Dinsdag 25/06/2019

interview

Eva Mouton over rampspoed in het leven: “Je moet hulp leren aanvaarden”

Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: illustrator-cartoonist Eva Mouton (31). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel me eigenlijk mijn leeftijd momenteel, 31. De eerste helft van mijn twintiger jaren heb ik me zowat te oud gevoeld voor mijn leeftijd. Ik had voortdurend het idee: ik moet hier cool en hip doen, ik moet uitgaan, ik mag niet te veel in mijn zetel ­hangen of gewoon een boekje lezen, ik moet van mijn jonge jaren profiteren. Alsof ik niet leefde als ik gewoon werkte, tekende, op een kalme manier mijn leven leidde. Ik had altijd een schuld­gevoel tegenover mijn vrienden, alsof ik er niet genoeg was, en niet genoeg mijn best deed. Was er iets mis met mij? Toen ik 29 werd, kwam er een soort rust over mij. Iedereen is intussen gesetteld, heeft zijn eigen eilandje en al die eilandjes raken elkaar nu en dan. En dat voelt goed.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik goed kan voelen. En dat ik alle kanten van het leven toelaat. Het leven is niet alleen geluk en streven naar geluk. Het leven is ook ramp­spoed. Als je met die instelling leeft, kun je veel rijker worden in je hoofd. Je kunt veel bij­leren door het ongeluk dat je meemaakt, maar dan moet je wel durven stil te staan bij de dingen. Velen denken dat ze constant sterk moeten zijn, maar ik vind dat je jezelf niet moet forceren. Als je je vandaag niet goed voelt, lukt het morgen misschien wel.

“Met mijn beide voeten in het verdriet springen, dat kan ik wel goed. Vroeger met de echt­scheiding van mijn ouders, nu met de dood van onze twee baby’s. Ik ga geen emoties uit de weg. Want rouw is echt rauw hè. Dat is geen depressie, geen burn-out, dat is niet je volledig vlak voelen. Dat is een heel groot liefdes­verdriet, een heel groot verlangen ook. Heel dubbel allemaal. Want het gekke aan een vroeg­geboorte is: je bent wel degelijk mama en papa geworden. Die geboorte was iets heel feestelijks, want we hadden onze kinderen in onze armen. Ze zijn wel gestorven, maar in mijn hoofd blijft dat een heel mooie dag, heel sereen, heel intens. We hadden ook meteen dat overweldigende gevoel van wow, al die liefde! Zo’n intense vuurpijl vol ­verwondering. Maar na een paar maanden begin je te beseffen: we zijn hier heel hard aan het afdrijven van die feestelijke dag en komen steeds dichter bij het ‘voor altijd’. Want onze kinderen zijn voor altijd weg. Dat is zo’n moeilijke balans. Omdat er iets niet klopt. Ze blijven wel dood.

“Zo heb ik momenten gehad dat ik niet kon verdragen dat ­mensen zeiden dat ik ondanks alles toch moeder was. Hoezo, moeder? Ik ben een ‘werkloze’ moeder, een moeder zonder ­kinderen. Dat is zo moeilijk te vatten. Op 1 november zei mijn moeder: nu moeten we ook stil­staan bij Coco en Mingus, want die zijn ook dood. Zij besefte dat toen pas, een half jaar later. Omdat het gewoon niet klopt. Om je verdriet te verwerken, moet je dus al die tegen­strijdige gevoelens kunnen toelaten.”

Wie is Eva Mouton?

* geboren in 1987 in Waasmunster

* behaalde aan Sint-Lucas in Gent een bachelor in de vrije grafiek en een master in de Illustratie

*  illustrator-cartoonist

* heeft een getekende column – ‘Eva’s gedacht’ – in DS Weekblad en bracht dit jaar het lustrum­boek Het leukste van Eva uit

* maakt ook muur­tekeningen, tekent live en runt een web­shop

* woont samen met partner Bert. In april verloren ze hun tweeling­baby’s Coco en Mingus

3. Wat is uw passie?

“Tekenen, vrees ik. Ik dacht bij mezelf: heb ik geen verborgen passie die niemand kent, buiten tekenen? Neen. Sorry. (lacht) Ik heb geen verfrissend antwoord hierop. Er is niets waar ik me zoveel mee bezighoud als met tekenen, schrijven of mijn ­gedachten ordenen tot iets. Ik doe dat nu tien jaar professioneel en elke dag schep ik er nog plezier in.

