Zaterdag 25/05/2019

reportage

"Elk veertje wordt gewogen voordat het de jas in gaat": op bezoek bij iconisch regenjassenlabel Herno

Beeld rv

Aan de oevers van het prachtige Lago Maggiore liggen de fabriek en het hart van regenjassenfabrikant Herno, die dit jaar 70 kaarsjes mag uitblazen. Aan het roer staat Mister Marenzi, de Italiaanse master van de puffercoats.

Het is stralend weer wanneer we aan het idyllische meer, op een uurtje rijden van Milaan, arriveren. De mist boven Lago Maggiore en tussen de met overweldigend groen bedekte bergen verraden een vochtig klimaat. Je zou het van de Italianen niet verwachten, maar op deze plek sluipt ‘de regen’ elk gesprek binnen. De ideale thuisbasis dus voor een merk dat voornamelijk bekendstaat om zijn regenjassen.

Maar dat de fabriek van Herno net op dit plekje in Italië ligt, heeft alles te maken met de familie­geschiedenis van het bedrijf. Het is hier dat Giuseppe Marenzi en zijn vrouw Alessandra kort na de Tweede Wereldoorlog hun jassenbedrijf, gedoopt naar de voorbijkabbelende rivier Erno, oprichtten. Het begon met jassen van gecoat katoen, later kwamen daar kasjmieren exemplaren bij, uiteindelijk ook maatpakken en vrouwen­kledij.

Herno beleeft ­gouden tijden. Lang voor andere merken richting de Aziatische markt lonkten, opende Giuseppe al in 1971, als een van de eerste Italianen, een winkel in Japan. Hun expertise bleef niet onopgemerkt en al gauw kwamen andere high-end merken aankloppen met de vraag ook voor hen regenjassen te ontwerpen.

Tijdens de jaren 80 legde het bedrijf zich dan ook volledig toe op creaties voor Jil Sander, Prada, Gucci, Giorgio Armani en Louis Vuitton en werd de eigen productie minder prioritair. De zaken gingen goed, Herno bloeide en was groot en gezond. En dan was daar Claudio, de jongste van drie zonen. De rebel die ­filosofie ging studeren en vooral niet in de familiezaak wilde meedraaien. En dan toch zijn koers wijzigde. Claudio begon aan een opleiding patroontekenen, dook in het bedrijf en kwam in 2005 aan het roer te staan. Dat hij besloot ­volledig en hard om te gooien. Hij zette onmiddellijk alle samenwerkingen met andere merken stop en besloot zich opnieuw op het hart van Herno te richten: regenjassen. Om, als eerste, hoogtechnologisch design in een luxejasje te steken en het DNA van het merk – design, innovatie en erfgoed – verder te verstevigen en af te bakenen.

Claudio Marenzi: "Alles gebeurt hier met de hand. Zodat we elk deeltje van het proces onder controle kunnen houden." Beeld rv

Het is Mister Marenzi – zoals hij op de werkvloer met respect, maar evengoed liefkozend wordt genoemd – die ons opwacht in de kantoren. Die bevinden zich in een prachtig gebouw met een oude en een nieuwe vleugel, verbonden met een glazen overloop en verticaal groen dat ­tussen de gevels slingert. Het pronkstuk is een wandhoge ­bibliotheek die overal ter wereld in elke Herno-winkel, in exact dezelfde uitvoering, terug te vinden is en ontworpen is naar het moeder­exemplaar bij hem thuis. Zijn eigen kantoor is dat van een gevoelige, kunstminnende filosoof, niet dat van een harde zakenman. Maar, klinkt het bij zijn rechterhand, vergis je niet. Mister Marenzi weet wat hij wil en houdt de touwtjes stevig in handen.

Function en fashion

Vandaag worden in de fabriek in Lesa enkel nog protoypes gemaakt. Tot 3.000 per jaar. Door zo’n 80 mensen. De productie ervan gebeurt in eigen fabrieken in Roemenië en Sicilië. Hier ligt de focus op innovatie, research en ontwikkeling, op het ­zoeken naar nieuwe materialen en technieken. De fabriek ziet eruit zoals je van een jarenzeventigexemplaar op het Italiaanse platteland zou verwachten. Niet imposant, eerder bescheiden, gehuld in zachte pastelkleuren en voorzien van tl-buizen aan het plafond. Er staan grote planten en overal hangt moderne Italiaanse kunst uit de jaren 50, het stokpaardje van Marenzi.

De prototypecyclus start met het zeskoppig designerteam waar ook Marenzi deel van uitmaakt. “Mijn teamleden krijgen redelijk veel vrijheid. Eén ding is heel belangrijk: ze moeten zich altijd de vraag stellen waarom ze een nieuw design maken. Een trend is geen reden, een functionele vernieuwing is dat wel. Function en fashion gaan hier altijd hand in hand.”

Af en toe wordt dat team versterkt met ontwerpers van buitenaf, of stagiairs van de modeacademie in Milaan. “Wij zijn een ­traditioneel merk met een stevige basis, maar kunnen af en toe een frisse wind gebruiken.”

Vervolgens wordt het uitgetekende model van het ontwerpteam op het eerste verdiep richting de computers beneden gestuurd. Daar wordt het in papier en daarna in stof gesneden. Via een vijftal ‘gewone’ snijmachines of een enkele lasercutter, afhankelijk van de stof. Een bescheiden team kijkt daarna via de computer hoe de jas op zijn best geassembleerd kan worden. Een twintigtal dames, in witte jassen en ordelijke rijen naast elkaar, stikt daarna de stukken aaneen tot een jas. “De technologie achter de jassen zit eigenlijk in elke schakel van het productieproces. Daarom gebeurt alles hier met de hand. Zodat we elk deeltje van het proces onder controle kunnen houden en kunnen blijven optimaliseren. Want we zijn altijd op zoek naar nieuwe manieren om onze jassen nog beter te maken.”

Herno Beeld rv

Veertjes wegen

Het is Béatrice (64), de ‘mama’ van de fabriek, al 44 jaar hier in dienst, die ons het systeem van de thermoband laat zien. Een soort tape die eerst koud en daarna warm op de naden van een prototype wordt gestreken. “Voor ongeziene isolatie”, klinkt het professioneel en eenvoudig. Ook de veertjes waar Herno zo trots op is, worden hier met de hand ingeblazen. Eerst worden ze gewogen, en vervolgens met een soort slagroomspuit ingebracht. “Hoe witter de veertjes, hoe prestigieuzer”, legt Marenzi uit. “De breekbare hagelwitte exemplaren, die met handschoenen in de weegschaal worden gelegd, hebben geen harde uiteinden en zijn afkomstig van de nek, hals en het buikje van de ganzen. Het is met die soort dat onze Ultralight Down Jacket wordt gemaakt.

“Staat het prototype helemaal op punt, dan gaat de jas in productie. Helemaal op het einde van de cyclus komt elke jas terug naar Lesa voor een laatste kwaliteitscheck. Pas daarna en van daaruit worden ze de wereld rondgestuurd.”

En hoe zit het met het ecologische aspect van die werkwijze? “Onze fabrieken zijn volledig zelfvoorzienend en hebben zero impact. Daarnaast hebben wij een programma uitgewerkt waarbij we ons volledige productieproces, en het verbruik dat daarbij hoort, in kaart brengen. Op die manier weten we waar we kunnen werken aan verbetering. Stapsgewijs. Soms moet je toegevingen doen op ecologie, maar kwaliteit is ook belangrijk. Begrijp je nu waar het prijskaartje vandaan komt?”

Kwestie van de rondleiding met een uitsmijter af te ronden. Wel krijgen we nog te horen dat ook het vlees van de ganzen geconsumeerd wordt, niet alleen de veren.

Vernieuwing, het woord wordt zo veel keren herhaald. Maar hoe wordt dat in de praktijk toegepast? “Onze basiscollectie van tien klassiekers komt altijd terug, daarnaast lanceren of herlanceren we nieuwe modellen, met implementatie van de nieuwste technologie. Zo proberen we elk jaar iets nieuws te doen, zonder ooit onze focus – hoogwaardige outerwear – te verliezen. Voor onze 70ste verjaardag, dit jaar, hebben we aan onze werknemers gevraagd om ­woorden te zoeken die ze met Herno associëren. Zo komt het dat we dit jaar een speciale collectie uitbrachten met de woorden ‘warm’, ‘kleurrijk’ en ‘innovatie’ op de jassen gedrukt.”

Marenzi troont ons mee terug naar zijn kantoor. Over de kunsten wil hij het nog even hebben en over zijn liefde voor de literatuur en ‘zijn’ meer. Lago Maggiore. En over de tas die hij altijd bij zich heeft. Met een nooit afwijkende inhoud: een zwembroek – voor wanneer het meer wenkt – parfum en zijn geluksboek. Een versleten exemplaar van Piero Chiara. 35 jaar draagt hij het intussen met zich mee. Hij glundert: “Er staat de meest prachtige omschrijving van Lago Maggiore in. Het is het enige wat helpt om de heimwee te smoren wanneer ik ver weg van huis ben.”

Het hoofdkantoor van Herno. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.