Woensdag 13/11/2019

Reizen

Een oud-lid van de IRA als stadsgids? Het nieuwe Belfast is de moeite waard

Bobby Sands, een bekende republikeinse martelaar, op de zijmuur van het Sinn Fein-hoofd­kantoor in Belfast. Beeld Imco Lanting

In Belfast, de hoofdstad van Noord-Ierland, is het verleden nooit ver weg. De kilometerslange muur die republikeinen en loyalisten uit elkaar houdt, is het meest schokkende relict dat nog steeds overeind staat. Maar het einde van de burgeroorlog, nu officieel twintig jaar geleden, maakte ook veel positieve energie los. De stad kiest voor fris, hip en zelfbewust.

Weinig steden roepen zoveel nare associaties op als Belfast. De journaalbeelden van IRA-aanslagen en provocerende paramilitaire parades staan velen nog helder voor de geest. In 1993 stond ik zélf nog onthutst te kijken naar de bloemenzee voor de eerder die middag weggevaagde viswinkel Frizzell’s – ik heb die naam altijd onthouden – in de protestante Skankill Road. De IRA-bom was op het drukste tijdstip van de dag midden in de winkel ontploft en had negen klanten gedood. Mannen, vrouwen en kinderen, die niets anders deden dan een vers visje kopen. De spanning in de stad was om te snijden, Britse legerhelikopters patrouilleerden in de lucht. Hoewel in het centrum de cafés ’s avonds gewoon bier tapten en er zelfs werd gelachen, was de lol er voor mij af. Tijdens een argeloos weekendje weg was ik plotseling in de frontlinies van een oorlog beland; en dat zo dicht bij huis.

Maar dan is er enkele decennia later ineens het besef dat er al lang geen alarmerende berichten meer uit Noord-Ierland komen. Het laatste grote nieuws was dat de twee aartsrivalen, de pro-Ieren en de pro-Britten, in 2007 een regeringscoalitie gingen vormen. Eind juli van datzelfde jaar verliet het Britse leger de provincie. Eind goed al goed dus. Deze constatering maakt nieuwsgierig. Is Belfast inmiddels citytrip-proof?

The National, een smaakvol restaurant in een oud bankgebouw. Beeld Imco Lanting

Uitvalsbasis van mijn bezoek is de centraal gelegen Great Victoria Street, om precies te zijn het deftige Europa Hotel. Vermaard vanwege het verblijf van beroemdheden – de Clinton-suite op de tiende verdieping is vernoemd naar Bill en Hillary, die hier in 1995 sliepen – en nieuwsjournalisten van over de hele wereld die vanuit hier verslag deden van de Troubles. Het hotel was daarom een geliefd doelwit van aanslagen, wat leidde tot de twijfelachtige titel ‘meest gebombardeerde hotel van Europa’. Maar nu is het pais en vree, lopen portiers en gasten af en aan, klinkt er kalmerende pianomuziek uit de salon en zitten alle ramen in hun sponningen – waar ze in de toekomst ook zullen blijven, is de algehele ­verwachting. Tijd voor een ommetje.

Meteen tegenover het hotel bevindt zich de beroemdste pub van de stad, de Crown Liquor Saloon. Wie fan is van klassiek, donkerbruin glimmend teak en ebbenhout en zich graag met zijn vrienden in een hok victoriaans preuts afsluit van de overige clientèle, hoeft niet meer weg uit dit eind-negentiende-eeuwse ‘jeneverpaleis’.

Maar het zou zonde zijn hier te blijven hangen. De geruchten gaan dat Belfast het afgelopen decennium een flinke inhaalslag heeft gemaakt als het gaat om eigentijds en hip. Zo opende het meest beeldbepalende winkel- en uitgaansproject in het centrum, Victoria Square, haar deuren in 2008, toen de inkt van het vredesverdrag tussen de republikeinen en loyalisten nog nat was. Hyper­modern, groot (12.000 vierkante meter) en ja, ook smaakvol. De glazen koepelconstructie in het midden, vanwaar je bovenin een machtig uitzicht hebt over de stad, contrasteert mooi met de omliggende Victoriaanse panden. Het enige gebouw in de directe omgeving dat in pracht kan wedijveren met Victoria Square is het imposante stadhuis uit 1906. Op het gazon rond het gebouw staat een beeld van Koningin Victoria en een monument voor de slachtoffers van de bekendste scheepsramp uit de geschiedenis, die met de Titanic in 1912; een eerste ­verwijzing naar de verbondenheid van Belfast met het onfortuinlijke mega-passagiersschip (zie kader).

Beeld Imco Lanting

Toegegeven, je moet weten waar de leuke tentjes te vinden zijn, maar het is in het deels autovrije centrum van Belfast geen straf om wat uurtjes doelloos rond te slenteren. Er hangt een gemoedelijke sfeer en er zijn genoeg leuke winkels, barretjes en terrassen. Voor liefhebbers van industriële interieurs én eieren is The National Grande Café, gevestigd in een voormalige bank, een must. In de grote, open, strak ­ingerichte ruimte waarin summier Victoriaanse details verstopt zitten, slurp je heerlijke gepocheerde eieren (à la Benedict, Florentin of Arlington) weg; een eenvoudig hard- of zachtgekookt eitje is ook mogelijk. Toch de ober even vragen naar de pretentieuze nachtclub Sixty6 die onlangs op de bovenste verdieping is geopend. Zijn enige commentaar: “Schud je portemonnee maar vast leeg.” Tot zover Sixty6.

Verderop, met zicht op de kathedraal van Belfast zit ook al zo’n vierkante, gestripte zaal maar in dit geval is de ruimte opgevuld met kleurige retrostoelen, -tafels en -lampen waarvan geen twee hetzelfde zijn – een gezellig bont geheel. Bij de deur van Made in Belfast worden gasten ontvangen door een manshoge, vuurrode kunststof struisvogel. Het menu focust op de carnivoor. De in Himalaya-zout gemarineerde Ierse rib-eye en op kolen gegrilde steak lijken favorieten. Vegetariërs hebben met maar één gerecht, de veggieburger, geen keus. Verbazing­wekkend toch dat zo’n tamelijk nieuw restaurant de balans vlees-vegetarisch op het menu niet iets meer in evenwicht brengt. Aan de andere kant: dit is Ierland, waar bacon en bloedworst bij wijze van spreken nog bij de koffie worden geserveerd. Over koffie gesproken, daar staat Ierland ook niet bepaald bekend om (tea please!), maar bij Established Coffee malen barista’s verse Ethiopische Sidamo- en Kebel Konga-koffiebonen voor je. De klandizie van het sympathieke zaakje bestaat, na een half uur spotten, grofweg uit hipsters, kleine zelfstandigen en/of studenten met laptops en een enkele oudere. En die komen hier allemaal vast geregeld, want het prettige lunchmenu verandert wekelijks en de sfeer is fijn mellow. Dit was ook mijn vaste hang-out geworden als ik hier zou wonen.

IRA

Op loopafstand van het zowel statige als casual centrum: de wereld van West-Belfast. Plots loop je hier in een jungle van slecht onderhouden rijtjeshuizen, schuttingen vol graffiti, braakliggende terreinen en naargeestige verlaten plekken. Het voelt onnatuurlijk om hier te zijn maar toch is het, hoe wrang het ook mag zijn, dé toeristische attractie van Belfast. Belangrijkste houvast bij de oriëntatie in deze buurt zijn Shankill Road en Falls Road, de hoofdwegen die tijdens de Troubles de frontlinies vormden van het conflict.

Beeld Imco Lanting

In een kantoortje bij Falls Road ontmoet ik Peadar, geboren en getogen in de wijk; en oud-lid van de IRA. Dichter bij het Noord-Ierse conflict kun je simpelweg niet komen, want de 58-jarige man heeft alles van nabij meegemaakt. Na een (mislukte) moordaanslag op een loyalistische paramilitair belandde hij als 19-jarig broekie voor jaren achter de tralies en nu leidt hij als ex-politiek gevangene toeristen rond in de voormalige warzone. Muurschilderingen vormen een essentieel onderdeel van de tour. De levensgrote afbeeldingen van door aanslagen of hongerstaking omgekomen strijdmakkers worden gekoesterd, maar het republikeinse verhaal gaat verder, vertelt hij als we voor een portret van Nelson Mandela staan. “Veel mensen denken dat we hier een religieuze strijd aan het uitvechten waren. Niets is minder waar. Het ging ons altijd om burgerrechten en de strijd tegen onderdrukking en achterstelling door de Britse overheerser. Daarom is de verwantschap met andere civil rights movements, zoals de Afro-Amerikanen en indianen in Amerika, Che Guevara, de Palestijnen en Zuid-Afrika, groot. In de gevangenis ­luisterde ik dagelijks naar de muziek van Victor Jara, een Chileense protestzanger, die in de jaren 70 door het Pinochet-regime is omgebracht. Muurschilderingen worden ook nu nog aan de actualiteit aangepast.”

Muur

Op de Kashmir Road, midden in een woonbuurtje, stuiten we op een blinde wand die tot zo’n 15 meter hoog reikt: de beruchte muur van Belfast. Om de achtertuintjes die direct aan de muur grenzen staan metalen kooien. Een grimmig beeld, en ongelooflijk ook wel, want wat doet deze vreselijke muur hier eigenlijk nog, nu het al jaren vrede is? Maar dan blijkt hoe broos de verstandhoudingen in Noord-Ierland eigenlijk nog zijn. Peadar: “Die muur weghalen gaat niet zomaar. Er zijn nog geregeld spanningen over en weer. Aan de loyalistische kant worden op hoogtijdagen nog altijd Ierse vlaggen en poppen met foto’s van politici verbrand. Pure provocatie. Wel zijn een paar poorten in de muur overdag open, zodat mensen een doorsteek kunnen maken. Maar ’s avonds en ’s nachts zijn die dicht.” En de kooien rond de achtertuinen? “Vroeger werden geregeld brandbommen en stenen over de muur gegooid. Nu gebeurt dat niet meer maar de bewoners laten voor de zekerheid de bescherming nog intact. Je weet maar nooit.”

Heeft Peadar zelf eigenlijk vrienden aan de andere kant van de muur? “Eh nee, ik ken een aantal mensen die ik gewoon gedag zeg, maar vrienden zijn het niet. Het komt er gewoon niet van.”

Een van de poorten in de muur van Belfast. Beeld Imco Lanting

Tot slot neemt Peadar me mee naar het – prachtig op een heuvel gelegen – Milltown-kerkhof waar veel bekenden van hem liggen begraven. De mannen die in 1981 in de gevangenis in hongerstaking gingen (en stierven) en daarmee wereldnieuws werden bijvoorbeeld (“Ik was mentaal niet sterk genoeg om daaraan mee te doen.”) en andere omgebrachte IRA-leden. Nadat we afscheid hebben genomen, rij ik eerst naar de Shankill Road waar ik, na even zoeken, de plek vind waar ik in 1993 verward naar de bloemenzee voor de weggevaagde viswinkel staarde. Er lijkt nu een bank te zitten, aan de geldautomaat te zien. Een kleine herdenkingsplaat is het enige dat herinnert aan de aanslag.

Onderweg naar het centrum besluit ik via de muur te rijden; ik wil het bevreemdende verschijnsel nog één keer met eigen ogen zien. Over honderden meters staat de wand vol ­vredelievende kreten van over de hele wereld. De meeste reizigers staan hier duidelijk met dezelfde ­verbijstering als ik. De teksten lezend blijft mijn blik hangen bij de opmerking: “Blijf kalm en deel een pint.” Dat is misschien wel het beste advies van vandaag, want van muren zal ik nooit iets ­begrijpen.

DM Magazine reisde op uitnodiging van Tourism Northern Ireland

Het natuurwonder van Giant's Causeway. Beeld Imco Lanting

Wat je moet weten en moet zien

TitanicDe Titanic-tentoonstelling in misschien wel het mooiste gebouw dat de jongste jaren in Belfast verrees, is een must see. En dat op de werf waar het beroemdste cruiseschip, dat in 1912 verging, werd gebouwd. Het vijf verdiepingen hoge atrium heeft onder meer dezelfde afmetingen als de machinekamer.

Buiten Belfast: Noord-Ierland doet in natuurlijke schoonheid niet onder voor de bij toeristen veel bekendere republiek. De noordwaartse route vanuit Belfast langs de kust naar Derry is een van ­Europa’s mooiste, met als hoogtepunt het natuurwonder van Giant’s Causeway, bestaande uit tienduizenden hoekige basaltpilaren.

Buiten Belfast: Derry is een mooie stad aan de Foyle-rivier. Ook hier doet veel herinneren aan de Troubles. Zo is een museum geheel gewijd aan Bloody Sunday. De nieuwe Vredesbrug leidt voetgangers naar een voormalig Brits kazerne­terrein. Walled City Brewery zit hier. Niet alleen de polsdikke frieten zijn hier fantastisch, ook de kunst van het brouwen verstaat meesterbrouwer James Huey als geen ander.

Reisinformatie: Rechtstreeks vanuit Brussel naar ­Belfast vliegen, kan met Brussels Airlines. KLM en British Airways bieden vluchten aan met een ­tussenstop.

Restaurants en bars:

- Muriel’s Café Bar (12-14 Church Lane): Cocktails, jenevers en kaasplanken in Moulin Rouge-achtige huiskamersfeer en ex-zeemansbordeel.

Coppi: Italiaans top­restaurant dat symbool staat voor het nieuwe Belfast: modern en classy.

Home Restaurant: Begon ooit als pop-up, aanrader voor de lunch.

Dark Horse/Duke of York: Legendarische pubs in uitgaanssteeg Commercial Court. Voor de betere pints, whiskey’s en livemuziek.

Bert’s Jazz Bar at The Merchant: Posh bar in het mooiste Victoriaanse hotel van de stad, The Merchant.

Meer info:

ireland.com/nl-nltourismni.comcoiste.ie (tours door republikeins West-Belfast)

The Belfast Mural Guide (MSF Press), een gidsje waarin alle belangrijke muurschilderingen staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234