Donderdag 18/07/2019

Interview De Vragen van Proust

Dorianne Aussems (MNM): ‘Alleen zijn is het beste wat er bestaat’

Dorianne Aussems: ‘Afscheid nemen, ik kan dat echt niet. Wanneer ik bij mijn vader op bezoek ben, lukt het mij niet om te vertrekken.’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: radiopresentatrice Dorianne Aussems (26). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Dat is een moeilijke vraag. Ik ga ervan uit dat een leven en de lengte daarvan niet echt te vatten vallen in een getal. Wel heb ik me jarenlang ouder gevoeld dan iedereen om me heen. Mijn moeder is plots overleden toen ik twaalf was. Alles werd ineens vergankelijk. Ik begon me een hoop vragen te stellen en vond snel veel gesprekken kinderachtig. Ik ging hard op zoek naar zelfstandigheid en dat paste niet bij de leeftijd die ik toen had. Leeftijd heeft niet zozeer te maken met hoelang je hier al bent, als wel met wat je al hebt meegemaakt.”

2. Hoe was de band met uw ouders?

“Op een ochtend werden we wakker en mijn mama was dood. Ik was twaalf, maar nog een echt kind. Onlangs stuurde mijn tweelingzus een dagboekfragment uit die periode door waarin ze beschreef dat we wat geld hadden gekregen voor onze verjaardag en snoepjes waren gaan kopen. In onze beleving betekende dat blijkbaar heel wat. Het verlies van onze moeder vulden we in met spelen. Spelen was op dat moment de enige manier om ons verdriet te verwerken.

“Ik kan boos zijn omdat ik mij zo weinig van mijn moeder herinner. Ik zie haar lachend de was ophangen op een zomerdag, ik hoor flarden van gesprekken en goede raad die ik door haar beeldend vertellen overal meedraag, maar dat is het dan. Ik kan verdrietig worden omdat het nooit verder is gegaan. Ik kan heel jaloers zijn op mijn zus die zes jaar ouder is omdat zij meer fases met mijn moeder heeft beleefd. Heb ik wel het recht om te rouwen, ik was zo jong? Wat kan ik nu eigenlijk zo hard missen? Daar zit ik soms wel mee.

Wie is Dorianne Aussems? 
• geboren op 6 januari 1993 in Antwerpen 
• bachelor in de journalistiek aan de AP Hogeschool 
• ging na Q-Music in 2016 aan de slag bij MNM 
• bekend van o.a. Generation M, haar reisrubriek ‘AussemStops’ en haar bijdrages aan Marathonradio en De warmste radio 
• outte zich als lesbienne in het Eén-programma Taboe
• rolmodel voor lesbische meisjes 
• haar moeder stierf toen ze 12 was, heeft een tweelingzus en nog een oudere zus, vindt steun bij vader Erik

“De weerslag moet nog komen, denk ik. Wanneer ik er luidop over praat, word ik emotioneel en kan het twee kanten opgaan. Of het komt er ineens allemaal uit en dan moet ik op tijd stoppen om niet te diep te gaan, of mijn lichaam blokkeert. Ik zou heel graag willen weten op welke vlakken haar dood effect heeft gehad op mij. Echte inzichten heb ik nog altijd niet gekregen, maar ik voel dat ze klaarzitten.

“Wat ik wel weet: ik kan geen afscheid nemen, ik kan heel moeilijk loslaten. Wanneer ik bij mijn vader op bezoek ben, lukt het mij niet om te vertrekken. Ik kan niet afronden. Omdat ik altijd denk: je hebt nu die laatste momenten in handen en jij bepaalt hoe je iemand voor de laatste keer hebt gezien mocht het morgen afgelopen zijn. Ik kan wel tien keer zeggen: ‘Ik zie je graag’, waardoor de betekenis ervan allang vervaagd is. Hoe ik mensen soms uit elkaar zie gaan, ‘yo, yo’, zo luchtig en vluchtig, dat kan ik niet.

“Ik ben heel close met mijn vader. We hebben altijd veel met elkaar gepraat. Er bestaan niet genoeg superlatieven om uit te drukken hoeveel hij voor mij betekent. Mijn vader heeft me geleerd wat lief zijn voor jezelf betekent. Als ik destructieve gedachten heb, helpt hij me met dat ene zinnetje: ‘Wees lief voor jezelf’. Daar is hij weer, denk ik dan, maar er zit wel veel waarheid in.

“Met mijn gevoelens kon ik altijd bij mijn vader terecht. Al vanaf mijn twaalfde was ik verliefd op juffen. Kun je alsjeblieft ontkennen dat ik lesbisch ben, smeekte ik hem. Ik vond dat lang een afschuwelijke gedachte omdat ik wist dat ik als afwijkend zou worden bekeken. Misschien gaat het over, zei hij, misschien ook niet. Doen wat goed voelt, is een waarde die hij ons heeft bijgebracht. Vandaar dat ik vorig jaar mijn coming-out ook in het openbaar heb gemaakt. Omdat ik mensen die met hun geaardheid worstelen graag een hart onder de riem wil steken.

“De visie van mijn vader zet ik helemaal bovenaan. Hij betekent echt alles voor mij, wat misschien niet zo gezond is, omdat ik hem idealiseer, maar dat is dan maar zo.”

3. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Mijn absorptievermogen. Ik kan de dingen intens in me opnemen. Ik neem graag foto’s van een bepaalde lichtinval en kan daarna heel lang nadenken over welk gevoel die bij mij heeft teweeggebracht. Vaak vind ik de herinnering aan een beeld dat ik heb gezien nog mooier dan het beeld zelf.

“Een van de kandidaten van De mol (Bruno, red.) zei voortdurend hoe mooi hij de omgeving vond. Wel, wij zouden goede vrienden kunnen worden, denk ik. Louter omdat hij het kleine apprecieert dat zich rondom hem afspeelt, terwijl velen daar letterlijk en figuurlijk aan voorbijlopen. Soms heb ik zin om mensen hun hoofd vast te pakken en te zeggen: ‘Kijk toch hoe mooi dit is, je ziet het niet!’ Ik ben blij dat ik daarvan kan genieten.”

4. Wat is uw passie?

“Opgaan in een gesprek. Mij helemaal verliezen in een gesprek zonder verloren te geraken. Ik kan heel vurig discussiëren en het verschrikkelijk oneens zijn met iemand met wie ik toch een grote herkenbaarheid deel. Ik vertel heel graag, maar tegelijk luister ik ook graag. Dat gaat wat hand in hand. Of het is vooral mooi als dat synchroon kan lopen.”

5. Bent u een goede vriend?

“Ik heb een paar dichte vrienden met wie ik een heel trouwe, open vriendschap heb. En dat gaat eigenlijk wel ver. Zo kan ik van een werkdag thuiskomen en een monoloog van 12 minuten inspreken en naar mijn vrienden sturen. Zij luisteren die dan helemaal uit en sturen er ook een terug, waar ik dan met evenveel plezier naar luister.”

6. Is het leven voor u een cadeau?

“Ik vind dat een vreselijke vraag, omdat ze zo suggestief klinkt, bijna als een bevel: het leven móét wel een cadeau zijn.

“Op een familiefeest bij mijn oma zei mijn nonkel ooit: ‘Dorianne, dit zijn de mooiste jaren van je leven, geniet ervan’. Ik was toen 16 en dacht: neen, dit klopt niet, want ik haat mijn klas, ik haat mijn school, ik wil hier weg en ik wil al 500 jaar verder zijn! Hetzelfde met deze vraag: ‘hier is het leven, dus maak er iets van’. Als een verwachting waaraan je moet voldoen. Als iemand mij zegt wat ik moet doen, ben ik nogal snel geneigd om het tegenovergestelde te doen, maar in dit geval is dat uiteraard geen goed idee.

“Ik vind wel dat de toevalligheden in het leven soms heel mooi kunnen zijn, maar het leven als een cadeau, neen, dat vind ik geen ideale uitdrukking.”

7. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Thuiskomen en stilte horen. De deur achter me dichttrekken en denken: aaaah, zo is het als er niemand praat. Alleen maar mijn eigen gedachten horen na een dag vol prikkels heb ik heel hard nodig. En vaak gooi ik die stilte weer dicht door naar muziek te luisteren.

Dorianne Aussems: ‘Durf ik hand in hand op straat te lopen met een vriendin? Durven wel, maar ik doe het niet. Ik wil eventuele afkeurende blikken niet zien. Ik wil niet als afwijkend bekeken worden.’ Beeld Stefaan Temmerman

“Ik vind alleen zijn het beste wat er bestaat. Ik kan uren naar een witte muur staren zonder zenuwachtig te worden. Dat heb ik wel moeten leren. Graag alleen zijn is vaak een taboe. Mensen snappen niet wat je daar in je eentje zit te doen.”

8. Wat is uw zwakte?

“Loslaten. Afscheid nemen. Ik kan dat echt niet. Ik herinner me nog dat we ooit terugkeerden van een familiefeest. Mijn oma zat samen met andere familieleden in een auto voor ons. Hoe cool, dacht ik, dat gevoel samen onderweg te zijn. Tot ze op een bepaald moment de afrit namen en ik een krop in de keel kreeg. Ik zag ze verdwijnen en dacht: ze zijn nu weg, daarnet waren ze er nog. Het voelde alsof ik ergens op een eenzame plek werd achtergelaten of in een beek werd geduwd.

“Van de weeromstuit probeer ik me soms bewust niet te hard aan iemand vast te klampen, waardoor ik mezelf afrem. Ik ga vaak al in verdedigingsmodus nog voor ik me echt aan iemand kan koppelen. Vanuit angst om te verliezen. Zodra ik mijn hart openstel, voelt het als een open wonde. Ik doe het wel, maar heel beredeneerd, omdat ik weet waartoe het kan leiden. Gelukkig wordt je hart soms opengebroken zonder dat het pijn doet.”

9. Waar hebt u spijt van?

“Van niets. Ook al heb ik het niet voor clichézinnen, maar spijt komt te laat. Als je een keuze hebt gemaakt die achteraf gezien niet de juiste bleek te zijn, dan heb je er wel iets uit geleerd.”

10. Wat is uw grootste angst?

“Dat de personen die ik vandaag graag zie, er morgen niet meer zouden zijn. Dat ze ineens zouden verdwijnen. Of dat ik mijzelf zou verliezen in het gevoel dat alles banaal is. Dat ik alle interesse kwijt zou raken, dat lijkt mij het ergste wat mij zou kunnen overkomen.”

11. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik ween veel, hoor. Soms is dat griezelig, want ik kan heel blij zijn en dan ineens, bam. De laatste keer was gisteren. Ik had een bericht gekregen van een vriendin die boos was om mijn zelf­destructieve houding. Ik weende omdat er zoveel waarheid zat in wat ze zei, maar ook omdat haar kwaadheid zo veel blijk gaf van vriendschap.”

12. Bent u ooit door het lint gegaan?

“In een ruzie heb ik eens met een stoel gegooid, waardoor er kappen in de muur zaten en een stuk van het parket eraan was. Ik ging toen helemaal over de rooie. In een discussie kun je me gek maken door niet te reageren. Ik wil weerwoord krijgen. Nu, intussen heb ik al geleerd om me uit de ruimte te verwijderen en tot rust proberen te komen.”

13. Welk kunstwerk heeft een blijvende indruk op u nagelaten?

“Een clip waar ik bijna dagelijks naar kijk is die van ‘Sultans of Swing’ van Dire Straits. De versie op hun album Alchemy, opgenomen in de Hammersmith Odeon in Londen, juli 1983. Die bijna twee minuten durende gitaarsolo van Mark Knopfler, de manier waarop hij zijn handen plaatst haast zonder te kijken, vind ik echt transcendent. Hoe kan het?

“Of ook het schilderij A Bigger Splash van de Engelse kunstenaar David Hockney. Ik kan blijven staren naar de symmetrie en het kleurgebruik. Bovendien heeft hij synesthesie. Hoe meer ik erover lees, hoe herkenbaarder. Zeg mij zomaar een woord en ik kan er perfect een kleur bij voelen en zien.”

14. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen. Maar bij religieus moet ik wel denken aan hoe ik vroeger op het einde van de dag vaak voor mijn raam ging staan, naar boven keek, mijn handen vouwde en een gebedje deed voor iedereen die er niet meer was.”

15. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Goed, krachtig. Ik vind mijn lichaam iets heel speciaals, ik kan daar heel hard van genieten. Ik plank minstens twee minuten per dag, ongeacht hoe laat ik thuiskom. (gaat op de grond in plankhouding liggen) Een beetje dwangmatig, maar planken kan ik niet overslaan. Ik vind het zalig om te voelen welke kracht je uit je lichaam kunt halen. Ik sport, ik eet gezond, maar tegelijk kan ik op vrijdagavond ook genieten van een pak friet hoor. Er moet een goede balans zijn. Jezelf te veel restricties opleggen is moordend. Ik ben vaak bezig met mijn uiterlijk, maar evengoed ben ik daar ook zeer nonchalant in. Wat op zich ook een vorm van ijdelheid is, nonchalance tonen.”

