Vrijdag 18/10/2019

Interview

Francesca Vanthielen: "Straks ga ik gewoon weer solliciteren"

Francesca Vanthielen. Beeld Tim Coppens

Ooit was ze leading lady van VTM, actrice, presentatrice, politiek geëngageerd ook. Vandaag is Francesca Vanthielen meer dan ooit zichzelf. En gaat ze misschien iets met roze of witte yoghurt doen. Of net niet. 

“Volgens de gps ben ik er om 18 uur.”

“Volgens mij niet.”

Francesca Vanthielen zit niet om een mening verlegen, of het nu gaat over politiek, het klimaat of een acuut verkeersinfarct op het Antwerpse Eilandje.

Zelfverzekerd stuur ik nog een laatste sms’je. “Jawel hoor.”

Om 17.46 uur ziet het ernaar uit dat ze gelijk krijgt. Tijdsdruk en stilstaand verkeer dwingen me mijn wagen achter te laten aan de rand van dat infarct om te voet verder te gaan. Pompen of ­verzuipen, zo gaat dat op een Eilandje. Zeker tijdens het spitsuur. Om exact 18.01 uur schudden we elkaar de hand. Ik ben buiten adem, maar Francesca is zo sympathiek om te doen alsof dat niet opvalt. In de plaats geeft ze complimenten voor de stevige ­wandeltocht en de strakke timing.

We moeten het hebben over haar carrière. Kort samengevat begon die in 1987, op haar 13de, op de radio, niet veel later volgden massa’s televisie-en acteerwerk. VTM werd haar huis van vertrouwen, tot vorig jaar. Afgelopen jaar werkte ze voor Unia, het voormalig Centrum voor Gelijke Kansen, en bij het verschijnen van dit artikel staat ze op de planken met de première van het theaterstuk Assisen. Maar wat dan, wat nu? Dat is de grote vraag.

Om die vraag te beantwoorden, kunnen we het misschien beter over haar carrièreplanning hebben, maar dat woord brengt haar aan het lachen.

“Echt? Ken jij mensen die dat hebben?” Aan beide kanten van het dictafoontje worden de schouders opgehaald, bij de ene meer vastberaden dan de andere. Dan toch maar eerst gewoon wat over die carrière.

“Ik heb in mijn carrière eerder bokkensprongen gemaakt dan een planning. Al heb ik wél altijd een zekere ambitie gehad.” Heel even zwijgt ze, om dan een antwoord te geven op een vraag die niet gesteld wordt. “Dat is een positief woord.”

Beeld Tim Coppens

“Ik had al heel vroeg de ambitie om iets te maken van mijn leven, in welke richting dat dan ook mocht zijn. VTM zou niet voor de rest van mijn leven zijn, daar was ik nuchter in. Het heeft uiteindelijk toch lang geduurd, maar toen het eindigde, wist ik zeker dat ik andere dingen kon.”

Hier laat Francesca zich verbeteren: ze wist zeker dat ze ook andere dingen wou.

Een bewijs daarvan zijn de diploma’s die ze in de loop der jaren behaalde alsof die tegen dumpingprijzen te verzamelen waren tijdens een spelletje Monopoly. Er is een postgraduaat Acting aan de Mountview Theatre School in Londen, maar ook een licentiaatsdiploma toegepaste economische wetenschappen (tew) en een master in de vergelijkende en internationale politiek. Ambitie dus, duidelijk. Of was het misschien eerder bewijsdrang?

Francesca Vanthielen: "VTM zou niet voor de rest van mijn leven zijn, daar was ik nuchter in." Beeld Tim Coppens

“Zeker niet dat laatste. Alles kwam altijd uit mezelf, uit mijn eigen goesting. Die acteeropleiding moest me meer zelfzekerheid bieden, ik wilde beter weten waarmee ik bezig was. Ik wilde ontdekken wat precies goed of slecht acteren is. Toen ik naar Londen vertrok, had ik al in Licht gespeeld. Een fantastische ervaring, die me ook leerde dat ik beter beslagen ten ijs wilde komen. En wat die universitaire studies betreft: ook dat kwam uit mezelf. Mijn ouders komen uit een zeer intellectueel milieu, maar op geen enkel moment hebben ze gezegd of verondersteld dat ik moest gaan studeren. Ik werkte al vanaf mijn 13de voor radio en televisie en op mijn 18de wilde ik niet enkel met dat werk bezig zijn. Ik wilde meer maturiteit, buiten een schools systeem. De vrijheid van een universiteit trok me meer aan.”

