ruzie met mijn ex. Op een dag kwamen we aan in een stoffig dorp met wat hutjes. We waren de enige toeristen en iedereen staarde ons aan. Een zatte man begon mij lastig vallen. Ik zei: ‘Hij is zat, ik regel dit zelf wel.’ Maar mijn lief haalde er, ondanks mijn protest, een boomlange militair bij en die kreeg plots een soort profileringsdrang: hij sloeg die zatte man neer en begon op hem te schoppen. Ik probeerde hem tegen te houden, maar dat werkte omgekeerd omdat hij zich vernederd voelde.

"Plots keerde heel dat dorp zich tegen ons. Die mensen waren duidelijk niet akkoord met al dat geweld en terecht, want het was totaal buitensporig. Ik voelde zo de drang om die man te helpen, maar besefte dat we daar niet veilig waren. We zijn er dan in alle verwarring en tumult van onder gemuisd. Weken hebben we er nog ruzie over gehad. Zelfs de safari achteraf vond ik niet leuk. Ook daar had ik toen een crisis: die leeuwen en giraffen zitten in hun habitat en hebben mij niet uitgenodigd en wij zitten hier gewoon vanuit de auto naar hen te kijken. (lacht) Nee, verschrikkelijk.”

19. Wat betekent geld voor u?

“Als ik geld heb, geef ik het uit. Ik kan niet goed sparen, maar zal ook niet in het rood terechtkomen.

“Gierigheid vind ik een slechte eigenschap. Bij mensen die geld genoeg hebben, bedoel ik. Het is misschien een vooroordeel, maar voor mij zegt dat iets onaangenaams over iemands karakter.”

20. Aan wie zou u eens ongezouten uw mening willen zeggen?

“Ik denk dat ik dat al vaak genoeg doe. Face to face. Maar hoe nuttig is een ongezouten mening in het publieke debat? Dan draai je mee in een meningencircus. Ik probeer in mijn stukken zo genuanceerd mogelijk te zijn. Ik probeer ook mijn mening te herzien als ik aantoonbaar ongelijk heb gehad. Maar op sociale media word je al snel in een kamp geduwd – mensen lezen niet meer wat er echt staat. Dat is vermoeiend.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden