Donderdag 24/10/2019

Interview

Filosoof Luuk van Middelaar voorspelt zware tijden voor Europa: “De kans is groot dat Trump herkozen wordt”

Luuk van Middelaar. Beeld Bob Van Mol

Wat is het verband tussen Marrakech en gele hesjes? Waarom was 11 maart dit jaar zo’n cruciale dag? En telt Europa morgen nog mee in de wereld? Politiek filosoof Luuk van Middelaar maakt een stand van zaken op. Een gesprek over tragische keuzes, pistolen op tafel en manshoge dildo’s op straat.

“Ik heb veel geleerd van Herman Van Rompuy”, zegt Luuk van Middelaar. “Hij heeft een groot diplomatiek vermogen om te zien hoe iets evolueert, tot hij voelt dat het moment daar is om in actie te schieten. Hij ziet lang van tevoren voet­angels en schiet­geweren, een talent dat hij heeft ontwikkeld in de Belgische politiek. En hij blijft altijd rustig, zelfs als zijn adviseurs als kippen zonder kop door de gangen renden. Na een gesprek in zijn bureau kwam je altijd kalmer naar buiten. Bijzondere uitwerking heeft die man.”

Van Middelaar is een Nederlandse historicus en filosoof. Van 2010 tot 2014 werkte hij als speech­schrijver voor onze landgenoot Herman Van Rompuy, die toen voorzitter was van de Europese Raad van staats­hoofden en regerings­leiders. Uit die ervaring puurde hij De nieuwe politiek van Europa, een briljant boek waarin Van Middelaar beschrijft hoe de euro­crisis en vluchtelingencrisis de Europese Unie dwongen om op een andere manier aan politiek te doen – de oude ‘regel­politiek’, die traag, anoniem en technocratisch was, moest plaats ruimen voor ‘gebeurtenissenpolitiek’, waarbij regerings­leiders – verzameld in de Europese Raad – snel, zichtbaar en soms controversieel moesten handelen.

Wie is Luuk van Middelaar?

• Geboren op 9 mei 1973 in Eindhoven

• Historicus en politiek filosoof

• Werkte van 2010 tot 2014 als speechschrijver voor Herman Van Rompuy, toen die Europees president was

• Publiceerde Politicide (1999), De passage naar Europa (2009) en De nieuwe politiek van Europa (2017)

• Woont in Brussel, geeft les aan de Universiteit Leiden  

Vandaag geeft Van Middelaar les aan de Universiteit Leiden, schrijft hij columns voor de kranten NRC en De Standaard, en werkte hij net de Engelse vertaling van dat laatste boek af. Het waren zware weken, maar hij gaat graag in op onze uitnodiging om een internationale stand van zaken op te maken. We beginnen in België.

Wat vond u van de Marrakech-crisis?

Luuk van Middelaar: “Het is merkwaardig dat een pact waarvan zelfs de voorstanders zeggen dat het tandeloos is de inzet is geworden van extreem­rechtse identiteits­politiek – in die mate zelfs dat het regerings­partij N-VA de oppositie heeft ingezogen. Dat wijst erop hoe moeilijk het in Europa is geworden om een gesprek over migratie te voeren, want zo’n pact bevat dingen die iedereen wil: dat er afspraken komen tussen landen, dat men de allergrofste mensenrechtenschendingen wil voorkomen, enzovoorts.”

Hoe is dat gesprek zo moeilijk geworden?

“De Europese wending is in Hongarije begonnen. Daarna trok de Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz zich terug onder druk van coalitiepartner FPÖ, die je een neofascistische partij mag noemen. Dat was een sterk signaal, omdat Oostenrijk op dat moment EU-voorzitter was. Dat het vuurtje ook België heeft bereikt, zegt iets over de N-VA: die partij is zo in de greep geraakt van de identiteitspolitiek dat het de oude agenda’s, die van het Vlaams-nationalisme en van het centrum­rechtse economische beleid, heeft opgeofferd.”

Wat zegt het debat over het VN-migratiepact over de democratie? Nemen onze nationale democratieën als het ware wraak op de supranationale regelgeving?

“Die dimensie zit er zeker in. De vraagstukken van grens en identiteit zijn lang buiten de politieke orde geplaatst. Wie het daarover toch wilde hebben, was bij wijze van spreken meteen een fascist. Terwijl die vraagstukken voor elke politieke gemeenschap van groot belang zijn: hoe verhouden we ons tot de buren, tot de anderen? Het is een fout geweest van de politieke elites, om die term maar eens een keer te gebruiken, om het daar in de jaren 90 niet over te willen hebben.”

Het zijn legitieme vragen.

“Absoluut. En als je ze buiten het discours plaatst, dan vinden mensen er alleen nog radicale woorden voor. Als je dat debat weigert te betreden vanuit het politieke midden, dan zullen anderen zich meester maken van dat terrein. Dat zie je nu gebeuren.”

In uw laatste NRC-column legt u een verband tussen de Belgische regeringscrisis, het protest van de gele hesjes in Frankrijk en de impasse rond de brexit.

“Het zijn politieke crisissen die erop wijzen dat we steeds minder goed in staat zijn om harde keuzes te maken en knopen door te hakken. Onze democratieën zijn niet meer zo besluitvaardig. In het Verenigd Koninkrijk is dat fascinerend om te zien: twee en een half jaar na het brexit-referendum is het daar nog altijd niet doorgedrongen dat het een prijs heeft om uit de Europese Unie te treden. Je kunt dat doen, je kunt opnieuw wat meer controle krijgen over je eigen wetten, maar dat heeft een economische prijs.”

Het is kiezen tussen twee kwaden.

“Precies. Het is een tragische keuze, en die kun je alleen maken als politici de kiezer in de ogen durven te kijken en zeggen wat die keuze is. De harde brexiteers denken nog altijd dat ze alles kunnen krijgen. Ze gedragen zich alsof het VK nog een koloniale grootmacht is die wel tegen de Afrikaanse chief zal zeggen hoe het moet. Ook oppositie­partij Labour legt de keuze niet voor: in het noorden van Engeland is Jeremy Corbyn voor de brexit, in Londen tegen. Hij doet alsof you can have your cake and eat it too.”

Welke harde keuze moet Frankrijk maken?

“Frankrijk kampt met een andere interne tegenspraak waar het land van wegloopt, een financiële: men wil er graag de allerbeste publieke dienstverlening, maar is niet in staat om toereikende belastingen te heffen. Vandaar de hoge schuldenlast. President Macron moet daar nu iets aan doen, onder druk van de markten en de begrotingsregels van de EU. Daarom heeft hij onder meer de brandstof duurder gemaakt. Dat is op zich moedig. Maar het leidt tot het protest van de gele hesjes – een opstand van de belasting­betalers, zeg maar.”

Staat die haaks op het klimaatprotest?

“De gele hesjes willen niet opdraaien voor een keuze die ook met het klimaat te maken heeft, dat kun je zeggen, ja. Maar we moeten ons er bewust van zijn dat zulke harde politieke keuzes steeds vaker zullen voorkomen, en dat ze steeds harder en tragischer zullen worden. Dat is iets waar we grondig over moeten nadenken in Europa.”

Over welke keuzes gaat het dan?

“Laat ik eerst even uitzoomen. Als we het geopolitiek bekijken, leven wij op het einde van een lang tijdperk, dat 500 jaar heeft geduurd: het tijdperk van westerse hegemonie over de wereld. Dat tijdperk heeft in Europa een hoogtepunt bereikt na de Tweede Wereld­oorlog: wij hebben hier enorme welvaarts­staten opgebouwd, wij waren tot voor kort dé beschaving van de wereld. Maar die positie staat onder druk, omdat landen zoals China en India ons nu beconcurreren, onder meer met twee miljard arbeidskrachten. Dat dwingt ons tot harde keuzes over de verdeling van de rijkdom.”

