Maandag 16/12/2019

Huis van Hiele

Filosofe Simone van Saarloos: "Ik ben méér dan biseksueel en polyamoureus"

Beeld Bob Van Mol

De laatste gast in onze reeks 'Huis van Hiele' komt uit Nederland en denkt heel veel na. Ze is dan ook filosofe. Simone van Saarloos (27) over vegetarisme, feminisme, Geert Wilders en seks. "Het is niet omdat ik biseksueel en polyamoureus leef, dat dat helemaal omvat wie ik ben."

Oh. Dat zegt ze vaak. En zo klinkt ook het midden van haar naam. Lang en vol. Niet kort en stug, zoals wij ‘Simonne’ zeggen, maar ‘Simoone’ dus. Ja, Simone van Saarloos is naast filosoof, feminist en schrijver ook Nederlands.

Naar Simone de Beauvoir is ze niet vernoemd. “Maar eigenlijk zeg ik ge­woon vaak van wel. Daarmee probeer ik mijn ouders wat feministischer te doen lijken.” Ze lacht erbij, en dan vertelt ze dit verhaal: “Toen een oudtante van mij geboren werd, had haar vader gehoopt dat ze een jongetje zou zijn, en gaf hij haar daarom de naam ‘Simonnetje’. Ik ben naar haar vernoemd. Naar een meisje dat een jongensnaam kreeg. Dat vind ik wel mooi. Het gekke is dat ik als kind altijd voor een jongetje werd aangezien.”

In de auto op weg naar Koksijde had op Studio Brussel ‘A Love Bizarre’ geklonken (een heerlijk nummer van Sheila E. en Prince uit 1985) en ook dat was te gek om er nu niets over te schrijven. Van Saarloos’ opvattingen over de liefde zijn voor velen namelijk nogal bizar. Twee jaar geleden maakte ze wat ophef in de Lage Landen met haar boek Het monogame drama. Dat pamflet was bedoeld om het single zijn als levenskunst te eren, maar werd vooral opgepikt wegens haar interesse voor polyamorie – het hebben van meerdere (seksuele) liefdesrelaties tegelijk.

Een avond tafelen met Van Saarloos vergt veel souplesse van de geest. Makkelijk zijn haar ideeën niet, en talloos haar aarzelingen en nuances. Maar dat is net de kern van haar zienswijze: vragen stellen in plaats van antwoorden te geven. Of het nu over liefde, politiek of vegetarisme gaat. Vis of vlees eet ze niet meer sinds haar achtste. “Toen er op een keer een klaargemaakte haas op tafel stond met Kerstmis, beseften mijn twee oudere zussen: dit is een dier. En ik dus ook.”

Een zalm is minder aaibaar dan een konijn, maar u eet ook geen vis.

“Voor mij is vegetarisme geen sentimentele aangelegenheid meer. Theoretisch gezien zou ik zelfs best een stukje mensenvlees willen proeven, uit nieuwsgierigheid. Mij gaat het erom dat de vlees- en visindustrie een systeem is dat nauwelijks nog bevraagd wordt.

“Het romantische ideaal van enkel zelfgekweek­te groenten en zelfgeschoten wild eten interesseert me trouwens ook niet. Dat is evengoed een systeem. Zo mag ook mijn eigen denken geen niet te bevragen systeem worden. Als ik op bezoek ben bij vrienden die het liefst een Indonesische specialiteit met vlees bereiden, dan proef ik daar wel van.”

Dat vindt u niet inconsequent?

“Nee. Ik wil niet dat mijn principes eveneens een machinerie worden. Als je eigen ideeën bedoeld zijn als disruptie van het gangbare, moet je ze natuurlijk ook willen opschudden.”

De fipronilbesmetting toont aan welke nefaste gevolgen de voedingsindustrie kan hebben. Waarom bent u dan geen veganist?

“Ik vrees dat het een vorm van gemak is. Ik ben veel op reis, en je moet wel ergens kunnen eten. Eigenlijk is dit opnieuw een vraag naar inconsequent gedrag, waardoor je gemakkelijk kunt zeggen: ik doe het toch niet helemaal goed, dus begin ik er maar niet aan.

“Ik denk dat je schuldig voelen je vaak remt om het beter te doen en je verantwoordelijkheid te nemen. Je haalt dan het gewicht bij de morele vraag weg en legt het bij je eigen geseling, dat jij het per se goed moet doen. Maar daar ben ik niet in geïnteresseerd. Jij moet het niet goed doen, wij moeten het goed doen.”

In vraag stellen wat iedereen normaal vindt, dat is een rode draad in uw denken.

“Het is niet dat ik erop uit ben om het normale omver te schoppen. Provoceren is niet het doel op zich. Sterker nog, ik wil heel graag verbindend zijn. Maar wel vanuit mijn eigen visie. En wat ik normaal vind, wordt door heel veel mensen blijkbaar niet normaal gevonden.

“Die vraag raakt aan iets wat ik me de laatste tijd vaak heb afgevraagd: hoe komt het toch dat je mensen tegen je in het harnas jaagt? Ik ervaar het, Sylvana Simons ervaart het (de Nederlands-Surinaamse presentatrice die talloze haatreacties kreeg wegens haar strijd tegen racisme en de partij Artikel 1 oprichtte, waar ook Van Saarloos een plaats had bij de jongste verkiezingen in Nederland, red.).

“Al toen ik kind was, werd ik altijd al als anders beschouwd. Heel vaak zei men tegen mij: ‘Kun je niet eens even gewoon doen?’ Als je dat veel hoort, móét je de provocatie wel als een mantel gaan dragen, omdat je anders in je eigen vervreemding wordt opgesloten. Of zelf begint te denken dat je vreemd bent. Wat nooit het geval geweest is. Ik ben me voldoende bewust van de privileges die ik heb en de kansen die ik heb gekregen, waardoor ik er toch voldoende bij hoor.”

Simone van Saarloos: "Ik begrijp niet dat er zo negatief gedaan wordt over stemmen vanuit de onderbuik. Je gevoel is toch een onderdeel van het leven?" Beeld Bob Van Mol

Uw ideeën zijn niet voor de grote massa bestemd. Bent u zich ervan bewust dat u slechts voor een intellectuele elite spreekt?

“Ik weet zelfs niet of ik hen bereik. Ook bij hen heerst er een bepaald comfort in het denken. Ik noem het een soort van mannelijke intellectualiteit, waarbij vooropstaat dat je goed bekkende, stevige uitspraken kunt doen over een onderwerp. Maar voor mij staat eerder de vraag voorop in plaats van definitieve antwoorden.

“Op een gegeven moment was ik zelf ook wel bezig met die vraag: welke invloed heb ik, wie bereik ik? Maar ik probeer ze nu naast me neer te leggen. Omdat je dan uitgaat van meetbare invloed, en het een heel economische manier van denken is.

“Ik probeer nu een nieuwe invulling te geven aan het begrip ‘invloed’. James Baldwin, de auteur van I’m Not Your Negro, helpt me daarbij. Hij heeft het over ‘moral influence’. Dat is veel minder tastbaar dan een lekkere slogan die gaat circuleren, maar sijpelt eerder langzaamaan het denken binnen. Ideeën die doorwasemen zonder dat je het meteen doorhebt, daar gaat het om.”

De radicale consequentie daarvan zou kunnen zijn dat u zich terugtrekt uit het publieke debat en het economische denken, en schapen gaat hoeden in Schotland.

“Ik zou niet weten wat ik met schapen moet aanvangen. (lacht) Veel mensen van Occupy Wall Street hebben zich inderdaad teruggetrokken uit de maatschappij, en zijn hun eigen commune begonnen. Maar dat is voor mij geen optie. Mijn liefde voor de maatschappij is groter dan mijn woede. Dat is een sterke drijfveer, denk ik.

“Op een emotioneel niveau kan ik me wel voorstellen dat je gek wordt van alles wat er binnenkomt. Tegelijk moeten we waken voor de moderne gedachte dat het tegenwoordig allemaal zo onbegrijpelijk is. Het was altijd al onbegrijpelijk. Nu er zoveel verschillende visies zichtbaar zijn, is het net een kans om echt met dat onbegrijpelijke in aanraking te komen.”

Zou het leven toch niet echt onbegrijpelijker zijn geworden voor de gemiddelde zeventig­jarige die heel zijn leven in hetzelfde dorp gewoond heeft en misschien geen honderd filosofische boeken heeft gelezen?

“Elke mens ervaart complexiteit, ook al heeft hij geen honderd filosofische boeken gelezen en heeft hij een andere woordenschat om het te benoemen. Ik denk dat het een idee is van de elite dat er ‘andere’ mensen zijn die simpeler zijn dan zij. Over ‘het volk’ praten is namelijk ook een manier om je macht als elite te behouden.

“Populistische politici spiegelen mensen simpelheid voor, is het verwijt dat zij altijd krijgen. Ik denk dat het helemaal anders ligt. Als Geert Wilders zegt dat hij alle moslims het land wil uitsturen of de Koran wil verbieden, weten de meeste van zijn kiezers heel goed dat hij dat niet gaat doen. Maar juist door te zeggen wat niet kan, biedt hij erkenning voor de complexiteit die mensen ervaren. De linkse, progressieve kant heeft die complexiteit net onderdrukt. Hun redenering is: we moeten het simpel houden en de mensen niet alles vertellen, want ze kunnen het niet aan. Nogmaals, dat is echt bedoeld om de elite zittende te houden.

“Ik begrijp ook niet dat er zo negatief gedaan wordt over stemmen vanuit de onderbuik. Als je ook je onderbuik laat spreken, ervaar je toch net die complexiteit? Je gevoel is toch een onderdeel van het leven?”

Redeneert u ook zo als het over uzelf gaat? U krijgt wellicht vaak hate speech in de mailbox. Zijn de auteurs ervan dan verliezers van de ­globalisering, of wilt u hen gewoon een klap voor hun kop geven?

“Wat mij pijn doet, zijn niet zozeer de verkrachtingsbedreigingen van mensen de ik niet ken. Wel de boodschappen van mensen die in dezogenaamde elitekring zitten, columnisten enopiniemakers. Ik zou het geweldig vinden als ze in debat willen gaan over wat ik schrijf, maar zij houden het blijkbaar liever bij persoonsgerichte aanvallen.”

Over wie hebt u het nu?

“Dat is niet zo interessant. Meer wil ik niet zeggen dan dat het mannelijke auteurs zijn die vaak iets naars over mij zeggen op Twitter of in hun stukjes. ‘Simone is zo dom’, daar komt het eigenlijk op neer. Ooit kwam ik een van hen tegen op een schrijversfeest en zei ik vlak­af tegen hem dat het me pijn deed.”

Is dat geen erg vrouwelijke manier van ­reageren? Waarom hanteert u een emotioneel argument in plaats van hem ferm aan te ­spreken en op zijn plaats te zetten?

“Ik associeer dat niet met vrouwelijk. En uit je vraag blijkt dat je vrouwelijk negatief acht. Ik zie trouwens niet welk enorm voordeel het tot nu toe in de wereld heeft gehad om dan zogenaamd ‘mannelijk’ te reageren op aanvallen. Zolang we de termen ‘vrouwelijk’ en ‘mannelijk’ niet als abstracte begrippen zien maar denken dat het ook iets over gender zegt, wil ik die indeling overigens liever niet gebruiken.

“Goed, het is kwetsbaar wat ik tegen die man zei, maar kwetsbaarheid betekent voor mij niet dat ik aangetast ben door die man. Ik laat net zien dat ik baas ben over mijn eigen kwetsbaarheid.”

Het genderdebat wordt deze zomer volop gevoerd, zelfs nog voor de memo bij Google opdook. Is het biologische verschil tussen vrouwen en mannen nu doorslaggevend of niet, dat is een vaak gestelde vraag. U zit ­wellicht niet erg op dat biologische spoor?

“Nee, dat klopt. Ik vind de discussie ook niet ­interessant. Dat er zo naarstig wordt gezocht naar verschillen in gender toont aan dat dit debat ten dienste staat van een politieke agenda.

“Het biologische wordt vaak als excuus gebruikt om de huidige status quo te verklaren. Bovendien weten we veel minder van onze biologische structuur dan we pretenderen. Dus nog eens: ik ga deze discussie niet aan, want zolang ik dat wel doe, blijft ze ook voortduren en dat is niet het debat dat we moeten houden. Zo ga ik ook niet meer de discussie voeren over quota in bedrijven. Ik ben daar voor, dat is voor mij zelfs geen vraag, maar op een gegeven moment kun je twintig keer hetzelfde blijven zeggen.

“Wat in mijn feminisme vooral belangrijk is, is vragen stellen. Ik ga ook nooit alleen naar een man-vrouw­onderscheid kijken, omdat het simpelweg te weinig is. Ik ben voor gelijkwaardigheid op de hele schaal. Het debat waar jullie naar verwijzen, gaat slechts over een bepaalde klasse vrouwen die de mogelijkheid wel hebben om aan de top te komen, terwijl de meeste vrouwen het glazen plafond niet eens zien omdat ze van een heel andere klasse en achtergrond komen. Omdat ze arm zijn, bijvoorbeeld, of een naam hebben die niet Vlaams of Nederlands genoeg klinkt.

“Weet je, de mensen die terechtstonden omdat ze Sylvana Simons hadden beledigd en bedreigd, vonden dat ze het recht hadden om onaangeraakt te zijn. Als vrouw heb ik al op jonge leeftijd geleerd dat ik theoretisch gezien ook wel dat recht kan hebben, maar dat ik wel altijd aangeraakt word, bijvoorbeeld als ik op straat word aangesproken of seksistische praat in mijn mailbox krijg gewoon omdat ik een vrouw ben.

“Het is grappig dat witte mannen nu vermoeid roepen: ‘Ineens moeten we verdorie allemaal gaan identiteitsdenken!’ Zij zijn daar altijd aan kunnen ontsnappen, en beseffen blijkbaar niet dat er heel veel mensen in de wereld zijn die dat altijd hebben moeten doen, die zich altijd hebben moeten bezighouden met wat het betekent om in de wereld te staan.”

Chef Hiele komt een volgende gang serveren. Dat hij het leuk vindt om voor haar te koken, zegt hij, zo zonder vlees en zonder vis. Er waren al ­tomaten uit de tuin geweest met verse truffel en schuim van aardappel met karnemelk. Nu zijn er de diepe smaken van prei, burrata, buffelmozzarella, gebakken girolletjes en een bearnaise van olie met prei en dragon.

Simone van Saarloos: "We moeten waken voor de moderne gedachte dat het tegenwoordig allemaal zo onbegrijpelijk is. Het was altijd al onbegrijpelijk." Beeld Bob Van Mol

Terwijl ze een evenwicht zoekt tussen praten en genieten van de gerechten, vertelt Van Saarloos over het boek dat ze momenteel aan het schrijven is over PVV-leider Geert Wilders. Ze heeft het proces gevolgd waarin hij terechtstond voor discriminatie, naar aanleiding van zijn fameuze ‘Minder Marokkanen’-uitspraak. Het gaat Van Saarloos niet zozeer over zijn aard of zijn persoon, wel over de maatschappelijke rol die hij inneemt.

“Ik ben nieuwsgierig naar het fenomeen. Gooi zijn naam op tafel, en het doet iets met de mensen aan die tafel, of het nu positief of negatief is. We bewegen nog nauwelijks naar hem toe, maar we hebben het wel constant over hem. Mijn boek is een zoektocht naar de betekenis van aanwezigheid en afwezigheid, een filosofische zoektocht naar hoe we ons tot hem verhouden, waarbij mijn eigen lichamelijke reacties centraal staan. Mijn filosofische scholing zit in de fenomenologie, die niet vanuit bepaalde vooronderstellingen vertrekt, maar vanuit de intuïtieve, fysieke reactie op fenomenen.”

Het lichamelijke speelt een grote rol in uw leven en uw werk. Weet u zelf waar die ­interesse vandaan komt?

“Het is in de eerste plaats een respons op de intellectuele traditie in de filosofie. Sommige filosofen deden alsof ze niet in een lichaam zaten. Dat kon omdat hun lichamelijke behoeftes vaak door anderen werden opgelost: door vrouwen of ­mensen die tot slaaf gemaakt waren. En als we denken dat het enkel om de geest draait, missen we toch een heleboel. Natuurlijk heeft het ook te maken met mijn vrouw zijn. Ik was me al vroeg bewust van het sociale concept vrouw, waardoor je benaderd wordt vanuit een seksualisering en objectivering. Tegelijk werd ik als kind als jongetje gepercipieerd omdat ik heel kort haar had en ijshockey speelde. Door die sport was ik ook vaak het enige meisje in een groep jongens. En dan kreeg ik complimenten dat ik zo goed was voor een meisje.

“Dat ik mezelf wel heel duidelijk vrouw noem? Ik pleit ervoor om ons niet als man of vrouw ­hoeven te categoriseren, maar zolang we die begrippen hanteren, heb ik er geen probleem mee om mezelf een vrouw te noemen, nee. Ik voel mij prettig in mijn lichaam, dat herkend wordt als vrouwelijk. Wel schrijf ik mijn naam tegenwoordig met haakjes rond de ‘e’, Simon(e) dus. Enerzijds om te benadrukken dat die ‘e’ in mijn naam belachelijk bepalend is en mij als vrouw markeert, anderzijds omdat wat tussen haakjes staat van groot belang is. De wijze waarop we in taal constant onderscheid maken tussen man en vrouw of meneer en mevrouw beïnvloedt hoe wij de werkelijkheid ervaren.”

Kan een man op uw manier feminist zijn?

“Natuurlijk. Een witte heteroseksuele man kan net zo goed een feminist zijn als een zwarte lesbische vrouw. Ik denk dat iedereen een feminist kan zijn. Je moet gewoon bereid zijn om te luisteren, andere verhalen te horen en dus niet je eigen norm als norm te blijven reproduceren. Als de wereld meer op jou is ingericht, wat dus geldt voor de witte heteroseksuele man, is het wel moeilijker om te voelen waar het wringt.”

Over sommige kwesties verschillen ­vrouwe­lijke feministen nogal eens van mening. Neem nu de kont van Kim Kardashian. Het ultieme voorbeeld van vrijheid en vrouwelijkheid, zeggen sommigen, de ultieme knieval voor de mannelijke blik, zeggen anderen. Moeilijk voor iemand die op zoek is naar het goede feministische leven.

“Voor mij hoef je hier geen standpunt over in te nemen. Ik stel er liever vragen over. Zoals deze: vanuit welke blik kijk je naar de kont van Kim? Critici zouden zeggen dat de commercialisering van haar achterwerk volledig ingebed is in het patriarchale denken. Ze beweert baas te zijn van haar eigen lichaam, maar ze heeft er wel ­schoenen van 20.000 dollar voor nodig.

“Ik denk dat er veel glamourfeminisme is. Ik wil daar niet tegen zijn, want ik vind ‘feminisme’ geen beschermd begrip. Maar het is niet per se mijn feminisme, omdat het nog steeds een ­onderdrukkend systeem accepteert, namelijk het kapitalisme.

“Maar nogmaals, vanuit welke blik of geschiedenis doe je iets? Ik plaats nauwelijks selfies op sociale media, omdat ik niet het idee heb dat het tonen van mijn uiterlijk bevrijdend werkt. Vriendinnen met een donkere huid die een foto online zetten, zeggen: mijn zwarte lichaam en mijn haar zijn prachtig. Daarmee hervormen ze oude, onderdrukkende schoonheidsidealen.”

Geen hoofddoek dragen of juist wel, thuis ­blijven voor de kinderen of gaan werken, je blote billen laten zien of ze verhullen: op alles kan het label ‘feministisch’ worden geplakt. Is dat geen probleem? Is de term niet compleet banaal geworden?

“Ik vind het wel mooi dat jullie dit vragen. Toen ik een paar jaar geleden begon met publiceren, kreeg ik altijd de vraag: moeten we de term niet weer omarmen? Ik weet niet of we de term ­over­boord moeten gooien. Ik denk dat we moeten durven om niet één taal te spreken. Het is niet aan mij om tegen iemand te zeggen: jij bent geen feminist. Het is hoogstens aan mij om met die persoon in gesprek te gaan. Wat zowel feministen als antiracisten frustrerend vinden, is dat er vaak maar één verhaal naar voor wordt geduwd, bijvoorbeeld over Kim Kardashian of vrouwen die de hoofddoek afgooien. Als verschillende verhalen het licht zien, hoeft die verontwaardiging over andere verhalen er niet te zijn.

“Waar ik me wel sterk tegen verzet, is het feminisme gebruiken om je eigen agenda uit te voeren. Toen Bush Afghanistan binnenviel, noemde hij de Afghaanse vrouwen bevrijden van de taliban als een van de redenen. Maar in eigen land was hij behoorlijk antifeministisch, door ­bijvoorbeeld een antiabortusbeleid te voeren.”

Wellicht wordt u niet graag in vakjes gestopt, maar het vakje biseksuele polyamorie wordt toch altijd bovengehaald als het over u gaat.

“O. Nou, voor mij zijn mijn identiteit en mijn denken eerder bewegend in plaats van gestold tot één iets. Het is niet omdat ik biseksueel en polyamoureus leef, dat het helemaal omvat wie ik ben. Als je een publiek figuur bent, moet je accepteren dat je soms herleid wordt tot een onetrickpony. Op een podium ben ik daartoe ook bereid, net omdat ik zo veel beweeglijkheid ervaar in mijn persoonlijke leven.”

Zou u nog de vrijheid hebben om publiekelijk te zeggen: die polyamorie, dat was toch niet zo’n goed idee?

“Zelf heb ik het idee dat ik ook altijd heb gezegd dat het op elk moment anders kan zijn, dat in die fluïditeit tussen genders en seksualiteit geen bewijsdrang van mij zit.

Het is niet voor niets dat ik nu voor een tijdje naar New York vertrek. Omdat ik er een gevoel van onafhankelijkheid ervaar. Ik wil niet te lang in dezelfde lus blijven zitten. Zelf ben ik nu wel eventjes klaar met Het monogame drama. Het is te zeggen: ik zou er liever een vervolg op willen schrijven. Ik wilde aanzetten tot denken met dat pamflet, en ik schaam me er niet voor. Maar als ik het kon overdoen, zou ik meer de nadruk leggen op de antikapitalistische elementen.

Simone van Saarloos: "Op een gegeven moment was ik bezig met de vraag: welke invloed heb ik, wie bereik ik? Maar ik probeer ze nu naast me neer te leggen." Beeld Bob Van Mol

“Want daar gaat het over: ik bevraag de kaders die ons idee over liefde bepalen. Het idee dat een lange relatie meer waard is dan een korte, dat het hebben van exclusiviteit meer waard is dan wanneer je meerdere partners hebt, dat een date ‘tot iets’ moet leiden. Dat denken probeer ik te ondermijnen. Zodat er meer contactgericht denken kan ontstaan in plaats van kapitalistisch denken.”

Is het niet bon ton in linkse kringen om het woord ‘antikapitalistisch’ in de mond te ne­men? Het kapitalistische systeem zorgt er wel voor dat u met het grootste gemak tussen Amster­dam, New York, Parijs en Oostende kunt reizen.

“Dit slaat terug op wat jullie eerder zeiden over het terugtrekken uit het systeem. Dat doe ik niet. Wat niet betekent dat ik het niet pijnlijk vind dat jullie gelijk hebben over die paradox. Mag ik nog eens antwoorden met James Baldwin? Hij geeft twee regels mee. Eén: je moet de wereld waarin je leeft accepteren. Twee: je moet de wereld waarin je leeft nooit accepteren.”

Met permissie, maar dat klinkt als het perfecte excuus om mee te draaien in het systeem en hetzelfde te doen als iedereen, met als enige verschil dat er een mooie, filosofische theorie achter zit.

“Dat begrijp ik. Maar misschien is het erkennen van dat hiaat en daar niet door uit het veld geslagen worden een manier om toch iets te veranderen. Geen grootse veranderingen, maar wel bewegingsruimte.

“Wat jullie met deze vraag aankaarten, heb ik onderzocht in mijn roman De vrouw die. Hoe kun je het systeem werkelijk doen kantelen? Een grote daad is maar herkenbaar als grote daad als hij negatief en destructief is, maar wat als je iets groots wilt doen dat positief is? Destructie­terrorisme kennen we, maar we weten niet wat creatieterrorisme is.”

De meest ingrijpende poging om iets goed te doen is natuurlijk een kind ter wereld brengen.

“O. Vinden jullie dat? Voor mij zou het te klein zijn. Het geboortecijfer is al te hoog. En mijn economische onafhankelijkheid is heel belangrijk. Met een kind zou ik me innestelen in een systeem dat die onafhankelijkheid in gevaar zou brengen.”

Uw vader is een gerenommeerd wetenschapper, uw moeder is een classica. Hoe reageren zij op de publieke figuur die u bent geworden? Vinden zij het moeilijk dat hun jongste dochter volop in de media komt met haar ideeën over liefde en seks?

(denkt lang na voor ze antwoordt) “Ik denk dat ze beseffen dat ik wel weet wat ik doe. Dat het me niet overkomt, omdat ik er zelf genoeg in sta.”

Op uw veertiende ging u blowend, feestend en drinkend door het leven. Hebt u een liberale opvoeding gehad?

“Ja, zeker. Wat ik heel erg waardeer aan mijn ouders, is dat ze niet veroordelend zijn geweest toen ik kind was. (glimlacht) Inmiddels vind ik dat af en toe wel.

“Ik had een hanenkam, en sommige dingen mochten niet maar ik deed ze toch. Dat gevoel van zelfbeschikking is er dus altijd wel geweest. Ook als kind al.”

Uw roman stond op de longlist voor de Libris Literatuurprijs, maar werd niet goed gerecenseerd in bijvoorbeeld De Morgen en Humo. Is dat moeilijk geweest?

“De Nederlandse literatuur staat bol van pathetiek en psychologie, vind ik. A is gebeurd in een persoonlijk leven, en B volgt daar dan uit als causaliteit. Voor mij is het saai als een roman maar één idee geeft over wie een hoofdpersonage is, en als het lijden vooropstaat. ‘Ik heb het zo moeilijk als witte man die maar niet aan een vrouw komt’, dat idee wilde ik heel erg niet.

(denkt na) “Ik heb veel gehoord dat mijn roman overvol zit. Dat snap ik. (ietwat ironisch) Het is me nog niet gelukt me daarvoor te excuseren.

“Ik vind het wel fascinerend om te zien dat ik nergens word uitgenodigd als romanschrijver. Ik had misschien gehoopt dat mijn roman in mijn filosofische, politieke werk zou vallen. Dat ­sperma­donatie, een van de thematieken in mijn roman, tot een debat had geleid en De vrouw die misschien zelfs ook als non-fictie zou worden beschouwd. Maar het werk is niet op dat niveau geland. Misschien komt dat ooit nog.”

Het is tijd voor koffie. Of ze ook deca heeft, vraagt Simone van Saarloos aan gastvrouw Shannah. Nee, zegt Shannah. “Deca bestaat niet.” O, klinkt het tegenover ons. “Ik serveer altijd espresso’s, die bevatten het minste cafeïne”, vervolgt de gastvrouw. “En als je toch wakker ligt vannacht, mag je me zeker een sms sturen, zodat ik het weet. Dat zeg ik tegen al mijn klanten, en ik heb nog nooit een sms ontvangen.”

Van Saarloos lacht. “Nou, het is wel een goeie manier om je nummer te verspreiden.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234