Maandag 18/11/2019
Faroek Özgünes: ‘Ik ben aan het overwegen om mijn naam te veranderen.’

Interview Vragen van Proust

Faroek Özgünes: ‘Zes maanden lang heb ik met mijn moeder in een kelder geleefd’

Faroek Özgünes: ‘Ik ben aan het overwegen om mijn naam te veranderen.’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zevenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: VTM-journalist Faroek Özgünes (55).  Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

LUISTER HIER NAAR ‘DE VRAGEN VAN PROUST’ MET FAROEK ÖZGÜNES:

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik word dit jaar 56, maar in mijn hoofd ben ik eigenlijk nog altijd een heel nieuwsgierige student, die heel veel volgt en nog altijd verrast en verbaasd wordt. Ik probeer veel verder te kijken dan mijn domein justitie. Ik probeer me te verdiepen in technologie, programmeren, artificial intelligence, cryptomunten. In dat opzicht voel ik me nog altijd dezelfde jongeman van pakweg 20, 21, die heel openstaat voor alles wat er gebeurt in de wereld. En die eigenlijk nog een beetje zijn weg aan het zoeken is. Ik ben in mijn carrière een bepaald pad ingeslagen, maar wil mij daartoe niet beperken.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Nieuwsgierigheid. Willen weten hoe iets precies in elkaar zit. Ik word heel snel getriggerd.

“Toen ik acht jaar was, is mijn moeder hertrouwd met Julien, een Vlaming die ze had leren kennen in de Monroe-fabriek in Sint-Truiden. Een heel lieve man voor ons, maar iemand die maar tot zijn 14de naar school was geweest. Op dat moment heeft zij gebroken met Turkije, en de Turkse cultuur volledig overboord gegooid. Wij spraken thuis geen Turks meer, want haar nieuwe man zou ons toch niet begrijpen.

“Dat had natuurlijk een enorme impact op mij. Elke dag haalde Julien Het Nieuwsblad in huis voor de sportpagina’s. Dat contact met die krant is cruciaal geweest. Dat papier aanraken, naar de prentjes en cartoons kijken, die rubriekjes ontcijferen, informatie ontdekken. Op die manier creëerde ik mijn eigen wereldje. In zekere zin heb ik voor een stuk mezelf opgevoed. Want hulp bij het studeren konden mijn ouders mij niet geven.

BIO

• geboren in Ankara (Turkije) op 28 november 1963

• Vlaamse tv-presentator, VTM-journalist

• studeerde journalistiek en vertaler-tolk

• ging in 1991 aan de slag bij VTM NIEUWS

• was lang nieuwsanker

• specialiseerde zich in justitie

• ging in 2008 Telefacts Crime presenteren, later Faroek

• schreef boeken over de ‘parachutemoord’ (2010) en de ‘kasteelmoord’ (2017)

• woont in Putte, is vader van twee kinderen

“Pas in het middelbaar bleek dat ik in mijn eerste levensjaren een serieuze taalachterstand had opgelopen. Ik was geslaagd voor alle vakken, behalve voor Nederlands, en kreeg daarom een C-attest. Ik moest naar het beroeps. Zo verzeilde ik in een identiteitscrisis. Wie was ik? Was ik nu Turk of Vlaming? Wat was mijn taal? En vooral: waar lag mijn toekomst? In Vlaanderen of in Turkije? Toen heb ik de keuze gemaakt: hier hoor ik thuis. De hele zomer lang heb ik als een gek Nederlands gestudeerd. Ik heb mijn jaar opnieuw gedaan en was geslaagd. Daarna ben ik vertaler-tolk en journalistiek gaan studeren omdat ik mijn eigen verhalen wilde schrijven. Om maar te zeggen: van mijn zwakte heb ik mijn sterkte gemaakt. Ik ben er sterk van overtuigd dat je jeugd je markeert. Daar ligt volgens mij de kiem van wie je bent en waar je naartoe wilt met je leven.”

3. Wat is uw passie?

“De waarheid achterhalen. Journalistiek is voor mij een way of life, een manier om in de wereld te staan, haar te interpreteren en weer te geven. Nieuwsgierigheid alleen is niet voldoende. Als journalist moet je de onweerstaanbare drang hebben om je verhaal ook nog eens aan iedereen te willen vertellen.

“In het begin van mijn carrière heb ik wel duidelijk aangegeven: ik ben een generalist, ik heb een heel brede interesse, maar stop me zeker niet in het vakje van allochtone onderwerpen of migratie, dat interesseert me niet. Ik heb nooit een spreekbuis of woordvoerder van migranten willen zijn.

“Mocht ik vandaag een beroepskeuze moeten maken, dan zou ik misschien wel voor rechercheur gaan. Die doet uiteindelijk hetzelfde werk als de onderzoeksjournalist, alleen de finaliteit is anders. Bij de politie leidt dat tot een proces en een veroordeling, bij ons leidt dat in het beste geval tot een goed verhaal. Op dat vlak ben ik heel oldskool. Ik moet het hebben van persoonlijke contacten. Als ik informatie wil loskrijgen, spreek ik met mensen af, soms op geheime plaatsen. Ik geloof heel sterk in de kracht van menselijk contact. Voor een nieuwe generatie journalisten daarentegen bestaat iets niet als het niet te vinden is op Google.”

‘Met mijn vader heb ik nooit een goede band gehad. Ik wist zelfs niet dat hij gestorven was.’ Beeld Stefaan Temmerman

4. Hoe was de band met uw ouders?

“Mijn ouders waren Turkse gastarbeiders. Mijn vader kwam uit een heel arm milieu en had Turkije verlaten om hier te komen werken. Mijn moeder is hem gevolgd omdat ze in Turkije onderdrukt werd en geen toekomst had.

“Met mijn vader heb ik nooit een goede band gehad. Hij was een gewelddadige man, dat is ook de reden waarom mijn moeder van hem gescheiden is. Zodra ik meerderjarig was, heb ik alle contact met hem verbroken. Ik wist zelfs niet dat hij gestorven was; pas een tijdje later kreeg ik dat via de notaris te horen. Eigenlijk had ik ooit wel de confrontatie met hem willen aangaan. Het echte vader-zoongesprek over wat er allemaal fout zat, is er nooit geweest, en dat vind ik wel jammer.

“Mijn moeder is altijd mijn rolmodel geweest. Zij heeft mij de juiste weg gewezen. Maar je bent natuurlijk altijd een kind van je opvoeding. Zeker op jonge leeftijd had ik het gevoel: zo’n toekomst wil ik niet, ik wil hieruit.

“De ouders van mijn moeder waren zo arm dat ze haar hebben afgestaan aan een ingenieursgezin, waar ze behandeld werd als een soort Assepoester. Zij was het hulpje, terwijl haar stiefbroers allemaal gingen studeren. Alle kennis die zij vergaard had, kwam via haar broers. Daarom zei mijn moeder altijd: ‘Jij moet studeren. Want als je niet studeert, kijk naar mijn situatie, dan zit je vast.’ Dat is de enige boodschap die ik eigenlijk meegekregen heb.

“Ik ben nooit op zoek gegaan naar mijn Turkse roots. Turkije is het land van mijn ouders, ik ben daar geboren maar heb er totaal geen band mee. Ik ben zelfs aan het overwegen om mijn naam te veranderen. Mijn officiële Turkse naam is Ömer Faruk, terwijl ik al van kinds af Faroek gebruik, zonder poespas, met een oe, zoals je het uitspreekt. Dat komt natuurlijk niet overeen met mijn identiteitskaart of mijn perskaart, wat weleens gedoe geeft als ik me moet laten accrediteren of als ik moet vliegen, dus ik wil daar van af.

“Mijn kinderen hebben beiden de Belgische nationaliteit. In de ogen van Turkije heb ik geen kinderen. Ik ben ze namelijk niet gaan aangeven op het consulaat. Als zij ooit de Turkse nationaliteit willen, dan moeten zij die zelf aanvragen, maar zij moeten wel beseffen dat zodra je die hebt, dat voor het leven is. Mijn zoon zal onmiddellijk zijn legerdienst in Turkije moeten vervullen. Daarom zal ik die beslissing niet in hun plaats nemen. Ik praat ook nooit Turks met hen. Ik ben Vlaams en wil gewoon opgaan in de Vlaamse cultuur.”

5. Welke episode uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“Mijn hele jeugd, de hele weg die ik afgelegd heb om mijn eigen identiteit te vinden. Zeker omdat mijn kinderjaren vrij turbulent waren. Om een voorbeeld te geven: toen mijn ouders nog samen waren, gingen we elk jaar met de auto op vakantie naar Turkije. Vier dagen onderweg door Joegoslavië, Bulgarije en dan via Edirne naar Ankara. Op een van die reizen is het tot zo’n hevige uitbarsting gekomen tussen mijn ouders dat mijn vader ons gewoon heeft achtergelaten en teruggekeerd is naar België.

“Daar zaten we dan, zonder papieren. Mijn moeder met twee kleine kinderen. Zes maanden hebben we daar in een kelder geleefd omdat we niet meer weg raakten. Recht tegenover het mausoleum van Atatürk. Uiteindelijk heeft het consulaat ons geholpen om terug te keren naar België, maar op een of andere manier heeft die episode mij wel gemarkeerd.”

Beeld Stefaan Temmerman

6. Is het leven voor u een cadeau?

“Tot nog toe zijn mijn vrouw en ik gespaard gebleven van grote rampen, familiedrama’s of trauma’s. Elke dag zijn we dankbaar dat we hebben wat we hebben, dus in die zin: ja.”

7. Welke geluksscore zou u zichzelf geven?

“Zeker geen tien, hè. De vraag is: wat is geluk? Voor mij is geluk de afwezigheid van spanningen en problemen. Geluk is voor mij gewoon onbezorgdheid. Het omgekeerde van wat ik in mijn jeugd heb gekend. Ik wil dat mijn kinderen opgroeien in een stabiel, rustig, noem het ‘saai’ gezin. De belangrijkste rol in mijn leven is zorgen dat mijn kinderen niet hoeven mee te maken wat ik zelf heb meegemaakt. Hen een veilige omgeving bieden, voorspelbaar en windstil.”

8. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Niet in de file moeten staan.” (lacht)

9. Wat is uw zwakte?

“Dat zou je mijn vrouw moeten vragen. Zij onthoudt zulke dingen. (lacht)

“Ik denk dat ik mezelf soms verlies in details wanneer ik iets tot op het bot wil uitzoeken. Dat leidt me weleens af van mijn doel.”

10. Wat is uw grootste angst?

“Als je jong bent, dan is je grootste angst dat je zelf doodgaat. Als je ouder bent en je hebt kinderen, dan is je grootste angst dat er iets met je kinderen gebeurt.”

11. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik huil zelden. Alleen tijdens een ontroerende film zal ik eens een traan wegpinken in de hoop dat niemand het ziet. De laatste keer was tijdens Jerry Maguire. ‘Huil jij, papa?’, vroegen de kinderen. ‘Euh, nee hoor.’” (lacht)

12. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Toen iemand die problemen had met mijn berichtgeving een persoonlijk aan mij gerichte brief liet afgeven op de redactie, waarin hij dreigde stappen te ondernemen. Ik stond echt op ontploffen. Ik vind dat je je als journalist nooit onder druk mag laten zetten, dat is iets waar ik echt niet tegen kan. Als journalist moet je altijd de vrijheid hebben om je job naar behoren te doen, los van druk van buitenaf. Als ze mij proberen te chanteren of vat proberen te krijgen op wat ik doe, word ik echt kwaad.”