“Wat de volgende stap in mijn carrière is? Ik denk een Eva Mou­ton-pretpark. Samen met Marc Coucke, ja. (
lacht) Met Shetland-pony’s.” (richt zich naar dictafoon) Marc, bel me.” (lacht)

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja. Hoe kun je daar nu ‘nee’ op antwoorden? Ik kan mij echt ­verbazen over het feit dat je leven kunt maken en dat iedereen ongeveer op dezelfde manier in elkaar zit. Die verwondering is alleen maar sterker geworden door zelf zwanger te zijn.

“Ik vind elke dag wel een cadeau, ja. Ook de gewone ­basis­routine. Velen denken dat ze er alles moeten uithalen, maar ik vind dat dood­vermoeiend. Je kunt niks nog half doen ­tegenwoordig. Alles moet gemonitord worden in een app en je moet almaar beter worden. Maar wat is er mooier dan iets doen puur voor het plezier?”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“De mooiste dagen zijn de dagen die niet vast­liggen. Je staat op en de dag ligt nog wijd open. Je neemt je fiets, rijdt naar de stad, drinkt alleen een koffie, komt iemand tegen die naar de winkel gaat, je loopt even mee, praat wat, vaart even mee op het leven van de ander, en neemt weer afscheid. Zo’n toevallige reis, dat vind ik altijd heel mooi.”

6. Wat is uw zwakte?

“Bij mij is het heel erg alles of niets. Ik ben zo erg verslaafd geweest aan sigaretten dat ik het halverwege de sigaret al pijnlijk vond dat ze bijna op was en al meteen een volgende wilde opsteken. Ik kan moeilijk maat houden.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Vroeger kon ik een vriendschap die niet meer marcheerde, ­keihard afsluiten. Daar kan ik wel echt spijt van hebben. Soms droom ik er zelfs nog van.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Opgesloten raken in mijn kop. Of psychotisch worden.

“Van nature heb ik al een donkere aanleg en soms voel ik me ­af­glijden. Dat begint dan met chronische hyperventilatie, slechter slapen, mensen ontwijken en dan besef ik: het gaat niet goed met mij. Maar dan praat ik erover en dat helpt. Het is vooral belangrijk dat de ander je gevoel erkent, zo krijgt het lucht.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Vorige week. Toen ik na anderhalf jaar weer binnen­kwam in de yogales en besefte dat ik weer op de plek was waar ik al die tijd zo hard naar had uitgekeken en dat er intussen zo ontzettend veel was gebeurd. Het voelde echt wel als: ik ben er terug.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Na het verlies van de baby’s ben ik de afgelopen maanden wel een paar keer door het lint gegaan. Bert en ik hebben een paar keer zo’n heftige ruzie gehad dat we niet meer in staat waren elkaar te ­vinden. Hoe dichter we probeerden te komen, hoe verder we uit elkaar dreven. We begonnen elkaar verwijten te maken en voelden ons daarna enorm eenzaam in ons verdriet. En als ik me machteloos voel, smijt ik met dingen. Zo heb ik mijn nachtkastje aan flarden gesmeten tegen de deur. En een Kiekeboe volledig verscheurd. ‘De trawanten van Spie’, ik zal nooit weten hoe het afloopt. (lacht) Verdriet vind ik iets heel fysieks. Als het pijn doet, moet het eruit.”

11. Welk kunstwerk heeft een blijvende indruk op u nagelaten?

“In 2008 heb ik een tentoonstelling gezien van Louise Bourgeois (Frans-Amerikaanse kunstenares, 1911-2010, red.) in het Centre Pompidou in Parijs. Los van haar bekendste beeldhouw­werken in de vorm van monumentale spinnen en bronzen fallus­symbolen, hing er ook een collectie voorbereidende schetsen en tekeningen, wat ik altijd heel interessant vind omdat ze inzicht bieden in de denk­pistes van de kunstenaar. En ik herinner me nog heel goed: ik sloeg een hoek om en plots hing daar een tekening van heel ­zorgvuldig ingekleurde scharen waar de gomlijnen nog op te zien waren. Dat vond ik zo’n interessant werk omdat er zoveel bewondering uit sprak voor een alledaags object. Je voelde dat zij dat met heel veel aandacht en toewijding had getekend en dat heeft me voor een deel wel gevormd.”

Beeld Stefaan Temmerman

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Euh neen, sorry. Ik ben nochtans opgegroeid naast een kerk. Het kerkhof lag achter onze tuin. Maar nooit geesten ontmoet, nee.” (lacht)

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Met een grote mildheid. Als tiener­meisje had ik een perfect lichaam, heel sportief, geen grammetje te veel, maar in mijn twintiger jaren is mijn gewicht beginnen te schommelen. Nu sta ik echt wel vrij dik, maar ik gun het mijn lichaam. Met het hele fertiliteits­proces, mijn stresserende zwangerschap en al het verdriet daarna heeft mijn lichaam heel hard afgezien. Ik gun het dus een sneetje ­rozijnen­brood met zoute boter en een schelleke kaas. En nog eentje, en nog eentje. (lacht)

“Ik heb ook het geluk dat mijn lief me graag blijft zien, of ik nu 60 of 80 kilo weeg. Mijn schoonheid hangt voor hem niet van mijn gewicht af, waardoor ik nu ook wel kan genieten van die grotere borsten en zwaardere billen. Ik ben nu weer met yoga begonnen, en voilà, we zien wel.”

14. Wat vindt u erotisch?

“Euhm, ja... Erotisch vind ik echt wel een lelijk woord. Er gaat zo weinig onschuld van uit. ‘Wat prikkelt u’, dat vind ik een betere vraag.

“Wat prikkelt mij? De buiten­lucht, mijn naakte lichaam in water, gras onder mijn blote voeten. Dat geeft mij een gevoel van vrijheid en ontspannenheid dat je niet hebt in het dagelijkse leven. Alle soorten mannen­lichamen ook. Een pezig lichaam waarbij je de spieren onder de huid ziet bewegen. Maar ook een wat dikker lichaam, waarin je thuiskomt als je een knuffel krijgt. Ik kijk ook ontzettend graag naar zwemmers. Hoe ze duiken, hoe ze een paar slagen doen met gesloten benen, hoe hun lichaam door het water glijdt.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Ik heb wel af en toe gore fantasieën. Als mijn lief zo snoezig naast mij ligt te slapen, denk ik wel­eens dat ik hem de keel zou kunnen toeknijpen of zijn ogen zou kunnen uitduwen. Of iemand van ons drieën hier gewoon kan beginnen flippen, stel ik mij nu voor. Ik kan naar de keuken lopen en een vlees­mes nemen en jullie afslachten. Je kunt iemand zomaar kapot­maken. Ik vind het ­eigenlijk zot dat dat niet méér gebeurt. Want we moeten ons allemaal zo hard inhouden om ergens in te passen. Daarom snap ik dat mensen gore fantasieën hebben. Gewoon als uitlaat­klep.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Een snel dier. Een dier dat ergens bovenaan op de ladder staat. Ik zou niet graag een konijn zijn dat gepakt kan worden door een vos. Een cheeta dus, die 120 kilometer per uur kan lopen. Dat lichaam is perfect gestroomlijnd. En die fantastische print, wie heeft dat bedacht? Bestaat er toch een god, misschien?” (lacht)

17. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Goed, eigenlijk. Ik heb altijd heel steunende ouders gehad die steeds in mijn kunnen geloofd hebben en me altijd vertrouwen hebben gegeven. Mijn grotere zus en ik hebben alle kansen ­gekregen om te zoeken en onze talenten te ontwikkelen. Mijn ouders hebben altijd onze eigenheid gerespecteerd. We werden nooit gedwongen om in iets te volharden.

“Met mijn zus heb ik een heel close band. We zijn twee handen op één buik. We zijn heel verschillend, maar dat marcheert goed. Onvoorwaardelijke liefde is een begrip dat zo vaak gebruikt wordt, maar in ons geval is het echt van tel. Voor mijn zwangerschap, midden in het fertiliteits­proces, heb ik eens zo diep gezeten dat ik er niet meer uit raakte. Ik was hysterisch. Bert wist niet wat hij moest doen. Toen hebben we mijn zus gebeld. Ik hoorde nog maar haar hakken in de gang, ze nam me in haar armen en het was in orde. We weten instinctief dat we er altijd zullen zijn voor elkaar.”

18. Hoe definieert u liefde?

“De ander graag zien om wie hij is en hem niet proberen te ­veranderen in iemand die beter bij je past. Elkaar niet in de steek laten als het moeilijk gaat. Niet bang moeten zijn dat de ander weg­gaat. Dat warme gevoel, dat je alleen met familie hebt.

“Moet ik getrouwd zijn om die psychologische ­zekerheid te ervaren? Ah neen! (lacht) Het idee een getrouwde vrouw te zijn kan ik niet aan. Nieje. (lacht) Ik heb veel rollen in mijn leven, als dochter, als zus, als vriendin, als lief, als mama, maar een getrouwde vrouw, neen, ik krijg het zelfs niet over mijn lippen. Het is té burgerlijk. Stop mij in dat instituut en ik voel al dat ik uitwegen zoek. Als een paard dat in een aanhang­wagen wordt geduwd, en achterwaarts begint te trappelen, zo voel ik me als je praat over het huwelijk. Nieje, nieje, laat maar! (lacht)

“Terwijl dat puur in je kop is, hè, want natuurlijk zijn wij in de praktijk getrouwd. Ik ben trouw, hij is trouw. En we zijn nu sinds begin dit jaar wettelijk ­samen­wonend. Dat was al een hele stap.”

19. Bent u een goeie vriend?

“Ik denk dat het wel beter kan. Ik heb het gevoel dat ik niet genoeg geef, niet genoeg investeer en dat komt ook omdat ik mijn werk ontzettend graag doe. Ik kan heel makkelijk alles aan de kant schuiven voor mijn werk. In het begin vond ik dat ontzettend egoïstisch van mezelf, maar ik kan het niet laten.

“Een vriendschaps­relatie vind ik trouwens een moeilijke relatie, omdat er een soort vrijblijvend­heid mee gepaard gaat. Ik vind een liefdes­relatie duidelijker. Bij een vriend vraag ik me vaak af: wat wordt er van mij verwacht? En wat verwacht ik van hem of haar? Ik vind dat moeilijker in te vullen.

Eva Mouton: “ Ik kan heel makkelijk alles aan de kant schuiven voor mijn werk.” Beeld Stefaan Temmerman

“Met de geboorte en het verlies van onze baby’s ­hebben we dat ook wel gemerkt. Voor velen was dat een heel ongemakkelijke situatie. Sommige vrienden hadden het er heel erg lastig mee, maar hadden toch de intentie om te luisteren en ons te helpen. Maar er waren ook anderen die het ongemak volledig uit de weg zijn gegaan en niets hebben laten horen. Ik neem hen dat niet kwalijk. Ik snap hun ongemak, omdat het een heel groot verdriet is.

“Ik snap ook dat mensen zich intussen wat schamen of zich een beetje schuldig voelen en dat ze niet meer een eerste stap durven te zetten. In het begin had ik daar totaal de energie niet voor, maar nu denk ik dat de bal in mijn kamp ligt. Als verdrietige mens heb je ook wel de verantwoordelijkheid om mensen naar je toe te ­trekken. Je moet hulp leren vragen en aanvaarden. Dat helpt om de eenzaamheid van je verdriet te doorbreken.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Traag. Allez, niet traag en pijnlijk (lacht), maar ik zou wel willen weten dat ik ga sterven. Ik zou het heel jammer vinden mocht ik straks op weg naar mijn zus een accident hebben en sterven. Afscheid kunnen nemen is minder traumatiserend. Dat was ook zo met onze baby’s. Er was geen paniek. Wij hebben de tijd ­kunnen nemen om heel bewust, primair afscheid te nemen. Ze zijn gestorven in onze armen. Dat was heel intiem.

“Ook bij mijn opa vorig jaar heb ik de tijd kunnen nemen. Hij is heel, heel langzaam uitgedoofd, waardoor ik bewust een paar keer naar hem toe ben kunnen gaan. Dat is helender. Mijn andere grootvader heb ik verloren op m’n elfde. Hij kreeg een hersen­bloeding, lag een week in coma en toen was hij dood. En dat was zulke paniek. Dat had zo’n verschrikkelijke impact op de familie. Zo moeten heengaan vind ik ondraaglijk. Ik zou alles in orde willen maken, bewust nog wat tekenen of na­laten, en nog wat boeiende gesprekken voeren met de mensen die langs­komen. En dan doodgaan. Maar bij dat sterven zou ik wel niet te veel volk willen. Ik vind dood­gaan iets ontzettend intiems. Ik zou me niet kunnen laten gaan, vrees ik. Ik zou te veel denken: ik moet me hier gedragen, ik mag niet lelijk sterven. (lacht)

“Onlangs zag ik een aflevering van Last Days van Lieve Blancquaert in Cuba, waar ze tussen rekken loopt met kisten vol botten. Dat zou ik dus ondraaglijk vinden, dat mijn lichaam niet in de grond gaat. Je lijf, dat moet weer as worden. Dat moet terug naar de grond. Of naar de zee. Of mee met de wind. Het idee dat je resten daar in een kist liggen, vind ik luguber. Ik wil niet in iets opgesloten zitten, ik wil kunnen versmelten.

“En wat ik zou wensen als laatste avond­maal? Een spiegel­eike of een eike met soldaatjes.” (lacht)

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Moeten vluchten en nergens naartoe kunnen, in kampen terecht­komen en denken dat dat voor een paar weken is en die weken worden maanden en die maanden worden jaren en je zit met zoveel mensen op elkaar en je weet niet wanneer je je familie terug­ziet en je kunt je kinderen geen toekomst geven, en no one cares. Dat lijkt me echt de hel op aarde.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ja. Na die aanslagen ben ik bang geweest en heb ik gevoeld dat ik mensen op openbare plaatsen in het oog begon te houden. Vooral mensen met een koffertje. En natuurlijk haal je er dan een bepaald type uit. Maar is dat niet dezelfde angst­psychose als na Dutroux in de jaren 90? Toen vroegen ouders zich ook af: wie kunnen we nog vertrouwen, kunnen we ons kind nog alleen de straat op sturen? Maar die angst slijt natuurlijk.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Geld is een middel. Je ontvangt het en je geeft het weer af. Ik zit niet in een kramp over geld. We zijn nu een huis aan het ­verbouwen, en als het wat moeilijk wordt, gaan we niet op reis en kopen we geen kleren meer. Je moet ook niet alles tegelijk ­hebben. We hebben een normaal loon, maar ik voel me echt rijk. Ik kan doen wat ik graag doe.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­­herinnering?

“Ik ben eens met mijn toenmalig lief gaan trekken in Andorra. Zeven dagen stappen langs onbemande hutten. Ik was 19 jaar, ongetraind, en had een rugzak van 17 kilo op mijn rug, met al onze proviand erin. Op dag 1 vertrokken we heel vroeg, tegen de hitte. De paadjes waren zo steil dat ik me moest vast­houden aan de wortels van de bomen om niet achterover te kletsen. Om de 20 minuten had ik eten nodig omdat ik door mijn reserves zat en scheel zag. Weer een noten­reep. (lacht) Tegen de middag was het overduidelijk: dít ging echt niet lukken. (lacht) Al ons eten was op en we waren nog maar zes uur onderweg. Dit lag echt buiten mijn mogelijkheden. We zijn dus gestopt in het dichtst­bijzijnde dorp. En het eerste wat ik daar zag, was een gigantische camion van Coca-Cola. (lacht) Ik dacht: eindelijk beschaving! (lacht)

“Ik heb nog wel een paar vakanties gehad die anders uitdraaiden dan verwacht, maar eigenlijk zijn dat de beste verhalen achteraf.” (lacht)

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Ik heb het vreselijk moeilijk met het cynisme van vandaag. Zodra een minderheids­groep opkomt voor haar rechten of haar stem laat horen, waar heel veel moed voor nodig is, is er wel iemand die dat de grond in moet boren. Luister toch gewoon naar elkaar.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden