Zaterdag 14/12/2019

Reportage

Gelukkig gescheiden: deze koppels tonen dat het kan

Frank en Hilde: ‘Onze situatie kan raar overkomen. Je scheidt immers niet om bij elkaar te blijven wonen.’ Beeld Tim Dirven

Voor elke twee huwelijken één scheiding, zo zeggen de statistieken in ons land. Maar scheiden hoeft niet altijd lijden te zijn. Je kunt ook uit elkaar gaan op een manier die leefbaar is. ‘Hoe ouder we worden, hoe meer we het over alles eens zijn.’

Hilde Sabbe en Frank De Crits: ‘Pas als Frank even weg is, vraag ik mijn lief of we het ervan kunnen nemen’

Ze zijn al meer dan 25 jaar uit elkaar, maar Hilde (63) en Frank (77) worden nog elke dag geconfronteerd met hun scheiding. Dat komt omdat de nieuwe vriend van Hilde bij het ex-koppel in Brussel is komen inwonen. ‘Mensen vragen me soms of wij er een ménage à trois op nahouden.’

“Blijkbaar spreekt onze woonsituatie erg tot de verbeelding”, zegt Hilde, ex-journaliste en politica. “Maar nieuwsgierigen moet ik teleurstellen: we respecteren elkaars privacy. Pas als Frank even weg is, vraag ik mijn lief of we het ervan kunnen nemen.”

Toen Hilde en Frank halfweg de jaren 90 uit elkaar gingen, besloten ze in Hildes huis te blijven wonen voor hun zoon Mats, toen 12. Frank, intussen gepensioneerd maar wel nog actief als dichter, kreeg een werkkamer op de eerste verdieping en een slaapkamer met douche op de tweede, naast die van Hilde. “De woonkamer en de keuken delen we”, zegt Frank. “Vervelend? Nee. Hildes partner moet vroeg op voor zijn werk. Als ik beneden kom, staat hij op het punt om te vertrekken. Ik ben trouwens de kok in huis, dus ’s avonds kook ik en eten we samen.”

Zelfs de was gebeurt gemeenschappelijk. Alles gaat samen in de machine. “Een onderbroek is ook maar dat: een onderbroek”, vindt Frank.

Ze hebben het geprobeerd, apart wonen. Hilde trok een tijdje in bij haar nieuwe vriend. In het weekend en op woensdagen kwam ze naar Brussel of nam ze haar zoon mee naar Oost-Vlaanderen. “Maar ik miste de stad. Mijn lief en ik zijn opnieuw naar Brussel verhuisd. Het was logisch dat we weer in mijn huis zouden gaan wonen – en dus bij Frank.”

Had ze dat vlak na de scheiding voorgesteld, dan was dat er nooit van gekomen, beseft Hilde. “Frank is een tijd behoorlijk nijdig geweest. Er moet tijd overheen gaan. Maar hij en ik zijn altijd in elkaars gezelschap gebleven. Op familiefeesten en op zondagen was Frank er altijd bij. Zo hebben mijn lief en hij elkaar leren kennen. Het klikte meteen tussen die twee.”

Perfect reisgezelschap

“Het was niet raar toen Hildes partner bij ons kwam wonen”, zegt Frank. “Hij is een gezellige, grappige man. Ik beschouw hem als een vriend.” De scheiding, dat was een ander paar mouwen, moet Frank toegeven. “Hilde en ik hebben behoorlijk veel ruzie gemaakt, onder andere over geld en de opvoeding van Mats. Er was ook de pijn van die tweede keer. Ik was al eens gescheiden en kon me wel voor de kop slaan: hoe kon ik zo stom zijn om dat nog eens te laten gebeuren?”

“Frank was boos. Voor hem kwam de scheiding out of the blue”, zegt Hilde. “Maar ondanks alle kwaadheid en verdriet zagen we in dat we er moesten zijn voor onze zoon. Wat ook heeft geholpen, is dat er geen vreselijke dingen zijn gebeurd. Het was niet zo dat Frank plots ontdekte dat ik er een geheim leven op nahield. Ik ben altijd open geweest over mijn affaires. Frank is een fijne man, ik weet nog goed waarom ik met hem ben getrouwd. Maar blijkbaar was het niet genoeg om een monogame relatie met hem te hebben.”

