Zondag 29/03/2020

Verzamelwoede

Extreme verzamelwoede in Vlaanderen: ‘Schrijnende toestanden die niemand ziet’

(Archiefbeeld) Een Nederlandse man met verzamelwoede (m.) moet worden geholpen bij het opruimen van zijn huis. Beeld Marcel van den Bergh

Een vloer die niet te zien is, deuren die amper open kunnen. Dagelijkse strooptochten naar de kringwinkel én boze familieleden, buren of huisbazen door ratten, brand- of instortingsgevaar. Ook achter Vlaamse gordijnen is extreme verzamelwoede een niet eens zo heel zeldzaam feit. ‘Om bij twee stoelen te raken, had een man in een zee van spullen twee smalle paadjes gemaakt.’

“Al jaren kan ik mijn kinderkamer niet binnen. Ook daar staan spullen van mama”, zegt Eva (34). “Eindeloos veel gerief in zakken en dozen, soms op een hoop. Kleren. Juwelen. Honderden shampooflesjes. Tientallen broodroosters. Voor mijn vader werd het zo onleefbaar dat hij drastische maatregelen nam. Toen mijn moeder eens een weekje weg was, liet hij een opruimdienst komen. Ik twijfelde. Zou ze dat wel aankunnen? Was het niet beter haar erbij te betrekken? Uiteindelijk is vijf ton rommel uit ons huis gehaald. Hier en daar was ongedierte gevonden.”

Maar zoals Eva vreesde, raakte haar moeder bij haar terugkeer compleet van slag. “Ze begon meteen te jammeren over een welbepaald rokje. Sindsdien gaat het niet zo goed met haar. Ze schaamt zich. Ze wordt wel opgevolgd door een psychiater en neemt antidepressiva, maar haar tochten naar de kringloopwinkel zijn herbegonnen. Het huis vult zich opnieuw. Onlangs maakte ze een zware val omdat ze met een grote zak spullen sleepte en struikelde. Ze hield er serieuze letsels aan over.

Eva’s verhaal lijkt uitzonderlijk, maar ook in ons land ‘hoarden’ meer mensen dan je zou denken. In de Canvas-reeks Gentbrugge bijvoorbeeld, vanavond op tv,  voert reportagemaker Joris Hessels zijn naamgenoot Joris op, een sympathieke jongeman die werkt in een beschutte werkplaats en erg moet opletten dat hij niet al zijn centen aan cd’s spendeert, of dat hij de muren niet bomvol pleistert met krantenknipsels. 

(Archiefbeeld) ‘Dat er hulp zou komen en ze spullen zouden moeten wegdoen, is voor deze mensen hun ergste nachtmerrie.’Beeld Marcel van den Bergh

Zoals Joris en de moeder van Eva zijn er dus wel meer Vlamingen. Veel meer.  “De cijfers variëren van anderhalf tot zes procent van de volwassen bevolking”, zegt psychiater Nathalie Vanderbruggen (UZ Brussel). “Die grote vork geeft weer dat het een verborgen fenomeen is, want deze mensen willen niet geholpen worden. Dat er hulp zou komen en ze spullen zouden moeten wegdoen, is net hun ergste nachtmerrie. Pas wanneer de buren, de huiseigenaar, de brandweer of de familie protesteren omdat er overlast is, komt de situatie aan het licht.”

Omdat het zo verborgen blijft, leven er nogal wat misverstanden.

Zo is een hoarder geen liefhebber die pakweg honderden barbies verzamelt omdat hij zo van barbies houdt en alles van Barbie kent. “Hoarden is zich erg hechten aan veel uiteenlopende spullen zonder veel waarde”, zegt Vanderbruggen. “Zich met spullen omringen voelt veilig. Men klampt zich eraan vast omdat de rest van het leven onveilig voelt of ooit voelde.”

De aandoening is ook niet statusgebonden. Rijke hoarders kunnen het echter nog beter verbergen omdat ze vaak huiseigenaar zijn. “Ik ken er ook die een extra garage of huis kopen”, zegt Vanderbruggen. 

Signalen

Hoe verborgen het fenomeen ook is, sommigen herkennen de signalen. Kristina en Ria, bijvoorbeeld. Zij zijn preventief woonbegeleiders bij het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) Oost-Brabant. “Gordijnen die altijd dicht zijn”, zegt Ria. “Of meer vliegen die rond dat ene huis vliegen in de zomer. Mensen die geregeld met enorme tassen door de stad lopen. Wij zien het.”

