Zondag 21/07/2019

Interview Vragen van Proust

Elisabet uit ‘De mol’: ‘Wanneer je bedrog meemaakt in je relatie, word je heel klein’

Elisabet Haesevoets: ‘Toen bekend raakte dat ik een eetstoornis had, haakte een aantal vrienden af. Dat was een zware klap.’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: spoedarts Elisabet ‘De mol’ Haesevoets (33). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel mij de laatste jaren echt wel oud. Dat klinkt stom maar als je kinderen krijgt, voel je ineens heel fel dat je verantwoordelijkheden hebt. Je bent de enige die voor hen moet en zál zorgen. Je ziet ze ook zo snel opgroeien, waardoor je merkt: het leven gaat vooruit. Ik vind het heel akelig om te beseffen dat je ouder wordt. Bij elke grote levensgebeurtenis – mijn huwelijk, de geboorte van mijn kinderen – heb ik het gevoel dat ik weer een eind ben opgeschoven.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik ben een doemdenker. In eender welke situatie ga ik uit van het slechtste scenario. Dat zorgt er wel voor dat ik op alles voorbereid ben en niet zo snel teleurgesteld raak. Tegelijk kan ik moeilijk genieten van het moment zelf. Wanneer mij iets moois overkomt, denk ik altijd dat er nog wel ergens een addertje onder het gras zit.

“Tijdens De mol was ik heel gespannen. Ik besefte heel goed dat ik bij één misstap onmiddellijk zou worden ontmaskerd. Ik was continu bang dat ik het zou verknoeien. Of dat ik zot ging worden en ze mij zouden moeten afvoeren. (lacht)

“Dat doemdenken is wellicht terug te voeren tot een aantal slechte relaties die ik heb gehad. Ik was een heel onzeker meisje en viel op jongens die mij een goed gevoel gaven door mij te charmeren. Maar dat zijn meestal de types die ook andere vrouwen charmeren. Wanneer je bedrog meemaakt in je relatie, word je heel klein. Voor ik mijn man leerde kennen, had ik het geloof in de liefde opgegeven. Ik had het heel moeilijk om mij te binden, omdat ik niet nog eens gekwetst wilde worden. Toen ik hem leerde kennen in het ziekenhuis, vond ik hem meteen perfect, maar ik vertrouwde het niet. (lacht) We zijn een tijdlang vrienden geweest voor hij mij kon overtuigen dat het inderdaad ook anders kon.”

3. Wat is uw passie?

“Muziek, zingen, pianospelen. Ik heb acht jaar piano-opleiding gevolgd en twee jaar klassieke zang. Ik heb ook altijd in coverbandjes gezongen, wat superplezant was. Het laatste jaar heb ik er jammer genoeg weinig tijd in kunnen investeren, maar ik ben wel van plan een piano te kopen. Muziek kan mij volledig in vervoering brengen.

“En mijn job als spoedarts, die zich vaak afspeelt op de grens tussen leven en dood. Daarbij besef ik wel dat ik de werk-privébalans moet bewaken. Ik ben ambitieus in mijn job maar op het einde van de rit wil ik niet zeggen: ik was de beste spoedarts, maar mijn kinderen heb ik niet zien opgroeien. Dat wil ik niet meemaken. Als assistent heb ik zes jaar lang zestig uur per week gewerkt, nu wil ik ook een mama zijn die er is voor haar kinderen.”

‘Als je ziet hoeveel miserie sommige mensen hebben, vind ik het gewoon niet eerlijk dat ik zoveel geluk heb.’ Beeld Stefaan Temmerman

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Soms. (lacht) Wanneer ik met mijn man en kinderen samen ben, wel natuurlijk, maar als je ziet hoeveel miserie sommige mensen hebben, vind ik het gewoon niet eerlijk dat ik zoveel geluk heb. Dan begin je na te denken over de zin van het leven en kun je alleen maar besluiten dat het zinloos is. Op elk moment kan het gewoon gedaan zijn.”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Een middagdutje. (lacht) Ik kan echt genieten van slapen. Of gewoon liggen, even overlopen hoe de dag is geweest, wat je nog wil doen. Op zulke momenten probeer ik dan ook echt wel positief te zijn. Ik verplicht mezelf om te focussen op wat ik heb en daar blij om te zijn. Zo’n momentje met mezelf vind ik heerlijk. Ik denk dat veel mensen verslaafd zijn aan sigaretten omdat ze dan eens zeven minuten voor zichzelf hebben om te reflecteren. (lacht)

6. Wat betekent geld voor u?

“Geld is fijn om je af en toe wat luxe te permitteren, om fijne vakanties te plannen met je kinderen, om je eigen wereld te verruimen, maar ik vind tijd belangrijker. Ik werk liever minder dan dubbel zoveel te werken om dubbel zoveel te verdienen. Ik doe één doorlopende shift van 24 uur per week. Mocht ik een dubbele shift doen, mijn biologische klok zou volledig ontregeld zijn, ik zou constant moe zijn. Dus geld is relatief. Wat ben je met vier auto’s?”

BIO

•geboren in Hasselt op 23 juli 1985

•studeerde geneeskunde aan de UHasselt en de KU Leuven

•specialisatie urgentiegeneeskunde (KU Leuven)

•werkt als spoedarts in het AZ Rivierenland, campus Rumst

•is ‘De mol’ van het gelijknamige VIER-programma, dat zich dit jaar afspeelde in Vietnam

•woont in Edegem, samen met haar man Michaël en hun twee zonen Oscar en Nathan

•hobby’s: zingen en pianospelen

7. Wat is uw zwakte?

“Mijn negatieve instelling.

“Ik heb mij thuis altijd de minste van de drie kinderen gevoeld. Mijn broer is een soort van genie. (lacht) Hij heeft burgerlijk ingenieur gestudeerd en daarna gedoctoreerd, mijn zus heeft geneeskunde gestudeerd. Ik heb mij altijd aan hen gespiegeld. Hoewel ze slimmer waren dan ik, wilde ik toch niet onderdoen voor hen.

“Dankzij mijn man heb ik meer zelfvertrouwen gekregen. Hij heeft me doen inzien wat ik echt waard ben. Dat mijn visie op mezelf niet strookt met de realiteit. Tijdens De mol stak die onzekerheid weer de kop op. Met sommige reacties op sociale media heb ik het echt moeilijk gehad. Ik durfde zelfs bijna niet naar de finale te gaan uit schrik te worden uitgejoeld. Die negativiteit kwam weer naar boven: ‘Zie je wel, je bent niet goed genoeg’. Natuurlijk waren er ook ontzettend veel positieve reacties, maar ik ging doelbewust op zoek naar de negatieve.”

8. Waar hebt u spijt van?

“Alles wat je doet, de keuzes die je maakt, maken je tot de mens die je vandaag bent, dus waarom zou je spijt hebben? Belangrijker is om te kijken of je er nu nog iets aan kunt veranderen. Je moet dat gevoel van spijt omzetten in iets productiefs. Ik heb veel stommiteiten begaan – ik ben te lang in slechte relaties blijven hangen, bijvoorbeeld – maar ik heb eruit geleerd.”

9. Wat is uw grootste angst?

“Doodgaan. Terwijl ik denk dat het veel erger is om mensen uit je omgeving te verliezen dan zelf te sterven. De dood lijkt me een toestand van eeuwige rust, alsof je slaapt en nooit meer zult ontwaken. Een geruststellende gedachte en toch ben ik zo bang dat het leven ineens zou stoppen.”

10. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Euh, een paar dagen geleden. (lachje) Na De mol komt er zoveel op je af. Je zit op een emotionele rollercoaster. Je wordt overmand door tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds besef je dat je jezelf niet bent geweest, dat je gelogen hebt en de anderen bewust op een afstand hebt gehouden, anderzijds ben je blij omdat ze je een goede mol noemen. Soms weet ik het even niet meer in mijn hoofd; huilen lucht dan eens op.”

‘Vroeger fantaseerde ik altijd dat ik mijn eigen talkshow zou hebben, zoals ‘Dr. Phil’, maar dan ‘Dr. Elisabet’.’ Beeld Stefaan Temmerman

11. Bent u ooit door het lint gegaan?

(lacht) Dat moet geweest zijn toen ik in een vorige relatie ontdekte dat er bedrog in het spel was. Ik ben temperamentvol, maar als ik flip duurt het maar even.”

12. Welk kunstwerk heeft een blijvende indruk nagelaten?

(kijkt schalks naar het ‘De mol’-schilderij boven de open haard, lacht)

“‘Clair de lune’ van Claude Debussy. Het was mijn examenstuk. Prachtig, intens. Op dat moment in mijn leven ook echt een uitlaatklep.”

13. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Een verschijning? Neen, maar ik wacht er nog op. (lacht) Als wetenschapper weet ik dat de dood het einde betekent, maar ergens wil ik geloven dat dat niet zo is.”

14. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Euh, moe. (lacht) Neen, op dit moment in mijn leven voel ik me heel goed in mijn lichaam maar dat is ooit wel anders geweest. In mijn studentenjaren heb ik een eetstoornis gehad. Ofwel ben je te dik, ofwel te dun, ofwel niet knap genoeg, ofwel niet slim genoeg. Een paar jaar geleden heb ik zelfs een dagboek teruggevonden van toen ik acht was. Er stond: ‘Ik mag geen cola meer drinken want ik ben te dik’. Hoe triestig dat je als kind van acht jaar daarmee bezig bent! En ik was niet eens heel dik.

“Niemand had iets in de gaten. Ik was altijd een people-pleaser, wilde de grappige zijn, wilde leuk gevonden worden, terwijl ik eigenlijk heel ver van mezelf afstond. De middelbare school vond ik de verschrikkelijkste tijd van mijn leven. Als je niet populair bent, begin je je te spiegelen aan de kinderen die dat wel zijn. Bij ons op school was er heel veel uiterlijke schijn. De status van je ouders en de kleren die je droeg maakten uit of je al dan niet bij het clubje hoorde. Ik was daar zeer gevoelig voor. Zelfs mijn beste vriendin hield ik op een afstand omdat ik zo onzeker was. Ik voelde mij overal en nergens bijhoren.

“In crisismomenten, als het uit was met een vriendje of tijdens de examens, stak die eetstoornis telkens de kop op. Uiteindelijk ben ik in behandeling gegaan bij een psychiater, wat mij goed geholpen heeft. Een eetstoornis is immers een symptoom van een dieperliggend probleem.

“Ondertussen ken ik wel de valkuilen. Tijdens De mol bijvoorbeeld besefte ik dat ik door de stress veel te weinig at. Om je emoties te onderdrukken ga je ofwel veel te veel eten, ofwel veel te weinig. Als je dat patroon herkent, kun je ervoor zorgen dat het niet verder escaleert.”

15. Wat vindt u erotisch?

“Hoe twee mensen, mijn man en ik dus, één persoon worden als ze de liefde bedrijven. Hoe je elkaar kunt aanvoelen zonder iets te hoeven zeggen: die eenheid is voor mij het toppunt van erotiek.”

16. Wat is uw goorste fantasie?

“Goorste? (verrast, lacht) Ik heb niet echt gore fantasieën, maar heb wel al eens gedroomd over seks met mezelf en dat was best wel vreemd! (lacht) Ik weet trouwens niet of mijn man dat weet. O god! (lacht) Maar beter dit dan seks met George Clooney of zo, hè.”

“Vroeger fantaseerde ik altijd dat ik mijn eigen talkshow zou hebben, zoals Dr. Phil, maar dan Dr. Elisabet. (lacht)

‘Mijn ouders deden heel veel in mijn plaats, waardoor mijn zelfvertrouwen niets waard was. Mijn vader zag ook altijd problemen. Dat doemdenken heb ik van hem geërfd, denk ik.’ Beeld Stefaan Temmerman

17. Welk dier zou u willen zijn?

“Een vogel. Gewoon om de rust die je moet voelen als je over de vlaktes vliegt.”

18. Hoe is de band met uw ouders?

“Beter dan vroeger. (lacht) Mijn ouders hebben mij zeer beschermend opgevoed. Ze waren overbezorgd. Ze deden heel veel in mijn plaats, waardoor mijn zelfvertrouwen niets waard was. Mijn vader zag ook altijd problemen. Dat doemdenken heb ik van hem geërfd, denk ik. (lacht)

“Toen ik het moeilijk had met mijn eetstoornis, konden ze dat niet goed begrijpen. Waarom voelde ik mij slecht, ik had toch alles? Ik zag er goed uit, ik was slim, de jongens keken naar mij, wat was het probleem? Nu ja, het probleem zat hier (wijst naar het hoofd) en hier (wijst naar haar hart). Gelukkig kon ik assistent worden in een Antwerps ziekenhuis. Door fysiek afstand te nemen en op eigen benen te staan, heb ik meer en meer zelfvertrouwen gekregen. Ik zag in dat ik het alleen ook wel kon. Die zelfstandigheid heeft er ook voor gezorgd dat we weer naar elkaar zijn toegegroeid. Nu is onze band heel goed. Ze wonen in Hasselt en komen hier elke week een dagje babysitten. En zijn dan weer wat overbezorgd naar mijn kinderen toe. (lacht)

19. Bent u een goede vriend?

“Mijn man is mijn beste vriend. Voor we een relatie begonnen zijn, zijn we lange tijd zeer goede vrienden geweest, wat ons de allerbeste basis gegeven heeft. We kunnen alles aan elkaar kwijt, wat me ook heel bang maakt om hem te verliezen.

“Daarnaast heb ik ook veel vrienden, maar ik merk wel dat ik in mijn vriendschap nog kan groeien, dat ik nog hechtere contacten zou kunnen opbouwen. Misschien speelt daar ook wel een zekere angst om mij bloot te geven. Toen bekend raakte dat ik een eetstoornis had, hebben een aantal vrienden afgehaakt. Ze geloofden mij niet of vonden mij een aansteller. Dat was een zware klap.”

20. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is aandacht hebben voor de ander én voor jezelf. Ik heb vroeger vaak de fout gemaakt mezelf weg te cijferen voor de ander. Uiteraard moet je lief zijn voor je partner, maar je moet ook naar jezelf luisteren. Het is belangrijk om je evenwaardig te voelen, en dat kun je alleen als je goed in je vel zit. Vroeger hoopte ik dat de ander mij gelukkig zou maken, en dat was fout. Je moet het zelf doen.”

21. Hoe zou u willen sterven?

“Omringd door mijn familie. Mijn grootste angst is om alleen te sterven, te voelen dat je einde nadert en te beseffen dat je niemand meer zal zien.

“Een ideaal scenario zou zijn mijn achterkleinkinderen aan mijn zijde te hebben en te weten dat ik naar het graf van mijn geliefde mag vertrekken. Dat idee alleen al vind ik heel speciaal. Mijn opa is een paar maanden geleden gestorven. Voor mijn oma is het een geruststelling dat ze weldra weer bij hem zal liggen. ‘Straks ga ik naar huis’, zegt ze.

“Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Spaghetti vongole met een lekker glaasje wijn. En vooraf allerlei Italiaanse hapjes. (lacht) Simpel en eenvoudig.”

‘ Ik denk dat veel mensen verslaafd zijn aan sigaretten omdat ze dan eens zeven minuten voor zichzelf hebben om te reflecteren.’ Beeld Stefaan Temmerman

22. Wat is voor u de hel op aarde?

“Om niet geliefd te zijn. Vroeger was dat de angst om niet geliefd te zijn bij iedereen, nu is dat de angst om niet geliefd te zijn bij mijn kinderen, bij mijn man, bij mijn vrienden. Wat als die mij niet meer leuk vinden of mij niet meer willen zien?”

23. Hebt u soms racistische gevoelens?

“Neen, eigenlijk niet. Heel zelden betrap ik mezelf op vooroordelen, die zeker niet altijd gegrond zijn, en dat vind ik best wel erg. Ik houd dan ook in mijn achterhoofd dat sommige mensen die ik op de spoedafdeling zie zeker geen representatief beeld vormen.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

(lacht) Blankenberge. Ik zou daar vijf dagen blijven samen met mijn toenmalige vriend, maar op dag één heb ik het uitgemaakt omdat hij mij mateloos irriteerde. Twee vrienden van hem, Italianen, hebben toen al mijn kleren uit het appartement op de dijk gegooid. ‘Gij trut!’ Wat een geluk dat mijn ouders toen ook aan zee zaten en mij zijn komen oppikken. En dan mijn ma: ‘Wat is er nu weer gebeurd?’ (lacht) Kon ik dat nu echt niet eens vijf dagen uithouden met die gast? Nee, mijn gevoel zat toen zo verkeerd, ik kon mezelf niet blijven voorliegen.”

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Goh. Da’s moeilijk. Mijn man zei vanochtend nog: ‘Doe geen politieke uitspraken, hè!’ (lacht) Maar met Maggie De Block (Open Vld), bijvoorbeeld, zou ik weleens een goed gesprek willen. Zo heeft ze de hervorming van het ziekenhuislandschap verder uitgewerkt, maar daar heb ik toch nog wel enkele vragen bij. Het verenigen van ziekenhuizen in grote netwerken moet leiden tot een betere kwaliteit van zorg. Maar zo’n systeem neemt ook wel de concurrentie weg, wat in sommige andere sectoren nadelig blijkt te zijn voor de kwaliteit. Voorts is het nieuwe systeem van laagvariabele zorg toch ook wat chaotisch ingevoerd. Het zou leuk zijn om hierover samen te kunnen brainstormen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden