Woensdag 26/06/2019

Ecologie

Duurzaam leven saai? Deze lezers bewijzen dat het anders kan

Beeld Joris Casaer

Wegblijven uit de supermarkt, je haar wassen met appelazijn en hennephemdjes dragen. Wie daar allemaal voor tekent, moet wel een muffe geitenwollensok zijn, toch? Jana, Toon en Liesbet bewijzen het tegendeel. Zij staan met twee voeten in het leven, zijn hippie noch hipster én leiden een duurzaam leven van A tot Z. 

Jana Goyvaerts (23) koopt lokaal en kookt vegan

Veganistisch, zero-waste én 100% Belgisch: het lijkt een bijna onmogelijke combinatie. Toch kookt de Brusselse onderzoeks­assistent Jana al een dik jaar volgens die filosofie, zelfs met twee linkerhanden. “Het was midden in de winter toen ik me voornam om enkel nog lokale producten te kopen”, zegt ze. “Helaas lagen er bij de Belgo­markt (zie kader hieronder) enkel spruiten, kolen en rapen. Dat was even slikken. Aan iedereen vertelde ik hoe lekker die groenten zijn, maar eigenlijk was dat vooral om mezelf moed in te spreken.”

Pas toen de lente aanbrak en een eerste paprika in de rekken opdook, begon het Jana te dagen hoe seizoenen in elkaar zitten. “Ik was zo blij, nooit heb ik zo van een paprika genoten! Intussen speel ik daar beter op in en gaat het bijna vanzelf. Via Instagram deel ik mijn keukenexperimenten, om die boodschap ook uit te dragen. Zo toon ik hoe je zelf melk kan maken van Belgische amandelen, én hoe je de ­resten kan verwerken tot lekkere pinda-amandelballetjes. Al plakte mijn hele keuken toen nog wekenlang vol amandelpulp, in de meest onwaarschijnlijke hoekjes.” (lacht)

Nu ze haar keuken­routines min of meer op orde heeft, ­tackelt Jana ook volop de andere probleemzones die haar voetafdruk de lucht injagen. Zo laat ze de auto staan voor de Blue-bike, Villo of haar koersfiets. “Ook dat is soms een merde in de winter: vaak kom ik op afspraken aan als een verzopen rat, met kliedernat haar en een snotneus. Anderzijds houdt het vele fietsen mijn hoofd fris, en ben ik veel beter op tijd dan met die onvoorspelbare metro’s.”

Vorige zomer besloot ze ook het vliegtuig links te laten liggen, zelfs al zit de reislust haar in het bloed. Tochtjes naar Schotland of Zuid-Frankrijk doet Jana nu zonder verpinken met de trein, via een wirwar van Europese spoorwegen. “Vliegtickets scoren, gewoon omdat ze goedkoop zijn, is voor mij geen evidentie meer. Als ik op reis wil, bereken ik met een app eerst het verschil in voetafdruk met de trein, bus of vliegtuig. Zo is er voor mijn werk binnenkort een conferentie in Estland, nauwelijks bereikbaar met de trein. Dan maak ik de afweging: is dit de CO2-uitstoot waard? Wat kan ik doen ter compensatie?”

Beeld Joris Casaer

Opmerkingen uit haar omgeving maken haar keuzes er ook niet ­makkelijker op. “Mensen zien me als de ‘eco-ambassadeur’, die alles altijd goed moet doen. Een typisch voorbeeld is mijn papa: zelfs zonder dat ik met het vingertje wijs, schiet hij al in het defensief zodra ik over mijn levensstijl vertel. Dan rakelt hij op dat ik vroeger wél gemakkelijk op een vliegtuig sprong, of een iPhone heb. Ik weet wel dat zulke opmerkingen uit onmacht komen, maar toch zijn ze best vermoeiend.”

Zelf voelt Jana zich immers al schuldig genoeg wanneer ze van het groene pad afwijkt. Zo kan ze zich wel voor het hoofd slaan als er toch een plastic rietje in haar cocktail belandt, of als ze eens iets in de gewone supermarkt koopt. “Het is dubbel: kleine dingen liggen me sneller op de lever, omdat ik nu zo hyperalert in de wereld sta. Omgekeerd is mijn dag ook helemaal goed wanneer ik wél spontaan een bamboerietje krijg. En dat mijn papa, toch mijn zwaarste criticus, meeging naar de klimaatmars, is hét bewijs dat mijn gedrag impact heeft.”

TIPS VAN JANA

• Via de app ‘Good on You’ kan je elk kledingmerk screenen op duurzaamheid, dierenleed en werkomstandigheden.

• Bij Lush kan je al je potjes terugbrengen, die worden gerecycleerd. Ik koop inmiddels al mijn beautyproducten daar.

• Laatst schafte ik wasnoten aan, natuurlijke noten van de zeepnoten­boom. Die voeg je in een katoenen zakje aan de was toe. Afvalvrij én zonder chemicaliën.

• Alle producten bij Belgomarkt komen uit eigen land. Wat ik daar niet vind, zoek ik bij biowinkel Stock of de biologische supermarkt Färm, alle drie in Brussel.

• Op Instagram: @janagoyvaerts

Toon Bosschaert (41) is een trotse bakfietsvader

In Ledeberg of Borgerhout zijn ze inmiddels even ingeburgerd als avocado toasts, maar in het West-Vlaamse Izegem is bakfietsvader Toon nog een groen buitenbeentje. Door weer en wind fietst deze muziekproducer naar Kortrijk en terug, vaak beladen met zijn kroost en een hele berg biogroenten. Zelfs tegen de strengste winters is hij daarbij goed gepantserd met zijn jas van hennep.

“Ik koop bijna al mijn kleding bij HoodLamb, een duurzaam kledingmerk waarvan de opbrengst naar
 The Sea Shepherd vloeit. Goedkoop is dat niet: aan één zo’n hennephemdje ben je al bijna 100 euro kwijt. Toch voel ik me er veel beter bij.” Wie daar niet zo gelukkig mee is, is Toons vrouw: zij ligt niet in die mate wakker van Moeder Natuur, en dat zorgt weleens voor onenigheid. “Zij vindt mijn kleding niet mooi. Ze zou willen dat ik elk jaar een goedkopere jas koop, ­volgens de laatste modetrends. Soms koopt ze een T-shirtje van de H&M voor me, terwijl ze weet dat ik dat ­liever niet draag.”

Beeld Joris Casaer

Ook in de keuken en badkamer zijn de contradicties groot. Toon eet uitsluitend veganistisch, zijn vrouw bakt soms wél nog een stukje vlees. Hij wast zich met een shampoo bar (zie kader hieronder), zij koopt “het merk dat ze kent van televisie”. Hij fietst naar het werk, zij pendelt per auto. En waar Toon hamert op belevingscadeaus, sijpelt plastic speelgoed via de grootouders soms toch het huis binnen.

Desondanks blijven grote conflicten uit. “Ik wil niets opdringen. Alleen over vlees duw ik door, omdat het wel in het lijf van mijn kinderen gaat. En over dat speelgoed laat ik weleens de slogan ‘voor kindjes door kindjes’ vallen.” Omgekeerd krijgt ook Toon geregeld de volle laag. “Mijn kinderen treiteren me graag met ‘mijn nepvlees’. En zelfs mijn beste maten komen weleens met de clichés: of ik geen tekorten heb, of hoe het kan dat ik veganist ben en niet graatmager.”

Veel kunnen die commentaren Toon niet schelen, zeker niet in vergelijking met waar het hem allemaal om gaat: ingaan tegen het ongebreidelde dierenleed in onze samenleving. Die principes kreeg hij nochtans niet mee van thuis. Zijn grootvader werkte tot zijn 80ste als slager, met de kleinzoon als rechterhand. “Toen al klopte het in mijn ogen niet om een schaap te slachten. Voor mij hadden die dieren een persoonlijkheid. Ze herkenden en begrepen ons.” Een eerste studentenjob werd de druppel: nadat hij van dichtbij een dierentransport ­meemaakte, werd Toon op z’n 15de vegetariër. “Voor mijn ogen werden varkens in een vrachtwagen geladen. Hun gegil was huiveringwekkend.”

Sindsdien werd hij alsmaar fanatieker, al noemt hij het zelf liever normaal. De supermarkt ruilde hij vlotjes in voor een biologische groentetuin, waar hij elke drie maanden grote bestellingen plaatst. En zelfs op vakantie gaat het duurzame leven verder. “Het vliegtuig mijd ik, want die lowcostvluchten vind ik schandalig. In de plaats trekken we met de mobilhome naar een natuurcamping. Heerlijk, want ik kan er naar hartenlust muziek maken in de bossen. Verder laad ik ons diepvriesje vol eten van thuis en doe ik de boodschappen op artisanale marktjes.”

Zoals veel ecologisten is Toon ervan overtuigd dat hij met kleine gebaren een krachtig signaal kan geven. Als opgeven voelt dat niet, op één uitzondering na: hij negeerde bewust zijn derde kinderwens, al had hij de bakfiets graag met een extra kopje gevuld. “Ons systeem is gericht op groei: méér winst en méér mensen lijkt het motto. Ook dat probleem moet je durven uit te spreken. Ik vind niet dat je op bedrijven en politici mag zeuren, als je je zelf niets van het milieu aantrekt. Dankzij mijn inspanningen heb ik daar al wat meer recht toe.”

TIPS VAN TOON

• Bij De Lochting in Izegem kan je biologische groenten kopen. Er worden kansarme jongeren tewerkgesteld, dus ook ethisch verloopt alles correct.

• Van het merk Aromaesti kocht ik een shampoo bar, een soort zeepblok dat je zo over je haar wrijft. Vier maanden lang heb ik er zowel mijn haar als dat van de kindjes mee kunnen wassen.

• In onze living legde ik een parket van kastanjehout uit de Dordogne. Die bossen groeien gewoon vanzelf terug wanneer de bomen afgezaagd zijn, waardoor er elke vijf jaar nieuwe bomen staan.

• Ik koos voor een elektrische bakfiets, zodat ook bij slecht weer of lange afstanden die tochtjes niet al te moeizaam verlopen.

Liesbet Van Gompel (47) en haar gezin begonnen samen een afvalvrij leven

Het gemiddelde vijfkoppige gezin zet elke week wel een goedgevulde zak huisvuil ­buiten, ten huize van de Kempische Liesbet gebeurt dat maximaal eens per halfjaar. Nu ja, zak: elk stuk plastic dat hun huishouden toch nog binnendringt, verzamelen ze sinds twee jaar in een grote, glazen bokaal. “Zo kunnen we goed analyseren wat er nog misloopt bij onze zero-waste policy. Zo zijn balpennen nog een pijnpunt – zelfs al nemen we ze nergens aan, ze blijven binnenkomen. Daarnaast belanden ook verpakkingen van ­tempé weleens in de bokaal, of heel soms een zak chips.”

Voor al het afval dat daarbuiten valt, ontwikkelde Liesbet een waaier aan innovatieve strategieën om er volledig komaf mee te maken. Wasmiddel verving ze door een handvol Belgische kastanjes in de machine, het huis schoonboenen doet ze simpelweg met azijn en natriumcarbonaat. Zelfs voor haar beautyproducten vond ze een ecologisch alternatief: haar vaste parfummerk liet ze varen voor natuurlijke oliën, watjes naait ze zelf en bodycrème brouwt dochter Cato met kokosmelk en cacaoboter. “Vooral shampoo was even zoeken. Zelf gebruik ik appelazijn
(zie kader hieronder), dochter Loes zweert dan weer bij de shampoo in vaste vorm van Lush. Voor de mannen laat ik shampoo bijvullen in de verpakkingsvrije winkel. Helemaal niet meer wassen heeft Cato ooit uitgetest, maar dat bleek toch geen succes.”

Beeld Joris Casaer

Het lijken trucjes waar vooral een stel groene diehards zich aan waagt, maar niets is minder waar: acht jaar geleden leefde het gezin nog zoals de meeste Vlamingen, ver weg van de typische geitenwollensok in een aftands boerderijtje. De eyeopener was de documentaire Plastic Planet. Na die te zien, bleef Liesbet definitief weg uit de grote ketens. Nochtans is dat niet simpel in de landelijke Kempen, waar hippe verpakkingsvrije winkels dun gezaaid zijn. “Ik teel nu mijn eigen groenten, maar daarnaast rijd ik de boerderijwinkeltjes af om alles bij elkaar te sprokkelen. Voorlopig wel nog met de auto, dat wordt mijn volgende werkpunt. Gelukkig kan je linzen, granen en ­kikkererwten lang bewaren, dus die stockeer ik in grote hoeveelheden in de kelder.”

Guilty pleasure: chips

Bewonderenswaardig is vooral hoe Liesbet haar drie pubers meekreeg in die duurzame ommezwaai, zónder vlammende kamerdeuren. Integendeel: het waren de kinderen zelf die het voortouw namen bij al die ecoprojectjes. “Loes is een geboren vegetariër. Als kind moesten we haar echt pushen om vlees te eten, dus begon ik dankzij haar dan maar veggie te koken.” Vervolgens deed Cato er nog een schepje bovenop: ze wilde plots veganist worden. “Voor mij was dat even slikken: hoe moet ik dat nog bolwerken? Uiteindelijk heeft die ­missie ons dichter bij elkaar gebracht: we gingen samen naar de supermarkt en leerden anders koken.”

Intussen is zoon Arne de enige die op kot weleens een stukje vlees opsmikkelt, al heeft ook hij een warm hart voor de natuur. “We hebben elk onze eigen stokpaardjes. Af en toe komen al die groene doelen wel met elkaar in conflict: zo kan je vlees bij de lokale slager makkelijker zonder verpakking kopen dan tofu, maar daarvan is de uitstoot dan weer veel hoger. Daar spreken we Arne soms wel over aan, maar ik zou nooit zijn maaltijd verknallen.” Ook niet alles hoeft perfect te zijn: geregeld komt er nog een avocado op tafel. “En op vrijdagavonden doen we een zak chips open, onze ultieme guilty pleasure.”

Een ecoterrorist is Liesbet dus niet, al lopen de ergernissen weleens hoog op. Vooral de zee aan zwerfvuil stemt haar moedeloos. “Zelf vul ik nauwelijks een vuilniszak, op straat heb ik er op een halfuur eentje bij elkaar. Schrijnend, zeker als je de plasticsoep in de oceaan ziet. Dat de overheid nog geen statiegeld ingevoerd heeft, vind ik bijna misdadig.”

Tips van Liesbet

• Elk van ons heeft altijd zijn eigen potjes, zakjes en beker op zak. Zo kunnen ook bestellingen afvalvrij mee, zélfs bij de frituur.

Appelazijn is een echt wondermiddeltje, dat je makkelijk zelf kan maken door gepureerde appel te laten gisten in een weckpot.

• Heel handig zijn pluktuinen. Wie lid is, mag elk seizoen naar hartenlust oogsten wat hij nodig heeft, recht uit de serre.

• Uit restjes stof naaide ik zelf herbruikbare wattenschijfjes. Véél duurzamer dan de wegwerp-exemplaren uit vervuilend katoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden