Donderdag 12/12/2019

Interview

Dr. Hendrik Cammu: "Wie langer dan een jaar thuisblijft, heeft geen 10 procent kans om ooit weer te werken”

Hendrik Cammu. Beeld Damon De Backer

Het plan van minister van Volksgezondheid Maggie De Block om voor acht ziektes vast te leggen hoelang patiënten thuis mogen blijven, wordt verdedigd door dokter Hendrik Cammu. ‘Wie langer dan een jaar thuisblijft, heeft nog geen 10 procent kans om ooit weer aan het werk te gaan.’

Hoe de tijden veranderd zijn. “Vroeger moest een patiënt die een hernia-operatie had ondergaan wekenlang plat blijven liggen”, zegt Hendrik Cammu (62). “Vandaag worden herniapatiënten vrij snel uit hun bed gehaald.” 

Cammu is dan wel verloskundige in het Universitair Ziekenhuis Brussel, als overtuigd beoefenaar van de sociale geneeskunde krijgt de gynaecoloog in zijn praktijk regelmatig langdurig zieken over de vloer. En ook op dat vlak is er sprake van voortschrijdend inzicht, betoogt hij.

Laagopgeleid

“Ik werk in Jette, een Brusselse gemeente waar veel arme, laagopgeleide mensen wonen, en ben aan de slag in een ziekenhuis met een vast salaris, dus zonder ereloon. Voor mensen met een beperkt budget zijn wij een interessante kliniek. Als ik patiënten over de vloer krijg uit de Cité Modèle (sociale woonwijk in Laken, smalend ook cité poubelle genoemd, red.), dan weet je het wel. Bij hen ben ik constant aan het rekenen: ‘Als ik dat medicijn voorschrijf, dan kost u dat zoveel. Maar met een grote verpakking komt u de maand wel door.’”

Precies die groep komt in beeld als het over langdurig zieken gaat. “Het RIZIV kent twee grote groepen van langdurige ziektes”, zegt Cammu. “De groep met locomotorische problemen zoals rugpijn en nekpijn, en de groep met mentale problemen. Vaak zie je een overlap tussen die twee en kom je uit bij zwakke sociale groepen – laagopgeleiden, alleenstaanden, vereenzaamde ouderen – die problemen vertalen op hun lichaam.

Hendrik Cammu. Beeld Damon De Backer

Inzicht in gezondheid

“Ken je de term alexithymie? Dat is een persoonlijkheidskenmerk van mensen die hun gevoelens niet goed kunnen beschrijven en niet begrijpen dat fysieke klachten zoals buikpijn, chronische pijnen, hartkloppingen en hoge bloeddruk door emoties opgewekt kunnen worden. Dat fenomeen van somatiseren gebeurt minder bij hoogopgeleiden, die over meer cognitieve vaardigheden beschikken en inzicht hebben in hun gezondheid.”

Stress op het werk zal zich bij laagopgeleiden vaker uiten in rugpijn?

Hendrik Cammu: “Absoluut. En reken daar ook maar burn-out bij, een aandoening die veel heeft te maken met vrijheid. Als ik ’s avonds bedorven voedsel eet en ’s nachts misselijk word, dan zou ik ’s morgens de secretaresse kunnen bellen met de vraag om al mijn afspraken af te zeggen. Maar dat doe ik niet. Wie in een keuken werkt of aan de band staat, doet dat wel, omdat die mensen minder vrijheid hebben om hun werk te regelen. Hoe minder vrijheid in je werk, hoe vaker je het gaat zoeken in ziekteverzuim.

“In het UZ Brussel werken 3.000 mensen. Hoe komt het dat het schoonmaakpersoneel vaker ziek is dan de dokters? Omdat wij onze plan kunnen trekken. Wie dat niet kan, heeft als enige uitweg zich ziek melden. Mensen gaan ook projecteren: wie niet goed kan uitdrukken dat hij zich niet goed voelt, zal sneller zeggen dat hij pijn heeft.”

Het voornemen van minister De Block om voor acht ziektes een genezingstermijn vast te ­leggen in een richtlijn, vindt u cruciaal. Wat is het voordeel, volgens u?

“Als die maatregel gebaseerd is op degelijk onderzoek, dan kan ik me daarin vinden. Ik doe momenteel een groot onderzoek naar keizersnedes. Die praktijk swingt wereldwijd de pan uit: vroeger hadden we in Vlaanderen amper 10 procent keizersnedes op alle geboortes, nu 20 procent. Duitsland zit aan 34, Italië aan 40 en Turkije aan meer dan 50 procent.

“Dat heeft niets te maken met geneeskunde, maar alles met socio-economie. In Vlaanderen hebben we een studiecentrum dat sinds 1986 zowat alles registreert over geboortes: het geboortegewicht van baby’s, hun apgarscore (test waarmee een snelle indruk van de algemene toestand van een pasgeboren baby verkregen kan worden, red.) of ze neonatale zorgen nodig hebben. Elke materniteit krijgt jaarlijks haar eigen rapport, samen met het algemene overzicht. Ik kan het niet bewijzen, maar ik ben ervan overtuigd dat een materniteit die elk jaar rond de 20 procent keizersnedes zit, vindt dat ze goed bezig is.

“Dat is een richtlijn en sinds Richard Thaler vorig jaar de Nobelprijs won met de term nudging (een motivatietechniek uit de gedragspsychologie die mensen op een positieve manier stimuleert om zich op een door de overheid gewenste manier te gedragen, red.), weten we dat mensen zich graag conformeren. Als een materniteit aan 30 procent keizersnedes zit, en de artsen weten dat het gemiddelde 20 procent is, dan is de kans reëel dat er vanzelf minder keizersnedes worden uitgevoerd.”

De maatregel van De Block is duidelijk bedoeld om het profitariaat in beeld te brengen. Er zijn 400.000 langdurig zieken in ons land en hun aantal neemt elk jaar toe. Hoeveel daarvan zijn er verdacht?

“Geen idee. Maar elke arts, zeker in het Brusselse, ziet op zijn consultatie mensen die overal pijn hebben. Als je dan vraagt of ze werken, is het antwoord: ‘Ah nee, ik zit aan de ziekenkas.’”

Hoe maak je als arts het onderscheid tussen echte en ingebeelde zieken?

“Dat kun je niet. Veel langdurig zieken zijn sukkelaars: hun medisch dossier is dikker dan gemiddeld, ze lopen van hier naar daar en eindigen vaak in de invaliditeit. Ze komen naar mij met een baarmoederverzakking, maar als je doorvraagt, blijken ze slecht te been en hebben ze last van chronische pijnen. Een van de belangrijkste zaken waarnaar je kunt vragen, is hun medicijnenlijst. Dan ken je in grote mate hun medische voorgeschiedenis.”

Kun je überhaupt een termijn plakken op genezing?

“Ja. Als ik een baarmoeder verwijder, dan krijgen mensen van mij een maand ziekteverlof. Waarop dat is gebaseerd? Ik zou het niet weten. Ziekteverlof voorschrijven is nattevingerwerk, daar bestaat geen internationale literatuur over. Als dokter leer je wel hoe je een operatie moet uitvoeren, maar niet hoelang de patiënt moet revalideren. Sommige collega’s geven zes weken, anderen drie.”

In de geneeskunde werk je met mensen. Hoe kun je daar exacte cijfers op toepassen?

“Geneeskunde is empirisch, en op basis van empirisme kun je richtlijnen maken. Je onderzoekt een cohorte patiënten met dezelfde aandoening, bevraagt hen over hun herstel, berekent de grootste gemene deler en maakt daar een standaardprotocol van. Maar het moet wel kunnen schuiven.

“In de jaren 70 was geneeskunde een zaak van mondelinge overlevering: de professor spreekt en dus heeft hij gelijk. De opkomst van evidencebased geneeskunde in 1989 heeft mensen doen inzien dat je beleid moet baseren op wetenschap. Wie protocollen met de juiste dosis empathie kan combineren, bedrijft de beste geneeskunde.”

Hendrik Cammu. Beeld Damon De Backer

In hoeverre ben je als arts nog autonoom tegenover patiënten?

“Ik zeker, omdat ik een vast salaris krijg en dus in alle objectiviteit aan geneeskunde kan doen. Maar huisartsen staan wat dat betreft in een kwetsbare positie.”

Het lijkt me een competitieve markt: een patiënt die niet krijgt wat hij wil, stapt gewoon naar een andere dokter.

“Dat hoeft geen probleem te zijn, op voorwaarde dat artsen beter hun grenzen afbakenen. Jammer genoeg wordt hen dat niet aangeleerd op de universiteit.

“Een van de grote problemen in de geneeskunde is pay per performance: de arts wordt betaald voor het aantal personen die hij behandelt, ongeacht of dat goed of slecht is. Schaf dat toch af! Het nadeel is wel dat je riskeert terecht te komen in een Brits systeem met twee snelheden: de privé en de overheid, met dokters-ambtenaren die zich geen fluit aantrekken van hun patiënten. Het beste systeem is een combinatie van de twee: geef artsen een basissalaris en laat hen dat aanvullen met een loon dat gebaseerd is op hoe evidencebased en dus hoe richtlijngebonden ze werken. Lieven Annemans, gezondheidseconoom aan de UGent, heeft berekend dat van de 37 miljard euro waarover het RIZIV beschikt, er 30 procent wordt besteed aan medische overconsumptie. Dat is nogal wat.”

De stijging van de langdurig werklozen is het sterkst bij vrouwen tussen dertig en veertig. Terwijl ze carrière maken, zorgen ze ook voor hun kinderen of voor hun ouders. Als zij uitvallen, is dat vaak met een mentale problematiek.

“De gemiddelde leeftijd waarop een vrouw in Vlaanderen een kind krijgt, is 28 jaar. Als ze veertig is, zijn haar kinderen elf, twaalf jaar. De combinatie werk en kinderen vraagt veel meer als de kinderen klein zijn.”

Wellicht heeft het ook te maken met de manier waarop het werk wordt georganiseerd. Werkgevers vragen steeds meer, terwijl daar zelden meer werktijd tegenover staat. De recente staking bij Aviapartner heeft dat nog maar eens bewezen: in een halfuur tijd moet een vliegtuig volgeladen zijn met bagage. Om het werk sneller te doen gaan, wordt de ladder alvast weggetrokken onder het open ruim. Bagagisten moeten maar naar beneden springen.

“Een pure schande. Zie ook downsizing, een praktijk waarbij mensen niet meer worden vervangen als ze met pensioen gaan. Het is bewezen dat downsizing een negatieve invloed heeft op je gezondheid, maar het gebeurt ook bij ons in het ziekenhuis. Dé killer bij artsen is werkdruk, op de voet gevolgd door de toegenomen administratie.”

Hendrik Cammu. Beeld Damon De Backer

“Toen ik jong was en de zaal deed met de hoofdverpleegster, had ze een boek bij. Ik vertelde wat we gingen doen en zij schreef het op. In een uur hadden we de volledige zaal gedaan, een vrouw of twintig. Nu zijn assistenten een halve dag bezig met toeren, tijd die voornamelijk opgaat aan administratie. Er wordt steeds minder met de patiënten gepraat en dat is frustrerend.”

Volgens het ACV wordt 68 procent van de langdurig zieken ongeschikt verklaard voor het werk dat ze vroeger uitvoerden.

“Dat is enorm.”

Dat duidt erop dat mensen die terug aan het werk gaan na hun ziekte, geen aangepast werk krijgen.

“Klopt. Maar het moet ook kunnen. Als je rug niet meer mee kan...”

Europese rechtspraak verplicht werkgevers om langdurig zieken die terugkeren aangepast werk te geven. Een Belgische vrouw die ontslagen werd omdat ze na een periode met borstkanker terug aan de slag ging maar niet meer mee kon, heeft haar zaak voor de arbeidsrechtbank gewonnen op basis van Europese rechtsregels.

“Stel dat je werkt in een bedrijf dat kleren in dozen verpakt. Welk ander werk kun je doen, behalve minder dozen inpakken? Dat lijkt me niet gemakkelijk.”

Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde en directeur onderzoek bij IDEWE, de grootste dienst voor preventie en bescherming op het werk, stelt voor om het ziektebriefje te vervangen door een fit note. In plaats van te focussen op wat mensen niet meer kunnen, wordt zo de nadruk gelegd op wat ze wel nog kunnen.

“Uitstekend idee. In het Verenigd Koninkrijk wordt fitheid beschouwd als een medicijn om chronische ziekten tegen te gaan. Een zestigjarige kun je perfect wandelen voorschrijven om terug fit te raken. Maar dan moet je wel opletten met ‘eigen schuld, dikke bult’: roken, alcohol en overgewicht zijn individuele keuzes. We zijn snel geneigd om mensen daar zelf de schuld van te geven, maar dat mag je niet doen. In het secundair beroepsonderwijs roken drie op de tien kinderen – je kunt mensen niet verwijten dat dat hun eigen schuld is. Opnieuw spelen hier de cognitieve vermogens en kun je stellen dat fitheid een kwestie is van sociale klasse.”

Beeld Damon De Backer

Minister De Block maakt zich sterk dat er tegen het einde van dit jaar 13.500 minder langdurig zieken zijn. Vindt u dat haalbaar?

“Waarschijnlijk verdwijnen die mensen eerst in de werkloosheidsstatistieken en gaan ze van daar naar het OCMW. Dat is de gekende waterval: eerst ziek, dan werkloos en daarna een leefloon. Maar dat is vestzak-broekzak. Je moet in kaart brengen wie die mensen zijn en hun problematiek aanpakken nog voor ze uitvallen met een burn-out.”

Er bestaan re-integratieprojecten voor langdurig zieken, maar die blijken niet te werken omdat ze te laat worden opgestart.

“Het blijft belangrijk dat je mensen snel in een traject brengt. Ik ken weinig statistieken, maar ik weet wel dat wie langer dan een jaar thuisblijft, nog geen 10 procent kans heeft om ooit weer aan het werk te gaan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234