Dinsdag 07/07/2020

ReportageReizen

Een unieke blik op het echte Vietnam via de 1.700 km lange treinlijn

Toeristen mogen Train Street niet meer in, omdat er te veel ongelukken gebeurden.Beeld Nicolas Chartier

Ooit was de meer dan 1.700 km lange Reunification Express de technische trots van Indochina. Vandaag is de treinlijn van Noord- naar Zuid-Vietnam lang niet de modernste meer. Maar hij biedt nog altijd een unieke blik op het echte Vietnam.

No!” brult de politieagent terwijl hij recht springt uit zijn paarse plastic stoeltje en op me afstormt. Ik sputter tegen dat ik maar enkele meters verder het steegje in wil om een foto te maken, maar hij slaat onverbiddelijk met zijn gummiknuppel op het verbodsbord dat ik doelbewust had genegeerd. Net wanneer ik op het punt sta het op te geven, komt er een oudere vrouw uit het steegje gerend, druk wapperend met haar handen. Ze vraagt of ik bij haar een koffie wil komen drinken. “Graag, maar ik mag niet”, antwoord ik schaapachtig. Ze draait zich ­kordaat naar de politieagent en de twee beginnen een verhitte discussie. Uiteindelijk mag ik door, al voel ik de woedende ogen van de ­politieagent in mijn rug priemen terwijl mevrouw Nhung me over de treinsporen haar steegje inleidt. “De politie heeft Train Street in oktober afgesloten”, verontschuldigt ze zich in gebroken Engels. “Er mogen geen toeristen meer in. Er zijn de laatste tijd te veel ­ongelukken gebeurd. Maar hoe moet ik dan mijn geld verdienen?”

In de voorbije maanden zag ik op Instagram inderdaad hoe ­influencers riskante houdingen aannamen in dit fotogenieke steegje, dat amper breder is dan de spoorlijn die erdoor loopt. Omdat toeristen voortdurend op de sporen gingen liggen of eroverheen planken, mogen buitenlanders er nu dus niet meer in en zitten de drie minicafeetjes langs de spoorlijn zonder klanten. Behalve vandaag. Ik neem plaats op een van de klapstoeltjes die langs de muur staan opgesteld en bestel een cà phê trúng of eierkoffie, een lokale specialiteit die bestaat uit een ­koffie met een opgeklopte eidooier in. Het smaakt heerlijk zoet. “De trein komt er binnen een kwartiertje aan”, zegt Nhung, en verdwijnt dan in een van de vele open deurtjes in het steegje. In afwachting wandel ik nog even rond.

In vergelijking met het razend drukke Hanoi is Train Street een oase van rust. Beeld Nicolas Chartier

De Obama combo

In vergelijking met het razend drukke Hanoi vol onophoudelijk toeterende brommertjes, is Train Street een oase van rust. De stilte wordt enkel doorbroken door zangvogels in houten kooitjes die her en der tussen rode lampionnen aan de gevels hangen, of door een straatverkoopster met Vietnamese punthoed die langs het steegje naar drukkere straten doorsteekt.

Na tien minuten komt Nhung alweer druk wapperend over de sporen achter me aangerend: “De trein komt eraan!” De klapstoeltjes verdwijnen razendsnel naar binnen. Ik moet tegen de gevel gaan staan. In de verte hoor ik nu inderdaad ook het signaal van een trein, onmiddellijk gevolgd door luid gekraak, gesteun en geblaas. En dan komt hij de hoek om. In het nauwe steegje lijkt de trein reusachtig. Luid en aan een relatief hoge snelheid davert hij op me af. Ik kan nog net enkele foto’s nemen en plak me dan tegen de muur aan. Oorverdovend raast hij op een tiental centimeters voorbij. Mijn oren suizen als hij enkele seconden later alweer uit het zicht is verdwenen. Ik voel me wat duizelig van de adrenaline. Nhung moet erom lachen terwijl ze de stoeltjes alweer uitklapt. “Nog een koffie?”

Het dagelijks leven in Vietnam speelt zich traditioneel op straat af.Beeld Nicolas Chartier

Na mijn tweede koffie trek ik op verkenning doorheen Hanoi. Train Street ligt ver buiten het noordelijker gelegen toeristische centrum met al zijn bezienswaardigheden, en dat komt me goed uit. Ik hou immers meer van het dagelijkse leven, en dat vindt in Hanoi gewoon op de stoep plaats. Zo zie ik twee oudere mannen in de ­schaduw van een boom een potje

Beeld Nicolas Chartier

Cờ tướng spelen, een duizend jaar oud bordspel dat veel weg heeft van schaken. Een straat verderop laat een man zich op de stoep ­scheren. En overal zitten mensen op minuscule plastic stoeltjes te eten. Het geurt zo heerlijk dat ik zelf al gauw honger krijg. Ik stop bij Bún chả Hương Liên, sinds 2016 een van de beroemdste noedel­restaurants van de stad. In de zomer van dat jaar kwam de ­inmiddels overleden tv-kok Anthony Bourdain er immers samen met Barack Obama lunchen voor Bourdains reisprogramma Parts Unknown. De twee smulden er met zichtbaar plezier van de specialiteit van het huis, Bún chả, een zoetzure soep met daarin gekaramelliseerd en boven de barbecue geroosterd varkensvlees, geserveerd met witte rijstnoedels, verse kruiden en shishoblad. Obama nam er nog een biertje en een ­zeevruchtenkroket bij. Sindsdien kan je hier voor 85.000 dong of 3 euro krak dezelfde Obama Combo bestellen. Dat doe ik dan ook, en ik beklaag het me geen seconde.

Waterbuffels grazen tussen de ondergelopen rijstvelden in de buurt van Hué. Beeld Nicolas Chartier

Inclusief knipbeurt

Wanneer het begint te schemeren, begeef ik me naar Ga Hà Nội, een Vietnamese verbastering van het Franse Gare de Hanoi. Het is het startpunt van de Reunification Express, nog een erfenis van de Franse kolonisatoren en met 1.726 kilometer een van de langste treinritten van Zuidoost-Azië. Tegenwoordig doet de trein er 30 tot 36 uur over om zijn eindpunt te bereiken, de zuidelijke hoofdstad Ho Chi Minh.

In de jaren dertig deed hij er dubbel zo lang over, zal historicus Tim Doling me enkele dagen later vertellen op het eindpunt van mijn treinreis, een terras in het broeie­rige Ho Chi Minh. Doling woont al tien jaar in de hoofdstad en specialiseerde zich in treingeschiedenis. “Die beginjaren waren het gouden tijdperk van de Reunification Express. Om de tijd te doden, konden passagiers op de trein genieten van een filmvoorstelling of van een knipbeurt bij de kapper. Twee decennia later speelde de spoorlijn een cruciale rol in de Vietnam-­oorlog. Tegen het einde van die oorlog, in april 1975, schoot er nog amper iets van de spoorlijn over. Naar schatting 1.334 bruggen, 158 stations en 27 tunnels moesten na de oorlog hersteld worden. En toch reed de eerste naoorlogse Reunification Express anderhalf jaar later alweer Hanoi uit. Een huzarenstukje, dat de kracht van het verenigde Vietnam moest ­symboliseren.”

Coupé met twee stapelbedden.Beeld Nicolas Chartier

Dolle tweeling

Mijn coupé op de Reunification Express telt twee stapelbedden. Ik krijg het bed links onderaan ­toegewezen. De andere bedden zijn vooralsnog leeg. Twee coupés verder is het echter al een drukte van jewelste. Een Engels gezinnetje heeft er zijn intrek genomen, en hun vierjarige tweeling is door het dolle heen omdat zij in de twee bovenste stapelbedden mogen slapen. “Het is hun eerste verre reis, hun eerste stapelbed én hun eerste keer dat ze op de trein slapen”, lacht vader Duncan vergoelijkend. “We wilden hen dit avontuur schenken. En ik wou geen binnenlandse vluchten nemen. De lange vlucht hierheen was al vervuilend genoeg.”

Houten bankjes in de minst luxueuze klasse.Beeld Nicolas Chartier

Mijn eigen coupé is intussen ook bevolkt geraakt. In het stapelbed naast me zit onderaan Ruud, een jonge Hollandse bouwkundig ingenieur die net is begonnen aan zijn eerste backpackreis. Erboven ligt een Vietnamees jongetje strips te lezen. In het bed tegenover de jongen ligt een Vietnamese man… en in mijn eigen bed een vrouw. In rudimentair Engels vraagt ze me of ze daar nog even mag zitten. In ruil steekt ze een zakje Vietnamese pretzels naar me uit. Zo raken Ruud, de vrouw, ikzelf en de Google Translate app met elkaar aan de praat. De vrouw is met haar zoontje onderweg naar een dorp op het platteland om haar moeder te bezoeken. Op de trein kan ze makkelijker rusten en ­werken dan op de bus.

Terwijl de verlichte stad buiten ons raam langzaam plaatsmaakt voor het pikdonkere platteland, vertellen we elkaar over onze landen en gezinnen. Af en toe wordt ons gesprek onderbroken door een voedselkarretje dat door de gangen slingert, telkens met andere lekkernijen zoals gekookte eieren, maïs, of mijn persoonlijke favoriet: onrijpe, harde papaja die je in een mix van zout, peper en chili moet doppen. Laat in de avond wensen we elkaar goedenacht. Als ik neerlig, voel ik pas hoe dun de matras is, en vooral hoe hard de trein heen en weer schudt. Af en toe lijkt hij me zelfs de lucht in te werpen. Toch is het geschud vreemd genoeg rust­gevend. Al snel val ik in slaap.

Twee paar pantoffels

Wanneer ik de volgende ochtend wakker word, zijn mijn Vietnamese coupégenoten al van de trein af. Ruud stapt een uurtje later ook af in Hué, de vroegere koninklijke hoofdstad van Vietnam. Ik zet mijn reis verder richting het zuiden, maar verhuis voor 10 euro extra naar een luxueuze tweepersoonscoupé. Die heeft een veel dikker en zachter matras, lederen bekleding tegen de muren en twee paar pantoffels. De trein schudt echter even hard als we het station van Hué uitrijden. Aan maximaal 50 kilometer per uur rijdt hij dwars door de buitenwijken, waar kinderen onder de wasdraden spelen en volwassenen zich buiten staan te wassen. Eens voorbij de buitenwijken grazen waterbuffels tussen ondergelopen rijstvelden en zwaaien kinderen bij elke spoorwegovergang.

Het landschap is bijwijlen adembenemend.Beeld Nicolas Chartier

Dan beginnen we aan het mooiste deel van de treinrit. Langzaam trekt de trein zich omhoog in het Annamitisch gebergte van Vietnam, dwars door het vette groen van bananenbladeren en papajabomen, terwijl beneden de glinsterende Zuid-Chinese zee tegen verlaten stranden beukt. Dit is de Hai Van Pass of Wolkenpas, wereldberoemd geworden toen Jeremy Clarkson hem in 2016 in Top Gear omschreef als “a deserted ribbon of perfection, one of the best coast roads in the world”. Intussen is de hoger gelegen weg dan ook niet zo verlaten meer. Maar daar merk je niets van vanuit de trein, die enkele kilometers van de weg af ligt en meermaals rakelings langs de bergrand boemelt. Anderhalf uur lang hang ik uit het raam, mijn hoofd snel binnen trekkend telkens als er een bananenblad tegen de wagon slaat of we plots een ­donkere tunnel induiken.

Als we tegen de middag de berg weer afdalen, begint mijn maag te knorren. Als een pinguïn met acute draaiduizeligheid strompel ik door de heen en weer schuddende gangen naar de voorkant van de trein, en ontdek zo de verschillende ­klasses. Van de luxueuze tweepersoonscouchettes zoals de mijne, waarvan er maar twee zijn op de hele trein, over coupés voor zes personen, wagons met zitplaatsen, tot ten slotte de houten bankjes helemaal vooraan in de trein. Hier bevindt zich ook de restauratie­wagen. Ik bestel er een kom dampende noedels met zijdezachte kip en een glas nước sâm, een zoete, ijsgekoelde kruidenthee op basis van suikerriet, zeewier, maïszijde, artisjok en chrysant.

Treinmeditatie

Omdat die kom nooit heelhuids mijn coupé zal halen, schuif ik op een houten bankje aan bij een gezin uit Maleisië. Het is hun eerste treinreis ooit. “Het leek ons veel romantischer en avontuurlijker dan zomaar het vliegtuig te nemen”, vertelt moeder Amy. “We zijn vanmorgen opgestapt in Hué. De voorbije uren waren prachtig, maar het is nog een hele namiddag en nacht rijden naar Ho Chi Minh. Ik hoop dat ik het leuk blijf ­vinden.” Ik deel haar vrees, maar hij blijkt ongegrond. Ik breng de rest van de dag aan het raam door, mijn ogen uitkijkend naar het steeds veranderende landschap.

Langzamerhand raak ik zo in een soort meditatieve staat, die me ’s avonds als vanzelf in slaap wiegt. De volgende ochtend kom ik helemaal uitgerust en stipt op tijd aan in het station van Ho Chi Minh. Het is kwart voor zes en nog donker, maar de stad leeft al volop. Overal staan eetstandjes, elk met hun eigen specialiteit. Ik kies er eentje uit met veel klanten, bestel blind en neem plaats naast een kantoorklerk die noedelsoep zit te slurpen. “Kom je van Hué?”, vraagt hij me, met zijn stokjes naar het station wijzend. “Nee, Hanoi”, antwoord ik. “Impressive!” glimlacht hij met opgestoken duim. Dat vond ik ook.

Beeld Nicolas Chartier

Ook met de trein door vietnam?

* Treintickets kan je buiten Tet, de Vietnamese nieuwjaarsvakantie in ­januari of februari, makkelijk enkele dagen op voorhand aankopen in een van de talloze reiskantoortjes ter plaatse of in het station. Wil je echter zelf kiezen wanneer je juist rijdt en in welke klasse, dan koop je je ticket best minstens een maand op voorhand via betrouwbare websites als 12go.asia of baolau.com. Die zijn trouwens vaak goedkoper dan de reiskantoortjes ter plekke.

Tekst: Nicolas Chartier

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234