Donderdag 22/08/2019

Lust & Liefde

Hannah (26): "Ik zag hem staan en hoefde alleen maar ja te zeggen, maar ik had het al afgesloten"

Beeld Maarten Hartman

Het is het eeuwige dilemma: als je verliefd wordt, volg je dan je hart of je verstand? Hannah (26) deed het laatste en weet nu: de volgende keer dat het mij ­overkomt, hoop ik dat ik kies voor de ­vlinders in mijn buik.

Dolende wereldreizigers waren we, zoals zovele ­jongeren. Hij kwam uit Israël en en we ontmoetten elkaar in Australië. Zijn tweelingbroer vertelde over hun reis en hun avonturen. Zelf zei hij niet zo veel, maar halverwege de avond begon hij mijn schouders te masseren. Het leek geen persoonlijk gebaar en al ­helemaal niet flirterig, maar een poging om contact te maken zonder woorden. Was je op reis, maakte je ­vrienden, dan kon je op een goed moment twee ­knedende handen in je nek verwachten, zoiets sprak een beetje uit zijn gedrag.

“’s Nachts, enkele dagen later, lagen we op een kamer met twee stapelbedden, elk in het bovenste bed; als ik me op mijn zij draaide, keek ik hem recht aan. De afstand tussen ons was anderhalve meter. Ik voelde een zuigende kracht als van een zee, waartegen ik me niet kon verzetten. En eerlijk, ik wílde me niet verzetten. Ik was op reis om erachter te komen wat ik wilde. De jongen die ik thuis had achtergelaten was het niet voor mij, en ik kon nog wel dingen noemen die ik niet wilde, maar wat wilde ik wel? Deze voorbijganger, besloot ik, maakte logisch deel uit van mijn ontdekkingstocht. Ik klom naar zijn bed, we ­zoenden en de volgende dag vroeg hij of ik mij nog wat langer bij zijn gezelschap wilde aansluiten.

“Vanaf dat moment ging het snel, althans voor mijn doen. Overdag trokken we wat rond met z’n vieren en ’s avonds werd er muziek gemaakt, en als we naar bed gingen raakte hij me aan op een manier die me telkens weer verraste, omdat die zo innig was en fris, omdat uit alles wat hij deed bleek dat ik heel bijzonder was. Zo had ik allang niet meer maar mezelf gekeken.

“Toen we even later afscheid namen, dacht ik: dat was nog eens een vakantieliefde. Een prachtige aanzet tot een fantastische herinnering. We reisden elk afzonderlijk verder naar Thailand, maar toen mijn bus op een dag de plek aandeed waar hij en zijn broer een ­schildersklus hadden aangenomen, wachtte hij bij de halte. Ik vloog uit de bus, omhelsde hem en vlak voor de bus weer wegreed vloog ik weer naar binnen want ik had me voorgenomen mijn reis alleen voort te zetten. Die hele weg lang keek hij mij vanaf een stenen muurtje na, met zijn rechterhand tegen zijn hart gedrukt. In de weken daarna bleef hij mij per app zijn liefde ­verklaren, maar ik, nuchtere studente, die gewend is eerst alles wat ze voelt van alle kanten op echtheid te onderzoeken, dacht: hoe kun je dat nu zeggen, na zo’n korte tijd?

“We bleven contact houden en toen ik allang weer terug in Nederland was, kwam hij me een maand opzoeken. Hij heeft hier mijn moeder ontmoet, mijn vrienden. Soms botste het tussen ons, maar meestal was het geweldig en hij was zo charmant. En toch dacht ik niet, toen ik hem op de trein zette naar Parijs en zo vreselijk hard moest huilen dat een oudere dame op het perron zich over mij ontfermde: ik wuif nu mijn grote liefde uit.

“Vanuit Parijs liet hij me weten bij juwelierszaken naar binnen te gluren op zoek naar verlovingsringen. En ik bleef maar denken: gekkie, zo ver vooruit kan ik nog niet plannen, hoe leuk ik je ook vind. Uit oude gewoonte greep ik terug op dat mechanisme waarmee ik me al sinds mijn vroegste jeugd overeind houd: ik dempte mijn gevoelens door die te rationaliseren. En steeds wanneer hij daar doorheen brak, dacht ik meteen daarna: maar ik moet nog zoveel uitzoeken.

Hij ging terug naar Israël, ik heb hem daar later nog opgezocht, maar tussen zijn moeder en mij was het stroef, want ik ben niet Joods. Onrustig als ik was, ben ik in datzelfde jaar nog naar Zuid-Amerika geweest in m’n eentje, maar mijn hart klauwde naar Israël, en alles voelde zo versplinterd. De kalmte waar ik zo’n behoefte aan had, vond ik nergens anders dan bij hem. Hij was een man aan wie ik alles kon vertellen, bij wie ik zonder gêne verkreukeld uit bed stapte of ziek kon zijn.

“Maar ik durfde niet te kiezen en maakte het uit. Op een dag stond hij voor mijn neus in de kroeg waar ik werkte, bevend over zijn hele lichaam en zei: je kunt wel besluiten dat ik het niet voor jou ben, maar ik weet wel beter. Ik zag hem staan en hoefde alleen maar ja te zeggen, maar ik had het al afgesloten, de plek waar hij zich bevond, daar kon ik niet meer bij.

“Daarna hebben we het contact verbroken. Tot ik onlangs, drie jaar later, aankwam in Tel Aviv voor de bruiloft van een goede vriendin en plots merkte hoe de geur van de stad, nog voordat mijn hoofd tussenbeide kon komen, mijn ziel binnendrong. Ineens zag ik de ­vergissing die ik had begaan. Ik stuurde hem een bericht, we spraken af, ook al wist ik dat hij een vriendin had. Hij stak het plein over met die eigenaardige tred, swingend, relaxed en zelfverzekerd tegelijk. Hij was dezelfde man die ik kende en toch totaal iemand anders, en ik begreep dat we nooit samen zouden zijn. Hij was verloofd, zei hij. Met een meisje op wie hij niet verliefd was, maar verliefdheid had hij niet langer nodig: ‘Want kijk eens hoeveel verdriet die vlinders ons hebben bezorgd’.

“De volgende ochtend stond ik vroeg op om de speech te schrijven voor de bruiloft van mijn vriendin en begon te huilen en kon niet meer stoppen. Nu, maanden later, huil ik nog steeds. Al dat nadenken, thuis, op reis, heeft het zicht op dat waar ik werkelijk behoefte aan heb, vertroebeld en heeft me niets gebracht. Ik kan alleen maar hopen dat ik mij een volgende keer wel kan ­openstellen voor toeval en irrationeel geluk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden