Vrijdag 18/10/2019

Getuigenis

Een moeder spreekt na de zelfmoord van haar misbruikte zoon: "Ze hebben hem vernietigd op het internaat"

Maryse Verbeeck, de moeder van Benjamien Van Passel: "Ik wil eerherstel voor mijn zoon. Door wat hij op het Klein Seminarie van Hoogstraten heeft meegemaakt, is zijn leven totaal ­ontspoord." Beeld Franky Verdickt

Op het einde van een week vol nieuws over seksueel misbruik, komt Maryse Verbeeck met haar ijzige verhaal naar buiten. Haar zoon Benjamien (42) koos in mei 2016 voor de dood. Elf dagen eerder had hij zijn moeder verteld dat hij vroeger op het internaat zes jaar lang misbruikt werd door een ziekenbroeder en door ex-jeugd­schrijver Gie Laenen.

In de vroege ochtend van donderdag 12 mei 2016 explodeerde in het centrum van Schilde het huis van de 42-jarige Benjamien Van Passel. De zwaar verbrande bewoner kon nog naar buiten vluchten, maar verloor in de voortuin het bewustzijn. Negen dagen later, op 21 mei, stierf hij aan zijn verwondingen. De ontploffing en de brand waren het gevolg van een wanhoops­daad.

“Benjamien had een gasfles aan zijn bed gezet om voorgoed in te slapen”, zegt zijn moeder Maryse Verbeeck. “Om vijf voor vijf werd hij wakker en hij leefde nog. Ik vermoed dat hij toen het licht heeft aangeknipt, waarna het huis ontplofte. Ik heb hem de dagen erna in het brandwondencentrum alleen nog van ver gezien: hij was volledig verbrand en van kop tot teen ingepakt. Als hij een afscheids­brief geschreven had, lag die waarschijnlijk naast zijn bed. Maar alles was tot as herleid.”

Benjamien Van Passels dood betekende het einde van een bestaan vol diepe dalen. In het rouwregister schreef iemand: ‘Benjamien, gij getormenteerde vriend, het ga je goed, waar je ook bent.’

Klein Seminarie van Hoogstraten

Op 1 mei 2016, elf dagen voor de explosie, vertrouwde Benjamien zijn moeder toe dat hij van zijn elfde tot zijn zeventiende, van 1985 tot 1992, seksueel misbruikt was op het Klein Seminarie van Hoogstraten toen hij er intern was. Maryse Verbeeck: “Hij noemde ook de namen van de daders: de ziekenbroeder, en jeugd­schrijver Gie Laenen. Die twee hebben het leven van mijn zoon totaal vernietigd.”

Begin jaren 70 was Gie Laenen leraar Nederlands in datzelfde Klein Seminarie. In 1973 werd hij door de rechtbank van Turnhout 
veroordeeld tot drie jaar cel voor de aanranding van de eerbaarheid van veertien jongens tussen twaalf en veertien. Laenen werd ontslagen, zat drie maanden in de cel, ging aan de slag als freelancer bij de toenmalige BRT, werd een gevierd en ­veel­gelezen jeugd­auteur en organiseerde in zijn statige herenhuis in Mechelen op woensdag­namiddagen theater­workshops voor jongens.

Tot hij op 24 december 2002 gearresteerd werd na klachten van 25 jongens die tussen 1978 en 2002 door hem waren aangerand. Zij getuigden hoe de jeugd­schrijver op de woensdag­namiddag­sessies naakt rondliep, hen in bed, bad of onder de douche lokte, hen verplichtte tot orale seks en zich liet strelen en bevredigen.

Beeld Franky Verdickt

Op 30 juni 2008 werd Gie Laenen door het Brussels hof van beroep als recidiverende pedofiel definitief tot vier jaar effectief veroordeeld. Hij werd niet aangehouden en verliet de rechtszaal als een vrij man.

Begin mei 2009 bracht deze krant uit dat Laenen in zijn huis in Mechelen nog steeds van zijn vrijheid genoot, een online­antiekwinkel uitbaatte en in alle rust zijn blogs vol­pende. Dat nieuws zorgde voor consternatie en er werden parlementaire vragen gesteld over de werking van justitie. Een maand later ­verdween de schrijver toch achter de tralies; tien maanden later was hij weer thuis. De rest van zijn straf zat hij uit met een enkelband.

Schooluitstap

Toen Benjamien Van Passel van 1985 tot 1992 op het Klein Seminarie van Hoogstraten intern was, gaf Gie Laenen daar geen les, maar werkte hij als producer, regisseur en schrijver van hoor­spelen voor de openbare omroep.

“Waar het misbruik van mijn zoon Benjamien zich precies afspeelde, heeft hij niet verteld”, zegt Maryse Verbeeck. “Al wil ik dat nu wel weten. Op woensdag­namiddag werden er voor de internen van het Klein Seminarie uitstappen georganiseerd. Trokken ze toen naar het huis van Gie Laenen in Mechelen? Ik wil ook weten of Laenen in die periode nog in het Klein Seminarie over de vloer kwam.

“Op 16 juni 2016 stuurde ik een mail naar ­verschillende goede vrienden, met meer uitleg over Benjamiens overlijden. Twee dagen later kreeg ik telefoon van Annie Jansen, mede­werkster van bis­schop Johan Bonny. Iemand van mijn vrienden had zonder mijn medeweten mijn mail doorgestuurd naar het bisdom. Jansen nodigde me uit voor een gesprek. Dat vond de maandag erop al plaats. Ik had het gevoel dat ze toen vooral wilde achterhalen of er getuigen van het misbruik waren.”

Wat voor een jongen was Benjamien in de jaren voor hij als elfjarige in Hoogstraten terecht­kwam?

Maryse Verbeeck: “Een kereltje met karakter. (
glimlacht) Als hij een jongen geweest was die altijd netjes op tijd was, flink zijn huiswerk maak­te en met schitterende rapporten naar huis kwam, hadden wij hem nooit op internaat laten gaan. Wij vonden het belangrijk dat hij zijn hu­ma­niora kon afmaken, zo kreeg hij alvast een stevige basis voor een latere opleiding. We geloofden echt dat ze hem in Hoogstraten goed zouden opvangen. Onze twee dochters zaten ook op internaat en dat verliep prima. Nu is er vooral veel zelfverwijt: ‘Hadden we hem maar niet naar Hoogstraten gestuurd.’"

“De gepensioneerde priester-leraar Gaston Cogge was in de jaren 80 en 90 ‘ziekenbroeder’ in het Klein Seminarie. Als een interne jongen ziek werd, was Cogge degene die zich over hem ontfermde. Op vrijdagavond heb ik Benjamien indertijd verschillende keren bij die ­ziekenbroeder opgehaald. Hij was dan blijkbaar ziek geworden en Cogge verzekerde me telkens weer: ‘We hebben heel goed voor hem gezorgd en hem medicatie gegeven.’"

“Op een dag stonden de handen van Benjamien onder de wratten. Hij raakte er maar niet van af en dat was de start van een lange behandeling door een dermatoloog. Vandaag weet ik dat die wratten bij dat jongetje een gevolg waren van de vreselijke stress waaraan hij op dat internaat blootgesteld werd."

Beeld Franky Verdickt

“Snel ging het met hem van kwaad naar erger. In het weekend werd hij agressief en wij interpreteerden dat als vroege puberteit. Hij sloeg zijn hoofd tot bloedens toe tegen het hoofd­einde van zijn bed en begon te bed­plassen.”

U had de eerste jaren dat Benjamien op het internaat zat niet het gevoel dat er iets mis was met de opvang?

“Nee. In het begin leek hij er zich bij neer te leggen dat hij op internaat moest. Hij heeft nooit een jaar gedubbeld en wij leefden in de overtuiging dat het er min of meer vlotte. Tot onze grote verbazing mocht hij al snel zijn kleine chambrette inruilen voor een eigen kamer. Dat leek een heus voorrecht."

“Benjamien was geen makkelijke jongen, echt niet. Als lagere­schoolkind kon hij soms heel opstandig zijn. Maar het bizarre was dat wij van dat Klein Seminarie geen zware klachten over zijn gedrag kregen. We hoorden wel opmerkingen over activiteiten die Benjamien in het honderd liet lopen. Zo boycotte hij wel eens een school­uitstap, maar er werd nooit gedreigd met sancties zoals: ‘Als hij zijn gedrag nu niet wijzigt, volgt er een schorsing.’ Van zo’n strenge katholieke school ­hadden wij alleszins verwacht dat we als ouder op het appel geroepen zouden worden als onze zoon het veel te bont maakte, maar dat gebeurde niet. Toen stond ik daar niet bij stil; vandaag vind ik dat merkwaardig.”

Vertelde hij in het weekend zelf iets over gebeurtenissen op school?

“Heel weinig. De naam ‘Gie Laenen’ heb ik toen nooit gehoord. Tijdens het gesprek dat ik in juni had met Annie Jansen, de medewerkster van bisschop Bonny, repte ook zij met geen woord over Laenen. Ze begon wel zelf spontaan over Gaston Cogge, nog voor ik die naam liet vallen."

“Ik wil weten hoe Benjamien in handen ­gekomen is van Gie Laenen. Ofwel kwam Laenen tussen 1985 en 1992 naar de school, ofwel bracht Cogge de jongens naar Laenen in Mechelen. Toen ik de naam ‘Gie Laenen’ uitsprak, hield ze de boot af. Voor onze afspraak had het bisdom nochtans contact gehad met het Klein Seminarie, waar Laenen oud-leerling en leraar geweest is. Ze wisten uiteraard dat hij twee keer veroordeeld is voor pedofilie en dat hij tientallen kinderen misbruikt heeft, en toch ­slalomde ze om hem heen."

“Gaston Cogge daarentegen is nooit veroordeeld, maar heeft al lang de reputatie een pedofiele priester te zijn. In september 2010 schreef het Klein Seminarie een brief naar de ouders van alle leerlingen. Aanleiding waren klachten van slachtoffers die in de jaren 60 door Cogge misbruikt waren. De hoogbejaarde priester woonde in 2010 nog op het schooldomein. De directeur deelde in de brief mee dat de man meteen moest verhuizen."

“Maar van Annie Jansen hoorde ik afgelopen zomer dat Cogge nooit verhuisd is. Ze zwaaide met een brief van de bisschop: ‘Meteen nadat monseigneur Bonny over uw zoon ingelicht was, heeft hij een brief naar het Klein Seminarie gestuurd met de boodschap: Gaston Cogge moet daar weg.’ Weet u dat die Cogge hier in de parochie Schilde-Bergen tot vorig jaar voorganger was?”

Toen Benjamien in het voorlaatste jaar van de humaniora zat, stuurde hij u en zijn vader een brief. Hij wilde weg uit Hoogstraten?

“Ja, die brief was hartverscheurend, een emotionele smeekbede om te mogen veranderen van school. ‘Verlos me uit het Klein Seminarie. Ik beloof dat ik mijn uiterste best zal doen.’ Die brief was zo oprecht en greep ons zo naar de keel, dat we meteen op zoek gingen naar een andere school. We hadden geen idee wat er echt gebeurd was: in zijn brief repte hij daar met geen woord over.”

Benjamien heeft toen en later nooit iets over het misbruik gezegd of er op een of andere manier naar verwezen?

“Nooit, maar hij droeg er wel de gevolgen van. Hij kon niet normaal meer functioneren. (stilte) Zijn leven lang maakten we ons zorgen over hem. Pas het laatste jaar kwam ik aan de hand van zijn symptomen uit bij borderline. Hij was vaak in ­therapie en is drie keer opgenomen, maar heeft nooit tegen zijn dokters, psychologen of psychiaters iets gezegd over de grond van zijn probleem: het misbruik. Een psychiater kon niet anders dan vast­stellen dat Benjamien niet gelukkig kon zijn."

Beeld Franky Verdickt

“Ik weet nog hoe hij hier vlak na zijn echt­scheiding stond: ‘De eerste die een vinger naar mijn dochtertje uitsteekt, doe ik wat aan.’ Ik vroeg: ‘Benjamien, hoe kom je daar nu bij?’ Natuurlijk lagen zijn eigen ervaringen als kind aan de basis van die uitspraak. Op 1 mei 2016 heeft hij me dan de gruwelijke waarheid verteld.”

Hij kwam toen zelf naar u toe?

“Nee, ik belde hem op een avond en wilde bij hem langs­gaan. Die laatste fase van zijn leven was grote ellende. We konden hem niet tegenhouden. Hij had een in design gespecialiseerde zaak die goed draaide. Zijn vader en ikzelf hebben hem die helpen opstarten. Als hij zich ergens voor inzette, lukte het wel, alleen hield hij het nooit vol.”

Had hij al eerdere zelfmoordpogingen achter de rug?

“Ja, en hij verminkte zichzelf. Zo had hij in zijn arm een groot kruis gebrand."

“Die avond van die eerste mei voelde ik gewoon dat er veel meer aan de hand was. Ik had hem dat ook vaak eerder gezegd: ‘Benjamien, er is nóg iets.’ Alleen dacht ik nooit dat hij als kind misbruikt was. Nooit. Telkens als ik dieper probeerde te graven, brak hij het gesprek af, of zei hij: ‘Mama, je hebt geen idee wat ik meemaak.’"

“Die avond gooide hij het eruit. Mijn partner was erbij. Ik vroeg: ‘Benjamien, is het iets uit je vroege jeugd?’ Hij antwoordde: ‘Ja’. ‘Van op het internaat?’ Toen werd het heel stil. ‘Bim, is het daar gebeurd?’ Hij zei: ‘Ja.’ (verbijt haar tranen) Hij vertelde over handelingen die hij onder dwang op medeleerlingen moest verrichten. Degenen die hem daartoe dwongen, keken toe.”

Dat waren Gaston Cogge en Gie Laenen?

“Ja. Over de rol van Gie Laenen liet mijn zoon geen enkele twijfel bestaan. Hij zei: ‘Als die er niet zou geweest zijn...’ Laenen was de gangmaker. Onder zijn dwang en toezicht moest hij andere jongens pijpen. Van Cogge mocht hij niet met een pyjama slapen. Benjamien was toen elf. ‘Wat ik je nu vertel, is maar het topje van de ijsberg’, zei hij. Zeven jaar lang was hij overgeleverd aan de macht van minstens twee pedofielen. Hij verbleef er dag en nacht, had gedurende de week geen enkel contact met ons. Bellen met het thuisfront was uit den boze. Zeven jaar lang. Dat is toch niet te ­vatten?”

Noemde uw zoon namen van medeleerlingen?

“Nee, jammer genoeg niet. Hij zei wel: ‘Mama, loop nu niet meteen naar mijn psychiater. Hou het voor jezelf en vertel het zeker niet aan papa.’ Ik heb dat niet gedaan omdat hij het me zo uitdrukkelijk vroeg."

“Op de middelbare school begon Benjamien te drinken en ik vermoed dat hij ook wegvluchtte in de drugs.  Op een bepaald moment werd hij een zeer onhandelbare puber en hij keerde zich tegen mij. De voorbije jaren heeft hij me vaak verwijten naar het hoofd geslingerd: ‘Jij hebt indertijd gedreigd met het internaat.’ Hij nam me dat heel kwalijk. Nu begrijp ik waarom. Die eerste mei ­verweet hij me dat niet meer. Elf dagen later ­probeerde hij er een einde aan te maken. Ik denk dat hij die eerste mei die beslissing al genomen had. Ik voelde hoe hij alles losliet. Hij wilde toen ook niet dat ik hem nog aanraakte. (stilte)"

“Die eerste mei riep hij: ‘Ik ben geen homo!’ Door wat er gebeurd was, lag hij zwaar in de knoop met zijn seksuele identiteit. Ik zou het helemaal niet erg gevonden hebben als hij homo geweest was. Helemaal niet. Wat ik wel erg vond, was om te zien hoe hij daarmee worstelde en niet kon functioneren. Benjamien kon het leven niet aan en was op. Die twee hebben hem kapot­gemaakt. Zijn relatie met zijn ouders en zijn twee zussen ging erdoor om zeep, maar ook de relatie met zichzelf. Zijn zelfbeeld was vernield."


“In de winkel had hij soms goede momenten. Ik kan me best voorstellen dat veel klanten nooit gemerkt hebben dat er iets met hem scheelde. Hij kon heel charmant zijn en hij zag er goed uit. Allemaal schijn."

Beeld Franky Verdickt

“Een jaar of twee geleden vond ik tijdens het opruimen in de keuken van zijn zaak een schriftje. Ik las: ‘Als ik in de spiegel kijk, zie ik mijn ware ik.’ Die was zwart en duister. ‘Ik ben een monster’, schreef hij. Ik dacht dat hij het over zijn ‘jeugdzonden’ had, over de alcohol en de drugs. Al voelde ik ook dat er iets veel ernstigers was, iets waar ik de vinger niet op kon leggen. Het was vreselijk om te lezen hoe mijn zoon zichzelf zag. Het was een verwijzing naar wat hij als kind had moeten doen."

“Die andere jongens zijn er ook nog, hij was niet het enige slachtoffer. Die mensen proberen waarschijnlijk ook al jaren hun leven op de sporen te krijgen en ik rakel dat nu allemaal weer op. Na zijn dood heb ik veel van zijn jeugdvrienden gebeld. Benjamien had sommigen over handtastelijkheden verteld, maar nooit dat het zo erg was. Een van zijn vrienden die er ook twee jaar intern was, zei me: ‘Van Cogge moest je wegblijven. Hij stond bekend als pedofiel.’ Die vriend vertelde me ook dat ze konden deelnemen aan gespreks­groepen als ze met levens­vragen zaten. Die werden geleid door Gaston Cogge.”

Door nu in de krant over het misbruik te ­spreken, gaat u in tegen de wens van uw zoon.

“Ik voel me daar schuldig over, maar waarom zou ik het verschrikkelijke stilzwijgen dat over dit soort van feiten nog steeds heerst, blijven voeden? Ik sprak ouders met een zoon die iets gelijkaardigs heeft meegemaakt. Die jongen pleegde ook zelfmoord; zijn vader en moeder willen er niet mee in de openbaarheid komen.”

Ze voelen zich schuldig omdat ze het niet gemerkt hebben toen het gebeurde?

“Ook. Maar het is ook vreselijk om zo’n verhaal te moeten vertellen. Dit gaat over mijn zoon. Van­nacht lag ik te piekeren: ‘Wat zal dit gesprek opleveren?’ Maar als ik eraan denk dat er nog mensen zoals Benjamien zijn, weet ik dat ik móét spreken. Ik wil eerherstel voor mijn zoon. Door wat hij heeft meegemaakt, is zijn leven totaal ­ontspoord."

“Benjamien is er niet meer en dat is natuurlijk het einde, maar het meest ondraaglijke vind ik het lijden dat eraan voorafging. Wat hij als kind heeft moeten meemaken. Telkens wanneer ik nu een jongen van een jaar of elf zie, denk ik aan de vernietigende impact die misbruik door een vertrouwens­persoon heeft op zo’n kind.”

***

Het seminarie en het bisdom reageren

Directeur Manu Van Oevelen van het Klein Seminarie van Hoog­straten bevestigt dat Gaston Cogge nog steeds op de school woont. “Maar hij komt niet in contact met leerlingen”, zegt hij. “De man is 90 en ziek. Ik zou hem niet meteen een dader noemen, dat is te eenzijdig. Gaston Cogge lag eerder al eens onder vuur, het gerecht heeft toen niets gevonden. Naar aanleiding van het verhaal van Benjamien Van Passel heb ik opnieuw contact gezocht met het gerecht. Zij hebben de moeder laten weten dat mijnheer Cogge niets ten laste gelegd kan worden.”

Omdat de feiten verjaard zijn? Van Oevelen: “In het onderzoek naar Cogge waren de feiten verjaard, maar is toch onderzocht of er meer recente gebeurtenissen wa­ren die hem ten laste gelegd konden worden. Er zijn nooit harde feiten boven water gekomen. In 2010 is hij tijdelijk van de school verwijderd, tot het onderzoek afgerond was.”

Is er ook nagegaan of hij in de ja­ren 80 contact had met Gie Lae­nen? “Ik weet niet wat er precies onderzocht is, ze hebben me alleen laten weten dat er niets gevonden is.”

"In het dossier van 2010 vertellen ex-internen dat ze Cogge meden. Alleen is iets zeggen niet het­zelfde als iets bewijzen", zegt Olivier Lins, woordvoerder van bisschop Johan Bonny (foto). Beeld BELGA

Olivier Lins, woordvoerder van de Antwerpse bisschop Johan Bonny, benadrukt dat de bisschop de aangetekende brief van Maryse Ver­beeck ontvangen heeft en zwaar onder de indruk is van de lijdensweg van haar zoon. “Het is afschuwelijk. Na het gesprek dat de ouders en de stief­vader van Ben­jamien met collega Annie Jansen hadden, hebben we het gerechtelijk dossier van Gaston Cogge van 2010 opnieuw nagekeken. Er werden toen heel wat mensen ondervraagd, maar justitie vond geen bewijzen van seksueel misbruik. Pastoor Cogge ontkende alles en het dossier werd geseponeerd. De klacht van mevrouw Verbeeck werd in november vorig jaar geseponeerd wegens verjaring. Wij hebben gesprekken gevoerd met Cogge. Hij blijft alles ontkennen.”

Impasse

Waarom verblijft Gaston Cogge nog steeds op de school? Olivier Lins: “Monseigneur Bonny heeft hem in 2010 gezegd dat hij moest verhuizen. De bisschop is dat in de jaren erna blijven herhalen, zowel mondeling als schriftelijk. Alleen moeten we vast­stellen dat zowel de directie als de leerkrachten van het Klein Seminarie als één blok achter Cogge zijn gaan staan. Zij vinden dat de priester-leraar niets te verwijten valt en dat hij op de school moet blijven."

“Elke vorm van misbruik is er een te veel. Zodra er nog maar een vermoeden is, treden wij op. Maar nu zitten we in een impasse: justitie heeft twee keer geseponeerd en de verdachte heeft altijd ontkend en blijft ontkennen. De school, collega’s en interne leerlingen zeggen: ‘Priester Cogge is een eerbaar man'.'

Behalve dan die schoolvriend van Benjamien Van Passel die tegen Maryse Verbeeck zei: “Van Cogge moest je wegblijven. Hij stond bekend als pedofiel.” Lins: “In het dossier van 2010 vertellen een aantal ex-internen uit de jaren 50 en 60 ook dat ze Cogge me­den. Alleen is iets zeggen niet hetzelfde als iets bewijzen. Het slachtoffer Benjamien is er niet meer. Dat maakt het heel moeilijk om nu verder actie te ondernemen. Mon­seigneur Bonny wil verder blijven praten met de familie. Want hij begrijpt hun boosheid, verdriet en wrok.”

Gie Laenen zegt Benjamien Van Passel niet te kennen. “Die naam zegt me niets. Ik heb geen idee waarom hij mij genoemd heeft. De voorbije tien jaar hebt u alleen leugens over mij geschreven. Bent u er nog steeds trots op dat mijn schedel aan uw totem hangt?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234