Niet dat Ria en Kristina dan zomaar binnenvallen. Als ze hoarding vermoeden, gaan ze net erg omzichtig te werk. “Sowieso kunnen we pas tussenbeide komen als er klachten zijn”, zegt Kristina. “Het eerste contact is altijd moeilijk, want de schaamte is groot. Iemands vertrouwen winnen kan maanden duren. Soms schuiven we briefjes onder de deur met daarop ons nummer. We laten mensen weten dat ze best met ons spreken omdat ze riskeren uit hun huis gezet te worden. Die dreiging is vaak de enige motivatie om de deur open te doen.”

En dan blijven Kristina en Ria verbaasd over de situaties waarin sommigen verzeild raken. De deur kan vaak nauwelijks open. Overal staan dozen, boeken, kasten, kisten. De woonbegeleiders lopen soms niet op de grond maar op wiebelige lagen van nog meer spullen.

Karel Geerts van opruimdienst De Mieren bevestigt. “Wij zien regelmatig schrijnende toestanden waar niemand weet van heeft. We staan dan letterlijk met de rug tegen de muur. De lagen spullen liggen niet zelden zo hoog dat we ons moeten bukken voor het plafond.”

Preventief woonbegeleiders willen vooral vermijden dat opruimdiensten zoals die van Geerts de boel manu militari komen leeghalen. “Bij ons eerste bezoek nemen wij de aanmelder mee, zodat zij duidelijk kunnen uitleggen wat het probleem is”, zegt Ria. “Zo kunnen we makkelijker een gesprek aangaan over samen opruimen, in de hoop een uithuiszetting te voorkomen.” Door ongedierte, brand- of instortingsgevaar kan het soms niet anders. Uit ervaring weten de preventief woonbegeleiders dat dat bij hoarders tot een grote shock kan leiden. En dat zo het probleem zeker niet verdwijnt, omdat het complexer is dan alleen het huis opruimen.

(Archiefbeeld) Een levenswerk van verzamelen dreigt in de praktijk soms een onoverkomelijke berg rommel op te leveren.Beeld Marcel van den Bergh

Ze denken aan de man die luid jammerend achter de mensen van een opruimfirma liep en iedere doos terug uit de container probeerde te plukken. Of aan de door de oorlog getraumatiseerde man die elk apparaat in tienvoud in huis had uit angst voor een nakende oorlog. Hij viel in een diep gat toen hij uit zijn flat gezet werd en er bij de verhuis veel spullen verloren gingen.

“Dat was pijnlijk, want bij hem was er geen veiligheidsrisico”, zegt Ria. “Al zijn spullen stonden op tafeltjes met wieltjes zodat hij eronder kon schoonmaken. Maar de huisbaas was zo ontzet over zijn enorme verzamelingen ‘gerief’ dat hij hem eruit zette. Hij besefte niet dat dat voor zijn huurder het enige houvast in het leven was.”

Kleine stapjes

Het komt vaak terug: eindeloos veel spullen die voor de meeste mensen weinig betekenis hebben, houden de hoarder mentaal en emotioneel overeind. En net omdat het niet rationeel maar emotioneel is, vergt hoarders helpen engelengeduld. “Na weken overleg over wat misschien weg zou kunnen, is één balpen wegdoen al een enorme overwinning”, zegt Ria. “Kleine stapjes zien en benoemen is in ons werk essentieel. Maar de kans is groot dat je er de volgende week vijf nieuwe balpennen aantreft.” 

Zoals bij de gepensioneerde man die zijn huis had omgetoverd tot een bazaar. Oventjes, stofzuigers, potten en pannen, kleren, servies, koffiezetapparaten, beeldjes, blikken met eten, kerstversiering... Het leek de inboedel van wel tien gezinnen in één huis gepropt. “Om bij de twee stoelen te raken, had hij in de zee van spullen twee smalle paadjes gemaakt”, vertelt Kristina. “Mijn kop koffie stond te wiebelen op de tafel, die bedolven was onder lagen prullen en paperassen. Bij ieder item moest er worden onderhandeld. ‘Dat is toch mooi?’ zei hij dan bij de zoveelste stapel agenda’s. Of: ‘Dat kan nog van pas komen en het heeft niet veel gekost.’ Zijn ouders hadden een kruidenierswinkel. Het was alsof hij die weer tot leven wekte.”

De preventief woonbegeleiders gaven de cliënt kleine opdrachten. Tegen volgende week één doos vullen met dingen die weg mogen en één met dingen die misschien weg mogen, bijvoorbeeld. Pas na jaren was de situatie onder controle. Er kwam wel poets- en gezinshulp. “Omdat het risico op herval sowieso groot is, is zo’n samenwerking met andere diensten aangewezen. Desondanks is de man recentelijk hervallen. Dat huis staat weer stampvol”, vertelt Ria.

Gezinsbreuken

Professioneel opruimcoach Annelies Mentink kan die processie van Echternach niet meer opbrengen. Ze volgde als een van de eerste Vlaamse opruimcoaches een opleiding over hoarding in Nederland. “Ik krijg twee aanvragen per week. Familieleden en gezinshulpen ondersteun ik nog, maar de hulp ter plekke is me emotioneel te zwaar geworden. Dit is een onderkend en erg hardnekkig probleem dat spanningen en breuken in gezinnen veroorzaakt. Professionele begeleiding is essentieel, maar vaak kunnen mensen dat niet betalen of willen ze niet geholpen worden.”

Zoals de vrouw die nadat haar man was gestorven, zijn hele huis volpropte, rommelmarkten ging afschuimen en tussen zijn spullen slaapt. Toen buren klaagden over ongedierte, kwam de politie tussenbeide. Maar ze is huiseigenaar en weigert alle hulp. “Ze wil alleen praten over haar man”, zegt Kristina. “Dus dat doen we. Maar het risico bestaat dat haar huis onbewoonbaar verklaard wordt.”

Of de vrouw die alleen in wegrestaurants met de preventief woonbegeleiders wil afspreken. Want in haar huis raakt je niet binnen en ze slaapt nu in haar auto, een grote Audi. Het is een gedistingeerde vrouw uit de bourgeoisie. Maar sinds een vriend haar zei dat ze met zo’n enorm huis verplicht zal zijn vluchtelingen op te vangen, is ze de hele woonst gaan volstouwen.

“De kindermeisjes in haar jeugd pikten spullen. Haar ouders vingen oorlogsvluchtelingen op die dat naar verluidt ook deden”, zegt Ria. “De uitspraak van haar vriend heeft haar grote angst voor jattende vreemden in huis aangewakkerd. En dus vult ze het tot er niemand meer in kan. Onlangs mocht ik helpen de auto leegmaken. We proberen haar nu warm te maken voor een serviceflat.”

Niet dat een verhuis garandeert dat het hoarden stopt. “Ik zie het vaak genoeg”, zegt ouderenpsychiater Rob Van Buggenhout (UPC KU Leuven). “Dan kun je ook in de bejaardenflat na een tijdje nergens nog zitten.” Bij beschut wonen is de sociale controle wel groot, waardoor het niet meer onveilig uit de hand loopt. Maar de diepere oorzaken worden daarmee niet aangepakt.

Meestal zijn dat trauma’s en verlies zoals een scheiding, een brand, een sterfgeval of een ontslag. Aanleg speelt ook een rol. Mensen met perfectionisme, twijfelzucht en uitstelgedrag zouden sneller vatbaar zijn voor hoarding. 

Wat ook opvalt, is dat hoarding, als het al wordt vastgesteld, vooral bij 55-plussers wordt gedetecteerd. Dat hoarding pas op iets latere leeftijd voorkomt, heeft wellicht te maken met het feit dat het sociale leven dan vaak afkalft. “Veel ouderen leven in eenzaamheid, waardoor de omgeving het probleem pas erg laat ontdekt”, zegt Van Buggenhout.

Geen therapie

Ook bekend is dat extreme verzamelwoede vaak optreedt in combinatie met angststoornissen, depressie en alcoholgebruik. En dat het iets anders is dan ‘obsessief compulsief gedrag’. “In het internationale handboek van psychiatrische aandoeningen, de DSM5, maakte men tot 2013 geen onderscheid”, zegt psychiater Nathalie Vanderbruggen. “Maar wie zes keer checkt of de kraan dichtgedraaid is, doet dat om een angstige gedachte te neutraliseren. De extreme verzamelaar wordt eerder gedreven door positieve gevoelens en de verzameldrang maakt deel uit van de gewone dagelijkse gedachtegang. Angst steekt pas de kop op wanneer men iets dreigt te verliezen.”

Maar een therapie hebben psychiaters nog niet. “Cognitieve gedragstherapie, die bij angst helpt, helpt hier niet”, zegt Vanderbruggen.  Vooralsnog is de stapsgewijze aanpak daarom het meest aangewezen: mobiele psychiatrische teams, OCMW-medewerkers, familie die de hoarder van dichtbij opvolgen en hem of haar beetje bij beetje leren afstand te doen van al die spullen. “Niet bruuskeren, niet oordelen en zorgen dat je deze mensen niet beschadigt, is het belangrijkste”, klinkt het bij opruimcoaches. “Want afscheid nemen van al die spullen geeft hen echt een scherpe fantoompijn.”

(Archiefbeeld) In ons land 'hoarden' meer mensen dan je zou verwachten.Beeld Marcel van den Bergh
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234