Beeld Stefaan Temmerman

13. Welke film zou u iedereen aanraden?

“Hm, ik heb net een aanvraag gekregen van een productiehuis dat de filmrechten van mijn boek De kasteelmoord wil kopen. We zullen wel zien of het iets wordt. Indien wel, zou ik zeggen: ga zeker kijken.” (lacht)

14. Waar hebt u spijt van?

“Dat ik op 2 januari 2010, de dag waarop in Loksbergen (Halen) de uitgebrande auto van de vermoorde Shana Appeltans en Kevin Paulus werd aangetroffen, niet aangebeld heb bij Ronald Janssen, de buurman van Shana. Toen ik van de redactie vertrok, dacht ik: hoe gaan we dit aanpakken, want dit is eigenlijk al oud nieuws. Laten we gewoon wat met de buurtbewoners gaan praten en wat straatinterviews afnemen, we zien wel wat het oplevert. Maar toen we daar aankwamen, zagen we Caroline Van den Berghe (VRT-journaliste, red.) samen met een cameraman voor het huis van de ouders van Shana staan. Die mensen gaven een interview! Dus we wachtten onze beurt af, spraken de ouders van het slachtoffer, en hup, we hadden ons verhaal.

“Ik heb altijd gedacht: stel dat Caroline daar niet stond, dan had ik al die huizen afgebeld en was ik ook bij buurman Ronald Janssen terechtgekomen. Volgens een van de speurders stond Janssen te trillen op zijn benen toen ze de eerste keer bij hem aanbelden, maar toen wisten ze nog niet dat hij de dader was. Ik had hem graag willen interviewen. Welke indruk zou hij op mij gemaakt hebben? Zou ik hem verdacht gevonden hebben? Zou hij spontaan iets gezegd hebben? Dat had ik toch wel graag willen meemaken, maar het is anders gelopen.”

15. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Nee. Ik ben nogal down-to-earth. Op mijn identiteitskaart staat dat mijn geloof islamitisch is, dat is d’office zo in Turkije, maar ik ben niet godsdienstig opgevoed. Ik ben totaal areligieus.”

16. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Nja. (lacht) Ik ben 55. Vorige week ben ik geopereerd aan m’n oog. Cataract. Hoe noem je dat? Een ouderdomskwaal, zeker? Maar voor de rest mag ik niet klagen. Ik verzorg mijn lichaam. Thuis heb ik mijn eigen fitnesskamer en in de tuin heb ik een klimrek om mij op te trekken. Ik let op mijn voeding en drink amper alcohol. Dat helpt.

“Ik heb ook altijd goed gesmeerd (lacht), nog voor er een mannenlijn bestond. Mijn moeder werkte als kuisvrouw in een apotheek en bracht geregeld producten van Vichy mee. Je moet je uiterlijk goed verzorgen, zei ze altijd. Ik ben dat blijven doen.”

Beeld Stefaan Temmerman

17. Wat vindt u erotisch?

“Is dat zo’n billen-en-borstenvraag? (lacht) Wat echt erotiseert, dat weet ik niet, misschien ben ik daar te nuchter voor.”

18. Wat is uw goorste fantasie?

“Dat ga ik jullie zeker vertellen, ja. (lachje) Maar eigenlijk ben ik geen man van uitersten en excessen. Ik denk dat ik vrij mainstream ben.”

19. U belandt in de gevangenis, wat zou de reden kunnen zijn?

“Ik ben al verschillende keren in de gevangenis beland, zelfs in Guantanamo Bay, maar ben altijd weer buiten geraakt. (lacht) Ik ken de binnenkant van een gevangenis en dat is de laatste plaats waar je wilt zijn. Vijftien jaar geleden hebben we verhalen gebracht over de gevangenis van Sint-Gillis, waar ze met vier in één cel voor twee personen zaten, met matrassen op de grond en een pot achter een paravent om je behoefte in te doen. De situatie is er niet op verbeterd. Vreselijk.”

20. Bent u een goede vriend?

“Ik moet zeggen dat mijn beste vrienden vooral collega’s zijn. Je kent elkaar door en door en kunt op elkaar rekenen als er iets scheelt. Met mijn jeugdvrienden heb ik geen contact meer, wat ik wel jammer vind. Iedereen heeft zo zijn eigen leven.”

21. Hoe definieert u liefde?

“Als een kwestie van aanvoelen en aanvullen. Op sommige vlakken zitten mijn vrouw en ik volkomen op dezelfde golflengte, op andere zijn we elkaars tegenpolen, vooral karakterieel dan. Ik verlies weleens mijn geduld tegenover de kinderen.

“Ik ben al eens getrouwd toen ik pas bij VTM begonnen was. Met een studiegenote. Ik ben een beetje onnadenkend in een huwelijk gerold. Een jaar later was ik gescheiden. Tien jaar lang heb ik als vrijgezel geleefd en me volledig op mijn carrière gestort. Tot ik op een feestje mijn huidige vrouw leerde kennen. Het klikte meteen. Ik had ook de behoefte om een evenwichtiger leven te gaan leiden. Het voordeel van laat papa worden is dat ik nooit tussen werk en gezin heb moeten kiezen.”

22. Hoe hebt u uw eerste liefde ervaren?

“Mijn eerste liefde was een Hollandse. Ik was toen 16 en had haar leren kennen op camping Het Heidestrand in Zonhoven, waar we jaarlijks naartoe gingen. Nu goed, ik heb ze daarna nooit meer teruggezien. Ik moet zeggen, als tiener was ik helemaal niet aantrekkelijk hoor. Ik had een hele zware bril, min acht en min negen of zo, en lang haar. Of ze toen mijn hart gebroken heeft? Ik denk dat ik dat verdrongen heb.” (lacht)

Beeld Stefaan Temmerman

23. Hoe zou u willen sterven?

“Niet in een verkeersongeval, dat zou ik heel stom vinden. En ik zou ook liever geen honderd worden. Je moet zo lang mogelijk gezond blijven, maar het leven rekken om te rekken, neen.

“Mijn moeder is vrij onverwacht overleden. Ze lag in het ziekenhuis, ik ben haar gaan bezoeken en de volgende dag was ze dood. Da’s raar, hoor. Je neemt afscheid, ‘tot morgen’, maar er is geen morgen meer. Anderzijds, maandenlang liggen doodgaan lijkt mij ook geen aangenaam vooruitzicht. Ik weet het niet.

“Ik ben er ook nog niet uit of ik begraven of gecremeerd wil worden. Mijn vader is begraven, mijn moeder is gecremeerd. De as van mijn moeder hebben we onder een boom in de tuin begraven. De oma-boom. Ondertussen is de tuin helemaal opnieuw aangelegd, ik weet niet of oma er nog ligt, maar symbolisch is ze nog altijd bij ons. (lachje)

“Mijn laatste avondmaal? Ik heb niet veel van de Turkse cultuur overgehouden, de taal spreek ik slecht, maar de liefde voor de Turkse keuken heb ik wel van mijn moeder geërfd. Geef mij dus maar Turkse ravioli.”

24. Wat zou u nog willen realiseren voor het te laat is?

“Een cold case oplossen, zoals de zaak van Peter De Vleeschauwer (rijkswachter uit Lokeren die in 1996 vermoord is, red.) of het mysterie van de Bende van Nijvel. Ik heb een heel sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ik kan niet aanvaarden dat een misdaad ongestraft blijft. Zulke hardnekkige zaken laten mij niet los.”

25. Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“Weet je, toen ik in 1991 begon bij VTM NIEUWS, beleefde het Vlaams Blok zijn doorbraak en nam Paul Goossens ontslag als hoofdredacteur van De Morgen, omdat het succes van extreemrechts zogezegd de schuld van de media was, die het Blok niet genoeg aan de schandpaal hadden genageld.

“Nu, dertig jaar later, wordt er constant gepraat over de opgang van Vlaams Belang en extreemrechts, maar eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. Alles komt gewoon terug. Dat stelt mij teleur. Je zou denken dat de beschaving er de afgelopen dertig jaar op is vooruitgegaan, maar het tegendeel is waar. De verrechtsing is drie decennia geleden al ingezet. Dat ben ik mij nu pas, met de afgelopen verkiezingen, gaan realiseren.”

26. Is de mensheid op de goede of de slechte weg?

“Ik denk niet dat we op de goede weg zijn, neen. Dat kun je toch niet beweren?”

27. Wat is de titel van uw biografie?

“Ik heb een hele knipselmap. Mijn moeder is daarmee begonnen. Ze kocht alle boekskes waarin ik verscheen in tweevoud: het ene om te bewaren, het andere om het artikel uit te knippen. Maar ga ik daar ooit iets mee doen? Ik denk het niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234