Hilde en Frank riepen de hulp in van een scheidingsbemiddelaar. Die zette een aantal praktische en financiële afspraken op papier. “Ik besef dat onze situatie gek klinkt”, zegt Frank. “Je scheidt tenslotte niet om bij elkaar te blijven wonen. Maar het is organisch gegroeid. Bovendien is huren in Brussel erg duur. En met die enorme bibliotheek van mij is verhuizen sowieso bijna niet te doen. Een deel van mijn boeken staat in de kelder, een deel in een gehuurde garagebox.”

“Ook onze bemiddelaar vond het maar raar”, zegt Hilde. “Ze heeft ons expliciet op het hart gedrukt dat als je eenmaal gescheiden bent, je niets meer met elkaar te maken hebt. Blijkbaar zag ze toen al dat onze levens hopeloos verstrengeld zijn met elkaar.” Dat is er niet minder op geworden: het gebeurt dat Frank en Hilde nog samen op vakantie gaan naar het Verenigd Koninkrijk, zonder Hildes lief. “Omdat we allebei van dat land houden. Eigenlijk zijn wij het perfecte duo om op reis te gaan: we houden allebei van boekenwinkels en historische gebouwen.”

Niet de gemakkelijkste mens

Hilde weet dat Frank het goed meent. “Ik bewonder hem, hij is eerlijk en integer in alles wat hij doet – met zijn dichterscollectief verzorgt hij uitvaarten van daklozen. Er is niets waarvan ik zeg: dat vind ik niet tof aan hem. Het enige wat ik hem kan verwijten, is dat hij niet weet hoe hij zichzelf moet verkopen. Maar zelfs dat is aandoenlijk.

“Hoe ouder we worden, hoe meer we het over alles eens zijn. Hij is mijn beste vriend en op de dag dat hij sterft, zal ik kapot zijn. We waren een goed koppel, alleen slaagde ik er niet in hem trouw te blijven. Maar onze situatie blijft uitzonderlijk: er zijn exen met wie ik nooit ofte nimmer zou willen of kunnen samenwonen.”

“Ik kan Hilde niet meer missen, we zijn met elkaar vergroeid”, beaamt Frank. “We kennen elkaar al bijna veertig jaar. Ik discussieer graag met haar: ze is intelligent, literair beslagen, reist graag. Alleen is het niet mogelijk om een relatie met haar te hebben. Maar ik geef toe dat ik ook niet de gemakkelijkste mens ben om mee samen te zijn. Dus doen we het zo, zonder gedoe.”

“Mij verwondert het dat mensen die elkaar ooit de liefste en de beste vonden, bij een scheiding elkaar plots het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen”, zegt Hilde. “Ouders die elkaar zwartmaken, dat vind ik gruwelijk. Probeer de mens te zien op wie je ooit verliefd was – als je dat tenminste nog kunt opbrengen, tussen alle ellende. Ik besef maar al te goed hoeveel geluk Frank en ik hebben met elkaar.”

Els Sevenants maakte na een paar jaar de klik: ‘Ik wilde geen verzuurde, gescheiden vrouw worden.’ Beeld Tim Dirven

Els Sevenants en Ludwig Willems: ‘Onze zoon kwam met het idee om samen te gaan skiën’

Ze vierden samen met hun nieuwe gezinnen de communie van hun zoon Ben en gingen met zijn allen op shortski. ‘Wij noemen ons dan ‘het grote gezin’’, zegt Ludwig. Die wij, dat zijn Bens papa Ludwig (51) met zijn vrouw en hun dochter, en Bens mama Els (50) met haar man Koen. Meningsverschillen zijn er nog, maar die lossen ze al pratend op.

Normaal doen, zo luidde het credo toen Els en Ludwig begin de jaren 2000 uit elkaar gingen. Daar hebben ze, achteraf bekeken, het meest aan gehad. Toen het koppel er een punt achter zette, kreeg hun zoon Ben nog borstvoeding. “Ik vond het redelijk dat Ben twee derde van de tijd bij zijn mama was”, zegt Ludwig. “Dat stond ook zo in de scheidingsakte.”

Toen Ben twee was, werd dat een week-om-weekregeling met een vaste wisseldag op vrijdag. “De ‘overdracht’ hield ik in het begin liefst zo kort mogelijk”, zegt Ludwig, die piloot is en consultant bij een softwarebedrijf. “Ik wilde de regeling strikt volgen en zo weinig mogelijk zeggen. Het was mijn manier om opnieuw mijn punt te kunnen maken – een gevoel dat ik in de laatste jaren van de relatie was kwijtgeraakt.”

Els, die het hr- en personeelsbeleid in een 3D-printbedrijf voor haar rekening neemt, knikt. “Het ging zelfs zover dat als Ludwig een extra vrije dag had gekregen omwille van een verjaardag of een familiefeest, dat Ben de daaropvolgende week een dag langer bij mij mocht blijven. Alles moest juist zijn.”

Nu gaat het ex-koppel daar losser mee om. “Op vrijdag rijdt Ben na school met zijn fiets naar het huis van Ludwig, een dorp verder”, zegt Els. “Ludwig komt Bens doos ophalen met daarin zijn kleren, zijn hockeymateriaal, vroeger zijn speelgoed. De afspraak was dat Ben niet het slachtoffer mocht worden van onze scheiding en dat hij zo weinig mogelijk met zijn spullen moest sleuren. Daarom dat we zo dicht bij elkaar zijn blijven wonen.”

“Niet waar”, corrigeert Ludwig zijn ex. “Jij wilde na de scheiding terug naar je ouders en je vriendinnen in Hasselt. Daardoor moest ik volgen. (tot ons) Ik woonde op een appartementje in Antwerpen, maar dat was niet ideaal voor Ben. Ouders die na een scheiding elk aan de andere kant van het land gaan wonen, ik heb dat nooit begrepen. Ik had ook liever elders gewoond, maar dat is nu niet belangrijk. Zolang Ben niet op zichzelf woont, blijf ik hier.”

De eerste jaren na de scheiding waren voor Els de moeilijkste. “Het voelde zo rauw. Onze huisraad was verdeeld, ik had geen stoelen of diepvries meer. De wasmachine was voor mij, de droogkast ging naar Ludwig. Maar het ergste vond ik de eerste keer ‘zonder’: de eerste verjaardag alleen, het eerste nieuwjaarsfeest alleen. Wie moet je om twaalf uur kussen? Alle koppels vliegen elkaar in de armen.”

Voor herhaling vatbaar

Na een tijdje maakte Els de klik. “Het was genoeg geweest. Ik wilde niet langer op ‘die plek’ zijn. Het verdriet en de woede die mij eerst energie hadden gegeven om door te gaan met mijn leven, voelden plots aan alsof ze mij saboteerden. Ik wilde geen verzuurde, gescheiden vrouw worden. En wat ik zeker niet wilde, was mijn kind inzetten als spion – hoe kwaad ik ook was.”

Vreemd genoeg begon het pas echt vlot te lopen toen Koen, Els’ nieuwe partner, in beeld kwam. “Wij hebben lang samengewerkt”, zegt Ludwig over Koen. “Mijn vrouw en ik waren al samen en het was een pak van mijn hart toen ik wist dat Koen mee voor Ben ging zorgen. Zoveel jaren later zijn onze partners de stabiele factoren in huis. Koen beheert zelfs de online-agenda die Els en ik aanvullen met de activiteiten van Ben. Wij zijn er fier op dat we het zo kunnen doen. Er zijn nog meningsverschillen, maar die praten we altijd uit.”

“Je moet je ego achterwege laten”, vindt Els. “Als we dat niet hadden gedaan, dan waren we gegarandeerd in een discussie tussen advocaten beland. Dat hebben we bewust vermeden. Ludwig en ik zijn een paar keer naar een scheidingsbemiddelaar geweest, bij de notaris hebben we onze afspraken op papier gezet. Toen de rechter onze scheiding uitsprak, waren we al drie jaar niet meer samen. Dat was een rare dag”, zegt Els. “Ludwig zat naast mij, Koen aan de andere kant. Nadien zijn we samen een koffie gaan drinken. Ik weet nog dat ik dacht: dit is héél raar.”

Of ze zonder kind nog contact zouden hebben met elkaar? Els denkt van niet. “Sporadisch, misschien”, vermoedt Ludwig. “Het is gewoon zo dat het niet over ons twee gaat”, stelt Els vast. “Soms zijn we met drie, soms met vier, vijf of zes – als je de nieuwe gezinnen meetelt. Dat betekent dat je altijd moet overleggen. Je kunt een scheiding doen werken maar het vraagt véél geregel.”

Zelfs een vakantie samen zit er nog in. “Enkele jaren geleden zijn we voor het eerst samen gaan skiën”, zegt Els. “Ben kwam met dat idee. Hij wilde met zijn vader en mij op de piste staan. Koen, Ludwigs dochter en zijn vrouw waren er ook bij.” Memorabel, vindt Ludwig. “En voor herhaling vatbaar. Met het grote gezin hebben we ook Bens communie gevierd. Knap dat dat kan.”

Is er soms nog ruzie? “Zelden”, vindt Ludwig. “Natuurlijk wel”, zegt Els. “Over wat dan?”, wil Ludwig weten. “Jouw vergeetachtigheid! Je was zelfs vergeten dat we dit interview zouden doen.” “Het klopt dat ik snel vergeet”, geeft Ludwig toe. “Maar dat heeft ook zijn voordelen – bij mij blijft er zelden iets hangen.

(tegen Els) “Maar jij was vergeten te bevestigen. Ik wist dat er plannen waren voor een interview, maar een definitieve ja heb ik nooit gehad.”

Scheiden is dan ook iets anders dan trouwen...

Said Dnoub en Veerle Crols: ‘Een van mijn latere partners vond het wel vervelend dat ik beter met Said kon praten dan met hem.’ Beeld Tim Dirven

Veerle Crols en Said Dnoub: ‘Ik krijg soms de vraag of ik niet beter weer een relatie met Said zou beginnen’

Veertien jaar lang waren Said (48) en Veerle (49) elkaars steun en toeverlaat, tot daar in 2010 plots een einde aan kwam. Na een stroeve beginperiode gaan de dingen nu goed. ‘We communiceren beter dan vroeger, gewoon omdat er wat meer afstand tussen ons zit.’

Voor Said, die docent is aan een lerarenopleiding, was de breuk, nu negen jaar geleden, een schok. “Ik zag die scheiding echt niet aankomen. In het eerste halfjaar verliep het contact tussen Veerle en mij vrij stroef en zakelijk”, blikt hij terug. “We communiceerden bijna uitsluitend via mail, en het ging altijd over onze twee kinderen. Ik was gewoon nog te boos, en ergens hoopte ik ook dat het allemaal nog goed zou komen.”

“In die tijd zullen Said en ik elkaar nooit gevraagd hebben hoe het met elkaar ging”, zegt Veerle. “Maar over de kinderen praten was nooit een probleem. Dat vonden we allebei heel belangrijk: dat we er voor hen nog als één blok stonden.”

Said maakte tijdens het scheidingsproces wel meteen duidelijk dat hij geen weekendpapa wilde worden. “Ik vond het heel belangrijk dat ik mijn kinderen evenveel zag als Veerle. Ik wilde vooral aan de buitenwereld tonen dat ik, ondanks de scheiding, nog steeds een goede papa kon zijn. Achteraf bekeken was dat misschien een egoïstische beslissing.”

“Aan de kinderen hebben we in het begin niet gevraagd of zij die week-om-weekregeling wel zagen zitten”, vertelt Said, “maar ze hebben ook nooit gezegd dat ze het een probleem vonden. Veerle en ik hebben altijd gezegd dat we niet wilden dat onze kinderen met een valies moesten rondzeulen. Ze hadden bij elk van ons dus hun eigen kleerkast, zodat ze enkel een boekentas moesten meenemen. Dat maakte het toch al iets overzichtelijker.”

Toen de boosheid stilaan plaatsmaakte voor wat meer begrip, begon het contact tussen Said en Veerle wat vlotter te lopen. “Als Said de kinderen kwam halen, dronk hij hier soms een koffie mee. Of als een van de twee geen eten had voorzien, dan schoven we bij elkaar aan tafel. Onze kinderen vonden het ook helemaal niet vreemd als we hier met vier aan tafel zaten.”

Ook met zijn vroegere schoonfamilie komt Said nog steeds goed overeen. “Veerle woont maar twee kilometer van mijn huis, en ook haar moeder en zus wonen in de buurt. Daar spring ik soms nog wel eens binnen om te vragen hoe het gaat. Ook je schoonouders ken je na veertien jaar huwelijk heel goed.”

Veerle: “Terwijl mijn moeder na de scheiding twee jaar lang niets tegen me gezegd heeft. Zij vond het echt onbegrijpelijk dat ik mijn man en mijn kinderen zoiets aandeed. Ondertussen is dat gelukkig bijgelegd.”

Toen Veerle enkele maanden na de scheiding opnieuw een partner had, had Said het daar aanvankelijk moeilijk mee. “Daarmee vervloog natuurlijk alle hoop dat het ooit nog iets zou worden tussen ons.”

Veerle (met een lachje): “Toen jij een relatie had, dacht ik juist: goed voor hem. Ik gunde je dat écht.”

Heel grappig

Op dit moment is Veerle opnieuw vrijgezel, maar ook daar kan ze met haar ex-man goed over praten. “Het is zelfs zo dat Said en ik elkaar nu soms om relationeel advies komen vragen. Ook toen mijn relatie met mijn vorige partner stukliep, heb ik het daar veel met hem over gehad.”

“Jij doet dat wel vaker bij mij dan ik bij jou”, zegt Said. “Niet waar”, vindt Veerle. (tot ons) “Ooit heeft een vriendin van Said me een berichtje gestuurd om te vragen hoe ze iets het best met hem kon bespreken. Heel grappig.”

Of die nieuwe partners de goede band tussen Said en Veerle niet vreemd vinden? Veerle: “Niet echt, al vond een van mijn vorige partners het wel vervelend dat ik beter met Said kon praten dan met hem. Tja, wat wil je, wij zijn zó lang samen geweest en we hebben de kinderen als allergrootste raakvlak. Said en ik staan ook allebei in het onderwijs. Als we met een professioneel dilemma zitten, bellen we daar weleens met elkaar over. Omdat we elkaar gewoon begrijpen.”

Dat vlotte contact met haar ex-man zorgt ook bij de vrienden van Veerle weleens voor verwarring. “Ik krijg soms de vraag of ik niet beter weer een relatie met Said zou beginnen. Maar er is natuurlijk een reden waarom het ooit is stukgelopen. Ook onze kinderen hebben al gezegd dat ze het vreemd zouden vinden als we nu nog iets zouden beginnen. Ze zien ook dat we door de jaren heen allebei erg veranderd zijn.”

“Of we soms nog ruzie maken? Onlangs hebben we tijdens een telefoongesprek over onze kinderen wel allebei onze stem eens verheven”, geeft Veerle toe. “Maar daar excuseren we ons nadien meteen voor. Eigenlijk communiceren we nu beter dan vroeger, gewoon omdat er wat meer afstand tussen ons zit. We hoeven niet meer te allen tijde de huiselijke vrede te bewaren, waardoor er minder spanningen zijn.”

Intussen zijn de kinderen van Veerle en Said 17 en 20 jaar. Deze zomer vonden ze dat het welletjes was met dat eeuwige over en weer verhuizen. Said: “Nu wonen de kinderen voltijds bij Veerle. In het begin heb ik het daar wel moeilijk mee gehad, maar ik begrijp hun keuze en heb er inmiddels vrede mee genomen Ze moeten stilaan hun eigen leven opbouwen, natuurlijk. Maar ze komen hier wel nog elke week eten.”

Zowel Said als Veerle zijn blij dat ze hun scheiding zo’n vredevolle wending hebben kunnen geven. “Uiteindelijk heb je elkaar jarenlang graag gezien, hè”, zegt Said. “En ook de kinderen zorgen er mee voor dat je extra je best doet om het voor iedereen leefbaar te houden. Was het maar in meer gezinnen zo.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234