Vrijdag 15/11/2019

Interview Vragen van Proust

Els Dottermans: ‘Om twee uur ‘s nachts was ik nog aan het huilen’

Els Dottermans: ‘Ik ben heel alledaags en prutserig.’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zevenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: actrice Els Dottermans (55). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

Luister hier naar ‘De vragen van Proust’ met Els Dottermans:

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik kan me niet echt met mijn leeftijd associëren. Ouder worden is een heel vreemd gegeven voor mij. Het zit nog niet in mijn hoofd. Mijn absolute leeftijd moet een jaar of dertig zijn, het moment waarop ik me in zekere zin bewust werd van de tijd nadat ik mijn broer verloor. Op dat kantelpunt besefte ik dat het leven zich niet alleen afspeelde in het hier en nu, maar dat er ook een verleden en een toekomst was.”

2. Is het leven voor u een cadeau?

I count my blessings, ook al zijn er rampen gebeurd in mijn leven. Mijn broer heeft zelfmoord gepleegd toen ik eind twintig was. Toen heb ik beseft dat het leven voor sommigen absoluut geen cadeau is. Als iemand zelfmoord pleegt, laat hij een krater na in het leven van de overblijvers, zonder dat hij zich daarvan bewust was, want anders was het nooit gebeurd. Er moet iets aanwezig geweest zijn dat sterker was, dat hem heeft doen beslissen om op te houden met leven. 

“Intussen zijn ook mijn ouders gestorven. Je vader of moeder verliezen op latere leeftijd is iets anders dan je broer verliezen aan zelfmoord of een goede vriend aan kanker. Het zijn allemaal andere soorten van verdriet. Maar ze horen allemaal bij het leven. Hoe je daarmee moet omgaan, weet ik niet, maar je moet verder.

“Ik probeer de deugd optimisme hoog in het vaandel te dragen. Ik probeer echt te zien dat het glas halfvol is en niet halfleeg. Ook maatschappelijk. Ik denk dat het belangrijk is te beseffen wat we allemaal hebben en daar kracht uit te putten om het gevoel van machteloosheid wat te neutrali­seren.”

BIO

• geboren in Leuven op 16 mei 1964

• theater-, film- en televisieactrice

• speelde bij de Blauwe Maandag Compagnie o.a. in De meeuw en Ten oorlog

• sinds 2005 verbonden aan NTGent

• op groot en klein scherm bekend van o.a. De zaak Alzheimer, Dennis van Rita, ‘Moeder, waarom leven wij?’, Witse, Aspe, Tytgat Chocolat en Loslopend wild

• getrouwd met Nederlands acteur Han Kerckhoffs, met wie ze twee zonen heeft

3. Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“Ik geef me toch een goeie 8. Ik heb de mogelijkheid gekregen om te ontdekken waar mijn talent ligt én ik heb het kunnen ontplooien. Ik heb op die weg ongelooflijke mensen ontmoet en mooie dingen meegemaakt. Ik heb een prachtige man, twee leuke gezonde kinderen. Ik hou nog altijd van mijn werk, ik heb een dak boven mijn hoofd, ik lijd geen honger.

“Ik heb een vrij goede intuïtie voor geluk. Ik voel goed aan waar ik thuishoor, waar ik blij van word. Dat is een talent van mij.”

4. Wat is uw passie?

“Passie in de zin van ‘heel graag doen’: lezen, koken, zingen.”

5. Wat zou u nog willen realiseren?

“Ik zou weleens willen onderzoeken welk talent ik verder zou kunnen ontwikkelen. Mocht ik naar de universiteit gegaan zijn, wat zou er van mij geworden zijn, vraag ik mij soms af. Niet dat ik spijt heb van mijn keuze, maar gewoon uit pure curiositeit.”

6. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik ben een doorzetter. Als ik ergens aan begin, maak ik het af. Dat kan zeer positief zijn, maar ook heel vervelend. Een slecht boek bijvoorbeeld: dat zal ik altijd uitlezen, ik kán dat gewoonweg niet afbreken. Hoe raar is dat nu?

“In Loslopend wild (komisch Eén-programma, red.) heb ik ooit een sketch gespeeld van een vrouw in haar trouwjurk die beneden begint op te ruimen en boven op het dak eindigt om een wespennest uit te branden. In zo’n situatie waar maar geen einde aan komt, zou ik ook kunnen verzeilen. Ik moet van tevoren dus goed weten waaraan ik begin, want ik zal het hoe dan ook willen afmaken. Die eigenschap heeft mij geen windeieren gelegd, maar soms denk ik toch: kom, wees niet zo halsstarrig.”

‘Mijn drammerigheid kan soms verlammend werken voor anderen. Ik heb heel weinig geduld. Ik vind dat een lelijke eigenschap.’ Beeld Stefaan Temmerman

7. Wat is uw zwakte?

“Mijn drammerigheid kan soms vervelend zijn of verlammend werken voor anderen. Ik heb heel weinig geduld. Soms snel ik de dingen voorbij, heb ik iets niet gemerkt, niet aangevoeld. Ik vind dat een lelijke eigenschap.

“Tijdens de repetities van Moeder, waarom leven wij ging Dora van der Groen telkens als ze niet aan de beurt was wat tai chi praktiseren op de parking. Daar stond ze dan, in dat oude kostuum, en moest ik haar gaan halen. Ik durfde haar nauwelijks te onderbreken en zei: ‘Euh, Dora, we moeten...’ En dan deed ze zo (maakt draaibeweging): ‘Knip!’ En dat was het. Dat zou ik ook willen kunnen: de dingen wegknippen uit mijn hoofd! Dat is iets waaraan ik met alle middelen probeer te werken. Ik heb ooit een soort Indiase ademhalingscursus gevolgd: prachtig was dat, maar ik werd er alleen maar zenuwachtig van. Van alles heb ik al geprobeerd, maar ik heb nog niets gevonden wat mijn hoofd kan leegmaken.”

8. Bent u een goede vriend?

“Ik zit in een milieu waarin vriendschap onderhevig is aan het moment van het samenzijn. Een productie gevolgd door een tournee neemt zo’n vier à vijf maanden in beslag, waarin je van ’s ochtends tot ’s avonds samen bent; daarna verlies je elkaar uit het oog. Dat is niets om verdrietig om te zijn, zo werkt dat nu eenmaal bij ons. Dat heeft geen, hoe zal ik het zeggen, meer- of minwaarde. Ik heb uiteraard ook vriendschappen buiten het theater en die zijn stabieler. Als de vriendschap wederzijds is, ben ik in se wel een trouw iemand.”

9. Hoe was de band met uw ouders?

“Wij zijn opgegroeid in een omgekeerde wereld: mijn moeder werkte fulltime als verpleegster, mijn vader was kunstenaar en zorgde voor de kinderen.

“Op een gegeven moment ging het mis tussen mijn ouders en zijn ze uit elkaar gegaan. En dan was er de zelfmoord van David. Dat zijn heel zware tijden geweest. Intussen zijn ze nu al vier en zeven jaar dood en hoe langer ze weg zijn, hoe meer ik denk: ik heb zulke liefdevolle ouders gehad. We zijn in de eerste plaats uit liefde op de wereld gezet, wat al een ongelooflijk goed startpunt is. Als je uit liefde geboren bent, heb je al 50 procent. En ook al was onze opvoeding nogal chaotisch, er was veel plaats voor humor en creativiteit.

‘Ik heb mijn moeder lang kwalijk genomen dat ze zich zo in haar verdriet liet gaan.’ Beeld Stefaan Temmerman

“Alles wat misgegaan is, heb ik hen intussen al vergeven. Na de dood van mijn broer is mijn moeder zwaar aan de drank geraakt en ettelijke keren in de psychiatrie beland. Ik heb haar lang kwalijk genomen dat ze zich zo in haar verdriet liet gaan – haar andere kinderen en haar kleinkinderen waren er immers ook nog. Maar ze was niet meer in staat om te geven. Intussen kan ik dat in perspectief plaatsen. Ik kan met dankbaarheid terugdenken aan de manier waarop ze alleen voor vijf opgroeiende, puberende kinderen heeft gezorgd. Ik kan haar nu herinneren als een heel moedige, mooie vrouw, met een groot gevoel voor schoonheid en esthetiek. Dat oog voor detail, ik ben blij dat ik dat heb meegekregen van haar.

“Mijn vader was een heel sociale, leuke, mooie man. Hij heeft heel lang op een voetstuk gestaan, maar is er afgetuimeld toen hij ons gezin verliet en zijn verantwoordelijkheid niet meer opnam. Hij was een echte Peter Pan. Aan het einde van zijn leven heeft hij heel veel goedgemaakt door zijn fouten in te zien en erover te praten. Voor de serie Mijn vader heeft Phara de Aguirre ons drie dagen lang geïnterviewd. Dat was een groot cadeau. Wie praat er nu drie dagen met zijn vader, dat doe je niet, hè. Het leek wel een therapeutische sessie, op een mooie manier. Dat hoofdstuk is dus goed afgesloten.”

10. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Hm, alles wat lukt. (lacht) Als ik iets moet opzoeken op de computer en dat lukt. Ik ben heel alledaags, prutserig. Ik kan blij worden van een proper huis. Mijn dag zit vol schoonheid, ja, als ik het wil zien, als ik goedgezind ben. Ik heb nogal wat last van mood swings. (lachje) Dat heeft ook een beetje met de overgang te maken. Het kan weleens van nul naar negen en van negen naar nul schieten bij mij. Mijn jongens kunnen daar heel hard om lachen, zij weten precies op welk nummertje moeder zich bevindt. Maar het wordt beter. Zegt de gynaecoloog. (lacht)

11. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ga niet door het lint, ik implodeer. Als ik echt kwaad ben, kan ik makkelijk een week zwijgen. Dan is het alsof mijn kaken dichtgeschroefd zijn. Kwaad zijn heeft alles te maken met het feit dat je zelf gekwetst bent, denk ik. Je bent niet kwaad op de ander maar op jezelf, en je moet een toegeving doen, wat heel confronterend kan zijn.”

12. Waar hebt u spijt van?

“Ik vind het spijtig dat ik geen dochter heb. Ik heb er absoluut geen spijt van dat ik twee zonen heb, laat dat duidelijk zijn, maar uit nieuwsgierigheid had ik toch graag geweten wat het is om moeder te zijn van een meisje.”

‘Ik huil niet snel van verdriet. Ik spaar het op, denk ik, tot het als een stop van de fles vliegt en dan komt er een heel raar geluid uit.’ Beeld Stefaan Temmerman

13. Wat is uw grootste angst?

“Natuurlijk dat mijn kinderen iets overkomt. Vanaf het moment dat je kinderen geboren worden, is die angst daar. En die zal nooit meer overgaan. Nooit. In Een klein leven (toneelbewerking van Ivo van Hove naar de roman van Hanya Yanagihara, red.) zegt een vader die zijn kind verloren heeft: ‘Het enige goede aan het verliezen van een kind is dat de angst weg is dat je het gaat verliezen.’ Die uitspraak trof me zo hard, maar zo is het.

“Mijn zonen zijn gisteren vertrokken naar Paros, Griekenland. ‘Zijn jullie goed aangekomen?’ Geen antwoord. Geen nieuws, goed nieuws, zeker? Anders hadden we het wel al vernomen. Dat soort muizenissen in mijn hoofd zou ik ‘s nachts graag afzetten.”

14. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“O, ik huil vaak. Bij het minste. Ik ben heel snel ontroerd. Dat is weer die hormonenspiegel die schommelt.

“En tijdens ruzies? Neen, dan komt de mitraillette naar boven. (lacht)

“Ik huil niet snel van verdriet. Ik spaar het op, denk ik, tot het als een stop van de fles vliegt en dan komt er een heel raar geluid uit. Toen ik 40 werd, had Han (haar echtgenoot, de Nederlandse acteur Han Kerckhoffs, red.) een feestje georganiseerd dat om vier uur in de namiddag begon. Om zeven uur ben ik opeens onophoudelijk beginnen huilen. Er zat niets anders op dan iedereen naar huis te sturen. Om twee uur ‘s nachts was ik nog aan het huilen. Het was alsof er een dam gebroken was. Pas achteraf heb ik begrepen wat er toen allemaal speelde. Daar bestaan therapeuten voor, hè.”

15. Welke film zou u iedereen aanraden?

Boyhood (onder regie van Richard Linklater, met Patricia Arquette in de hoofdrol, 2014, red.) vond ik een onwaarschijnlijk mooie film. In een kleine drie uur tijd zie je een jongetje opgroeien van kind tot jonge volwassene (de film is gedraaid over een periode van 12 jaar, red.) en na afloop realiseer je je: was dat het? Je realiseert je dat je kind niet het product is van jezelf, maar een totaal eigen leven leidt waar je hopelijk een beetje invloed op hebt en dan is het weg, en denk je: was dat het? Was dat het?? Mijn oudste is nu 22 jaar. Was dat het? Heb ik het wel goed gedaan? Heb ik niets over het hoofd gezien? Heel het moederschap glipt tussen je vingers. Je wilt het vasthouden, maar het glijdt weg.”

‘Ik heb nogal wat last van ‘mood swings’. Maar het wordt beter. Zegt de gynaecoloog.’ Beeld Stefaan Temmerman

16. Hoe definieert u liefde?

“Een groot besef van evenwaardigheid, en daar dan af en toe mee spelen. Ik ben nu 25 jaar samen met mijn man. Intuïtief voelde ik: dit is het, dit zit juist. Daarom zijn we ook heel snel aan kinderen begonnen.”

17. Hoe hebt u uw eerste liefde ervaren?

“Ik zat op de toneelschool. Ik was toen een héél braaf meisje dat zóóó blij was dat er iemand verliefd op haar was dat ze holderdebolder hoteldebotel ging samenwonen. En toen die mooie jongen haar dan met een ander meisje bedroog, lag ze in de goot, als een Assepoestertje. (lacht)

“Mijn moeder is mij daaruit komen redden. We hebben samen een appartementje gezocht, dat samen geschilderd en toen ze wegging, zei ze: ‘Voilà, dit is de eerste en de laatste keer dat ik dit doe voor jou. En jij doet dit nooit meer voor een man!’ Dat was echt een goede les, ja.”

18. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Als klein meisje was ik verliefd op Jezus. Daar ben ik gelukkig heel snel van hersteld. (lacht)

19. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Nu? Een beetje moe. Maar ik heb een goed lichaam gekregen met taaie genen en ik hoop dat het nog een tijdje zo blijft. Op een gegeven moment begin je wel te voelen dat je voor je lichaam moet zorgen omdat dat lichaam niet meer voor jou zorgt. Ik ben al gestopt met roken. Gezond eten, dat doe ik ook.”

20. Wat vindt u erotisch?

“Geuren. Als ik dicht bij een man of vrouw kom om hem of haar een kus te geven, en ik ruik iets lekkers, dan mwah! Ik ben niet voor directe erotiek. Ik zoek het meer in schoonheid, in esthetiek. In praten ook. Ik ben niet de vrouw met het mooie setje. Dat interesseert me niet.”

21. Wat is uw goorste fantasie?

“Wat zou dat kunnen zijn? Seks met varkens, of zo?

“Ik kan weleens denken: wat gebeurt er als ik dit mes in de poes steek, maar dat zijn zo van die onnozele gedachten. Vroeger waren mijn daden weleens sneller dan mijn gedachten. Wat zou er gebeuren als ik die lerares in haar poep nijp, dacht ik, en ik deed het! Zomaar, in de gang op school. ‘Sorry, sorry! Ik wilde dit niet, écht niet’, riep ik. Maar ze had zo’n lelijk dik gat. (lacht)

22. U belandt in de gevangenis. Wat zou de reden kunnen zijn?

“Een gecontesteerde voorstelling in een land waar je geen kritiek mag uiten op het regime. Zoiets glorieus wil ik mij graag voorstellen. Neem nu dat stuk van Milo Rau, Orestes in Mosul, geënsceneerd in Syrië, waarin hij twee jongens laat kussen. In een land waarin homoseksuelen wegens hun geaardheid van een toren worden geduwd. Dat is allemaal niet ongevaarlijk, hè.”

23. Hoe zou u willen sterven?

“Hm. Het liefst niet te jong, abrupt in mijn slaap. Zo niet, zou ik graag eindigen met de wijsheid en het inzicht en de joie de vivre van mijn mooie vriend Marc Van Eeghem. Want Marc Van Eeghem is gestorven op een manier waar wij allemaal rijker van zijn geworden. Maar ik weet niet of ik daartoe in staat zal zijn.

“Mijn laatste avondmaal? Als ik daar nog van zou kunnen genieten: een mooie schotel zeevruchten. Zoals ze in La Coupole serveren (beroemde brasserie in Parijs, red.). Met champagne.”

24. Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“Het klimaat uiteraard. De manier waarop we hier gaan moeten samenleven. Onlangs zag ik de documentaire 50 jaar Woodstock. Dat festival was helemaal uit de hand gelopen. In plaats van 200.000 kwamen er 400.000 mensen opdagen. Er is daar toen als reactie tegen het establishment een soort van idylle, een soort van samenhorigheid ontstaan die als een mijlpaal beschouwd wordt in de geschiedenis. Ik werd daar enorm nostalgisch van. Ik meen dat wij opnieuw nood hebben aan zo’n samenhorigheidsgevoel, dat we nog eens samen met 100.000 mensen door Brussel moeten lopen en zeggen: ‘Yes we can!’

“Ik denk dat het ook dat was wat Anuna De Wever, ocharme, op Pukkelpop wilde zeggen. ‘We zijn hier allemaal jongeren bij elkaar. Denken we er hetzelfde van? Yes we can!’ Dat is alles. Zo pijnlijk dat daar zo heftig op gereageerd werd. Zo’n contrast met die sfeer op Woodstock. De samenleving is te verdeeld, er is te veel polarisatie, iedereen gaat uit van zijn grote gelijk, terwijl we eigenlijk met z’n allen maar één ding willen: dat het hier leefbaar blijft voor iedereen. Toch?”

‘Mijn oudste is nu 22 jaar. Was dat het? Was dat het?? Heel het moederschap glipt tussen je vingers. Je wilt het vasthouden, maar het glijdt weg.’ Beeld Stefaan Temmerman

25. Is de mensheid op de goeie of de slechte weg?

“Ook al zitten we op een gevaarlijk kantelmoment, ik vind optimisme in alle omstandigheden a moral duty. Ik geloof in het recht evenredig zijn van goed en kwaad. We horen constant hoe slecht het wel gaat, maar tegelijk is er zo veel goeds aan de gang. Er zijn zo veel mensen die zich inzetten voor anderen, er ontstaan zo veel mooie initiatieven, wij leven in zo’n welvarende verzorgingsstaat. Ik ben dus geneigd om te zeggen: jongens, informeer jullie goed, blijf focussen op het positieve en haal daaruit jullie energie! Huil, bid, dans, vecht en bewonder!”

26. Welke episode uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“Heel mijn leven. En je zou er ook mee kunnen lachen. Het zou geen drama zijn, eerder een tragikomedie.

“Maar ik ben geen schrijver en dat vind ik een groot gemis. Het is alsof de woorden die ik in mijn hoofd heb, niet stroken met de woorden die ik opschrijf. Er is iets niet verbonden. Volgens mij moet er een methode bestaan om dat kanaaltje open te maken. Het heeft met durf of lef te maken, denk ik.

“Het heeft ook te maken met het feit dat ik niet mediocre kan zijn. Alles wat ik doe, moet meteen goed zijn, en dat is vervelend. Dat belet mij om te groeien. Het neemt weken, maanden in beslag om een A4’tje vol te schrijven. Alsof wat ik opgeschreven heb, meteen een kunstig beeldhouwwerk moet zijn. Raar toch?”

27. Hoe zou de titel van uw biografie luiden?

“O zeg! Goh. Nou. Mag ik daar eens over nadenken? Warre Borgmans, die een geboren verteller is en zelf een voorstelling gemaakt heeft over zijn jeugd, heeft al vaker gezegd: ‘Els, gij moet dat ook doen, gij moet uw leven opschrijven.’ Ik moet er eens aan beginnen, ja, dan zijn we er misschien over tien jaar. (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234