Zaterdag 11/07/2020
Jasper Willaert: “Halverwege het zesde middelbaar was ik uit de kast, Maar niet iedereen wilde me met ‘hij’ en ‘hem’ aanspreken. Een toneelleerkracht noemde me schizofreen.”

ReportageTransmannen

‘Eens van dat vrouwenlijf verlost, dacht ik dat alles opgelost zou zijn’

Jasper Willaert: “Halverwege het zesde middelbaar was ik uit de kast, Maar niet iedereen wilde me met ‘hij’ en ‘hem’ aanspreken. Een toneelleerkracht noemde me schizofreen.”Beeld Carmen De Vos

Is met de coming-out van Sam Bettens het taboe op transmannen in Vlaanderen gesneuveld? Senne Misplon (21), Jasper Willaert (23) en Steve* (40) vrezen van niet. ‘Het moeilijkste was om tegen mijn zoon te zeggen dat hij moest zwijgen.’

Steve wist het al op zijn 4de. Dat er iets niet klopte. “Ik zei het eerst aan mijn zus, dan aan mijn ouders. ‘Ik wil een jongen zijn.’ ‘Ach, ik was ook altijd jongensachtig als kind,’ antwoordde mijn moeder, ‘dat is een fase’. En zo veegden mijn ouders het probleem van tafel. Maar het was geen fase. Dit is de grootste fout van de natuur die er bestaat. Geboren worden als jongen, in een meisjes­lichaam.”

Het is een heftige weg geweest. Zijn ouders beseften uiteindelijk dat er voor hem geen alternatief was. “Het was óf zelfmoord, óf ­opereren. En ik wilde leven.” Hij werd jarenlang gepest op school. Pas op zijn 18de kon Steve aan zijn transitie beginnen, na ellenlange psychologische tests in het UZ Gent en de toen verplichte real life experience, waarbij je een jaar moest leven volgens je nieuwe gender­identiteit – die procedure is nu versoepeld. Voor zijn mannen­lichaam onderging hij tien operaties – denk aan borstamputatie, het weghalen van de baarmoeder – “Ik heb mijn eicellen gedoneerd aan mensen met vruchtbaarheidsproblemen” – en fallo­plastie, de reconstructie van de penis. Tijdens het ­uitgaan werd hij soms in elkaar geslagen omdat ze hem als haar herkenden van vroeger, of een gerucht hadden opgevangen. Op de hogeschool, vertelt hij, kende ­niemand zijn verleden. Eindelijk. En wat was hij blij als hij heteromeisjes kon versieren. “Ik heb veel vluchtige relaties gehad met meisjes. Dat streelde mijn ego. Ik wilde zeggen: zie je wel, ik kan dit! Ze vielen bij bosjes voor mij.” (lacht)

Hij leerde zijn vrouw bijna ­twintig jaar geleden kennen op zijn stageplek als sociaal werker. Zij zag vanaf het begin de man Steve, vandaag vergeet ze vaak dat hij transgender is. Ze trouwden en gingen voor kinderen via inseminatie. Het koppel verloor hun eerste zoontje op 5,5 maanden zwangerschap, en kreeg daarna een tweeling. Hun dochter heeft een meervoudige beperking door vroeggeboorte en dat is een zwaar lot om te dragen. Maar als je Steve ziet, denk je: dit is een gelukkig man.

Zijn dochter kan niet vatten dat haar papa transgender is, maar aan zijn zoon heeft hij zijn verhaal ­verteld toen die 12 was. Hij ­reageerde met de legendarische uitspraak: “Nice!”. “Het moeilijkste was hem vragen om het voor zich te houden. Mijn schoonouders ­vertelde ik het pas een paar jaar ­geleden. Ik wilde dat ze me eerst leerden kennen als liefhebbende partner voor hun dochter en papa voor hun kleinkinderen – en ze hebben me aanvaard. Mijn schoonpa zei: ‘Zolang je nog in mijn tuin komt werken, is het goed’.” (lacht)

Er lijkt veel ten goede ­veranderd, zo blijkt uit het rapport Leven als transgenderpersoon in België – Tien jaar later. “In 2017 verklaarde 70 procent van de deelnemers aan de studie te leven volgens de genderidentiteit, in 2007 was dat maar 49,5 procent”, zegt professor Guy T’Sjoen van het genderteam van het UZ Gent. “Ook positief is dat de coming-outleeftijd is gedaald. Bij vorige generaties was die gemiddeld 30 jaar, in de jongste generatie is dat 17,5 jaar.”

Zware rugzak

Jasper Willaert was 17. “Mijn ouders moesten wennen aan het idee, maar ze zien me graag en hebben me aanvaard. Halverwege het zesde middelbaar was ik uit de kast, toen was ik Jasper. Maar niet iedereen wilde me zo noemen en me met ‘hij’ en ‘hem’ aanspreken. Een toneelleerkracht weigerde dat en noemde me schizofreen, maar zij was een uitzondering. Ik ben er meestal heel open over. Ik stel me niet voor als ‘Jasper de transgender’, maar vraag me wat ik in mijn vrije tijd doe en ik vertel over mijn vrijwilligerswerk bij de jeugdbeweging voor transjongeren, T-jong.

“In het begin meed ik alles wat vrouwelijk was, ik had zelfs moeite met mannen die make-up droegen. Vandaag zijn ze mijn beste vrienden geworden, de mensen die ik toen zo bekeek en niet snapte. Ik had een ideaalbeeld van een man. Of misschien dacht ik dat ik anders niet serieus genomen zou worden als man. Mede dankzij iedereen die ik leerde kennen bij Wel Jong Niet Hetero bekijk ik dat nu anders. Ik probeer iedereen als mens te zien, niet meer het hokje.

“Ik heb tijdelijk werk op een schoolsecretariaat. Toen er een grapje werd gemaakt over trans­personen, legde ik uit dat ik er als transpersoon niet mee kon lachen – niet iedereen weet er dat ik trans ben. Een collega zei dat er ook gegrapt werd over haar kleine gestalte, maar dat is niet hetzelfde. Geen twee derde van de kleine mensen dacht ooit aan zelfdoding omdat ze klein zijn.”

De cijfers rond zelfdoding zijn alarmerend bij transpersonen: 77,1 procent van de respondenten in de studie dacht er ooit ernstig aan, van wie 45,1 procent in het afgelopen jaar; 33,5 procent ondernam ooit een poging. Guy T’Sjoen: “Transgenderpersonen hebben niet meer psychiatrische aandoeningen zoals psychoses, maar kampen wel vaker met angst en depressie. We denken dat dit komt door het zware rugzakje dat ze meedragen. De helft van de transgenderpersonen die niet leeft volgens de genderidentiteit, weet niet of ze ooit de moed zal vinden zich te outen. Dat heeft te maken met de reacties op het werk, van de partner, kinderen, familie en bredere sociale omgeving. In die zin is er zeker nog een taboe. Ik heb er geen wetenschappelijk bewijs voor, maar naar mijn gevoel loopt de aanvaarding van transgenders dertig jaar achter op die van holebi’s.”

Venten onder elkaar

Opmerkelijk: een op de vijf transvrouwen denkt geen kans te maken bij het solliciteren, tegenover maar 2,7 procent van de transmannen. Met dank aan testosteron, zegt T’Sjoen. “Door de hormonen­behandeling zijn ze minder herkenbaar als transgenderpersoon en gaan ze gewoon op in de maatschappij. Bij transvrouwen die op latere leeftijd startten, blijf je vaker mannelijke kenmerken zien.

“Ik spreek dikwijls voor groepen jongeren en merk dat sommigen onwetend zijn en een rigide idee hebben van hoe mannen en ­vrouwen horen te zijn”, zegt Senne Misplon (21). “Hoe flexibeler je daarin bent, hoe gemakkelijker je een ander aanvaardt. Toch wil ik niemand zomaar afschrijven als transfobe dommerik, ik pleit voor mildheid. We komen van ver.”

Senne Misplon: “Soms hoor ik dat ik ‘goed gelukt’ ben, omdat je het bij mij niet ziet. Zo impliceer je dat transpersonen doorgaans lelijk zijn.” Beeld Carmen De Vos

Senne is op zijn 17de uit de kast gekomen en in transitie gegaan. “Ik was atletisch gebouwd en sindsdien zagen mensen me zo goed als nooit meer als jongen die ooit vrouw was. Wel als man. Vaak vertel ik in een eerste gesprek tussendoor dat ik trans ben, om er net geen zwaar onderwerp van te maken. Soms hoor ik dat ik ‘goed gelukt’ ben, omdat je het bij mij niet ziet. Zo impliceer je dat transpersonen doorgaans lelijk zijn. Ik zie dat dus niet als compliment. Omdat ik niet uit de toon val, krijg ik volgens mij weinig te maken met discriminatie. Ik pas in dat hokje van man, of toch in het hokje van ­transman geboren in het verkeerde lichaam. 

Er is minder tolerantie voor gendervariatie. Want we hebben het nog niet over non-binaire mensen gehad die zich noch man, noch vrouw voelen, of allebei – de zogenaamde x van m/v/x. Ik wil geen tijd verspillen aan mensen die niet overweg kunnen met trans­personen – ook daarom ben ik er open over. Maar toen ik tijdens een vakantiejob in een ploeg met enkel mannen terechtkwam, heb ik gezwegen. Ik voelde dat de sfeer er een was van ‘wij venten onder elkaar’. Ik zag plots die dynamieken tussen cisgender­mannen (mannen die in het ‘juiste’ lichaam geboren zijn, red.), inclusief alle vrouwonvriendelijke opmerkingen. Ik deed niet mee, maar durfde er niet goed tegenin te gaan. Trans zijn maakt deel uit van wie ik ben en het vreet energie als je erover zwijgt, heb ik gemerkt.Maar ik had geen zin in constant dezelfde vragen en moppen. Men­sen denken altijd dat ze ­origineel zijn, maar nee. Ze ­willen vooral weten wat er in je broek zit.”

“Er zijn transpersonen die geen ingrepen willen, of geen hormonen”, zegt Jasper nog. “Je moet zelf kiezen wat je met je lichaam doet. Het is niet omdat je geen operaties laat doen, dat je je niet mag ­identificeren als trans.”

Acht op de tien transmannen laten een borstamputatie doen, nog geen derde ondergaat genitale chirurgie of is dat van plan. Jarenlang lazen we verhalen over transpersonen die in een fout lichaam geboren worden en ‘zich lieten ombouwen’. Dat was ook deels de wet. Zo moest je je onvruchtbaar laten maken vooraleer je je identiteitskaart mocht laten aanpassen. Op het einde van de operaties, zo ging het verhaal, leefde je nog lang en gelukkig.

Bah, mislukt!

En dan nog, zegt Steve. “Ik dacht dat alles opgelost zou zijn, eens ik van dat vrouwenlijf verlost zou zijn. Zo simpel is het niet. Ik had het na de operaties nog moeilijk met mijn lichaam en bleef de ­littekens en beperking zien. Ik mag me dan biologisch man voelen, mijn lijf bleef ‘maar’ trans.”

Maar dat zie je niet. “Allez, Steve”, zei zijn kapper eens, toen het gesprek op plastische chirurgie kwam. “Stel dat ze van u een vrouw willen maken, zelfs dat zou kunnen, hè?” Steve lachte en ­antwoordde: “Houd me dan tegen, hè!” Waarna de kapper vol afschuw vertelde over een transvrouw die ooit naast hem woonde – “Bah, mislukt!” – en afsloot met de ­mededeling dat hij blij was dat ze nu dood was. Slik.

Dat dus. De buitenwereld die je aanvaardt als man, maar niet als transman. “Vroeger was ik dan naar huis gegaan en had ik mezelf pijn gedaan. Omdat ik had gezwegen. Ik ken ook mensen die het weten en mij aanvaarden als transman, maar toegeven dat ze moeite hebben met transgenders bij wie je de oude fysieke kenmerken ziet.”

Hij geeft toe dat hij zich jarenlang niet kon vereenzelvigen met andere transen. Omdat hij nog zo in de knoop lag met zichzelf. “Toen ik een eerste keer naar een conferentie voor transgenders ging, deinsde ik letterlijk achteruit. Ik schudde mijn hoofd: dit ben ik niet! Ik zat niet alleen met het taboe van de buitenwereld, maar ook met het taboe in mijzelf. Alsof er een duiveltje op mijn schouder zat, dat telkens als ik mezelf zou gaan aanvaarden, rechtsprong en dreigde: ‘Waag het niet gelukkig te worden!’ Ik heb het gevoel dat ik pas sinds een paar jaar net genoeg emotionele afstand heb kunnen nemen van mijn eigen verhaal. Ik heb lang genoeg gezwegen. Uit angst voor alle reacties. Ik wil nu spreken. Ik wil ‘mijn zijn’ omarmen. Mijn lotgenoten en hun omgeving helpen. Duidelijk maken dat niemand ervoor kiest transgender te zijn. Als mensen doorhebben dat dit geen keuze is, kan de empathie groeien. Je hoeft elkaar niet volledig te ­verstaan om verdraagzaam met elkaar om te gaan.”

T Jong is een jeugdbeweging voor transjongeren van 10 tot 30 jaar, t-jong.be

*Steve  is nog niet volledig uit de kast en wil daarom niet met zijn volledige naam in het artikel.

Beeld rv

‘Transmannen horen ook thuis in mannenbladen’

Aydian Dowling (32) is de eerste transgenderpersoon die ooit op de cover van Men’s Health stond en een van de rolmodellen van Sam Bettens. Hij was vanaf het begin, in 2009, open over zijn transitie. “Ik ben opgevoed als meisje en dat is een belangrijk fundament voor wie ik ben, ook als man.

“Ik wilde vooral mijn weg delen omdat ik eenzaam was. Ik was als tiener depressief en suïcidaal en deed aan zelfmutilatie. Als ik zo eenzaam zou blijven, wist ik dat suïcide tot de mogelijkheden zou behoren. Maar of je je out of niet, moet je zelf kiezen. Ik deed in 2015 mee aan de ‘Ultimate Guy’-wedstrijd van Men’s Health, als iemand die zich inzet voor zijn gemeenschap. Ik wilde de transgendercommunity laten zien dat we even hard thuis­horen in deze mannen­bladen als cisgendermannen.

“Ik heb hard gewerkt aan mijn fysieke transformatie. Voor mij was die cover een soort bewijs van mijn mannelijkheid. Achteraf lijkt dat dwaas, maar toen was het mijn waarheid. Intussen is mijn zelfvertrouwen gegroeid en weet ik dat je uiterlijk niets te maken heeft met het man-zijn. Toen ik met mijn YouTube-kanaal begon, wilde ik vrienden maken. Ik was nooit van plan activist te worden, maar ben nu blij dat ik het ben. Met mijn organisatie PointOfPride.org steun ik transgenderpersonen met operaties en kledinghulpmiddelen, zoals binders.” 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234