Woensdag 16/10/2019
Elodie Ouédraogo.

interview

Elodie Ouédraogo: “Jeroom zegt soms: 'Vroeger was je zo chill'”

Elodie Ouédraogo. Beeld Noortje Palmers

Haar gouden olympische medaille ligt tegenwoordig tussen de rommel op de kast. Maar rennen doet Elodie Ouédraogo nog altijd. Naar de tv-studio’s, naar de modeweken en naar de schoolpoort. “Ik kan nog niet zeggen: ‘Katsjing, ik ben binnen’.”

Weekends zijn weggelegd voor de familie. Een vrije dag brengt Elodie Ouédraogo het liefst met haar gezin door. Maar voor ons wil ze op deze koude zondagochtend een ­uitzondering maken. En als moeder een interview doet, maken Jeroom Snelders en zoontje Remus zich uit de voeten. We kruisen elkaar op straat. “Bel maar aan. Ze is bijna klaar.” Als de deur openvliegt, volgen meteen excuses van Elodie. Breed lachend, dat wel. “Sorry, ik wist niet meer hoe laat we hadden afgesproken. Ik moet mijn tanden nog ­poetsen.” Wat later volgt nog een verontschuldiging. “Niet te hard kijken. Jeroom heeft vanmorgen nog snel gestofzuigd, maar er zal hier en daar nog wel iets liggen. En we hadden echt geen tijd meer om die tafel op te ruimen.”

Het is zo’n schaamhoekje vol prullen, zoals elke Vlaamse woonkamer er een heeft. De papieren liggen hoog gestapeld en je vindt er ongetwijfeld een schaar, elastiekjes of nieuwe batterijen tussen. 
Het huis aan de voet van de Vlaams-Brabantse Kesselberg ademt gezelligheid. Tientallen tekeningen van de kleine Remus sieren al twee muren van de woonkamer. Op het tapijt staan een piratenschip, middeleeuws kasteel en dinosaurus. Buiten ligt een feestslinger met vlagjes, half op de grond en half op de bank. Een restant van feestelijke dagen tijdens lang vervlogen zomeravonden. Het zet meteen de toon. Vlagjes weghalen? Nee, hoor. Het leven van Ouédraogo is een ratrace.

BIO

• geboren op 27 februari 1981 in Sint-Joost-ten-Node, neemt in 1999 de Belgische nationaliteit aan

• piekt als sprintster en ­hordeloopster

• wordt Belgische kampioene op de 100 meter horden in 2002. Neemt in 2004, 2008 en 2012 deel aan de Olympische Spelen. Samen met Kim Gevaert, Hanna Mariën en Olivia Borlée behaalt de estafetteploeg op 22 augustus 2008 goud op de 4 x 100 meter

• gaat in 2013 aan de slag bij Woestijnvis, waar ze onder meer meewerkte aan Vrede op aarde, Achter de rug en De slimste mens ter wereld. Presenteert nu ook Café De Mol

• richt in 2016 samen met Olivia Borlée modelabel 42/54 op

• woont in Linden met cartoonist Jeroom Snelders (41), samen ­hebben ze zoon Remus (3) 

“Dat kan niet anders met twee voltijdse jobs.” Elodie combineert tv-werk bij Woestijnvis – straks presenteert ze samen met voormalig De Mol-winnaar Gilles Van Bouwel bijvoorbeeld Café De Mol – met haar eigen sportmerk 42/54, dat ze samen met Olivia Borlée uit de grond stampte. De naam verwijst naar de tijd waarmee de estafetteploeg goud haalde op de Olympische Spelen in Peking. “Ondertussen is ook de nieuwe collectie in verkoop gegaan. We ontwerpen alles zelf. Nu moeten aankopers overal ter wereld beslissen welke stuks ze in hun aanbod willen opnemen. Stresserend, want het blijft zoeken voor ons. Maar die eerste wilde cowboyjaren van trial-and-error zijn heerlijk.”

Gelukkig groeit de interesse voor de kledinglijn geleidelijk. De naam van het sportmerk is een goede ijsbreker. “Maar het is heus niet alles. Hoe erg ook: het begint pas echt als bekende personen je stuks dragen.”

En die zijn er ondertussen. De Amerikaanse modellen/influencers Kendall Jenner en Bella Hadid toonden interesse, en Hailey Baldwin – mevrouw Justin Bieber – werd al in een top van 42/54 gefotografeerd, net als de Britse zangeres Jessie J. Ze openen deuren die anders gesloten blijven. Ook een interview in de Amerikaanse editie van modeblad Vogue helpt. “Je moet nu niet denken dat het geld binnenstroomt. Ik kan nog niet zeggen: ‘Katsjing, ik ben binnen’.”

Dat de topsport al enkele jaren achter haar ligt, bewijst de gouden medaille. Die heeft geen prominente plaats in huis. Sterker nog: ligt achteloos op een kast in de living. Een tijdje wist Elodie zelfs helemaal niet meer waar ze was. “Gelukkig deed Kim (
Gevaert, red.) nog straffer. Ik heb gehoord dat ze een hele doos medailles kwijt is.”

Beeld Noortje Palmers

Is zo’n gouden medaille u dan niet enorm dierbaar?

“Die medaille is de kers op de taart. Mocht ze echt verloren zijn, zou ik dat jammer vinden. Maar de weg ernaartoe was belangrijker. Dat is een periode waaruit ik veel geleerd heb. Doorzetten bijvoorbeeld, iets wat ook nu van pas komt. Ik ben gezond ambitieus, maar word pas fanatiek als het doel dichterbij komt. Jeroom heeft me er onlangs op gewezen dat ik hetzelfde patroon vertoon bij de kledinglijn. We zitten nog in de opstartfase. Hij ziet de stress in mijn ogen als een artikel niet verkoopt of ik het even niet meer zie zitten. Dan zegt hij: ‘Maar allez, Elo, vroeger was jij zo chill’.”

U was rustiger als topsportster?

“We hebben elkaar leren kennen na de medaille, toen ik al bewezen had dat ik een aflossingsstok kon doorgeven. Alle extra overwinningen in die periode waren een mooie bonus. Ik moest mezelf niet meer bewijzen. Volgens mij vraagt hij zich nu vaak af waar die relaxte vrouw van vroeger is. Ik haast me van afspraak naar afspraak. Ik leef van tankstation naar tankstation. Kom vaker te laat dan op tijd. Ik ben een hamster in een rad dat niet kan stoppen.”

Hoe ingrijpend was stoppen met topsport in uw leven?

“Je bent nooit volledig voorbereid. Ik bleef met een zwaar gevoel achter. Dat is een harde periode. Je komt uit een ­situatie waarin je perfect weet wie je bent en waartoe je lichaam in staat is. Als dat wegvalt, verlies je een deel van je identiteit. Ik moest die leegte een nieuwe invulling geven. Ontdekken wat ik, naast lopen, nog leuk vond. Ik had veel goesting in een nieuw verhaal. Toch merkte ik snel dat hard werken en enthousiasme niet voldoende zijn. Je moet jezelf constant boetseren en bijschaven. Ik was veel zorgelozer toen sport het enige was in mijn leven. Dat gevoel mis ik soms. Ik ben erg veranderd. Minder egoïstisch ook. Zeker sinds ik moeder ben geworden. Ik wil absoluut niet terug naar die periode.”

Was u dan zo egoïstisch? In de 4x100-meterploeg bent u toch ook een deel van een team?

“Als topsporter móét je egoïstisch zijn. Alles moet wijken om het beste resultaat neer te zetten. Als moeder kan dat niet. In mijn hoofd was het rooskleurig: baby krijgen, met de baby in de kinderwagen naar een brunch met vriendinnen, tussendoor de borst geven. Er kwam al snel een realitycheck. Hoe kan je in godsnaam een kind in leven houden? Alleen door het te beschermen. Ik werd een leeuwin.”

U haalde met scherpe tanden en klauwen uit naar anderen?

“Zo ver ging het niet. De eerste maanden week ik niet van Remus’ zijde. Ik had ook een schriftje waarin ik alles noteerde. Wanneer hij had gegeten, of hij de linker- of rechterborst eerst had gekregen, de kleur van zijn kaka. Maar je beseft snel dat het zo niet werkt. Je weet dat je fouten gaat maken. Dan kan je ze maar beter goed maken en eruit leren. Ik ben wel dankbaar voor het feit dat we in die periode zoveel tijd samen hebben doorgebracht. Ik vond het in het begin dan ook een ramp om hem achter te laten in de ­kinderopvang. Ik reed voorbij om hem door de ruit te zien. En om tien voor twaalf stond ik alweer aan de deur.”

Dus hij is een moederskindje geworden?

“Net niet. Jeroom is zijn held. Als hij wakker wordt, roept hij mij nooit. Breekt dat mijn moederhart? Nee, ik ben blij dat ze zo erg aan elkaar hangen. Toch hoop ik dat het ooit zal veranderen. Misschien wil hij liever met zijn mama praten als hij een liefje krijgt. Mocht er nog een kindje komen, dan krijgt Remus de shock van zijn leven. Dan is hij niet langer nummer een.”

Is daar tijd en ruimte voor in uw agenda?

“Met het leven dat we nu leiden, is dat praktisch amper haalbaar. Ik gun een tweede kind dezelfde aandacht als Remus. Maar dan moeten we ons leven anders organiseren, denk ik. We zijn verschrikkelijk chaotisch. Vroeger sprongen we op vrijdagmiddag in de auto om naar Parijs te rijden. Nu moeten we drie maanden op voorhand een babysit regelen als we een weekendje weg willen. Ik heb geen agenda en denk altijd dat het wel lukt zonder. Maar dan sta je op een ochtend aan de schoolpoort en blijkt het pedagogische ­studiedag te zijn. Dan zeg je ‘oeps’ en zoek je snel opvang.”

En niet alleen de babysit blijkt moeilijk te regelen. Elodie heeft verschillende vriendenkringen. Sommige vrienden en vriendinnen leerde ze op latere leeftijd kennen, maar de harde kern gaat al mee sinds de middelbare school. Hen allemaal samenbrengen? Het blijkt een duivelse klus. “We gaan allemaal richting de veertig. Iedereen heeft een partner en kinderen, een job of andere verplichtingen. Je ziet elkaar misschien even niet, toch blijft de band ongeschonden. Ik denk vooral omdat je al een groot deel van je leven hebt gedeeld. En tegenwoordig is het makkelijker om in WhatsApp-groepen iedereen op de hoogte te houden, natuurlijk.”

Elodie Ouédraogo: “Als topsporter móét je egoïstisch zijn. Alles moet wijken om het beste resultaat neer te zetten. Als moeder kan dat niet.” Beeld Noortje Palmers

Ze klinkt enthousiast als ze praat over de vriendinnen en haar familie. Ze ratelt over haar broers en zussen, hun ­kinderen, haar metekind en over de zondagse brunch, die ze mist. “Eerst joggen en dan nog twee, drie uur tafelen.”

“Weet je, ik denk dat ik mijn familie soms als vanzelfsprekend neem. We zijn een gezin van vijf kinderen. Er is dus altijd drama. (lacht) Iemand is kwaad, iemand haat zijn werk of heeft ruzie met zijn partner. Jeroom kan daar met veel verwondering naar kijken. Zijn eerste vraag aan mijn ­moeder is standaard: ‘En Denise, hoe is het met de familie vandaag?’”

Elodie toont een tekening van Remus. Zo’n mannetje dat bestaat uit een bol en twee stokken als benen. “Zijn eerste”, klinkt het trots. “Die kleine is – en dat meen ik nu echt – het beste wat ons ooit is overkomen. Elke dag ontdek ik nieuwe trekjes in hem. De creativiteit heeft hij duidelijk van zijn vader. Zijn enthousiasme gelukkig van mij.”

U lijkt veel belang te hechten aan kleine mijlpalen. Zit uw eigen jeugd daar voor iets tussen?

“Toch niet. Ik kwam in een ­pleeggezin terecht toen ik drie ­maanden oud was. Mijn ­biologische moeder uit Burkina Faso studeerde toen in Brussel. Ze had ondersteuning nodig tijdens de lesuren. Dat werden hele dagen en daarna volgden ook de ­weekends, tot ik volledig in mijn gezin verbleef.

“Ik ben in een warm en groot nest opgegroeid. Mijn ouders konden zelf geen kinderen krijgen. Daarom adopteerden ze twee kinderen uit Zuid-Korea. Een pleegkindje kon er ook nog bij. Opeens hadden ze een gezin en de stress viel weg. Pas dan werd mijn mama toch nog twee keer zelf zwanger. Vijf kinderen, drie nationaliteiten. We noemen onszelf de Benetton-familie. En we hadden van die typische ruzies tussen broers en zussen over een stuk speelgoed. Dan was het Zuid-Korea tegen Burkina Faso en was mama de Verenigde Naties die moesten bemiddelen. (lacht)

“We hadden het niet breed, maar werden wel ­aangemoedigd om het beste in onszelf boven te halen.”

Dus ook in de sport?

“Absoluut niet. Er waren drie eisen: school afmaken, naar de scouts gaan en een sport proberen. En ik bedoel echt probéren. Ik heb daarom zowat alles gedaan. Zwemmen ging absoluut niet. Bij judo kon ik de grepen niet onthouden. Tijdens keurturnen moesten ze mij na een jaar nog altijd helpen om een overslag te maken. En er was ook volksdans. Voor alle duidelijkheid: ik was negen jaar oud en zowat iedereen in Boutersem volgde die lessen. De apotheose was een optreden tijdens de opening van de nieuwe bibliotheek. In traditionele klederdracht, ja. Dat was meteen ook het einde van mijn volksdanscarrière. Sporters weten dat ze moeten stoppen op hun hoogtepunt. (lacht)

“Pas daarna ben ik beginnen hardlopen. Ik was ­verschrikkelijk slecht. Ik eindigde bijna altijd als laatste. Misschien door mijn schoenen. In het begin liep ik op ­sneakers uit de GB. Maar het was een leuke groep en lopen vond ik wel tof. Na een jaar begon ik vooruitgang te zien en eens je begint te winnen...”

Wie vindt u eigenlijk zelfs de leukste Elodie? De topsportster of de onderneemster?

“Mijn leven toen was heel repetitief. Een wedstrijd lopen, thuiskomen, rusten, trainen en weer het vliegtuig op. Nu is het veel spannender. Het kan veel meer richtingen uit. Daardoor is mijn kijk op de wereld ook veel breder ­geworden. En ik kan weer leuke dingen doen met vrienden of familie.”

Hoewel jullie het thuis niet breed hadden, staat u ondertussen wel bekend als een ambassadrice van – duurdere – Belgische merken. U bent duidelijk niet te beroerd om geld uit te geven aan kleding. Is geld een belangrijke drijfveer in uw leven?

“Remus heeft veel meer speelgoed en kledij dan ik ooit heb gehad. Wij kregen één jeansbroek en twee paar schoenen per jaar. Als ik merkkledij wilde dragen, haalde ik ­tweedehandse afdankertjes bij mijn buurmeisje. Ik vind het belangrijk dat Remus weet dat luxe niet de norm is. Soms dwalen we door de winkel en hoor ik hem zeggen: ‘Dat heb ik allemaal al’. Dat is niet goed. Ik zou het verschrikkelijk vinden, mocht hij denken dat zijn piratenschip op de mat zomaar uit de lucht komt vallen. Hij mag dat niet als vanzelfsprekend beschouwen. Ik wil mijn kind zo niet verkloten. Maar vind ik het goed dat we comfortabel kunnen leven? Dat we zonder zorgen aan de kassa kunnen staan in een winkel? Absoluut. Is het mijn grootste drijfveer? Neen. Ik wil me vooral amuseren, hoe cliché dat ook is.”

Nog belangrijk in het leven? Zekerheid. Elodie staart even naar buiten. Ze geniet van het dorpsleven in de buurt van ‘grote stad’ Leuven. Het is een omgeving zoals die waar ze zelf opgroeide. En dat vindt ze belangrijk voor Remus.

Elodie Ouédraogo: “Discussiëren op het niveau van een driejarige is erg ontspannend. We praten dikwijls over de eekhoorn in de tuin.” Beeld Noortje Palmers

Maar zekerheid kan ook snel wankelen. Vooral voor een meisje dat nooit officieel werd geadopteerd. Toen Elodie vijf jaar oud was, stond haar biologische moeder plots voor de deur. Die wilde haar weer meenemen naar Burkina Faso. Ze raakten tot in Parijs, waar ze overnachtten bij een vriend. Een paar dagen later zou het duo op het vliegtuig stappen. Die kennis overtuigde haar moeder om de kleine Elodie in België te laten. Haar pleegouders sprongen ’s nachts in hun wagen om haar op luchthaven Charles de Gaulle weer in hun armen te sluiten. “Daarom noem ik mijn pleegouders ook consequent mama en papa.”

U had altijd een kwetsbare band met uw biologische moeder. Nu hebt u zelf een kind. Maakt dat het moeilijker om te begrijpen waarom ze u in een pleeggezin onderbracht?

“Totaal niet. Oei, dat klinkt wel heel hard. Maar neen, ik kan onze situaties loskoppelen van elkaar. Ik ben geen alleenstaande vrouw met een pasgeboren baby in een vreemd land. Ze had ongetwijfeld haar redenen om mij onder te brengen in een ander gezin. Ik heb haar daar nooit voor veroordeeld. De ontgoocheling, als ik het zo moet noemen, dateert van latere jaren. Toen zijn we elkaar uit het oog verloren.”

Hoe is dat gebeurd?

“Ik leerde mezelf beter kennen tijdens mijn tienerjaren. Natuurlijk vond ik het fijn om haar te zien. Ze was altijd ­welkom in het huis van mijn ouders. Maar ik stelde mezelf ook vragen. Hoe goed ís onze band eigenlijk? Hoe diep gaat die? Conclusie: niet zo goed en niet zo diep.

“Toen Martin Heylen voorstelde om voor zijn ­programma Heylen en de herkomst naar Burkina Faso terug te keren, dacht ik dat zoiets misschien goed zou zijn voor onze relatie.”

Maar dat bleek de doodsteek te zijn. Uw biologische moeder heeft uw (pleeg-)mama toen compleet door het slijk gehaald op de nationale televisie.

“Die situatie is volledig ontploft. Tijdens de opnames dacht ik al: fuck, wat gebeurt hier? Mijn biologische moeder liet opeens uitschijnen dat mama haar bewust uit mijn leven had gebannen. Dat zij een wig had gedreven tussen ons. Natuurlijk is het zo niet gegaan. Mijn biologische moeder is – zonder omkijken - weer in Burkina Faso gaan wonen. Dat gesprek was een slag in mijn gezicht.

“Ik had als tiener mijn buikgevoel moeten volgen.”

Volgens Elodie heeft dat met het cultuurverschil te maken. “In Afrika zorgt de hele familie mee voor de kinderen. Wie je kind opvoedt, is van geen tel. Moeder ben en blijf je. Daarom had ze het er ook heel erg moeilijk mee toen ik de Belgische nationaliteit aannam in 1999. Voor haar voelde dat alsof ik haar, de hele familie en het hele land de rug toekeerde.”

Kan uw biologische moeder iets doen om de band te herstellen?

“Tijd helpt altijd. En een welgemeende sorry. Niet tegen mij, maar tegen mama. Ze had immers geen enkele reden om zichzelf zo in een slachtofferrol te hullen. Zij is in dit verhaal waarschijnlijk de enige die géén slachtoffer is. Dat is voor mij een onbegrijpelijke situatie.

“Pas op, ik zal haar nooit weghouden van Remus. Als ze een mail stuurt om te vragen hoe het met hem gaat, zal ik die beantwoorden. Maar dat doe ik voor mijn zoon. Ik wil niet dat hij mij later verwijt dat ik een deel van zijn familie uit zijn leven heb gebannen.”

Is er iets waarvoor u Remus wil behoeden?

“Racisme. Ik wil niet dat hij daar ooit problemen door krijgt. Tegenwoordig ben ik oplettender en durf ik racisme sneller te benoemen dan vroeger. De laatste keer dat ik er zelf mee geconfronteerd werd, was zo’n vier jaar geleden. Tijdens de vrijgezellenavond van een vriendin in Leuven liepen we langs een groepje zatte rechtenstudenten. Een van die jongens vond het nodig om mij na te roepen. ‘Gij zijt sowieso ­minderwaardig, omdat ge zwart zijt.’ Ik wilde dat laten ­passeren, maar een vriendin is erop ingegaan. De situatie is volledig ontploft. Zelfs de politie werd erbij gehaald. Pas toen die gasten Jeroom zagen, beseften ze wie ik was. En dan maar ontkennen dat er iets gezegd was. Zulke woorden blijven hangen. Dat wens ik niemand toe.”

Ondertussen licht haar gsm meermaals op. Zussen, vriendinnen, maar ook werk, en dat op een zondagochtend. “Ik probeer gas terug te nemen. Mijn voornemen voor 2019 was dan ook schoon schip maken in mijn agenda en alleen te kiezen voor wat echt werkt.”

Wanneer begint uw weekend doorgaans?

“Vroeger keken Jeroom en ik elke vrijdagavond naar 90 Days to Wed op de vrouwenzender TLC. Dat was de aftrap van het weekend. Helaas zijn er nog geen nieuwe afleveringen, dus is de start nu wat onduidelijker. We moeten dringend een nieuwe guilty pleasure zoeken.”

Wat is voor u dan échte ontspanning?

“Mijn ideale vrije dag breng ik door met mijn gezin. Dan zijn we een hele dag samen, zonder gestoord te worden door werk of telefoontjes. Ik ben niet iemand die boeken ­verslindt of series bingewatcht. Ik kan me bijvoorbeeld niet herinneren wanneer ik voor het laatst een roman heb ­uitgelezen. Als ik iets lees, is het functioneel. Modebladen en magazines over ontwerpen. Of boeken over ontwerpers als Dries Van Noten of A.F.Vandevorst.”

Is er dan iets waarvan u rustig wordt? Een fout nummer om uit de bol te gaan, wat koprollen over de mat?

“Van een rondje lopen word ik nog altijd rustig. Of ik lig met Remus op de mat. Discussiëren op het niveau van een driejarige is erg ontspannend. We praten dikwijls over de eekhoorn in de tuin. We vragen ons af of die in onze boom woont of bij buurman Lucien. (lacht) Simpele gesprekken dus. Al heeft hij soms ook de gedachten van een oude man. Onlangs zei Remus dat onze salontafel toch wel voor sfeer zorgt. En meezingen met ‘I Drove All Night’ van Céline Dion werkt ook altijd. Dat lied zorgt ervoor dat alles weer lukt. Even je keelgat openzetten, plaatst alles in perspectief.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234