Of toch datgene wat ze zich op die leeftijd van die vrijheid voorstelde. Ze ging op kot, twee jaar in Brussel en daarna in Leuven, maar ze was niet het kleine meisje in de grote stad. “Tijdens de jaren van de Super 50 (haar eerste programma op VTM, met Koen Wauters, red.) had ik al van het nachtleven geproefd. Toen ik op kot ging, moest ik niet zo nodig de ­bloemetjes buiten zetten.”

Een goed geval van been there, done that. Een ander mens zou focussen op één ding, maar niet Francesca. Zij zou het allemaal tegelijk doen. “Er werd me op de humaniora aangeraden te ­stoppen met televisiewerk, maar dat was ik niet van plan. Iedereen zei dat ik hard zou moeten studeren en ik wist dat ze gelijk hadden. Meer was er niet aan.”

Wilde jaren

Het had nochtans fout kunnen lopen. Een jong meisje in de media. Toen. Het waren de jaren 90, de gloriejaren waarin alles nog kon en mocht. Denk maar aan de Spice Girls, die wegkwamen met plateauzolen en latex minirokjes. “Ik belandde recht in de wilde jaren van VTM, maar op dat moment besefte ik dat niet. Achteraf heb ik gehoord dat ik bewust afgeschermd en weggehouden werd van de uitwassen die er toen waren. Misschien heb ik het wel geweten, maar ging ik er niet op in. Was ik verstandig of werd ik verstandig? Ik weet het niet. Feit is dat ik veel moest. En dus ook veel deed. Zodra ik me engageerde voor een programma, hoorden daar verplichtingen bij.” Ze wikt even haar woorden om er dan een nuance in te leggen. “Het gaat dan niet eens om ­moeten, dat woord klopt hier niet echt. Niemand zei dat ik ook nog móést studeren en een diploma móést behalen. Ik wist dat het nodig was om vier jaar lang hard te werken als ik eerste zit en drie maanden vakantie wilde. In die zin legde ik mezelf een soort van moeten op. Het is niet meer dan een motivatie. Als je alles maar op zijn beloop laat, gebeurt er volgens mij niet veel. Je kunt toch niet zeggen dat je vandaag niet gaat werken omdat de zon schijnt? Nee. Je werkt gewoon.”

Het klinkt logisch, maar voor velen is het toch ook een ­geruststelling dat het op sommige werkdagen buiten donker is en regent. Sommigen hebben het verstand om aan impulsen te weerstaan, anderen hebben daar een onmogelijkheid voor nodig.

“Uiteindelijk kun je toch gewoon ’s avonds nog steeds dat terrasje doen? Ik geniet er dan zelfs nog meer van, als de mogelijkheid er is om het toch te doen. Onlangs had ik samen met Élodie Ouédraogo een fotoshoot. We hadden het toen over discipline. Als topsporter geraak je zonder die discipline niet aan de top. En de passie is zo groot dat het geen opgave is om die discipline op te brengen. Tot je stopt. Dan wordt het moeilijk en kun je je nog amper inbeelden dat je het ooit allemaal zo gedaan hebt. Voor mij geldt dat in zekere zin ook.”

Relativeren kun je leren

Een man met discipline is vastberaden, een vrouw met discipline is moeilijk. Ergo: Francesca is moeilijk. Daar hebben we het: een vooroordeel. Want bij Francesca is niet alles wat het lijkt of wat anderen het laten lijken. Ooit liet een journalist zich tijdens een interview ontvallen dat ze op de redactie een strootje getrokken hadden. De verliezer moest haar interviewen. “Als afsluiter van de anekdote zei hij dat ik eigenlijk nog wel meeviel. Ik trek grenzen tijdens interviews, ja. Dat lijkt me niet eens zo slecht. Als je eens met riooljournalistiek te maken hebt gehad, ben je op hoede. Ik ben rationeel, maar ik weet ook vanwaar die ratio komt. Dus ik heb daar geen ­probleem mee. Ik ken mijn voorgeschiedenis en weet dat ik mezelf die ratio heb aangeleerd. Het is dankzij die ratio dat ik sta waar ik nu sta.”

Verwacht na deze uitspraak geen al te dramatische verhalen, hoogstens een samenloop van omstandigheden. “Ik was superjong toen ik begon te werken. Zoals gezegd: ik moest niets, maar er werd wel immens veel van mij verwacht. En niet enkel door anderen, daar ben ik me bewust van. Je staat voor een volle zaal en een miljoen kijkers een show te presenteren en dan gebeurt er iets wat je uit je lood slaat. Maar de show moet doorgaan. Wat doe je dan? Jezelf de baas blijven en kiezen: emoties zijn voor straks.

“Ik heb gepresenteerd met druppeltjes in mijn ogen omdat die anders te rood waren van het huilen. Maar wat moest ik anders? Ik merk dat er een negatieve bijklank hoort bij rationeel denken, maar ik wil dat in ere herstellen. Ratio is wel goed. Omdat je dan tenminste kunt blijven functioneren. Er kunnen heel erge dingen gebeuren in dit leven en ik begrijp dat je soms in de touwen hangt. Maar je moet ook niet overdrijven. Erkennen dat het pijn deed en weer verder leven, gaat ook. Relativeren. Dat kun je leren. Als kind was ik niet zo. Ik wil ook niet beweren dat rationeel zijn gelijk staat aan emotieloos zijn. Het ene sluit het andere niet uit. Je kunt niet op één been hinken, dan zou het leven schraal zijn.”

Ze haalt de tango aan, de dans waarvoor ze al meerdere keren naar Buenos Aires is getrokken. Alleen. Een zoektocht naar ­zichzelf of naar de tango?

“Vooral naar de tango. Bij de tango draait het niet om mij. Het gaat om wat er gebeurt tussen twee mensen die op een dansvloer staan. Er is niet enkel ik of enkel die danspartner, er is alleen het moment samen dat daar op die dansvloer ontstaat.”

Vooroordelen kunnen niet alleen volledig fout, maar ook hardnekkig zijn. Francesca kan zo met weinig goede wil ­gereduceerd worden tot ‘die van de VTM’, ondanks haar CV. Terwijl Francesca eigenlijk gewoon altijd haar eigen goesting deed. Vooroordelen daargelaten.

“Ik heb nooit anders geweten dan dat mensen vooroordelen hebben zodra ze horen dat je voor VTM werkt. Of nee: ofwel was het al niet goed als het woord ‘televisiewerk’ viel, om dan in de overtreffende trap te gaan als het over VTM ging. Al moet ik wel zeggen dat dat vroeger meer speelde dan nu. Ik ben me daar wel steeds bewust van geweest. Na mijn theateropleiding in Londen heb ik hier op een zeer bescheiden manier gesolliciteerd. Ik wilde een kans krijgen als actrice, niet als ‘die van de televisie’. Ik heb toen op de zeer professionele Londense manier een brief gestuurd naar verschillende theatergezelschappen, met de nodige uitleg over de opleiding en wat ik daar gedaan had. Niemand heeft ooit op die brieven gereageerd. Niks. Enkel het Raamtheater heeft me toen in een stuk gepland omdat zij in Londen naar mijn ­eindwerk waren komen kijken.”

Mails met typfouten

Met een carrière komt kritiek. Altijd. Of toch meestal. Zeker als die carrière zich in het publieke domein afspeelt, zoals bij Francesca. Al kwam die kritiek bij haar wel uit onverwachte hoek. Los van de enkelingen die er een sport van maken mensen te ­beledigen op internetfora.

“Ik zat als presentatrice in een positie waarin mensen niet snel kritiek geven. De redacteur zou me wel bijsturen, maar geen kritiek leveren. Zelfs als ik zelf het gevoel had dat de uitzending niet goed zat en anderen vroeg wat ze ervan vonden, kreeg ik altijd als antwoord dat het wel goed was. Terwijl ik wist dat dat niet zo was. Ik deed wat ik deed, want ik was de presentatrice. En mensen hielden van mijn stijl of niet.”

Iets van smaken en kleuren. “De grootste criticus ben ik zelf. Al ben ik niet perfectionistisch tot in het oneindige. Ik kan ook heel nonchalant zijn, vooral dan in dingen die er niet echt toe doen. Ik kan bijvoorbeeld heel snel een mail beantwoorden, met typfouten of zonder lidwoorden. Ik denk op zo’n moment te snel en ik weet dat er fouten staan, maar ik verstuur het toch. Zolang de boodschap maar overkomt.”

Had en heeft ze dan geen klankbord nodig? Iemand die zegt dat de presentatie voor één keer slecht zat, net zoals haar haar? “Jawel.” Ze herhaalt het, tot driemaal toe. “Mijn moeder is altijd mijn kritische kijker geweest. Na een live-uitzending ging ik vaak naar mijn loge om haar te bellen en dan wist ze al dat het snel moest gaan. Zij kon dan zeggen dat ik bijvoorbeeld minder bij de pinken was dan de week voordien, of dat het een langdradige ­uitzending was. Waar ik het dan mee eens was. Haar mening was eerlijk en waardevol, als objectieve kijker. Ook al keek ze naar haar dochter.”

Geen schrijnen voor de jongste van twee. Ze deed gewoon haar job. Op nationale televisie. Een kleintje, voor een gezin uit Limburg met ouders die vandaag lachen met hoe hun dochter als een andere generatie in het leven staat. Die zeggen dat je evengoed bladeren kunt oprapen in plaats van te gaan sporten. “Ze hebben een nuchterheid die ik kan appreciëren. Ik ben graag bij mijn ouders, omdat ze beiden belezen mensen zijn die kritisch naar onze wereld kijken. We hebben fijne, pittige gesprekken. Niet enkel over de krantenkoppen of politiek, maar ook over het leven. Over hoe mensen met elkaar omgaan."

"Ik heb veel van mijn ouders meegekregen en we hebben nog steeds een heel goed contact. Ze zijn een constante in mijn leven. Al die jaren in de media heb ik telkens van project naar project geleefd, steeds weer met andere mensen. Iedere keer opnieuw worden die mensen een beetje familie. Als dat wegvalt, kom je terug bij vrienden die er altijd zijn geweest, die een constante zijn in je leven. Het zijn er niet veel, maar ik koester hen enorm. En dat weten ze. Hetzelfde geldt voor mijn familie. Mijn moeder is vorig jaar zwaar ziek geweest, een wake-upcall voor ons allemaal. Toen heb ik voor het eerst beseft dat mijn ouders er niet voor eeuwig en altijd gaan zijn. Niemand, eigenlijk. Je weet dat wel, maar je beseft het niet. Akelig.”

Is ze desondanks geneigd snel een nest te maken? Ze is ­tenslotte een kerstkindje, haalt ze zelf aan. “Ik ben geneigd om ja te zeggen, maar tegelijk zou ik mezelf dan tegenspreken. Toen ik pas bij Unia begon, kwam een collega me spulletjes brengen. Een perforator, ­pennen, een nietmachine, zulke dingen. Hij zei dat ik het er kon inrichten naar mijn eigen goesting. Een plantje zetten, bijvoorbeeld. Gezellig. Maar in heel dat jaar heb ik niets meegebracht, geen foto, geen kadertje, niks. Aan de muur hingen enkel dingen die met het werk te maken hadden: schema’s, brainstorms, nuttige dingen. Dan had ik geen afleiding.”

En nu?

Terug dan naar de vraag ‘wat nu?’. Een anekdote over haar twee jaar oudere zus zegt uiteindelijk meer over haarzelf. “We komen uit hetzelfde nest, maar zijn toch verschillend. Als kind kon mijn zus nooit thuis­blijven, ze wou altijd maar weg. Ik daarentegen vond dat we evengoed gewoon thuis met ons speelgoed of in de tuin konden spelen. Ik zag de opportuniteiten binnen mijn blikveld, zij dacht dat er daarachter nog iets veel spannender lag.”

De laatste jaren heeft ze veel nieuwe dingen ontdekt die haar heel erg liggen en die een bevestiging zijn van haar opleidingen. “Ik leer nu dat ik nog andere dingen kan dan presenteren en dat is een fijne bevestiging.” Het brengt ons terug naar het begin van dit gesprek waar ze zich liet verbeteren: ze kon niet alleen meer, zou wóú meer. En nu is de cirkel rond. “Ik kende mijn interesses, maar ik kon die niet meteen kanaliseren naar een job. Dan is het heel fijn wanneer er zich opportuniteiten aandienen voor jobs die een boeiende invulling geven aan mijn leven. Daar ben ik Unia dankbaar voor, zij hebben mij een kans gegeven. Ik heb gewoon bij hen gesolliciteerd toen er een tijdelijke vacature kwam. De materie interesseerde me en het moment was juist. Voor het eerst in mijn leven moest ik een hele procedure doorlopen. Solliciteren, met assessments en testen. Dat was confronterend en nieuw, want ik voelde me gescand van boven tot onder. Maar het was ook een welkome afwisseling. Ik draag Unia een heel warm hart toe, want het was geen evident jaar.”

Ze vermijdt bewust het woord ‘moeilijk’. Moeilijk is nooit goed. “Ik ken de politiek vrij goed, ik volg de actualiteit op de voet, dat interesseert me. Maar nooit eerder heb ik ervaren hoe het is om persoonlijke aanvallen te krijgen.” Behalve dan die ene keer dat ze niet op een kalender wilde staan ten voordele van windhonden. “Juist. Ik moest branden in de hel, in de goot gestampt worden en wegkwijnen. Gewoon omdat ik geen tijd had om te gaan poseren in een studio. Ik denk dat ik vaak genoeg mijn betrokkenheid toon, maar ik kan niet overal op ingaan.” Tot zover. “Bij Unia maakte ik deel uit van een instelling die onder vuur lag. Ik sta nog steeds versteld van het taalgebruik van ministers. Als kinderen op de speelplaats zo zouden praten, krijgen ze straf. Of moeten ze hun gsm afgeven, weet ik veel wat ze vandaag doen. Feit is dat er een andere en betere manier is om van mening te verschillen. Het is nochtans simpel. Is er discriminatie? Ja. Kunnen we spreken van gelijke kansen in de maatschappij? Nee. Dan is er toch een instelling nodig waar mensen terechtkunnen als ze zich gediscrimineerd voelen?”

Achtentwintig jaar lang heeft ze een leven in de media gehad. Een apart leven dat heel intensief was en veel van haar vergde. Ze moest altijd flexibel zijn, soms weken en weekends achter elkaar werken, soms was er een hele tijd niets, om dan weer in een ander project gegooid te worden. Nooit was het echt vakantie, want als zelfstandige kun je een periode tussen twee opdrachten bezwaarlijk vakantie noemen. Als bediende kan dat wel. En dan moet je dus vakantie houden. En van Leuven naar Parijs fietsen, bijvoorbeeld. Het had haar al vijf jaar gekost om aan die tocht te beginnen. De tocht zelf duurde gelukkig minder lang. “Een vriendin had me ooit een boekje cadeau gedaan: fietsen van de Grote Markt in Leuven naar Parijs. Pas deze zomer had ik tijd om dat cadeau waar te maken, samen met die vriendin. We wisten niet waar we zouden overnachten en wanneer we zouden aankomen, of we Parijs zelfs zouden halen. Maar het is ons gelukt, in slecht weer en met pech, in vier dagen.”

Pendelen voor beginners

Haar leven is heel lang niet het leven geweest dat ze het voorbije jaar bij Unia gehad heeft. Ze nam nooit eerder ’s morgens de trein naar het werk om ’s avonds weer naar huis te gaan. Van maandag tot vrijdag. “Pas door zo te leven besefte ik hoe aangenaam het kan zijn om in zo’n structuur te functioneren.” Maar die structuur is nu weer weg, want het was een tijdelijke aanstelling.

Het volgende is het theater, met Assisen. Ze moest niet per se terug acteren of met haar gezicht op televisie komen. Iets wat al lang geleden is. En het moest zeker niet op de planken. Iets wat nog langer geleden is. “Maar toen regisseur Frank Van Laecke me belde en ik het scenario las, kreeg ik er zin in. En als dat erop zit, ga ik gewoon weer solliciteren.” Maar waar dan? “Na Unia ligt de lat heel hoog, ik heb me er heel goed gevoeld. Ze hebben me niet alleen een kans, maar ook een visie op een toekomst gegeven. Wat ik ook ga doen, het zal wel maatschappelijk relevant zijn. Ik ga bijvoorbeeld niet werken voor…” Ze onderbreekt zichzelf en aarzelt. “Ik wil niemand voor de borst stoten. Laten we zeggen dat ik niet wil werken voor iets dat louter draait rond winstbejag. Ik wil bijvoorbeeld niet nadenken over de keuze tussen roze of witte yoghurt maken. Ja. Daar kunnen we het op houden: ik wil niet op vergaderingen zitten waar het gaat over de kleur van yoghurt.”

Francesca praat veel, maar ze zegt niet alles. Dat hoeft ook niet. Het antwoord op die vraag ‘wat nu?’ blijft voorlopig open, maar ook dat is oké. Als ik na een kwartier wandelen weer aan mijn wagen kom aan de rand van het Eiland, besef ik dat er geen man of vrouw overboord is. Integendeel. Dat weet ook zij. Dus wat nu? Wat nu niet?

Assisen gaat op 18 januari in première in Theater Elckerlyc in Antwerpen, info en tickets via uitgezonderd.be

Francesca Vanthielen

* geboren in 1972 in Eeklo

* maakte radio voor Qmusic, Studio Brussel en Radio 1

* acteerde in o.a. Licht, LouisLouise en Aspe waarin ze zeven seizoenen de rol van Hannelore speelde

* presenteerde op VTM o.a. Super 50, Sterren op de dansvloer, Cijfers liegen niet, Stars on Ice en Vind mijn familie

* is een van de oprichters en gezichten van burgerinitiatief G1000 en vzw Klimaatzaak, een actiegroep die de overheid wil aanzetten tot het naleven van klimaatafspraken

* werkte het afgelopen jaar als communicatiemedewerker voor Unia, het vroegere Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding staat deze maand weer op de planken met theaterstuk Assisen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234