Waarom precies?

“Vroeger ging in Europa iedereen er altijd op vooruit. Ook mensen in zwakkere posities werden almaar welvarender. Daar was ons hele maatschappij­model op gebaseerd: we maakten keuzes die de economische groei zo verdeelden dat iedereen ervan profiteerde. We deden eigenlijk een permanent beroep op de toekomst – dat is een heel belangrijk punt. Van de toekomst wist je dat die steeds beter zou zijn.”

Daarom konden we iedereen een mooi pensioen beloven, omdat we wisten: het geld zal er straks toch wel zijn?

“Ons hele maatschappelijke contract was daarop gebaseerd. Ons geschiedenisbeeld was dat van de vooruitgang, elke generatie had het beter dan de vorige. Dat maakte de vele maatschappelijke keuzes relatief eenvoudig. Die economische groei was de smeer­olie van de politieke besluitvorming: je kon alles beloven, mensen zouden het wel slikken omdat ze wisten dat het beter werd. Dat is nu voor een stuk weggevallen. Wij kunnen niet langer een permanent beroep doen op de toekomst. Groei is geen zekerheid meer.”

De huidige manier van groeien vloekt ook met onze klimaat­ambities.

“Die klimaat­dimensie komt er nu inderdaad bij. Ooit bestond het idee dat de rest van de wereld ons wel zou kunnen bijbenen. Daarvan zegt de wetenschap nu dat het zeker niet mogelijk is. The American way of life voor 10 miljard mensen: dat gaat het niet worden.”

De Deense statisticus Björn Lomborg zei onlangs nog in deze krant: de beste manier om het klimaat te redden, is zo snel mogelijk arm worden.

“Ik heb niet alle zwenkingen van Lomborg gevolgd de afgelopen jaren, maar daar heeft hij dus een punt. Daarom vormen die gele hesjes zo’n interessante beweging. Het is een sociale beweging, maar ook een klimaatbeweging, zou je kunnen zeggen, maar dan in de negatieve zin. De hesjes voelen zich achtergelaten: de rijke Parijzenaar heeft een veel grotere ecologische voet­afdruk en toch moeten de hesjes meer betalen om met hun auto heen en weer naar de supermarkt te tuffen op het Franse platteland.”

Hebben ze gelijk?

“Ik vind de analyse van de Franse filosoof Bruno Latour stimulerend: volgens hem voelen de gele hesjes zich verraden. Er was hen als het ware beloofd dat de groei zou blijven duren, en nu moeten ze mee opdraaien voor het klimaat. Daaraan merk je dat we op de eindigheid zijn gebotst. Vroeger konden we alles afschuiven op de toekomst, nu praat de toekomst terug, zou je kunnen zeggen. We hebben almaar minder tijd en middelen, en daarom worden de keuzes qua verdeling scherper en harder.”

Dat klinkt onheilspellend.

“Als je daarover doordenkt, zou je pessimistisch kunnen worden. Het leidt in elk geval tot spanningen in onze gezellige Europese democratietjes. Het wordt almaar moeilijker om ervoor te zorgen dat iedereen mee is. Dat is vandaag de onderliggende trend.”

In uw laatste boek over Europa schrijft u ook dat te veel vraagstukken de voorbije decennia gedepolitiseerd waren, niet langer het voorwerp vormden van politieke strijd. Is dat ook iets dat aan de gang is: de terugkeer van die politieke strijd?

“Die analyse maak ik inderdaad in De nieuwe politiek van Europa: bij depolitisering wordt de politieke strijd verpakt in techniek, wordt van elk conflict gezegd dat het een probleem is waarvoor experts een oplossing hebben. Dat model, dat de Europese Unie lang heeft beheerst, is op zijn grenzen gestuit bij de eurocrisis en de vluchtelingencrisis. Zo’n technische regel­politiek werkt perfect om een interne markt in elkaar te knutselen, maar is niet in staat om te reageren op onverwachte gebeurtenissen en crisissen.”

Luuk van Middelaar: “Het protest van de gele hesjes is een opstand van de belastingbetalers. Ze willen niet opdraaien voor een keuze die ook met het klimaat te maken heeft.” Beeld Bob Van Mol

Hoe komt dat?

“De regel­politiek van de EU is gespecialiseerd in de trage, zorgvuldige vervlechting van belangen tussen landen, groepen en sectoren. Dat werkt prima. Wat regel­politiek niet kan, is snel beslissen en controversiële besluiten nemen. Als controverse dreigt, als de vlam in de pan kan slaan, moet je een andere vorm van politiek vermogen mobiliseren: overtuigingskracht, leiderschap, daadkracht, initiatief, bluf zelfs soms, en het vermogen om publieke opinies mee te nemen. Tijdens de eurocrisis waren experts het niet eens, ook over grenzen en solidariteit niet. Dat zijn bij uitstek politieke vragen.”

En dat heeft de EU veranderd, schrijft u.

“Het zwaartepunt is verschoven, van de Europese Commissie naar de Europese Raad, waar staats­hoofden en regerings­leiders, the big beasts zeg maar, elkaar ontmoeten. In die Raad zijn niet alle besluiten even technisch tot achter de komma afgewerkt, maar die leiders hebben wel het vermogen om hun mensen thuis te overtuigen. Commissie­leden zoals voorzitter Jean-Claude Juncker of commissaris Marianne Thyssen kunnen dat niet – en zeker niet alleen.”

De Europese Raad, waarvan u vijf jaar lang de president adviseerde, is in de Europese Unie nu echt de uitvoerende macht geworden?

“Samen met de Europese Commissie. Maar de Raad is de plek waar leiders de zaken in handen nemen als het mis gaat. Daarom moeten dat zichtbare figuren zijn. Het theater van die topbijeenkomsten is belangrijk: zichtbaarheid is wezenlijk voor gezag. Mensen begrijpen dat ook. Ze voelen donders goed aan dat de EU vandaag andere besluiten neemt dan vroeger. Toen het nog over olijf­olie of geiten­kaas ging, was de EU soms het voorwerp van milde spot. Vandaag zijn beslissingen het voorwerp van politieke passie.”

Als de Europese Raad de belangrijke knopen doorhakt, dan zijn federale verkiezingen straks ook Europese verkiezingen. Want wie de regering leidt, leidt mee Europa.

“Dat is inderdaad essentieel. Vroeger gebeurde dat nooit. Vandaag kunnen verkiezingen worden gewonnen of verloren op Europese thema’s. De premier is de belangrijkste Europese politicus in elk land. Dus het is wezenlijk dat niet alleen mensen op Europese lijsten straks over Europese thema’s debatteren. Ook federale politici in België moeten debatteren over de Europese Unie.”

Dan wordt soevereiniteit een cruciaal thema.

“Soevereiniteit is een beladen thema geworden. Misschien is het beter om te praten over handelingsvermogen. Het vermogen om een speler te zijn op het terrein. Niet alleen in het eigen aangeharkte achtertuintje, maar ook op het wereld­toneel. De soevereiniteit die Europese landen willen, zullen we best toch gezamenlijk organiseren.”

Waar staat Europa nog in de wereld? In een interview met Knack bleek u het onlangs eens met Jonathan Holslag. U vindt dat Europa wat vaker Machiavelli dan het evangelie moet lezen, omdat het minder over waarden gaat dan over macht.

“Dat denk ik inderdaad. Dat heeft te maken met het einde van de westerse dominantie. China is, naast de Verenigde Staten, onmiskenbaar de tweede grootmacht in de wereld. En we zitten op een belangrijk moment wat dat betreft: als we terugkijken op 2018, zal blijken dat 11 maart een van de cruciale momenten van het jaar was: de dag waarop het Chinese partij­congres Xi Jinping benoemde tot president voor het leven.”

Tot dictator, zeg maar.

“Ja, de begrenzing tot maximaal twee termijnen is afgeschaft. Het was al duidelijk dat hij dat wilde, maar die spijker is er nu helemaal in­geklopt. En dat is een kantelpunt. Het is een proces van tien jaar geweest. Bij de bankencrisis zag China voor het eerst tot wat een enorme puinhoop dat westerse systeem kon leiden. Toen namen ze zich voor om het anders te doen. Dat was de economische conclusie, nu hebben ze de politieke conclusie getrokken. Dat China zich verder zal invoegen in het westerse systeem, is nu wel uitgesloten.”

Dat hebben we lang gedacht.

“Het zou via de markt gaan. In 2001 werd China lid van de Wereld­handels­organisatie. Dat was als het ware de wortel die we hen voorhielden. Die markt zou leiden tot een middenklasse, en die middenklasse zou dan democratie vragen. (grijnst) Nou, zo is het dus niet gelopen. Misschien willen de meeste Chinezen geen democratie.”

Ze komen wel steeds vaker op bezoek.

“Dat is zo. Ze komen onze Europese steden graag bekijken, van Amsterdam tot Brugge, maar wie weet zijn ze na afloop weer blij dat ze thuis zijn, in China, waar de lucht weliswaar niet zo schoon is, maar waar alles wel geordend en veilig is. En waar ze geen mans­hoge dildo’s op straat zien staan, zoals in Amsterdam. (lacht) Maar zonder gekheid: ik was anderhalf jaar geleden nog in Singapore, en daar zie je het China van de toekomst.”

Een zeer autoritaire staat, toch?

“Dat wel, er zijn strenge straffen. Maar er is comfort, er is veiligheid, en als je je laptop in de trein vergeet, kun je die de volgende dag komen afhalen. De corruptie is er ook zeer laag. Mensen zoals u en ik willen graag liever wat meer vrijheden, maar u moet rekenen dat misschien 70 tot 80 procent van de bevolking tevreden is in Singapore. En als je daar probeert uit te leggen dat onze democratie veel beter is, dan denken ze aan de brexit en aan Trump. Niet echt uithangborden voor onze democratieën.”

Dan is het beroemde ‘einde van de geschiedenis’, wat de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama in 1989 afkondigde, ondertussen weer achterhaald?

“Inderdaad. Fukuyama ging ervan uit dat iedereen op den duur zou worden zoals wij, met de liberale democratie als universeel ideaal. Hij drukte daarmee iets uit wat paste bij de situatie van toen. Maar de situatie is veranderd. Allemaal hetzelfde worden is niet meer aan de orde in deze wereld. We bevinden ons terug in een wereld waarin we de confrontatie aan moeten met de ander. We moeten het uit ons hoofd zetten dat iedereen zal worden zoals wij. Het gaat om machts- en krachts­verhoudingen.”

En met het idee dat Europa zijn normen en waarden over de rest van de wereld zal verspreiden, wordt het ook niets meer?

“Nee. Ook dat moeten we echt uit ons hoofd zetten. We moeten die waarden uiteraard beschermen in Europa zelf. Maar we kunnen die waarden niet de enige maatstaf laten zijn van onze buitenlandse politiek.”

Doen we dat vandaag? We drijven toch handel met China en Saudi-Arabië, zonder ons al te veel aan te trekken van de mensenrechten daar?

“Klopt. We doen dat vandaag al niet en krijgen dus het verwijt van hypocrisie op de koop toe. En het zal alleen maar moeilijker worden. Ook de Amerikanen krijgen dat in de gaten. Daar is, zowel bij Democraten als Republikeinen, de sfeer het voorbije jaar helemaal gekanteld. Ook de Amerikanen dachten dat de Chinezen zich zouden invoegen in hun systeem, en die voelen zich nu bekocht. China is een rivaal, die zowel economisch als militair steeds groter zal worden.”

Luuk van Middelaar: “Herman Van Rompuy bleef altijd rustig, zelfs als zijn adviseurs als kippen zonder kop door de gangen renden. Na een gesprek kwam je altijd kalmer naar buiten.” Beeld Bob Van Mol

Dat heeft Trump wel in de gaten.

“Ja, dat is de taal die hij goed spreekt. In al zijn wispelturigheid is dat wel een consistente kern van zijn denken: voor Trump draait alles in de wereld om politieke belangen, om het onderscheid tussen vriend en vijand. Hij maakt geen onderscheid op het vlak van waarden. Net zoals hij China een foe, een rivaal, noemt, doet hij dat met de EU. Trump maakt geen onderscheid tussen Xi Jinping en Angela Merkel.”

Moeten wij dat wereldbeeld ook omhelzen?

“We hebben ermee te maken. Als we niet onmachtig willen worden, als we niet het speel­terrein willen worden, moeten we zelf ook een speler worden. Dat is de keuze waar Europa voor staat. En zover zijn we nog niet in ons denken, laat staan in ons handelen.”

Is dat de volgende stap die de EU moet zetten? Eerst van regel­politiek naar gebeurtenissen­politiek, en dan van gebeurtenissen­politiek naar machts­politiek?

“Zo is dat. Die gebeurtenissen­politiek is een belangrijke tussenstap, de ontsnapping uit het regel­proces, de erkenning van de noodzaak om te handelen in het moment. In die zin hebben de recente crisissen ons wakker geschud. Wat ons de komende jaren te wachten staat, is de race tussen de interne krachten die ons doen splijten en de externe krachten die ons samendrukken.”

De anti-EU-krachten worden sterker.

“Daarom moeten we het idee doorbreken dat we moeten kiezen tussen een Europese super­staat of het einde van de Unie. Dat is een vals dilemma, dat het wantrouwen alleen maar blijft voeden. Als de regerings­leiders het voortouw nemen, kan de EU best aan politiek doen zonder dat er een Europese regering boven de nationale regeringen staat. Als Commissie­voorzitter Juncker in de VS gaat onderhandelen, doet hij dat nadat Angela Merkel en anderen tegen Trump hebben gezegd dat Juncker de onderhandeling voert.”

Heeft Juncker een drankprobleem? Mag ik dat zo direct vragen?

(streng) “Nee, dat mag u niet zo direct vragen. Toen ik voor Van Rompuy werkte, was Juncker premier van Luxemburg en heb ik hem zien opereren. Ik ben soms streng voor hem in mijn boek, zeker omdat hij in het begin van de vluchtelingencrisis overmoedig was, maar ik vind dat hij de onderhandelingen met Trump over handel briljant heeft gevoerd. Wat mij betreft heeft hij zijn salaris van al die jaren toen dik verdiend.”

Waarom precies?

“Omdat hij Trump benadert zoals die benaderd wil worden. Niet op een formalistische manier, maar in een keiharde confrontatie. Juncker heeft het politieke genie om dat te begrijpen – drankprobleem of niet. Trump wilde handels­tarieven invoeren op Europese producten, en Juncker onderhandelde met de pistolen op tafel. Door zelf te dreigen met tarieven op Harley-Davidson en jeans­broeken. Met Trump moet je niet over waarden of regels praten, dat begrijpt hij niet eens. Met Trump is het macht tegen macht.”

Heeft Europa een eigen leger nodig?

“Dat niet noodzakelijk. De NAVO heeft ook geen leger. De versterking van de Europese defensie begint met de versterking van de nationale defensies. Ook dat zal harde keuzes vergen, want meer investeringen in defensie betekenen misschien minder investeringen in de welvaarts­staat. Er is trouwens nog een andere keuze die snel op ons afkomt. Als je een supermacht wil worden op het vlak van artificiële intelligentie, heb je data over je bevolking nodig. In China is dat makkelijk. Ook in de VS heeft men veel data, in handen van privé­bedrijven zoals Twitter en Facebook. Wij, Europeanen, hebben die data niet.”

Gelukkig maar.

“Juist, we zijn er nog trots op ook. Wij hebben de beste privacy­regels ter wereld en die willen we vooral behouden. Privacy is een van onze belangrijke waarden. En dat kan, we kunnen die privacy behouden. We zijn eraan gehecht en we hebben gelijk. Maar ook dat heeft een prijs. Het betekent dat wij niet zullen meespelen in de komende tech­oorlog.”

Wat kun je met die data allemaal doen?

“Militaire suprematie uitbouwen, werkgelegenheid creëren, de economie aanjagen, het onderwijs en de gezondheidszorg vernieuwen, noem maar op. We zullen wel willen meedoen, natuurlijk, maar we zullen moeten intekenen op een Chinees of Amerikaans systeem. Zelf kunnen we die technologie niet ontwikkelen.”

U ging niet pessimistisch worden.

(lacht) “Verdorie, dan is het mij toch niet gelukt. Ik wil vooral realistisch zijn, de situatie voor ogen nemen zoals ze is. Dat is ook de taak van de politiek: mensen voorbereiden op wat komt, op de keuzes die we zullen moeten maken. Daar maak ik mij het meeste zorgen over, of we dat handelings­vermogen nog kunnen ontwikkelen. We hebben de welvaart, het opleidings­niveau, de maatschappelijke stabiliteit – dat allemaal wel. We worden daarvoor zelfs benijd tot in Amerika. Dat land is letterlijk kapot.”

Die tunnels in Brussel...

(lacht) “Die zijn van marmer, vergeleken met de tunnels in Detroit of Buffalo. Wij hebben het in Europa nog steeds behoorlijk voor elkaar. Maar we moeten er de komende jaren wel wat mee doen. En niet alleen maar blijven wachten tot het minder wordt. Als wij niet kiezen, zullen anderen het voor ons doen. Want de Amerikaanse steun, die we sinds 1945 hebben gehad, die valt weg.”

Komt die niet terug na Trump?

“Nee, die komt niet terug. Trump is geen accident de parcours, zoals veel Europeanen denken. De kans dat hij in 2020 herkozen wordt, is groot. Dus voor we een andere president krijgen, zijn we misschien al in 2024. En Obama had het proces waarbij Europa wordt losgelaten, al ingezet. Hij had zijn focus al verschoven naar Azië, ook militair. Het is geen verrassing dat Trump zijn troepen terugtrekt uit Syrië. Hij denkt: dat is de regio waar Europa de problemen maar moet oplossen.”

De VS hebben de regio wel in brand gestoken, door in 2003 Irak binnen te vallen.

“Jazeker. En dan? Wij kunnen wel zeggen dat het hun schuld is, het blijft ons probleem. Dat geldt ook voor het akkoord met Iran dat Trump heeft opgeblazen. Ook dat dreigt ons in de problemen te brengen, want de instabiliteit in het Midden-Oosten krijgen wij op ons bord. Maar we hebben er niets aan te zeggen: het is hun schuld.”

Zo werkt politiek niet.

“Nee. Het is hun schuld, ja. Et alors? Met die vaststelling schieten we niets op.”

Tot slot: u werkte eerder achter de schermen van de politiek. Voor u medewerker van Herman Van Rompuy werd, was u verbonden aan de Kamer­fractie van de Nederlandse liberale VVD. Waarom hebt u dat gedaan? Omdat u als filosoof slimmere boeken kunt schrijven naarmate u het terrein beter kent?

“En vice versa. Als adviseur en speech­schrijver had ik een meerwaarde omdat ik een intellectuele gereedschapskist bij me had toen ik de politieke binnen­sfeer betrad. Het was geen master­plan, maar het heeft twee kanten op gewerkt. De ervaring is in elk geval onvervangbaar: zonder die jaren bij Van Rompuy had ik dat boek niet kunnen schrijven. En als politiek filosoof ben ik altijd benieuwd geweest wat er zich precies achter de schermen afspeelde.”

En keert u ooit terug naar de politiek?

“Dat denk ik niet. Die nieuwsgierigheid is ondertussen voldoende bevredigd. (lacht) Ik kan wel even voort.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234