Woensdag 16/10/2019

Reizen

Drie bootbezitters over de ultieme vrijheid op zee: ‘Het is de perfecte ontspanning’

Eva’s boot ligt in de haven van Blankenberge. Ze probeert ’s zomers wekelijks te varen, al lukt dat niet altijd. Beeld Eva Vlonk

In de categorie ‘vrijheidsgevoel’ overklast een boot met gemak een motor, omgebouwde camionette of mobilhome. Drie fiere bootjesbezitters vertellen over hun passie. ‘Het moment dat je de motor stillegt: dat is heaven.’

Fotografe Eva Vlonk (27) heeft al drie jaar haar eigen zeilboot

“Een boot is niet duurder dan een motor. Je kan zo zot gaan als je wil, maar al vanaf 5.000 euro heb je een goed exemplaar. De mijne is twintig jaar oud, maar nog perfect. Het is al mijn tweede zeilboot. Drie jaar geleden kocht ik een eerste, een kleine boot die op het Veerse Meer lag. Heel tof als daguitstap, met een frigobox en wat vrienden. Maar vaak is het er zo druk dat je meer bezig bent met andere boten te ontwijken dan met varen, dus verkocht ik hem. Mijn nieuwe is een slag groter en geschikt om mee op zee te zeilen.

“Mijn ouders zijn fervente zeilers. We gingen altijd met de boot op vakantie. Als baby had ik een bedje in de boeg, later liepen mijn broer en ik met reddingsvesten rond op het dek. We hielpen boeien te tellen en elke avond als we aanlegden in een haven sprongen we van boord om samen met de andere kindjes krabben te vangen. Meestal gingen we naar Nederland, een ideale zeilbestemming. Ik ­herinner me nog een tocht op het IJsselmeer met prachtige stadjes zoals Hoorn. Maar evengoed gingen we naar Frankrijk of Engeland.”

Mooie Lucy

“Mijn droom is om rond midzomernacht de Noorse kust af te varen. Moet fantastisch zijn: om elf uur ’s avonds in de stralende zon op je boot zitten. Als het weer meezit, zeil je op drie dagen van Blankenberge naar Oslo. Het grote voordeel is dat je gratis vooruitgaat én je hebt je slaapplaats mee. Nu vaar ik meestal voor de Belgische kust, maar deze zomer hoop ik wat verder te geraken. Naar Amsterdam, bijvoorbeeld, waar een tof haventje is midden in de stad. Of naar Londen, je kan er gewoon op de Theems varen. Veel hangt af van het weer. Als ik ga zeilen, check ik ­continu de voorspellingen. Als je niet weet wanneer het tij is of wanneer de stroming gaat draaien, kun je in de problemen komen.

“Je boot een nieuwe naam geven, brengt ongeluk, zegt een scheepswijsheid. Maar die van mij had zo’n lelijke naam dat ik het echt niet zag zitten om die te houden. Ik doopte hem Lucy. Deze boot is, net als de vorige, uit Nederland, daar vind je volgens mij de beste. Ik hou het meest van oude boten, die knus ingericht zijn. Nieuwe boten hebben vaak van die spierwitte interieurs, een beetje kitscherig. Mijn Lucy is heel mooi, helemaal in hout en met veel kastjes.

“Soms ga ik gewoon zeilen om te zwemmen. Vorige zomer nog toen het zo warm was. Op één à twee uur varen van de kust spring ik in zee. Ik laat mijn bootje gewoon dobberen. Zo drijft hij samen met mij af. Als je voor anker gaat, blijft je boot liggen en bestaat de kans dat je door de stroming niet meer bij je boot geraakt. Ik heb ook een zwemtrapje zodat ik gemakkelijk terug aan boord geraak. En ik gooi een lang touw uit met een boei eraan.”

Gember en pilletjes

“Soms ga ik rond vijf uur ’s avonds nog zeilen. ’s Avonds is de zee rustig en zo goed als leeg. Er zijn weinig andere boten en de zonsondergang is prachtig. Daarnaar kijken, maakt me rustig. Aan boord maak ik veel foto’s, maar nooit van de boot. Altijd van de zee, de horizon en de wolken. Klinkt cliché, maar die zijn altijd anders.

“De Belgische kust is echt lelijk, maar vanop het water heeft het nog wel iets, al die kuststadjes met daartussen de duinen. Het is zalig om op een mooie dag de haven van Blankenberge uit te varen. Je ziet al die parasols en je hoort de gesprekken die langzaam verstommen, terwijl het gekrioel op het strand steeds kleiner en kleiner wordt.

“Voor ik ga zeilen, drink ik geen koffie en liefst ook geen alcohol, anders kan ik zeeziek worden. Het overkomt me af en toe, vooral als ik niet aan het roer sta, of voor anker ga en lig te dobberen. Ik heb aan boord speciale pilletjes. En gember helpt ook goed. Maar die moet je nemen vóór vertrek. Eens je ziek bent, helpt maar één ding: vaste grond.

“Het moment dat je de motor ­stillegt: dat is heaven. Net ervoor heb je de zeilen gehesen: een klus die snel moet gaan en veel kabaal veroorzaakt, omdat de zeilen flapperen in de wind. Maar als de wind dan in je zeilen ‘pakt’, heb je de motor niet meer nodig. De totale rust en stilte is echt overweldigend.”

Acteur Titus De Voogdt (39) kocht samen met een vriend een oude visserssloep

De sloep ligt in Nieuwpoort. Titus en vriend Robbe varen zo’n drie keer per maand, maar liever vaker. Beeld Eva Vlonk

“Al heel mijn leven heb ik iets met boten. Als student had ik een motorsloepje. Ik ben dol op verhalen van ontdekkingsreizigers en sinds mijn zesde ben ik een fervent visser. Bovendien sleutel ik graag aan motoren. Maar zelf een boot kopen, dat leek me niks. Mensen zeggen niet voor niets: ‘koop een boot, werk je dood’. Maar twee jaar geleden passeerde er een die ik niet voorbij kon laten gaan. Tom Vermeir (acteur, red.), een vriend en zelf ook zeiler, vertelde me over een oude, ongetrouwde tweeling, Jean en Louis. Zij verkochten hun vissersbootje. Het is de oude reddingssloep van een luxeboot die het duo eigenhandig verbouwde in hun achtertuin. Ze doopten hem Leona, naar hun moeder. Een ideale boot voor mij: je hebt er geen vaarbewijs voor nodig en het liggeld valt mee, omdat we in de vissershaven liggen. En Jean en Louis beloofden me te helpen met het onderhoud. Toen Robbe Nuyttens, een goeie vriend, samen met mij de boot wilde kopen, ging ik overstag.

“Deze boot is eerder een tractor dan een camper of een oldtimer. Het is de basic van de basic. Er zijn geen zetels of kussens, alleen een motorbak waarop je kunt zitten. Er kan, naast de stuurman, maximaal twee of drie man mee. Ik kan koffie zetten en onderin heb ik een bedje gemaakt zodat ik er kan logeren, bijvoorbeeld tijdens Theater aan Zee. Maar het is echt ieniemienie. Ik ben 1 meter 70 en pas er nét in. Het is een beetje alsof je in je auto slaapt. De boot vaart maximaal 15 kilometer per uur, maar het is wel een diesel: veel kracht, weinig snelheid.

“De Leie op en af varen om te aperitieven met vrienden: nee dank je. Varen zonder doel is niks voor mij. Ik vaar om te vissen. Altijd met een lijn. Soms hebben we echt veel mee, maar dat is nooit mijn ambitie. Meestal vaar ik op weekdagen. Nadat ik mijn kinderen op school heb gedropt, rij ik door naar Nieuwpoort.”

Zelfde mindset

“Ik vertrek alleen bij mooi weer en weinig golven. Een ruige zee is niet leuk. Ook al vaar ik altijd maar een paar mijl van de kust. Officieel begint de zee daar nog niet eens. Maar je ziet er al zeehonden, jan-van-genten en bruinvissen. Je hebt nog bereik met je gsm, maar de bewoonde wereld lijkt ver weg. Zeker als je voor anker gaat en de motor uitzet. Dan is het echt stil.

“Ik ben dus eerder een kustvaarder dan een zeebonk. Toch is het mijn droom om het kanaal over te steken. In theorie moet het kunnen, want ik heb een gesloten dek. Maar het blijft een klein bootje. Spannend wordt het zeker. Ik ga nooit alleen op zee. Je weet nooit waarin je verzeild raakt en dan ben je beter met twee. Vaak ga ik samen met Robbe, of met Louis, de vorige eigenaar. Hij is echt mijn leermeester en intussen ook een goede vriend.

“Na een dag varen is het alsof ik op vakantie ben geweest. Het is de perfecte ontspanning. Al ben ik dan ook bekaf. Je moet continu je evenwicht behouden op dat schommelende bootje. En aan boord ben ik een verscherpte versie van mezelf. Ik ben heel gefocust. Logisch. Op zee zijn, is een hele verantwoordelijkheid. Om met mijn bootje op zee te varen, heb je geen vaarbewijs nodig. Enkel wanneer je op binnenwateren komt, omdat het daar veel drukker is.

“Op zee is er camaraderie. Iedereen heeft dezelfde mindset. Bovendien heb je elkaar nodig. Zit je in de shit, dan probeer je elkaar te helpen. Eén keer heb ik de reddingsdienst gebeld. Ik kreeg de motor niet meer aan de praat en er begon water in mijn boot te lopen. In de verte zag ik hun bootje al aankomen, toen ik mijn motor ineens tóch gestart kreeg. Een eureka-moment.”

Willem De Vetter (36) gaf zijn passie door aan zijn vrouw Tine (33). Ze hebben sinds kort een knalgele seventies sportboot

De boot ligt op de Leie in Drongen. Het gezin vaart in de zomer meermaals per week. Beeld Eva Vlonk

“Ik spelend in een wasteil alsof het een bootje is; dat is een van mijn eerste kinderfoto’s. De passie voor varen erfde ik van mijn peter. Hij nam me soms mee in zijn boot, een groot woord voor zijn metalen kuip met buitenboord­motor. Het ding maakte zoveel kabaal dat je niet met elkaar kon praten. Maar de microbe had ik te pakken. Het gevoel van rust en vrijheid liet me niet meer los.

“Nog voor ik een auto had, had ik al een piepklein oud motorbootje. Intussen ben ik toe aan mijn vijfde boot, steeds iets groter en iets beter. In Vlaanderen denken veel mensen dat het enkel voor rijke mensen is, maar dat klopt totaal niet. Wat fijn is: een boot heb je niet alleen voor jezelf. Die deel je met vrienden en familie. Elke keer als we gaan varen, nemen we mensen mee. Ons enthousiasme is zo aanstekelijk dat intussen al verschillende vrienden zelf een boot kochten.”

Petrolhead

“Boten zijn een rode draad door onze relatie. Het was op een boot dat ik Tine ten huwelijk vroeg. Een dag later dan gepland weliswaar, omdat hij de dag ervoor niet wilde starten. Onze dochter was vijf dagen oud toen ze mee aan boord ging in haar Maxi-Cosi. Ze is nu zes en onze zoon vier, en ze gaan nog altijd mee. Van april tot oktober ligt ons bootje in het water en gaan we zo vaak we kunnen. Tine had nog nooit gevaren voor ze me leerde kennen, maar nu is het een passie die we delen.

“Zeilen zegt me niet veel. Ik ben een echte petrolhead. Ik sleutel graag aan motoren en hou van snelheid. Bovendien doe ik aan wakeboarden en dat gaat alleen achter een motorboot. Een zeilboot moet sowieso aan de kust liggen. Vanaf Gent al gauw een uur rijden, terwijl onze boot op een kwartier ligt. Gent is ideaal om te varen: je kan in twee richtingen de Leie op, je hebt de Schelde en nu de Reep weer open is, kan je in het centrum een groot traject doen. Tijdens het muziekfestival Odegand kijken we vanuit ons bootje naar het vuurwerk tijdens het slotspektakel. Een jaarlijkse traditie en een echte hoogdag voor ons.

“Onze gele boot, dat was liefde op het eerste gezicht. Het was puur ­toeval. In juli vorig jaar was Tine voor haar werk in Mallorca. Toen ze me argeloos een fotootje stuurde van haar office of the day wist ik niet wat ik zag. Ik belde haar meteen: ik móést weten welke boot het was. Het bleek een sportmodel van Deense makelij uit 1977: een Coronet 22 Sport. Een unieke verjaardagseditie waarvan er slechts 155 zijn gemaakt. Ik was vastbesloten: zo een wilde ik er ook. Na drie dagen obsessief surfen vond ik er eentje op eBay Duitsland. Ik vloog op en neer naar Hongarije, waar de boot lag, en had mijn Coronet 22 Sport.

“Noem deze boot gerust de Deense Riva, de bekende luxueuze Italiaanse jachten met houten dek. Even snel en elegant, maar minder herkenbaar en niet zo opvallend. Als liefhebber van Scandinavisch design is deze boot echt een droom. Het was voorbestemd: ik werk al zestien jaar voor Volvo en er liggen twee Volvo-motoren in.”

Hoofd leegmaken

“Ik ben intussen lid van de Coronet-club. Hoewel het merk in de jaren 80 failliet ging, kan je online nog alles terugvinden. Naast de originele tekeningen, heb ik zelfs het logboek van de productie. Ik weet op welke dag de motor erin gezet is én op welke dag mijn boot in Zwitserland afgeleverd is.

“Ondanks zijn leeftijd is de boot piekfijn, op wat details na: onlangs herstelde ik de originele bekerhouders. Er komt een nieuw tafeltje in en ook de originele witte zetelbekleding wil ik vernieuwen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234