Donderdag 27/06/2019

reportage

Eerste hulp bij alweer een kapot toestel

Beeld Elise Vandeplancke

Nee, het ligt echt niet aan u. Uw spullen gaan echt sneller stuk. Maar niet getreurd, kaputt is niet per se kaputt.

Thuis leek het geen toeval meer. Ons tijdelijk stort van elektronisch afval in de kelder bleef maar groeien, in afwachting van een tripje naar het containerpark. Een toaster van tien jaar oud. Een babyfoon met camera en een draagbare dvd-speler die allebei voor de komst van onze tweede baby kapotgingen. Mijn lievelingswekkerlamp van drie jaar oud. (Een vibrator die na drie jaar dienst weigerde, laat ik buiten beschouwing. Daar durf ik niet mee naar het containerpark.) Maar toen ik onlangs ontdekte dat mijn laserapparaat om semipermanent te ontharen het niet meer deed, was de maat vol. Toegegeven, ik had er al bijna twee jaar niet meer naar omgekeken. Zwanger mocht ik de Philips Lumea niet gebruiken en ook niet toen ik borstvoeding gaf. Intussen was het bijna zoekgeraakt omdat ik het had uitgeleend aan een vriendin die uiteindelijk besliste zich niet meer te ontharen, als protest tegen het patriarchaat.

Was het mijn eigen schuld? Jazeker. Daar stond het, in de handleiding, op pagina 58. ‘Laad het apparaat om de 3 tot 4 maanden op, zelfs als u het langere tijd niet gebruikt.’ Anders sterven de herlaadbare batterijen. Voor eeuwig. Dat laatste stond er niet bij, maar leerde ik al googelend. Ha! Dan koop je toch nieuwe batterijen, denk je? Nope. Zo simpel is het niet. Want er is geen deurtje voorzien, om de oude eruit te halen en er nieuwe in te stoppen. Inderdaad, weer een toestel waarvan je niet eens de batterijen kan vervangen. Net zoals bij smartphones en elektrische tandenborstels. Hoezo, Philips streeft ernaar de wereld gezonder en duur­zamer te maken door te innoveren? Mon oeil.

Had ik al gezegd dat zo’n laser­toestel bijna 300 euro kost?

Ik ben niet de enige die niet meer in de goede bedoelingen van producenten gelooft. Apparaten lijken wel gemaakt om stuk te gaan. Er bestaat zelfs een term voor: geplande ­veroudering. Producten worden zo ontworpen dat ze sneller kapotgaan of onbruikbaar worden, zodat consumenten een vervangtoestel moeten kopen. Als commerciële strategie.

Het klinkt tegennatuurlijk, een ­product ontwerpen dat juist minder lang meegaat, maar je doet het door bijvoorbeeld minderwaardige ­materialen te gebruiken. Of door, zoals bij mijn Philips Lumea, geen reserve­onderdelen aan te bieden, of tegen een belachelijk hoge prijs. ‘Een nieuw scherm kost hoeveel? 600 euro? Tja, dan koop ik beter ineens een nieuwe laptop.’ Dat, dus.

De flagrantste vorm van geplande veroudering is geprogrammeerde veroudering. Het toestel is zo ingesteld dat het na een bepaalde termijn gewoon stopt met functioneren. Denk aan de beruchte inktcartridges die je moet vervangen nadat ze een bepaald aantal afdrukken hebben bereikt, hoewel ze niet leeg zijn. Of printers waar niks mee scheelt, behalve dat ze niet meer compatibel zijn met de software van je nieuwe laptop. Ik ben in vijftien jaar tijd aan mijn derde printer toe, terwijl de ouderwetse typemachine van mijn opa zaliger nog altijd werkt. Net als zijn oude radio uit de jaren 30.

Beeld Elise Vandeplancke

De langst brandende lamp

Toch bestaat het fenomeen geplande veroudering al van begin vorige eeuw, na de commercialisering van de eerste gloeilamp door Thomas Edison in de VS. In 1924 werden er lampen verkocht die tot 2.500 uur meegingen. Alleen was dat zakelijk gezien niet zo’n – euh – lumineus idee, toont de documentairefilm The Lightbulb Conspiracy. Een kartel van grote internationale lampen­producenten – denk aan Philips en General Electric – kwam daarom overeen om de levensduur van peertjes tot 1.000 uur te beperken. Fabrikanten die te vaak lampen afleverden die de 1.500 uur haalden, werden beboet. Het zijn dus niet altijd de mooiste uitvindingen die succesvol worden. Anders hadden we nu misschien allemaal lampen die 100.000 uur meegingen. Ze zijn ooit uitgevonden, in de voormalige communistische DDR. Alleen kwamen ze nooit op de markt.

Overigens viert de langst brandende gloeilamp ter wereld dit jaar haar 118de verjaardag. Ze hangt in een brandweerkazerne in Livermore, Californië, en geeft, op één kleine onderbreking na tijdens een verhuis, al licht sinds 1901. Je kan haar live zien gloeien dankzij een webcam, op de website centennialbulb.org. Ze overleefde al twee webcams die haar 24 uur per dag filmden.

Ooit pleitte de econoom Bernard London in zijn manifest Ending the Depression Through Planned Obsolescence zelfs voor een soort ­juridische vervaldatum voor producten. Geplande veroudering bij wet moest een oplossing bieden voor de economische crisis van 1929. Het idee was dat er meer producten geproduceerd moesten worden en dat er zo meer mensen aan het werk gezet ­konden worden. Weinigen voelden wat voor geplande veroudering bij wet, maar dat weerhield een bedrijf als Dupont er in de jaren 40 niet van om nylonkousen expres minder sterk te maken, opdat vrouwen er sneller nieuwe zouden kopen.

Te rap kapot

Bij consumentenorganisatie Test-Aankoop hebben ze het liever over ‘vervroegde’, in plaats van over ‘geplande’ veroudering: “Omdat het aspect ‘gepland’ impliceert dat de fabrikant het toestel zo gaat manipuleren dat het sneller de geest geeft. Dat gebeurt, maar is erg moeilijk te ­bewijzen. Vandaar dat wij het houden op ‘vervroegde veroudering’. Het ­toestel gaat sneller stuk dan consumenten willen en sneller dan wat goed is voor hen en het milieu. Of het nu vervroegd of gepland is, is meer een semantische discussie. Als fabrikanten zo goedkoop mogelijk proberen te ­produceren om mee te lopen in de race to the bottom, waardoor ze niet het beste materiaal gebruiken, is dat dan gepland, is het ‘schuldig verzuim’ of is dat het nieuwe ‘normaal’? Moeilijk te zeggen.”

De consumentenorganisatie lanceerde in november 2016 de actie Te Rap Kapot, die opriep toestellen te melden die te snel kapotgingen. De campagne loopt nog steeds op ­terapkapot.be. Tot dusver liepen er meer dan achtduizend meldingen binnen. Mobiele telefoons staan op één. Logisch, want volgens een studie ­vervangen we die sneller dan jeans. Staan ook bovenaan: printers en multifunctionals (zoals een printer, kopieerapparaat en scanner in één), wasmachines en desktopcomputers. In 2012 haalde 8,3 procent van alle huishoudtoestellen de leeftijd van 5 jaar niet, in 2004 was dat nog maar 3,5 procent. Dus nee, het ligt niet aan u, of aan de pech die u steeds maar lijkt te hebben bij de aankopen van all things elektrisch. Die verrekte steelstofzuiger die het geen 10 minuten ­volhoudt? Uit een grote test van Test-Aankoop blijkt dat die dingen maar een batterij-autonomie van 7 tot 40 minuten hebben. Vraag maar aan uw poetshulp wat die daarvan vindt.

Beeld Elise Vandeplancke

Dokter Senseo

Op de hersteldienst van De Kringwinkel Hageland werken er 40 mensen. Alles van fietsen, witgoed (vooral wasmachines) en bruingoed (denk aan tv’s, computers en luid­sprekers) tot koffiezetapparaten repareren ze hier. Ik heb afgesproken met Karen Sarkisyan, al noem ik hem liever dokter Senseo. Hij is een Armeense vluchteling, van opleiding ingenieur. Als directeur in een voormalige Sovjetfabriek van computerchips werkten meer dan 150 mensen voor hem. Maar sinds een jaar of zes werkt hij bij De Kringwinkel Hageland in Tienen.

Hij kan alles maken, maar de laatste twee jaar repareert Sarkisyan voornamelijk Senseo’s en vaatwassers. Honderd tot honderddertig Senseo’s per maand. Zijn Nederlands is niet top, maar wat hij niet gezegd krijgt, legt de Armeniër uit met zijn handen. “Altijd zelfde probleem!” roept hij. “Altijd eerst ontkalken. Maar dan: de magneten!” Hij pakt er een Senseo bij. In elk apparaat zitten magneten. Eentje in het vlottertje in het waterreservoir en eentje in de voet van de Senseo. Samen zorgen ze ervoor dat de Senseo bij te weinig water niet kan verwarmen. Maar wanneer zo’n magneetje doorroest, typisch na een jaar of twee, denkt de machine dat er niet genoeg water in het reservoir zit.

Karen is trots dat hij het probleem zelf heeft ontdekt – “Op de computer zoeken? Dat is voor domme mensen!” – én dat hij het krijgt opgelost met Chinese magneten van 10 eurocent per stuk, terwijl je daar normaal 3 à 4 euro voor betaalt. Het tweede probleem is de waterboiler – “in de oude Senseo’s waren die van inox, maar nu? Van pvc!”. Dokter Senseo toont nog hoe hij een kapotte veer construeert van een fietsspaak van een kinderfiets – “een nieuwe kost 3 euro!”

Ik leer ook bij over wasmachines. De grootste problemen zijn de pomp “moet je altijd wisselen”, de schokdempers – inderdaad, een wasmachine heeft schokdempers – en verder blijken veel verwarmingssystemen aan vervanging toe. Als er iets schort aan het bedieningspaneel, valt daar in negen van de tien gevallen niets aan te doen. Kaputt ist kaputt. Vandaar dat ze op de hersteldienst reservebedieningspanelen van kapotte toestellen verzamelen. Aan sommige merken beginnen de herstellers niet eens. Sarkisyan toont een bedieningspaneel van Samsung. “Kijk! Siliconen! Ze spuiten een laag over de computerchips. Die kan je nooit maken!”

Drie keer raden wie er thuis een wasmachine van Samsung heeft. Grmpf. Als ik Karen vertel dat we thuis een droogkast van Haier hebben, gebaart hij met zijn handen in de lucht. “Ai, niet goed! Beko ook niet.”

Wat wel kwaliteit is? Hij zucht diep en schudt met zijn hoofd. Hij zegt eerst Miele, en begint dan aan een uitleg over een waterpomp die 180 euro kost om te vervangen, maar waarvoor hij een goedkoper alternatief heeft bedacht. Vooral dat lijkt Sarkisyans specialisatie.

Komen we bij een van de pijnpunten in de herstelsector. Reserve­onderdelen en werkuren zijn te duur. Bert Herman verkoopt in zijn Leuvense zaak Aitec al 32 jaar allerlei elektrische onderdelen, maar het echte herstellen gebeurt alsmaar minder. “Hobbyisten krijg ik nog over de vloer. Maar meestal is het niet de moeite om er zo veel geld in te steken.” Van een samenzwering onder producenten is volgens hem geen sprake. “Het klopt wel dat dingen moeilijker te herstellen zijn. Er zit overal software in, denk maar aan spaarlampen. En vergeet niet dat alle onderdelen steeds kleiner worden. Onze smartphones van vandaag zijn vele malen krachtiger dan een Commodore 64 uit 1982. Maar volgens mij zijn fabrikanten niet tegen het herstellen op zich, ze zijn er gewoon niet mee bezig.”

Beeld Elise Vandeplancke

Permanente repairhub

Terug naar mijn Philips Lumea. Wat moet ik ermee? Ik heb op internet een blog gevonden over hoe ik het laser­apparaat weer aan de praat krijg. Tientallen mensen hebben hetzelfde probleem al opgelost. Hoera! Ik bestel het nodige materiaal. Maar durf ik het apparaat openmaken? Euh, nee.

Uiteindelijk kom ik terecht bij MAAKbar, een nieuw Leuvens burgerinitiatief in de wereld van de zogenaamde repaircafés. In 150 gemeentes kan je intussen terecht om kapotte spullen te herstellen, maar meestal worden ze hooguit maandelijks georganiseerd. MAAKbar Leuven wil een soort permanente repairhub worden, de plek waar mensen spullen kunnen herstellen en upcyclen, maar ook gereedschap kunnen lenen.

Het duurt even vooraleer vrijwilligers Werner Verhoeven en Angel Uruena mijn Philips Lumea open­krijgen. Het is millimeterwerk. “Dat je een toestel niet makkelijk kan openen, is typisch voor nu”, zeggen ze. “Apparaten worden dichtgeklikt, dichtgelijmd of ze gebruiken schroeven waarvoor je speciaal gereedschap nodig hebt.” Als het toch lukt, om iets open te krijgen en te maken, is de voldoening des te groter. Ze hebben allebei heldenverhalen. Werner herstelde al allerlei motors, maar het mooiste was die keer dat zijn garagist zei dat hij de kapotte ventilator in zijn auto nooit zelf aan de praat zou krijgen. Hij slaagde er wel in – het ding was niet eens stuk, enkel vuil. Angel kreeg bij de fietsenmaker de raad om een nieuw stuur te kopen, hoewel het probleem duidelijk maar één kapotte schroef betrof die vastzat. Uiteindelijk kon hij het met hulp van andere ‘repairders’ oplossen. Elkaar helpen herstellen, daar draait het bij repaircafés ook om. Heeft er iemand een 3D-printer? Geweldig, zeker voor onderdeeltjes en stukjes die je anders niet – of veel te duur – moet aankopen.

Maar repairders herstellen niet alleen voor de kick of omdat het soms goedkoper is. Ze doen het ook voor, jawel, het milieu. Want het gevolg van onze collectieve wegwerpmentaliteit is natuurlijk de enorme hoeveelheid elektronisch afval. In 2016 ging het om 44,7 miljoen ton, wereldwijd. Daarvan werd amper 20 procent gerecycleerd. En dat is vooral een probleem voor armere landen, legt Nick Meynen uit in zijn boek Frontlijnen – Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie. Volgens hem zijn sommige producenten wel degelijk tegen het herstellen van apparaten. Hij beschrijft het voorbeeld van Tim Hicks, die laptops herstelt. De Australiër had op zijn website een handleiding voor elke laptop, tot de advocaten van Toshiba hem dwongen om die weer weg te halen.

Wat moet je dan, als ‘gepeste ­consument’? Herstellers wereldwijd proberen de krachten nu te bundelen onder de noemer Right To Repair. Repaircafés en organisaties zoals Restart, RREUSE, het Netwerk Bewust Verbruiken en iFixit vechten samen voor het recht op herstelbaarheid. Begin dit jaar voerden ze actie in Brussel. De EU-lidstaten gingen toen wetten stemmen die producenten ­verplichten om hun toestellen, in ­eerste instantie vooral witgoed, herstelbaar te maken. Right To Repair betoogde voor degelijke wetgeving.

Het Netwerk Bewust Verbruiken maakte intussen een balans op van de wetten rond ‘ecodesign’. Het goede nieuws? Toestellen moeten vanaf 2021 gemakkelijk te demonteren zijn. Geen dichtgelijmde apparaten of speciale schroeven meer. Voorts worden producenten verplicht reserveonderdelen tot zeven jaar na productie te leveren. Het slechte nieuws is dat je niet zomaar toegang krijgt tot alle reserveonderdelen en handleidingen, dat is voorbehouden aan professionele herstellers. En die moeten erkend worden door... jawel, de producenten.

Ik vraag me af of Werner en Angel onder de noemer ‘professioneel’ vallen. Ze herstellen, dankzij de blog die de procedure stap voor stap uitlegt, mijn Philips Lumea. Het probleem was de lege lithium-ion-accu die je niet op volle kracht mag opladen. Je moet hem eerst zachtjes opladen tot zowat 3 volt, door tijdelijk een weerstandje te plaatsen tussen de batterij en de stroom, waarna deze weer ‘normaal’ kan opladen. Een weerstandje (tien voor 4,90 euro plus verzendkosten) en veel geduld, meer was er niet nodig.

Op de opendeurdag – MAAKbar gaat nu maandag 1 april pas officieel open – koop ik uit solidariteit een jaarabonnement voor 30 euro, om hun crowd­fundingcampagne te steunen. Ik denk aan de kapotte vibrator die thuis in de kast ligt. Alleen weet ik nog niet of ik daarmee durf terugkomen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden