Dinsdag 23/07/2019

Huis van Hiele

Griet Op de Beeck na de incestgetuigenis: "Het ergste was: niet geloofd worden"

Beeld Bob Van Mol

"Voor het eerst ervaar ik het schrijversleven als een heftig en bij momenten erg lastig leven." Griet Op de Beeck (44) was nog niet bekomen van de mediastorm na haar misbruikgetuigenis, of ze kreeg van haar critici al te horen dat haar boekenweek­geschenk geen cadeau was. Een gesprek over vallen, maar vooral over opstaan.

Feitje: Griet Op de Beeck houdt niet van onze kust. Als kind ging ze elke zomer met haar ouders, broer en zussen naar Middelkerke. Die uitstapjes hadden fotogenieke nestwarmte moeten opleveren. En zoete herinneringen aan gocartraces op de zeedijk, ijsjes met drie bollen en geïmproviseerde handeltjes in strandbloemen van papier-maché. Maar het werden vakanties waar haar geheugen allesbehalve vrolijk huppelend naar terugkeert. “Ik kom niet uit een gezin waar liefde per strekkende meter werd uitgedeeld”, zei ze ooit in Humo. Daar kon ook de zomerse zeelucht weinig aan veranderen.

Ondanks haar afkeer van all things ‘t zeetje, stráált ze wanneer we elkaar Kom hier dat ik u kus-gewijs begroeten voor het Oostduinkerkse vissershuis van Willem Hiele. De zon doet een middagdutje, maar de ogen van Griet Op de Beeck maken qua warmtebron veel goed. Terwijl Hiele zijn medewerkers in de keuken tot West-Vlaamse bedrijvigheid aanzet, zegt onze invitee dat ze haar schrijfhok deze zomer niet zal inruilen voor een oord met exotischer allures. Er ligt een roman op haar te wachten en die kijkt haar bij momenten vragend aan. Ook een bestseller­auteur ontsnapt niet aan elementair gewroet.

Wie is Griet Op de Beeck?

* geboren in Turnhout, op 22 augustus 1973

* was tussen 1994 en 2004 dramaturg bij onder meer Compagnie De Koe en Het Toneelhuis

* schreef tussen 2004 en 2016 voor Humo en De Morgen

* auteur van Vele hemels boven de zevende (2013), Kom hier dat ik u kus (2014), Gij nu (2016), Het beste wat we hebben (2017) en Gezien de feiten (2018, boekenweekgeschenk)

* verkocht in totaal al meer dan 800.000 boeken

* won in 2013 De Bronzen Uil voor Vele hemels boven de zevende 

Met de van Hugo Claus geleende zin ‘Vraag mij alles, ik ben als was in jullie handen’ verklaart ze de conversatie voor geopend en stelt ze zich bloot aan de journalistieke tweeloop die voor haar zit. Ze ontwijkt geen enkel onderwerp. Maar als we blijven doorbomen over de kritiek die ze de voorbije maanden kreeg, is ze toch even ontregeld. Drie uur later – wanneer de borden afgeruimd en de recorders weggeborgen zijn – zal ze ons uitleggen waarom. “Jullie lieten me af en toe geen andere keuze dan mezelf te verdedigen. En dat doe ik niet graag. Het lijkt dan alsof ik mezelf aan het ophemelen ben, en ik hou niet van zelfstoef. Maar goed, ik begrijp jullie vragen wel. En ik vond het best een aangenaam gesprek. Al bij al.” (lacht)

Vijf jaar lang verkeerde Griet Op de Beeck in een staat van genade. Uitgeverijen vochten om haar debuut, ze schreef de ene hit na de andere en het recensentengilde trakteerde haar – zeker in Nederland – bij herhaling op vijfsterrenrecensies. Ze won de Bronzen Uil, haar literaire helden kieperden bakken complimenten over haar leeg en haar verschijning in het VPRO-programma Zomergasten deed de hashtag #verliefdopgriet viraal gaan. Zelden deed iemand op zo’n korte tijd zo veel lezersharten gloeien.

Tot ze in september vorig jaar plots de wind van voren kreeg. Na het verschijnen van Het beste wat we hebben, het eerste deel van haar trilogie met als verbindend thema incest, vertelde ze in de Nederlandse talkshow De wereld draait door dat ze van haar vijfde tot haar negende door haar vader misbruikt was. De herinneringen aan dat misbruik had ze jarenlang verdrongen, zei ze. Het was pas na de dood van haar vader en de tussenkomst van een therapeute dat ze de pikzwarte puzzelstukjes die in haar hoofd rondzweefden eindelijk kon samenleggen.

Hoewel haar getuigenis moedig en nodig genoemd werd, kreeg ze vooral in de vaderlandse media flink wat weerwerk. Verdrongen herinneringen, waren dat alles goed en wel beschouwd geen pseudoherinneringen, uitgelokt door onbetrouwbare therapeuten? En toonde Op de Beeck zich niet van haar meest mercantiele kant door haar verhaal te vertellen net wanneer ze een nieuw boek te promoten had?

Ze besloot de opinies die over haar geventileerd werden slechts in beperkte dosissen tot zich te nemen, maar zelfs de korte samenvattingen die ze van haar vrienden kreeg, hakten er stevig in. Ze stopte een paar maanden met werken en ging naar eigen zeggen “even helemaal de plank af”.

“Het ergste was: niet geloofd worden”, zegt ze terugblikkend. “Dat sneed echt diep. Vooral omdat ik wezenlijke aspecten van mijn verhaal niet had kunnen vertellen: ik wilde geen mensen in beeld brengen die daar niet om gevraagd hadden. Maar geloof me: telkens als ik intimi het héle verhaal kon vertellen, zag ik niet één gefronste wenkbrauw.

“De commotie na mijn getuigenis bewees dat het incesttaboe nog altijd groter is dan we denken. Een metoo-verhaal over een man die de seksuele grenzen van een vrouw overschrijdt, daar wordt naar geluisterd. Maar als de man een papa is en de vrouw een meisje van vijf, kijken we weg. We willen ons dat niet voorstellen, een vader die aan zijn dochter zit. Nog liever dan de feiten onder ogen te zien, stellen we ze in vraag.”

U had het zich een stuk makkelijker kunnen maken door het ‘verdrongen herinneringen’-gedeelte uit uw verhaal weg te laten. ‘Ja, ik ben vroeger door mijn vader misbruikt.’ Punt.

“Maar ik wilde de incestproblematiek net in al haar complexiteit op tafel leggen. Ik wilde duidelijk maken hoe verwarrend de destructieve stemmen in het hoofd van een incestslachtoffer kunnen zijn. Hoe fanatiek je voor jezelf kunt blijven ontkennen dat er iets gebeurd is. Hoe hard je eraan kunt twijfelen of je herinneringen wel écht zijn. Als je eerlijk over incest wilt getuigen, moét je het daar over hebben.”

Het concept van de verdrongen herinnering is gecontesteerd. Is het achteraf bekeken niet begrijpelijk dat uw verhaal op scepsis werd onthaald?

“Consulteer om het even welke psychiater met een zekere renommee: je zult altijd te horen krijgen dat verdrongen herinneringen wel degelijk een realiteit kunnen zijn. De media hebben na mijn passage in De wereld draait door heel selectief specialisten aan het woord gelaten. Waarom las ik nergens een interview met iemand als psycho-analyticus Paul Verhaeghe, die perfect kan uitleggen tot welke vormen van ontkenning ons brein in staat is? Verhaeghe heeft over deze materie toch meer recht van spreken dan de zelfverklaarde geheugenwetenschappers die zich over mijn getuigenis hebben uitgelaten, nee?”

Griet Op de Beeck: "Ik durf het nu te erkennen wanneer ik van slag ben. Vroeger mocht dat niet van mezelf. Ik moest altijd dapper zijn." Beeld Bob Van Mol

Sommige experts suggereerden dat uw therapeute u allerlei herinneringen had aangepraat.

“Dat is onzin. Geen enkele bekwame therapeut doet dat. Overigens klopt het ook niet dat mijn herinneringen in therapie zijn opgewekt. De beelden in kwestie hebben zich pas later, in de beslotenheid van mijn eigen huiskamer, aangediend.”

Zou u – met wat u nu weet – opnieuw uw verhaal vertellen?

“Absoluut. Al was het maar omdat ik er ontzettend veel mensen een hart mee onder de riem heb gestoken. Hulpverleners hebben me verteld dat mijn getuigenis nogal wat incestslachtoffers heeft aangemoedigd om zélf het zwijgen te doorbreken. En ik heb om en bij de tweeduizend mails gekregen van slachtoffers en hun dierbaren over hoe belangrijk mijn verhaal voor hen is geweest.”

Uw overleden zus uitte jaren geleden als eerste de incestbeschuldigingen aan het adres van uw vader. Hoe reageerde ú daar destijds op?

“Met totale ontkenning. Mijn zus had tot dan toe een nogal woelig leven geleid. Het was voor mijn vader – manipulatief als hij was – heel gemakkelijk om te zeggen: ‘Waar ze nu weer mee afkomt’. Dat was ook voor mij, in mijn toenmalige hoedanigheid van snotneus die haar vader adoreert, de meest vanzelfsprekende verklaring. Gelukkig heb ik me nog voor de dood van mijn zus voor mijn ongeloof kunnen verontschuldigen. En voor alle duidelijkheid: dat was nog voor mijn eigen verhaal aan de oppervlakte is gekomen.”

Heeft uw getuigenis de relatie tussen u en uw moeder veranderd?

“Mijn moeder leeft nog. Ik ga haar rekening niet maken in de weekendbijlage van De Morgen. Wat ik wel kan vertellen, is dat er na mijn getuigenis weer andere verhalen naar boven zijn gekomen in de familie van mijn vader. Het is een buitengewoon complex verhaal.”

U hebt in uw columns en boeken empathie voor mensen die zich misdragen hebben. Kunt u ook voor uw vader een vorm van mededogen opbrengen?

“Mijn probleem is niet zozeer een gebrek, maar veeleer een overschot aan inlevingsvermogen. Ook als het over mijn vader gaat. Ik moet dringend eens heel erg kwaad worden op hem. Dat is me nog altijd niet gelukt. Ik heb gewoon te weinig talent voor kwaadheid.

“Maar ik werk eraan. Ik hoop op een dag sterk genoeg te zijn om tegen iemand te kunnen zeggen: ‘Ik ben nu heel kwaad op u, maar toch geloof ik dat ge mij morgen nog altijd graag gaat zien’.”

Daders van incest zijn vaak ook slachtoffers geweest. Geldt dat ook voor uw vader?

“Daar wil ik niet op ingaan. Maar er is veel om over na te denken. Wat ik ook doe.”

Uw getuigenis zorgde, tegen alle verwachtingen in, níét voor de nodige opluchting. Hoe komt dat?

“Deels omwille van de cynische reacties, natuurlijk. Maar vooral omdat mijn getuigenis het misbruik plots zo onherroepelijk deed bestáán. Ik had het zo vaak ontkend. Was er zo lang voor gevlucht. Door erover te vertellen, was dat plots geen optie meer. Die vaststelling was – hoe bewust ik mijn verhaal ook gedeeld heb – ­verpletterend.”

Bekeken mensen u na uw getuigenis anders dan voorheen?

“Tijdens die eerste, broze weken na De wereld draait door dacht ik van wel. Als de baas van mijn favoriete restaurant niet meteen een babbeltje kwam slaan – wat hij altijd doet – zei ik meteen: ‘Lap, die mens wil niks meer met mij te maken hebben’. Terwijl hij het op dat moment wellicht gewoon druk had. Maar na een paar weken heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Griet, doe uzelf dat soort gedachten niet aan. Uw leven gaat anders een hel worden.’ Sindsdien zoek ik niet langer naar mogelijke tekenen van afwijzing.” (lachje)

Bent u nu, zoals dat heet, damaged good? Blijft u tot het einde van uw dagen ‘de schrijfster die door haar vader misbruikt werd’?

“Ik hoop van niet. Ik heb me van mijn meest kwetsbare kant getoond. Maar op een krachtige manier, vind ik. Niet als slachtoffer. Dat ben ik ooit wel geweest, maar nu niet meer.”

We zijn toe aan een lichter gespreksonderwerp. De lachsalvo’s die nu en dan aan de andere tafels weerklinken, contrasteren te fel met de occasionele stiltes aan de onze. Hoe nobel de interview­stiel ook is: er zijn momenten waarop roeren in andermans ziel even tactvol is als Allahu akbar roepen in een synagoge.

We wijken uit naar IJsland, het land waar Griet Op de Beeck een tijd geleden op vakantie was. En dat ze als ‘overweldigend groot, ontregelend woest en buitengewoon poëtisch’ heeft ervaren. “Wisten jullie dat één op de tien IJslanders zichzelf een gepubliceerd auteur mag noemen? Dat zijn 32.200 mensen: ongelooflijk toch? Je zou denken dat IJslanders enkel met hun schapen bezig zijn, maar het zijn fanatieke lezers. Ik zou er trots op zijn, mocht een van mijn boeken ooit in het IJslands vertaald worden. Maar ik moet me geen illusies maken, vrees ik – 32.000 schrijvers: wurm je daar maar eens tussen.” (lacht)

Griet Op de Beeck: "Ik heb humor heel lang als een camouflagemiddel gebruikt." Beeld Bob Van Mol

U hebt tot uw 39ste gewacht om de schrijfster te worden die u al zo lang wilde zijn. Ondertussen zijn we vijf jaar verder en lijkt het alsof u er altijd al geweest bent. Hebt u in de literaire rollercoaster waar u de voorbije jaren in zat kunnen vaststellen welke evolutie u als schrijfster hebt doorgemaakt?

“Die hangt heel sterk samen met mijn evolutie als mens. Ik voel me nu veel sterker dan vijf jaar geleden. En dat vertaalt zich ook in de manier waarop ik schrijf: ik heb Het beste wat we hebben met meer zelfvertrouwen geschreven dan mijn eerste romans.

“Wat niet wegneemt dat ik nu en dan nog altijd belaagd word door twijfels. Mijn nieuwe roman – deel twee van de trilogie, dus – komt zelfs moeizamer tot stand dan alle andere boeken die ik tot nu toe geschreven heb. Er zijn dagen waarop ik na elke twee zinnen denk: ‘Is het niet te vlak? Te cliché? Te slecht?’ Erg opbeurende vragen. (lacht) Gelukkig begin ik mijn schrijfflow de laatste weken stilaan terug te vinden.”

Hebt u er al spijt van dat u heeft aangekondigd dat u een trilogie ging schrijven?

“Om eerlijk te zijn: ja. Er zijn momenten geweest waarop ik heel luid heb geroepen: ‘En nu ga ik een boek schrijven over een brandweerman!’ (lacht) Niet omwille van de heisa na het eerste deel van mijn trilogie, maar omdat ik me afvroeg: wil ik nog wel vier, vijf jaar van mijn leven besteden aan het thema incest? Maar alleen al het feit dat ik overwoog om de trilogie voor bekeken te houden, bewees dat ik ermee verder moest gaan. Als je ergens van wegloopt, ben je er nog niet klaar mee. Bovendien gaan die romans over zo veel meer dan alleen over misbruik.”

U zei ooit: ‘We kunnen de donkerte beter aan als we die contrasteren met humor’. Toch zien of lezen we zelden een sfeervol bullshittende Griet Op de Beeck. Hoe komt dat?

“Ik heb humor heel lang als een camouflagemiddel gebruikt. Over bepaalde gebeurtenissen in mijn leven kon ik enkel verslag uitbrengen door te doen alsof het scènes uit een komische film waren. Maar aangezien ik die vorm van zelfbescherming steeds minder nodig heb, sta ik mezelf toe om – zeker in mijn boeken – wat minder lichtvoetig te zijn.”

U noemt Het beste wat we hebben uw tot nu toe belangrijkste boek. Het is ook uw tot nu toe minst verkochte boek. Is dat erg?

“De verkoopcijfers van mijn laatste boek blijven ondanks alles indrukwekkend. Van een mislukking spreken zou wel héél arrogant zijn. Is het commercieel slim om een trilogie te schrijven over incest? Waarschijnlijk niet. Maar het zijn wel de boeken die ik op dit moment móét schrijven.”

Gezien de feiten, uw boekenweekgeschenk, werd door de recensenten vrij unaniem verketterd. ‘Een voorspelbaar afleggertje’, heette het.

“In Nederland zijn er van Gezien de feiten 670.000 exemplaren verdeeld. In Vlaanderen maar 10.000. Met andere woorden: de meeste Vlamingen hebben enkel de recensies gelezen. Het enige wat ze onthouden, is: ‘Het is naar het schijnt een kutboek’. Mij niet gelaten, mensen mogen over mijn boeken een mening hebben. Maar ik heb toch graag dat ze het eerst lezen. In Nederland is er op sociale media trouwens heel fel gereageerd op die negatieve kritieken.”

Bent u iemand die haar critici openlijk confronteert? Hebt u op het boekenbal al eens een scheut laxeermiddel in de pint van Christophe Van Gerrewey gekapt?

(lacht) “Nee. Reacties van lezers – of het nu collega-auteurs, recensenten of gewone lezers zijn – zeggen altijd meer over de lezers in kwestie dan over je boek. In die zin kan ik slechte kritieken – ook al zijn ze over het algemeen onaangenaam – best plaatsen. En verder probeer ik me inwendig af en toe te beroepen op een uitspraak van Harry Mulisch: ‘En toch, mijnheer de recensent, ben ik er zeker van dat u liever mijn lullige boekje had geschreven dan uw lullige stukje in de krant’.” (lacht)

U zei onlangs dat u wel een idee had van wat u zou kunnen doen om uw critici te behagen. Wat dan?

“Samengevat: ontoegankelijker, pessimistischer en cynischer zijn.”

Want toegankelijkheid wordt verward met oppervlakkigheid?

“Blijkbaar. En toch zal ik nooit paginalange zinnen schrijven of mijn boeken overladen met metaforen. Ik wil mijn lezers zo dicht mogelijk bij mijn personages krijgen. Jezelf als schrijver krampachtig proberen te bewijzen, komt die missie niet ten goede. En dus doe ik dat ook niet. Ik heb respect voor mensen die anders schrijven dan ik, maar ik moet trouw blijven aan mezelf. Het vinden van je eigen stem is álles. Ik ga mijn stijl echt niet opgeven om in de smaak te vallen bij sommige critici.”

Willem Hiele haalt een Menapisch varken van de grill: een dier dat door onze voorouders enthousiast verorberd werd en dat onlangs door slager Hendrik Dierendonck, varkenskweker Ruben Brabant en de UGent opnieuw tot leven is gewekt. Hoewel het eten van Menapische varkensreepjes in ecologisch opzicht een minder brute daad is dan het consumeren van andere vleessoorten, laat Griet Op de Beeck zich niet verleiden om ervan te proeven. Dagen zonder vlees zijn bij haar al lang jaren zonder vlees geworden.

Ooit woog ze nog maar 39 kilogram: haar krachtmeting met de verschrikking genaamd anorexia eindigde een tijdlang niet in haar voordeel. We vragen of ze de XXL-lunch van vandaag zonder noemenswaardige bekommernissen doorstaat. “Toen de voorgerechten maar bleven komen, heb ik mezelf toch even in stilte moeten toespreken: ‘Laat het los, Griet. Het is oké. Je gaat er geen dag langer of korter door leven.’ Dus om nu te zeggen dat ik een volstrekt normale relatie heb met eten: nee. Ik ben vanmorgen ook vroeger opgestaan om bij wijze van anticiperende boetedoening honderd minuten te lopen. (lacht) Maar dat is allemaal niks in vergelijking met hoe ik vroeger met eten omging.”

Dat u anorexia overwon, is ondersteunend bewijs voor de kerngedachte die u steevast in uw boeken smokkelt: ‘Uw leven is van u, het is nooit te laat om te worden wie ge wilt zijn’.

“Wat er in de wereld gebeurt, heb je niet onder controle. Maar dat je jezelf kunt verheffen tot het betere leven dat je ook verdient, daar ben ik van overtuigd, ja.”

De kern van uw boodschap is: ‘Verstop je niet voor je demonen, kijk ze recht in de ogen’. Maar volgens psychiater Lieve Swinnen is dat niet altijd nodig. ‘Als je normaal functioneert,’ zegt ze, ‘heeft het geen zin om te gaan spitten. Sommige kinderen slagen er ook onder moeilijke omstandigheden in om een evenwichtig leven te leiden. Moet je de mat dan omhoogtillen? Ik denk het niet.’

“Normaal functioneren, zegt niks. Ik functioneerde ook normaal: ik had een goeie job, fijne vrienden, iedereen dacht dat ik alles prima op een rij had. Niet, dus. Dé vraag is: hoe voel je je wanneer alle deuren en gordijnen gesloten zijn en je moederziel alleen in bed ligt? Je kunt een ogenschijnlijk normaal leven leiden en toch verschrikkelijk diep zitten. Dat maar blijven ontkennen, helpt niet.”

Griet Op de Beeck: "Ik zal altijd blijven hunkeren naar een vader en moeder die zeggen: ‘Jij bent alles waar we ooit van droomden.'" Beeld Bob Van Mol

De keerzijde van de maakbaarheidsgedachte is: als je leven na herhaalde pogingen tot introspectie blíjft sucken, is het je eigen fout. De Nederlandse theatermaker Laura van Dolron schrijft in dat verband: ‘Het zijn nooit junks of daklozen die het hebben over de maakbare mens. Het zijn altijd mensen met heel veel succes en heel veel geluk.’

“Sommige mensen zijn te beschadigd om hun leven in handen te nemen, dat klopt. Over mensen met psychoses zul je mij nooit horen zeggen: ‘Als ze wat meer hun best zouden doen, zouden ze een leuker leven hebben’. Maar voor de rest ben ik er zeker van dat iedereen die zijn leven wíl verbeteren daar, mits wat hulp, ook toe in staat is. Mijn therapeute helpt niet alleen schrijfsters die in staat zijn tot metareflectie. Ze begeleidt ook daklozen en laagopgeleiden. En met evenveel succes. Omdat het een emotioneel proces is, geen intellectuele rit.”

Hoe dun is de grens tussen Griet Op de Beeck, de schrijfster, en Griet Op de Beeck, de missionaris? Uw boeken worden soms zelfhulpboeken genoemd.

“Eén: ik ben niet iemand die aan de lopende band levensbeschouwelijke preken afsteekt. Ik spreek me enkel uit over onderwerpen waarover ik echt iets te melden heb. En twee: ik wil – net als elke artiest – proberen om een zekere impact te hebben.

“Onlangs ging ik kijken naar JR van FC Bergman. Na afloop kwam er een vrouw naar me toe. Ze zei: ‘Dankzij u ben ik gelukkig gescheiden. Gij hebt mij de woorden gegeven die ik al zo lang zocht, maar nooit vond.’ Daar mag iedereen van vinden wat hij wil, maar dat gaf mij even het gevoel dat het goed is dat ik besta.”

Kunt u als schrijfster blijven variëren op het maakbaarheidsthema? Na het lezen van Gij nu schreef Daniëlle Serdijn in de Volkskrant: ‘Het is nog altijd geen straf om Op de Beeck te lezen. Maar het verlangen naar écht nieuw werk manifesteert zich ineens hardnekkig.’

“Ik denk dat alle schrijvers een paar thema’s hebben waar ze niet omheen kunnen. Kwesties die in hun persoonlijke leven heel bepalend zijn geweest en die in hun boeken altijd wel zullen opduiken. Maar los daarvan: ik weet nu nog niet welke boeken ik over vijf jaar ga schrijven. Wat ik vandaag doe, had ik vroeger ook niet kunnen voorspellen.”

De namiddag maakt zich schuifelend uit de voeten, de vallende zomeravond doet wat vallende zomeravonden moeten doen: de stemmen dempen en de harten verzachten. Terwijl ze in schemermodus gaat, vertelt Op de Beeck dat ze een piano heeft gekocht. Dat lijkt bijkomstig, maar is het niet.

“Mijn moeder is al heel haar leven een fan van de Nederlandse fluitiste Berdien Stenberg. Toen ik een jaar of tien was, kreeg ik plots een dwarsfluit. Ongevraagd. Ik droomde er eigenlijk van om piano te leren spelen, maar de dwarsfluit had 500 euro gekost en kon dus niet ongebruikt blijven. Tot mijn 18de heb ik tegen mijn zin op die dwarsfluit gespeeld. Daarna heb ik het ding in zijn doos gelegd en er geen seconde meer naar gekeken.

“Maar ik heb altijd gezegd: ooit leer ik alsnog piano spelen. En nu is het zover. Ik heb een fantastische lerares gevonden. Als ik een noot verkeerd speel, legt ze me uit dat het probleem zich eigenlijk drie maten eerder situeerde. Het is heerlijk om op die manier piano te leren spelen.”

Wanneer we vragen of ze gelukkig is, antwoordt ze dat geluk overschat wordt. “Ik streef liever naar intensiteit dan naar geluk. In een intens leven is er zowel plaats voor grenzeloze blijheid als voor totale tristesse. Dat is interessanter. Je moet een klotedag ook een klotedag kunnen noemen. Dat helpt vaak om je weer wat beter te voelen.”

Wie hard leeft, stelt zich wel aan potentiële stormen bloot.

“Dat is zo, maar daar ben ik vandaag beter tegen bestand dan vijf jaar geleden. Ik durf het nu te erkennen wanneer ik van slag ben. Vroeger mocht dat niet van mezelf. Ik moest altijd dapper zijn, moedig voorwaarts blijven gaan. Resultaat: ik negeerde wat er scheelde en voelde me nadien nog slechter.”

You can’t imagine the tears and sorrow behind a painted smile’, zingt Mathilde Santing.

“Precies. Al kan zo’n artificiële glimlach soms best nuttig zijn. Ik kan me klein en triest voelen, maar als ik voor een zaal vol mensen sta, transformeer ik mezelf binnen de kortste keren in een opgewekte, zelfverzekerde Griet. Dat kunstje geeft mij vertrouwen. Ik weet: als het erop aankomt, zal ik er wel staan. Ik kan wel wat ­hebben.”

In Gezien de feiten hebt u het over ‘het wapen dat de liefde kan zijn, als ze echt is tenminste’. Hoe ziet echte liefde eruit?

“Echte liefde herken je aan totale wederkerigheid en volstrekte gelijkwaardigheid. Moeilijk te bereiken, maar toch essentieel.”

U had in het verleden relaties met mannen van het dominante type. Bent u er ondertussen al in geslaagd om op mannen te vallen die wél goed voor u zijn?

“Ik heb in ieder geval geen relaties meer met het soort mannen waar ik vroeger verliefd op werd. Subtiele manipulators die me ondergeschikt willen maken aan hun eigen noden: ik ruik ze vanop een kilometer afstand.”

‘Ieder mens uit een kapot gezin blijft verlangen naar een nest’, liet u ooit optekenen. Heeft u dat nest inmiddels gevonden?

“Ik zal altijd blijven hunkeren naar een vader en moeder die zeggen: ‘Jij bent alles waar we ooit van droomden’. Zelfs al weet ik dat ik die woorden nooit meer zal horen. Je kunt je wel wentelen in de warmte van surrogaatnesten, maar de rol van je ouders kan niemand overnemen.”

Vindt u het jammer dat u zelf geen kinderen hebt?

“Nee. Maar ik vind het wel vervelend dat dat een gevolg is van de omstandigheden en niet van een weloverwogen keuze. Niet dat ik ooit gezegd heb: ‘Ik heb een kutjeugd gehad en dus ga ik zelf geen kinderen maken’. Maar het heeft toch meegespeeld. Als je een diepe zelfhaat met je meezeult, ben je minder snel geneigd om jezelf te reproduceren. Maar goed, ik ervaar geen schrijnend gemis. En dus kwel ik mezelf ook niet met vragen als ‘Zou ik wél kinderen hebben als ik mijn therapeute wat vroeger had ontmoet?’ Dat heeft geen zin.”

We nemen afscheid, fotograaf Bob Van Mol neemt haar mee naar de duinen voor het betere poseerwerk. Na de fotosessie zal ze weer richting Gent rijden, waar haar onafgewerkte, weerbarstige roman op haar wacht. Misschien is er vanavond tijd om voor het schrijven nog even wat Beethoven te spelen. We zien haar al achter haar piano zitten, vele muzikale hemels boven de zevende.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden