Maandag 17/06/2019

Groot onderhoud

Filosoof Freddy Mortier: "Vrijmetselaars mogen elkaar niet voortrekken"

Freddy Mortier, de nieuwe grote baas van de georganiseerde vrijzinnigheid. Beeld Karel Duerinckx

Als het aan hem ligt, krijgen alle leerlingen één en hetzelfde vak over levensbeschouwing en wordt het hoofddoeken­verbod in het Gemeenschaps­onderwijs opgeheven. Freddy Mortier (60), de nieuwe baas van vrijzinnig Vlaanderen, gooit bij zijn aantreden meteen een paar knuppels in het hoenderhok. Ook in dat van de loge. "Vrijmetselaars mogen elkaar niet voortrekken."

"Ik heb de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum onlangs nog ontmoet”, zegt Freddy Mortier. “En die gaf niemand een hand, laat staan een zoen. Zij vindt dat niet hygiënisch. En dat is haar goed recht. Net zoals een orthodoxe jood het recht heeft om vrouwen geen hand te geven, welke redenen hij daarvoor ook mag hebben.”

Freddy Mortier, hoogleraar ethiek aan de UGent en de voorbije vier jaar ook vicerector, is sinds kort de nieuwe grote baas van de georganiseerde vrijzinnigheid in Vlaanderen. Net zoals de meesten onder ons heeft hij de politieke perikelen in Antwerpen, waar CD&V een orthodoxe jood op de lijst wilde zetten, met grote ogen gadegeslagen.

“Dat was een flater van formaat”, zegt hij. “Het is nogal duidelijk dat een politiek mandataris elke burger de hand moet kunnen schudden. De burger zélf hoeft dat niet te doen, het is zijn goed recht om de regels van zijn levens­beschouwing te volgen.”

Mortier geeft het voorbeeld van de Gentse liberale schepen Sofie Bracke, die een paar jaar geleden geen hand kreeg van een moslim­bruidegom die ze net in het huwelijk had verbonden, en daar zeer verontwaardigd over was. “Die man hoefde haar geen hand te geven”, zegt Mortier. “Een schepen zou dat niet mogen weigeren, een bruidegom wel.”

De komende drie jaar staat Mortier aan het hoofd van deMens.nu, de koepel van de vrijzinnigheid in Vlaanderen, waar onder meer de Humanistisch Vrijzinnige Vereniging, het Willems­fonds, het Vermeylen­fonds en tientallen andere organisaties toe behoren.

Freddy Mortier: ‘Een orthodoxe jood heeft het recht om vrouwen geen hand te geven, welke redenen hij daarvoor ook mag hebben.’ Beeld Karel Duerinckx

Wat wordt uw missie als voorzitter?

Freddy Mortier: “Ik zou willen dat wij veel meer mensen aanspreken dan alleen maar de leden van onze organisaties. Ik denk dat er een groot potentieel is van mensen die geen lid zijn maar die wel sympathiseren met onze ideeën. Die mensen wil ik bereiken. Los daarvan blijf ik bij de kritiek die ik altijd heb gehad op de georganiseerde vrijzinnigheid. In die zin lag het zeker niet voor de hand dat men mij als voorzitter koos.”

Welke kritiek was dat?

“Ik heb altijd gevonden dat vrijzinnigen te veel de andere levensbeschouwingen wilden imiteren, op het vlak van eisen. Alsof we de kapel wilden openhouden naast de kerk. Een voorbeeld: toen de regering jaren geleden de aalmoezeniers en leken­consulenten in het leger wilde vervangen door psychologische raadgevers, zijn de bisschoppen samen met de leiding van de georganiseerde vrijzinnigheid daartegen gaan protesteren.”

Katholieken en vrijzinnigen: één strijd.

“Daar lijkt het soms op, omdat de belangen gelijk kunnen lopen. Maar ik vind dat wij ons daarbuiten moeten kunnen stellen. In sommige gevallen is het wenselijk dat we op één lijn zitten, in andere gevallen niet.”

Geef eens twee voorbeelden.

“Ik vind het gerechtvaardigd dat de morele dienst­verlening in onze zogeheten Huizen van de Mens gesubsidieerd worden, net zoals dat met de kerk gebeurt. Maar als het gaat over het onderwijs, over de aanwezigheid van levensbeschouwing op school, heb ik het een beetje moeilijker met de manier waarop het nu georganiseerd is. In het Franstalige onderwijs heeft men sinds kort de piste van levensbeschouwelijk onderwijs op school verlaten en streeft men nu voor alle leerlingen naar één vak filosofie en burgerschap.”

En dat wilt u in Vlaanderen ook?

“Het Gemeenschapsonderwijs in Vlaanderen experimenteert momenteel met een vak burgerschap en filosofie, maar dan naast de levens­beschouwelijke vakken – een tweesporenbeleid, dus. Burgerschaps­opvoeding is belangrijk voor leerlingen die opgroeien in een super­diverse gemeenschap. Dat experiment is bijzonder interessant. Ik zou willen dat er in de schoot van de georganiseerde vrijzinnigheid in Vlaanderen een onderzoek gebeurt naar de manier waarop dat evolueert, ook in Wallonië.”

Dat is een knuppel in het hoenderhok.

“Daarvan ben ik mij bewust. Ik zit ook in een moeilijke positie, omdat ik al sinds de jaren 80 betrokken ben bij de opleiding van de leraren niet-confessionele zedenleer. En die lopen het risico dat ze een deel van hun lesopdracht zullen kwijt­raken – in Wallonië is dat volop aan het gebeuren. Toch zou ik willen dat we dat systeem op een onbevangen manier bekijken, los van persoonlijke belangen.”

Patrick Loobuyck zal het graag horen. Hij ijvert al jaren voor de vervanging van levens­beschouwelijke vakken door LEF: levens­beschouwing, ethiek en filosofie.
“Ik zeg dit niet om Patrick een plezier te doen. Het is best mogelijk dat we na een studie besluiten om het systeem te behouden zoals het vandaag is of een tweesporenbeleid te volgen. Maar ik wil wel een ernstig debat. Ik wil trouwens aanstippen dat de meeste leraren zedenleer hun werk uitstekend doen. En hoe zij het vak invullen, gaat in de richting van wat Loobuyck wil met LEF.”

Akkoord. Maar is hét probleem niet dat kinderen in het Gemeenschaps­onderwijs vanaf hun zesde worden gescheiden op basis van de levensbeschouwing van hun ouders?

“Die gescheiden opvoeding is een probleem, dat vind ik ook. Al is er nu al steeds meer aandacht voor dialoog tussen de verschillende vakken. Men probeert die gescheiden opvoeding te overstijgen. Wat goed is. Als men kinderen echt wil leren samenleven, moeten ze in contact komen met elkaars levensbeschouwingen.”

Maar kinderen van zes hébben helemaal nog geen levensbeschouwing.

“Nee, maar hun ouders wel. En de levensbeschouwelijke opvoeding gebeurt in het gezin. Wat men daar op school aan kan toevoegen, zijn verhalen en achtergrondkennis.”

Maar daar dient de school toch niet voor? De school dient ervoor om kinderen te leren dat er ook andere levensbeschouwingen zijn dan die van hun ouders.

“Dat is één van de mogelijke houdingen. Dat vinden de Franstaligen dus.”

En wat vindt u?

“Ik denk ook dat het Franstalige model beter is. Wat mij betreft gaan wij ook die kant op. Een gedeeld vak voor alle leerlingen geniet mijn persoonlijke voorkeur, maar een twee­sporen­beleid is ook een optie.”

Het verzet tegen LEF is erg groot bij veel vrijzinnigen.

“Dat is zo. Het is natuurlijk ook wel zo dat vrijzinnigen lang hebben moeten vechten voor het vak zedenleer. Het Schoolpact in 1959 was een enorme bevrijding. Aanvankelijk was het een neutraal restvak, voor leerlingen die zich niet konden vinden in godsdienst. Later is de vrijzinnigheid dan erkend als een van de verschillende levens­beschouwingen en werd niet-confessionele zedenleer een levens­beschouwelijk vak. Dus het is een lange strijd geweest.”

Hebben sommige vrijzinnigen geen last van een kaakslag­mentaliteit, alsof ze nog altijd onder het juk van de katholieken leven? Terwijl dat juk niet meer bestaat.

“Ik ben tegen die kaakslag­mentaliteit. Wij moeten op een redelijke manier debatteren en geen rekeningen uit het verleden willen vereffenen. Maar uw suggestie dat katholieke waarden geen rol meer spelen in onze samenleving, klopt niet. Er is veel onderzoek gedaan naar de manier waarop ziekenhuizen omgaan met het levens­einde, bijvoorbeeld. En dan zie je dat sommige christelijke ziekenhuizen toch hun uiterste best hebben gedaan om de toepassing van de euthanasie­wet af te remmen.”

Hoe doen ze dat?

“In het slechtste geval word je behandeld door een arts die weigert om een verzoek om euthanasie ernstig te overwegen omdat hij zich beroept op de christelijke inspiratie van het ziekenhuis.”

Mag dat wel?

“Euthanasie is geen recht van de patiënt, maar van de arts. Dus het is het recht van de arts om niet in te gaan op een verzoek. Strikt genomen heeft een ziekenhuis daar niets over te zeggen. Anderzijds mag ieder ziekenhuis zich wel beroepen op de principes die het zelf belangrijk vindt, en moet een arts zich daaraan als werknemer conformeren.

“In Aalst is ooit een arts ontslagen omdat hij was ingegaan op een euthanasie­verzoek. Het is niet duidelijk wie de bovenhand moet hebben: de arts of het ziekenhuis? Er is wel een recent vonnis dat een zorg­instelling zich niet kan beroepen op gewetens­nood, in tegenstelling tot een arts.”

Hoe lossen we dat op?

“Wel, ziekenhuizen worden gesubsidieerd, en dus heeft ieder van ons het recht om te weten waar een vraag om euthanasie niet wordt overwogen. Ziekenhuizen die dat weigeren, zouden dat in grote letters boven de ingang moeten hangen.”

‘God ziet u, hier vraagt men geen euthanasie.’

“Zoiets, ja. Natuurlijk zullen er weinig ziekenhuizen zijn die in alle gevallen euthanasie weigeren, maar toch is er vaak een drempel. En de patiënt moet dat van tevoren weten.”

Moet de euthanasie­wet voor u nog worden uitgebreid?

“Persoonlijk vind ik van wel. Ik vind dat ook oude mensen die levens­moe zijn, euthanasie moeten kunnen vragen. In Nederland wordt dat debat vol­op gevoerd. In België moet je een fysieke of psychische aandoening hebben die uitzichtloos is. Mensen die levens­moe zijn, vallen daarbuiten. En ik vind het leven een van de weinige dingen waar je echt autonoom over moet kunnen beslissen.”

Zou een wet op hulp bij zelf­doding dan niet beter zijn? In de Verenigde Staten ligt dat moreel gesproken minder gevoelig dan euthanasie.

“Dat klopt. In de VS is assisted suicide in een paar staten gelegaliseerd, terwijl euthanasie er onmogelijk is. Op zich is dat een zuivere optie, omdat je dan niemand anders hoeft te belasten met de uitvoering van het verzoek. Maar de praktische problemen zijn groot. Om te beginnen heb je nog altijd een arts nodig die je een middel voorschrijft. En het is niet gegarandeerd dat het middel goed werkt. Sterven is niet makkelijk, soms duurt een doods­strijd erg lang. Het juiste middel voor snelle en pijnloze zelfdoding bestaat niet.”

Vandaag is euthanasie voor mensen die al dement zijn, op basis van een wilsverklaring, onmogelijk. Moet dat veranderen voor u?

“Theoretisch vind ik dat voor die mensen euthanasie moet mogelijk zijn. Zo’n verklaring heeft voor mij dezelfde kracht en legitimiteit als een actuele vraag. Het probleem is dat ik mij niet kan voorstellen dat een arts euthanasie uitvoert bij een demente patiënt die aan alle voorwaarden van de wilsverklaring voldoet, maar duidelijk nog gelukkig is met zijn situatie. In Nederland, waar bij dementie een wilsverklaring wél geldig is, zijn er veel artsen die het niet willen doen.”

Dus zelfs als de wet wordt aangepast, is het nog altijd beter om het voorbeeld van Hugo Claus te volgen: er net iets te vroeg bij zijn, zodat de vraag nog helder kan worden gesteld.

“Dat is een mogelijkheid. Een andere mogelijkheid is dat je van tevoren een arts zoekt van wie je zeker weet dat hij op zo’n verzoek wil ingaan.”

Eigenlijk hebben we die euthanasie­wet te danken aan de dioxine­crisis in 1999, die de weg vrijmaakte voor een paarse regering zonder christen­democraten.

“En opmerkelijk genoeg hebben de christen­democraten zich relatief snel verzoend met die wet. Ze willen die ook niet terugdraaien, omdat ze weten dat het publiek die opties wil behouden. In dit soort dossiers loopt de politiek altijd achter op het brede publiek.”

Freddy Mortier. Beeld Karel Duerinckx

U bent vrijmetselaar en komt daar ook voor uit. Welke rol hebben de loges gespeeld bij de tot­stand­koming van die euthanasie­wet?

“Bij de abortuswet hebben vrijmetselaars een actieve rol gespeeld. Bij euthanasie veel minder. Er waren ook heel wat vrijmetselaars die vonden dat euthanasie iets tussen arts en patiënt moest blijven, waar de wetgever zich niet mee hoefde te bemoeien. Dat was ook het standpunt van de Franstalige liberalen.”

Toch was de eerste euthanasie­patiënt in ons land een vrijmetselaar: Mario Verstraete, lid van werkplaats Bevrijding in Gent. Is dat ook uw werkplaats?

“Ja. Maar ik kan u verzekeren dat heel wat mensen in die werkplaats niet zo enthousiast waren over het voornemen van Mario. Hij wilde als eerste onder die wet sterven, maar dat werd niet aangestuurd of aangemoedigd door de andere leden van de werkplaats.”

Bent u een personage in de film Tot altijd, die over zijn levens­einde gaat?

“Nee, ik kom in die film niet voor.”

In die film wordt met geen woord over de loge gerept, terwijl het toch een verhaal is van hoe vriendschap onder vrijmetselaars erg ver kan gaan.

“De loge was inderdaad de plek waar die mensen met elkaar verbonden zijn geraakt, maar het was een film over vriendschap, niet over de vrijmetselarij.”

Vindt men in de loge geen vriendschap die de huis-tuin-en-keuken­vriendschap overstijgt?

“Ja, dat is wel zo. Er is ook een plicht om broeders en zusters in nood bij te staan, wat is gebeurd bij het levens­einde van Mario. Wie zwaar ziek is of hulp­behoevend, zullen wij altijd bijstaan. Daar zijn beroemde voorbeelden van: toen Mozart gestorven is, hebben zijn broeders zijn vrouw financieel geholpen. Bij mijn echt­scheiding werd ook bij mij aangeklopt met de vraag of ik met iemand wilde spreken. Dat vind ik heel waardevol. Als je een existentieel probleem hebt, kun je altijd terug­vallen op je broeders en zusters.”

En als je een baantje zoekt? Hebben vrij­metse­laars ook niet de plicht om elkaar positief te discrimineren?

“Nee. Dat is niet zo. Er zijn veel vrijmetselaars die denken dat het zo is, maar die kennen hun eigen voorschriften niet goed. Vrijmetselaars mogen elkaar niet voortrekken. Er is absoluut geen plicht tot positieve discriminatie. Men vroeg mij onlangs waar dat gebruik vandaan komt, en toen heb ik geantwoord: het komt nérgens vandaan. Die voorschriften zijn eeuwenoud, en ik heb ze bestudeerd: ik ben mijn broeder geen job of inkomen verschuldigd, ik ben niet verplicht om met hem handel te drijven, enzovoort.”

Dan is dat een hardnekkig misverstand.

“Inderdaad. Men is elkaar in de vrijmetselarij niets verschuldigd waarbij anderen schade zouden kunnen lijden.”

En als een broeder in nood zit omdat hij geen job meer vindt?

“Dan zou hij van mij die job niet krijgen. Ik heb zulke situaties al meegemaakt, en ik hou daar geen rekening mee. En als je als vrijmetselaar niet in staat bent om daar abstractie van te maken, dan moet je jezelf laten vervangen in het selectie­comité.”

Zodus, bij dezen mogen alle vrijmetselaars zorgvuldig noteren: stop met elkaar positief te discrimineren.

(lacht) “Voilà.”

U vindt ook dat de discretie mag worden opgeheven.

“Van mij mogen die leden­lijsten van alle loges openbaar gemaakt worden. Dat zou een hele vooruitgang zijn. Al begrijp ik wel dat er nog mensen zijn die daardoor in de problemen zouden kunnen komen, bijvoorbeeld omdat ze voor een christelijke instelling werken. Anderzijds: als de leden­lijsten openbaar waren, zouden we misschien alleen nog mensen aantrekken die sterk genoeg in hun schoenen staan om ervoor uit te komen dat ze bij de loge zijn. Dat zou ook een voordeel zijn.”

Heeft dat lidmaatschap voor u met zin­geving te maken, of met het debat?

“Voor mij telt het debat. Ik heb in mijn werkplaats al discussies meegemaakt van een niveau dat je ergens anders niet snel zult vinden. Door de manier waarop wij debatteren, kan er echt worden doorgevraagd en doorgeboord. Dat trok mij ook aan toen ik lid werd. Die hele traditie van de verlichtings­cultuur: de Franse salons, de grote filosofen van die tijd, van Voltaire tot Condorcet.”

Vroeger werd een vrijmetselaar die tegen het Vlaams Blok aanschurkte, zoals wijlen de liberale politicus Ward Beysen, uitgestoten. Is dat nog altijd zo?

“Ik weet niet of dat nog altijd een officiële richtlijn is, maar de kans dat je in een loge een Vlaams Belanger tegenkomt, is klein. Dat heeft te maken met die verlichtings­waarden, met de principiële gelijkheid van alle mensen, met de verwerping van discriminatie.”

Publicist Wim van Rooy, die volgens sommigen islam­criticus is maar volgens anderen regelrecht islamofoob, is ook vrijmetselaar. Hoe omstreden is hij in uw kringen?

“Ik heb er geen probleem mee dat hij vrijmetselaar blijft, maar ik vind dat hij veel te ver gaat in zijn visie op de islam. Wat hij schrijft, is niet conform de realiteit. Het is mogelijk om citaten in de Koran te vinden die gevaarlijk zijn, maar dat kun je bij elke godsdienst. Ook in de joodse boeken staat dat op overspel de doodstraf staat, maar dat wordt uiteraard niet gepraktiseerd.”

In een deel van de islamitische wereld wel, natuurlijk.

“Ja, en dat wordt erger en erger. Maar om dat te begrijpen, moeten we de bredere context zien. Het zijn vooral extreme vormen van de soennitische islam, die gevoed worden door het wahabisme, die meer en meer impact hebben, onder meer via IS en Al Qaida. Maar daarmee kun je de islam niet vereenzelvigen. Ik vind het verkeerd om de islam voor te stellen als inherent reactionair en wahabistisch. Ik mag iedereen het boek What is Islam? van historicus Ahmed Shahab aanraden.”

Wat schrijft die?

“Dat de islam zich altijd aanpast aan de culturele omstandigheden van de plek waar hij beleden wordt. Er bestaan heel tolerante vormen van islam. Het probleem ligt dus niet in het wezen van de islam. Het probleem heeft onder meer te maken met het kolonialisme: toen het Nabije Oosten werd verdeeld onder de westerse mogend­heden, werd de droom van Arabieren op eenheid aan diggelen geslagen. Voor velen onder hen is de islam nu het antwoord op alle problemen.”

Volgens socioloog Mark Elchardus wijzen enquêtes uit dat meer dan 30 procent van de moslims bij ons fundamentalistisch is.

“Ik zal dat niet ontkennen. De vraag is hoe we daar iets aan doen. Wim van Rooy zal zeggen dat het onmogelijk is om daar iets aan te doen. Hij ziet geen oplossing, en dus is het voor hem een kwestie van strijd: onze waarden tegen die van hen. Dat doet mij wat denken aan de Welt­anschauungs­kampf van de nazi’s: toen zij de Russen te lijf gingen, was het ook ‘wij’ of ‘zij’. Zo mogen we dat niet bekijken. Dat lost niets op.”

Wat is dan wel een oplossing?

“Een groot probleem is toch nog altijd de sociale uitsluiting van moslims in Europa. Wat dat betreft, ben ik beïnvloed door het werk van de Franse historicus Olivier Roy. Zijn stelling is dat jonge moslims radicaliseren omdat ze weinig kansen krijgen en zich optrekken aan het fundamentalisme. Wie weinig kansen krijgt, wie het gevoel heeft dat hij niet welkom is, loopt vaak het risico om te radicaliseren.”

Zijn moslims hier niet welkom?

“Dat gevoel hebben velen onder hen in elk geval. Denk aan het hoofddoeken­verbod: welke boodschap versturen wij daarmee? Dat moslims alleen maar welkom zijn op voorwaarde dat ze hun eigen culturele achtergrond verloochenen.”

U bent tegen het hoofddoeken­verbod?

“Ik ben tegen het algemene hoofddoeken­verbod in het Gemeenschaps­onderwijs. Ik ken veel scholen, het atheneum aan de Gentse Voskens­laan bijvoorbeeld, waar men geen enkel probleem had, tot dat verbod werd ingevoerd. Toen is de miserie begonnen. Ik zeg niet dat directies nooit een verbod kunnen invoeren. Toen Karin Heremans dat deed in het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, had ze daar een goede reden voor: de sociale druk was te groot. Maar in veel scholen bestaat dat probleem niet.”

Vindt u dat het Gemeenschaps­onderwijs dat algemene verbod moet opheffen?

“Ja. Anders gaan steeds meer moslima’s naar de rechter, die hen gelijk zal geven. Zo is het onlangs gebeurd in een Limburgse school. Zowel de Raad van State als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg hebben dat verbod al verworpen.
“Wie naar de rechter gaat om het recht op te eisen een hoofddoek te mogen dragen, krijgt dus sowieso gelijk. Tenzij er in de betrokken school specifieke redenen zijn om een verbod in te voeren.”

Moet een partij zoals Islam, die pleit voor gescheiden openbaar vervoer voor mannen en vrouwen, worden verboden volgens u?

“Nee. De rechts­staat is sterk genoeg om te voorkomen dat partijen zoals Islam hun slag thuis­halen. En extreme meningen mogen we niet te snel verbieden.”

Wat vindt u van de manier waarop levens­beschouwingen in ons land worden gefinancierd? Moet dat niet eens opnieuw worden bekeken?

“Mijn visie op kerk­financiering is beïnvloed door de Schotse econoom Adam Smith: hij bekeek godsdienstige organisaties als een soort bedrijven, die heils­goederen verkopen. Als de overheid pastoors betaalt, schreef hij, dan worden ze lui. Als je ze niet betaalt, zullen ze zichzelf interessant willen maken en krijg je veel bekerings­ijver. Als je kerken wil temmen, schreef Smith, dan moet je ze financieren.”

Dat doen wij dus.

“Ja, en dat vind ik een goede zaak. Neem nu de financiering van de islam: we weten allemaal dat het geld uit Turkije en Saudi-Arabië zal blijven komen zolang wij daar zelf niet meer geld in stoppen. Ik vind het heel jammer dat zoveel erkenningsdossiers van moskeeën geblokkeerd zitten bij Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA). Erkenning en financiering is een manier om de islam beter in te bedden in ons land.”

Maar de verdeling van de middelen is niet meer van deze tijd. Gaan de katholieken niet met ongeveer 80 procent van het geld aan de haal?

“Zoiets ongeveer, ja. Dat beantwoordt niet meer aan de realiteit. Ik was een dikke tien jaar geleden voorzitter van een commissie van wijzen die dat hele systeem onder de loep heeft genomen. En het is een puinhoop, er zit geen logica in en de verdeel­sleutel klopt niet. Parochies krijgen nog altijd een financiering op basis van het aantal inwoners: dat betekent dat alle Turken in Gent meetellen voor de financiering van de kerk.”

Eigenlijk zou de islam veel meer geld moeten krijgen.

“Wij hebben toen een nieuwe verdeel­sleutel voorgesteld, op basis van representativiteit. De katholieken hielden nog ongeveer 62 procent van de middelen over, maar de vrijzinnigen gingen van 8 naar 14 procent. De islam bleek toen niet te berekenen. Het totale budget in België, van bedienaren van de erediensten tot de leerkrachten levens­beschouwing in het Gemeenschaps­onderwijs, is ongeveer 640 miljoen euro per jaar.”

Iets anders: u staat in oktober op de provinciale sp.a-lijst. Altijd socialist geweest?

“Altijd. Vandaag wil ik de lijst zeker steunen, omdat de aanvallen op de socialisten mij een beetje irriteren. Dikwijls zijn die aanvallen niet terecht. Hier in Gent zijn sommige mensen veel te hard aangepakt.”

U hebt het nu onder meer over Tom Balthazar, die na de Publipart-affaire ontslag nam als lijsttrekker en kandidaat-burgemeester.

“Het ontslag van Tom was een fout, dat lijkt mij nogal duidelijk.”

Waarom is het dan gebeurd?

“Ik ken er het fijne niet van, maar volgens mij was dat een paniek­reactie. Men heeft de situatie verkeerd ingeschat. Ik ken Tom vrij goed...”

Dat zal wel. Hij zit, net als Daniël Termont (sp.a), in dezelfde vrijmetselaars­werkplaats als u, al zult u dat niet mogen bevestigen.

(lacht) “Ik ken Tom vooral goed omdat hij medisch jurist is, en wij heel vaak samen lezingen hebben gegeven voor artsen.”

Waarom staat het socialisme er zo slecht voor bij ons?

“Dat heeft veel te maken met de kracht van N-VA. Dat rechts-liberalisme in combinatie met het nationalisme slaat aan. Zij hebben momenteel het overwicht in Vlaanderen. De sp.a heeft ook al enkele jaren problemen met de zoektocht naar het juiste thema dat de mensen aanspreekt. Terwijl het toch voor de hand ligt.”

Zorg, dat is toch het nieuwe thema?

“Dat is een belangrijk thema, maar het is ook beperkt. Mij lijkt sociale zekerheid veel belang­rijker, zeker omdat die vandaag onder druk staat.”

Tot slot: vijf jaar geleden greep u naast het rector­schap van de UGent. U werd vice­rector onder Anne De Paepe. Is dat blijven hangen bij u?

“Nee. Ik vond het jammer. Er is toen een ongeschreven regel overtreden: dat katholieken en vrijzinnigen elkaar afwisselen als rector. Maar men wilde per se een vrouw als rector en ik heb mij daar snel overheen gezet, omdat ik loyaal wilde zijn. Anne en ik hebben goed samen­gewerkt. En ik moet eerlijk zeggen: het feit dat de UGent voor het eerst een vrouwelijke rector had, heeft de mentaliteit echt wel veranderd. Er zijn verschillende bestuurs­organen waar sindsdien meer vrouwen in zitten. Dat is een hele goede zaak.”

Uw vrijmetselaars­werkplaats Bevrijding behoort sinds kort niet meer tot de obediëntie Groot­oosten, omdat u, tegen de regels in, ook vrouwen inwijdt.

(lacht) “Dat is zo. Maar als u het goed vindt: ik denk dat we al meer dan genoeg over de loge hebben gepraat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden