Dinsdag 02/06/2020

InterviewDe vragen van Proust

Geert Hoste: ‘Ik heb sinds m’n achtste iedere week opnieuw afscheid van mijn moeder moeten nemen’

Geert Hoste: 'Ik wil nog zo weinig mogelijk.'Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Achtentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: stand-upcomedian Geert Hoste (59). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik word dit jaar zestig en voel me ook zestig. Dat wil zeggen dat ik rust heb gevonden in hoe het leven is en dankbaar ben om wat ik heb kunnen doen. Maar in mijn hoofd heb ik telkens weer de reflex van een twintiger als er zich iets nieuws aandient. Een tv-programma hosten? Een optreden geven? Een opinie meedelen? Een boek schrijven? Dan is mijn eerste reactie: ‘Dat ga ik doen!’. Maar als ik erover begin na te denken, komt de honderdjarige in mij boven en zucht ik: ‘Been there, done that’.

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“De meest kenmerkende zal wel humor zijn en daar kan ik mee leven. En optimisme.

“De mensen die dichter bij mij staan zullen zeggen dat ik verantwoordelijk en zorgzaam ben. Maar ik ga voor een verdoken eigenschap: ik ben volkomen geweldloos, ik heb geen greintje agressie in mij.”

3. ‘Blijf in uw bubbel’, wat doet dat met u?

“Niks. Ik kan zeer goed alleen zijn. Of tenminste in mijn huis blijven. Als artiest ben je gewoon om alleen op te treden en je af te zonderen om je te concentreren op je werk. Vroeger zat ik tien maanden per jaar in mijn bureau te schrijven, ik weet dus wat het is om te leven als een echte heremiet. (lacht) Bovendien hou ik van de stilte.

BIO

• geboren in Brugge op 1 juli 1960 • Vlaamse stand-upcomedian, columnist, auteur • begon met stand-upcomedy in 1987 • speelde meer dan 25 jaar op rij een nieuwjaarsconference; de laatste was in 2015 • is ambassadeur van Amnesty International Vlaanderen

“Ik kan zeer goed leven binnen de kleine nucleus van mijn vrouw en katten. Maar een eenzaat zou ik mezelf niet noemen. Ik denk dat ik wel altijd iemand rond mij nodig heb. Sinds mijn prilste jeugd heb ik altijd wel minimaal één zeer goede vriend of vriendin gehad met wie ik alles deelde op dat moment. Nu is dat natuurlijk mijn echtgenote. Zij is degene met wie ik in solitude kan leven.”

4. Wat is uw passie?

“Ik verdedig graag de mensenrechten en wil op een of andere manier altijd helpen.

“Die passie voor mensenrechten is voor een stuk begonnen toen ik rechten studeerde, maar daarna vooral aangescherpt dankzij Amnesty International. In veel landen zaten cartoonisten en poppenspelers opgesloten omdat ze eens een grap over een heerser hadden gemaakt. En omdat ik zelf humor bracht over de drie K’s – mijn favoriete onderwerpen: Kapitaal, Kerk en Kroon, in een tijd waarin dat helemaal niet evident was – heeft Amnesty mij toen gevraagd om actie te voeren om de vrije meningsuiting te verdedigen. Inmiddels is dat 30 jaar geleden maar de mensenrechten zijn mijn stokpaardje gebleven. En nu op dit moment breek ik me vooral het hoofd over het acute vraagstuk van de privacy.

“Naar aanleiding van mijn zestigste verjaardag had mijn uitgever gevraagd om een pamflet te schrijven over mensenrechten. Ik had al hele fragmenten over privacy klaar, maar met alle mogelijke snelheden word ik ingehaald door de actualiteit. Neem de situatie in China, waar ze je temperatuur opnemen als je een ruimte binnenkomt. Als je een vrouw bent weten ze of je vruchtbaar bent. Ze kunnen beslissen of je kinderen mag krijgen of niet, door je te isoleren of te bevruchten. Complexe materie, die ik nu on hold heb gezet om ze vanuit een andere hoek te bekijken.

'Ik geniet van mijn vrijheden, precies omdat ik ervaren heb wat het betekent om niet vrij te zijn.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik vind het trouwens bijzonder spijtig dat er in de groep experts die de exit uit de lockdown uitstippelen geen mensenrechtenprofessor zetelt. Prioritair zijn toch niet de economie en de dictatuur van het geld, maar in de eerste plaats de rechten die wij hebben als mens en hoe we als samenleving met elkaar moeten omgaan, en dat staat allemaal beschreven in de Universele Verklaring van 1948.”

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Nu wel. Ik geniet van mijn vrijheden, precies omdat ik ervaren heb wat het betekent om niet vrij te zijn. Ik heb tien jaar op internaat gezeten en dan nog eens een jaar in het leger. Dat waren gevangenissen.

“Door mijn rebels gedrag had ik het op internaat altijd wel aan de stok met een of andere surveillant. Een van de opvoeders heeft me ooit hardhandig afgerost en me bij mijn haren door het internaat gesleept. Nu is hij trouwens burgemeester van een Limburgse gemeente. Hopelijk heeft hij zich herpakt. (lacht)

“Ook in het leger kreeg ik problemen met het gezag. Nadat ze mij op een vrijdagavond tegen mijn zin in korporaal-MP hadden gemaakt om het parlement te gaan bewaken tijdens de begrotingsbesprekingen onder Wilfried Martens, was ik op de Gentse Feesten een journalist tegen het lijf gelopen die vroeg hoe het met mij ging. ‘Goed’, zei ik, ‘vanaf maandag zit ik in het parlement.’ Waarop we samen naar Brussel zijn gereden, waar ik mij geschminkt aan het hek van het parlement heb gehangen, terwijl hij foto’s nam. De dag nadien verscheen een artikel op pagina 2 in Het Laatste Nieuws, onder de kop: ‘Vanaf vandaag echte clown in parlementair circus.’ Dat was mijn gelukkigste dag in het leger. (lacht) Ik werd gestraft en overgeplaatst.

“Daarom heb ik sindsdien besloten om in volle vrijheid te leven. Niet afhankelijk van anderen, een baas, een uitkering, geld, een mening, een club of een groep.”

6. Welke geluksscore geeft u uzelf?

“Is 8 op 10 aanmatigend? Tijdens de lockdown is het zelfs nog gestegen naar 8,23.”

7.Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Een vogel die fluit, de bloembollen die uitkomen na de winter, onze katten aaien.”

8. Wat is uw zwakte?

“Neen zeggen. Ik heb het er moeilijk mee om mensen iets te moeten weigeren. Ik ben heel creatief in het vinden van alternatieven voor een neen, maar dat wordt helaas niet altijd goed begrepen. Zo durven sommige gevoelens zich weleens opstapelen en moet ik me achteraf vermannen om die neen uiteindelijk klaar en duidelijk uit mijn luchtpijp te persen.”

'Handje in handje naar televisie zitten kijken met mijn moeder, neen, dat heb ik nooit meegemaakt.'Beeld © Stefaan Temmerman

9. Waar hebt u spijt van?

“Dat ik in mijn privéleven niet beter kan delegeren. Professioneel lukt dat wonderwel, maar privé is dat een ramp. Ik ga ervan uit dat het sneller gaat om het zelf te doen dan het eerst uit te leggen aan een ander.”

10. Wat is uw grootste angst?

“Geweld. Ook al was ik de grootste van de klas, ik heb nooit gevochten. Ik heb altijd meer geloofd in de kracht van humor.”

11. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Mijn moeder is pas overleden. Tijdens de afscheidsdienst hebben de teksten, foto’s en liedjes me ontroerd. Ik heb dat ook als ik naar andere begrafenissen ga: je zit daar en dan opeens voel je je ogen nat worden en rolt er een traan over je wang.

“Van heel veel mensen kreeg ik de reactie: hopelijk heb je afscheid kunnen nemen? Nu, ik heb sinds m’n achtste (toen werd hij op internaat gestuurd, red.) iedere week opnieuw afscheid van mijn moeder moeten nemen. Ik vind het niet leuk, maar ik kan zeer goed afscheid nemen omdat ik er 52 jaar ervaring mee heb. Wat ik trouwens niemand kwalijk neem. Ik ben zelfs blij dat ik vrij streng opgevoed ben. Het heeft me hoogstwaarschijnlijk geholpen om de dingen te doen die ik heb kunnen doen tot nog toe.

“Een doordeweekse emotionele band hadden we dus niet. Handje in handje naar televisie zitten kijken, neen dat heb ik nooit meegemaakt. Maar ik had een zeer goede relatie met mijn moeder. Toen ze weduwe werd en zolang het kon, heb ik haar elke avond opgebeld om haar met een gerust hart de nacht te laten ingaan.

“Als je elkaar graag ziet, heb je niet veel nodig. Een blik in elkaars ogen of een heel lichte aanraking is voldoende om te weten dat er vuurwerk is.”

12. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik heb geen sprankeltje agressie in mijn lijf. Maar ik kan wel duidelijk zijn als iets me niet aanstaat. Zo kreeg ik na het succes van mijn optredens in Het Paleis voor Schone Kunsten de mededeling dat ik de zaal niet meer kon gebruiken. De reden werd me niet gegeven, maar in Brussel in het Vlaams grappen maken over kroon, kerk en kapitaal, dat lag gevoelig. Ik ben in mijn auto gestapt om eens duidelijk mijn gedacht te gaan zeggen. Nog voor ik een woord gestotterd had, was het probleem opgelost. Ik heb een expressieve kop.

'Ik val op films met schapen en kamelen, zegt mijn vrouw.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Maar soms voer je een gevecht met schimmen. In de Arenbergschouwburg in Antwerpen trad ik 300 keer op voor een uitverkochte zaal. Het publiek was enthousiast, maar jaloerse cultuurpausen begonnen te mopperen. In plaats van te ruziën verkaste ik naar honderd kilometer verderop. Het publiek is gevolgd en verdriedubbeld. Dank u wel.”

13. Welk boek of film zou u aanraden?

“Ik ben een veellezer, dus iedere week raad ik wel iets anders aan, afhankelijk van wie het me vraagt. Ik geef ontzettend veel boeken weg. Ik val op films met schapen en kamelen, zegt mijn vrouw. Zie ik in het aanbod iets uit Mongolië (Urga) of de woestijn, dan ben ik vertrokken.”

14. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ben je gek? Religieuzen maken meestal mensen bang, ik zit aan de andere kant van het spectrum.”

15. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Hoe ouder je wordt, hoe beter je je lichaam leert kennen. Je weet hoe het gaat reageren op impulsen, op voeding, op stress. Ik ben mimespeler geweest en heb jaren gesleten in ballet­studio’s, dus ik weet hoe spierpijn en ontsteking aanvoelen. Mijn benen zijn verlamd geweest door een hernia, ik heb in Syrië aan het infuus gehangen door salmonella, ben in Cambodja in een ziekenhuis beland met vijfhonderd insectenbeten, ik had een zwaar ongeval in de Rally Paris-Dakar.

“En ik heb 25 jaar aan een stuk op een podium gestaan. De impact van de stress was het zwaarste. Sinds ik gestopt ben met optreden heb ik geen dokter meer gezien. Ik sport nog alle dagen, maar hou niet van competitiesporten.”

16. Wat vindt u erotisch?

“De lach zonder geluid. Mondhoeken omhoog. Lippen op elkaar, beetje tanden zichtbaar mag nog net. Hoogstens wat lucht uit de neus, vanuit het middenrif.”

17. Wat is uw goorste fantasie?

“Om deze vraag te beantwoorden ben ik moeten gaan opzoeken wat goor betekent. Zo kwam ik bij de oorspronkelijke ’questionnaire’ van Proust: geen ‘gore fantasie’-vraag te bespeuren. De vraagsteller heeft hier vooral zijn eigen goorste fantasie willen realiseren. Maar inhoudelijk: ik heb er geen. Ik ben niet opgevoed in een wereld waar plaats was voor veel fantasie. En nog beter: ik moest er ook niet in vluchten.”

'Sinds ik gestopt ben met optreden, heb ik geen dokter meer gezien.'Beeld © Stefaan Temmerman

18. U belandt in de gevangenis, wat zou de reden kunnen zijn?

“Waarschijnlijk door een foute grap of een actie voor de mensenrechten. Vergis je niet, ik maak grappen over gevoelige zaken en dat kan in niet veel landen. Ik ben al een paar keer de toegang tot een land ontzegd. En ik heb al ervaren dat het in Vlaanderen ook steeds moeilijker wordt.”

19. Hoe was de relatie met uw ouders?

“De tongval verraadt het: ik kom uit West-Vlaanderen en had zeer hardwerkende ouders, die me op mijn achtste naar Gent op internaat hebben gestuurd bij de jezuïeten. Je zat daar en je moest erdoor, punt. ‘Niet trunten’, zeiden ze in het West-Vlaams.

“Op internaat leer je wat eenzaamheid betekent, ook al ben je in groep. Daar besef je de waarde van privacy. Je hebt geen gezinsleven zoals andere kinderen. En dan zijn er mensen die daar misbruik van maken. Paters en leraars die hun handen niet thuis kunnen houden, wat ik gelukkig niet persoonlijk aan den lijve heb moeten meemaken. Maar het gebeurde, heb ik achteraf vernomen.

“Na tien jaar internaat wilde ik in het echte leven stappen. Ik wilde in het theater, maar mijn ouders wilden dat ik naar de universiteit ging. Omdat ze zelf die mogelijkheid nooit hadden gehad, respecteerde ik hun wens, maar ik wilde wel zelf in mijn levensonderhoud voorzien. Daarom ben ik beginnen optreden als straatartiest, ik had geen zin om de vaat te wassen in studentencafés. Vrij snel werden mijn voorstellingen opgepikt door allerlei organisaties en door de pers, waardoor de bal aan het rollen ging.

“Niet iedereen ziet graag een van zijn kinderen op straat optreden, maar ik heb altijd waardering gevoeld van mijn ouders. Ze zagen dat ik hard werkte. Zowel in mijn studies als in mijn beroep. Tot mijn veertigste hebben ze aangedrongen dat ik toch nog mijn studies zou afmaken, maar hun trots nam recht evenredig toe met mijn succes.”

20. Bent u een goede vriend?

“Zonder twijfel: ja. En een goede broer, zoon en echtgenoot. Al zeg ik het zelf. Ik probeer in mijn omgeving rust te brengen en mensen te laten lachen.”

21. Hoe definieert u liefde?

“De andere(n) proberen gelukkig te maken.

“Toen ik mijn echtgenote leerde kennen was ze net weduwe geworden. Ik heb een heel lang troostproces met haar meegemaakt, vandaar dat ik heb moeten beloven dat ik als laatste zal overblijven. Een van mijn belangrijkste taken is nu: in leven blijven en haar gelukkig maken.

'Het land is nu in handen van de virologen, terwijl de politici, zoals Marc Van Ranst trouwens zelf zegt, zich bang in de spouwgaten verschuilen.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Dat probeer ik met iedereen rondom mij hoor. Ik ervaar een ontzettend plezier als ik mensen kan verrassen. Nu in coronatijd amuseer ik mij rot met cadeautjes sturen naar mensen die dat absoluut niet verwachten. Bloemen en fruit en groenten. En taarten. Ik speel werkelijk privé-paashaas. (lacht)

“Ik heb een schoonbroer die een supermarkt heeft in Nederland. Ieder jaar op Pasen doet hij iets fantastisch. Samen met zijn acht kinderen gaat hij al de chocolade-eieren die niet verkocht zijn deponeren voor de deur of in de tuintjes van mensen van wie hij weet dat ze hun kleingeld moeten samenrapen om de rekening aan de kassa te betalen. Ik vind dat ontzettend inspirerend.”

22. Hoe hebt u uw eerste liefde ervaren?

“Als een dosis van iets waaraan ik verslaafd ben geworden. Het valt niet te vergelijken met de overdosis die ik nu krijg. Ik denk niet dat ik ooit een meisje gekust heb op wie ik niet verliefd was. Soms was het snel over, maar het gevoel was er altijd.

“Of ik een rokkenjager was? Ik was groot, ik had humor, ik was een beleefde rebel, dus ik hoefde niet veel te jagen, ik kon zeer goed charmeren. Is dat een antwoord? Of moet ik nog specifieker zijn?

“Eerder een rokkenvanger dus? Zoiets, ja. Mooi nieuw woord, trouwens. (lacht)

“Je moet dat ook in zijn tijdsgeest zien. Ik was 18 in 1978, dat was tien jaar na mei ‘68. Ik kom uit de punkgeneratie, dus alles kon, alles was mogelijk, er was nog geen aids, dus er gebeurde veel. Maar ik was geen losbol hè, meneer Van Damme.”

23. Hoe zou u willen sterven?

“Door euthanasie. Als ik vind dat het genoeg geweest is en mijn vrouw gestorven is.

“En dan, om Bram Vermeulen te citeren uit ‘Oud en eenzaam’: ‘op een schommelstoel voor het raam, wil ik naar buiten kijken, niemand erbij, op mijn begrafenis geen mens’.”

24 .Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Ik heb eigenlijk mijn allergrootste wensen gerealiseerd, mijn dromen zijn uitgekomen. Sinds ik gestopt ben met optreden, ben ik nog altijd aan het afkicken van dat ‘dingen willen’. Mijn focus ligt vooral op zo weinig mogelijk willen. Probleem is meestal dat andere mensen willen dat ik iets doe en dan wil ik dat voor hen proberen te doen, waardoor willen opeens omslaat in moeten. En dat wil ik dan weer niet, ook al is het dan meestal te laat.”

Beeld © Stefaan Temmerman

25. Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“De politiek. Ik heb kunnen vaststellen dat de leden van de nieuwe generatie politici alleen hun eigen agenda willen uitvoeren. En dat is die van succes binnen de partij. Het is misschien altijd al zo geweest, maar ik ervoer dat vroeger anders.

“De coronacrisis versterkt dat nog omdat we niet langer in een democratie, maar in een wat ik noem virocratie leven. Het land is nu in handen van de virologen, van de wetenschappers, terwijl de politici, zoals Marc Van Ranst trouwens zelf zegt, zich bang in de spouwgaten verschuilen. Vanwaar ze af en toe eens roepen dat iets hen niet aanstaat. Ze zijn bang om de discussie aan te gaan en als ze de discussie aangaan is het nooit de bedoeling om er samen iets van te maken maar gewoon om gelijk te halen. Zo kom je niet tot een bestuur.

“Meer dan ooit hebben we nu politici nodig die vanuit duidelijk overeengekomen regels hun land of de Europese gemeenschap proberen te leiden. En die regels staan heel mooi verwoord in een magnifiek manifest, namelijk de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Voilà. Moet ik nu zondag de preekstoel op?” (lacht)

26. Is de mensheid op de goede of de slechte weg?

“Zonder twijfel op de goede weg. Hoewel er af en toe een serieuze terugval is. Denk aan de eerste helft van de 20ste eeuw, met twee vreselijke oorlogen. Gelukkig heeft de mensheid dan een volgende stap gezet met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. We moeten de excessen, die steeds beter in beeld gebracht en gedocumenteerd worden, gebruiken om niet meer dezelfde fouten te tolereren.”

27. Welke gebeurtenis uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“De eerste zestig jaar.”

28. Hoe zou de titel van uw biografie luiden?

“Ik hou niet van titels. Ik heb veel titels moeten verzinnen voor voorstellingen, boeken, tv- en radioprogramma’s. Dat moet voor de handel, om het spel verkocht te krijgen en dan moest er nog iets wervends op de achterflap of in de theatercatalogus ook. Voor mijn eindejaarsconferences moest dat soms twee jaar op voorhand! Ik maakte me er meestal vanaf met ironie. Daarom is mijn voorstel nu: de volledige inhoud van het boek is de titel. De tekst mag beginnen te lopen op de voorpagina. Hoe je het ook draait of keert, alleen de slotzin van een biografie is van belang: ‘en toen stierf hij’.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234