16. Wat vindt u erotisch?

“Wat ik bijzonder erotisch vind, is een vrouw die veel mannelijkheid uitstraalt, hoewel ik dit niet graag op die manier omschrijf want dat is weer veel te veel eer aan mannelijkheid. Maar een vrouw bij wie je ziet dat ze heel veel testosteron heeft en die korte, stoere bewegingen maakt, kan ik heel verleidelijk vinden.”

Dorianne Aussems: ‘Nostalgie kan echt mijn hart opvreten. Iets wat voorheen glorierijk was, is niet meer. Waar is het naartoe?’ Beeld Stefaan Temmerman

17. Wat is uw goorste fantasie?

“Een moord plegen. Ik word betoverd door de fascinatie van seriemoordenaars à la Dexter (Dexter Morgan, fictief personage uit de gelijknamige boeken- en tv-reeks, red.). Wat drijft hen toch om een moord uit te denken, minutieus voor te bereiden en uiteindelijk tot de daad over te gaan? Wat gaat er allemaal in dat hoofd om? Word je dan niet bang van jezelf? Ik zou weleens willen weten wat er op dat moment allemaal door je heen gaat. Maar zou het natuurlijk nooit doen.”

18. Welk dier zou u willen zijn?

“Een vogel. Om over sportterreinen te vliegen. Die symmetrische lijnen van die velden. Weten dat er net competitie en vreugde is geweest en dan stilte horen, vind ik prachtig.”

19. Hoe definieert u liefde?

“Je kunt daar 1.001 definities van geven, maar eigenlijk is liefde iets wat je niet met woorden kunt omschrijven. Mijn vader zei ooit: ‘Als je afscheid neemt van elkaar en de ander gaat weg en draait zich even later nog eens om, dan is het gemeend’. Het kan dus heel hard tegenslaan als jij je omdraait en de ander niet.

“Wat ik echte liefde vind, is met iemand in een ruimte zitten, elkaar aankijken en in één oogopslag exact weten waarover het gaat. Een herkenning delen die niemand anders kan begrijpen. Instemmen louter met een blik.

“Durf ik hand in hand op straat te lopen met een vriendin? Durven wel, maar ik doe het niet. Ik vind het echt erg om dit te zeggen. Maar als je hand in hand op de dijk in Oostende of op de Meir in Antwerpen loopt, zal 90 procent van de mensen zich omdraaien. Ik gun hen dat niet. Ik wil eventuele afkeurende blikken niet zien. Ik wil niet als afwijkend bekeken worden. Ik deel de liefde liever achteraf. Nu, ik ben sowieso niet iemand die graag handje in handje loopt, maar toch. Ik besef dat dit keifout is en zou anderen vooral aanraden om zich niet te laten afremmen.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Liefst oud. Al ben ik dan wel heel bang voor de nostalgie en de eenzaamheid. Mijn oma kan soms zo triestig zijn wanneer ze verhalen van vroeger aanhaalt. Als je oud in je zetel ligt, word je sowieso nostalgisch, denk ik. Ik ben daar nu al heel gevoelig voor. Nostalgie kan echt mijn hart opvreten. Ik kan daar enorm eenzaam van worden. Iets wat voorheen glorierijk was, is niet meer. Waar is het naartoe? Dat gevoel van leegte kan mij helemaal vervullen.

“Mijn laatste avondmaal? Spaghetti bolognese met lekker veel wijn in de saus. En daarna zure matten. Kennen jullie dat? Ik heb ooit eens een hele bak opgegeten – dagen nadien proefde ik nog de zuurte.” (lacht)

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Verteerd worden door schuldgevoelens. Ik kan daar letterlijk maagpijn van hebben.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ja, spijtig genoeg wel. Onlangs fietste ik door het centrum van Antwerpen. Ik zag een bepaald type naar mij staren en dacht dat hij naar mijn iPhone keek die wat ongelukkig uit mijn achterzak stak. Ik moet die iPhone vooraan in mijn broekzak steken, anders is hij weg, redeneerde ik. Mocht iemand anders naar mij gekeken hebben, ik had mijn iPhone rustig laten zitten. Vanwaar komt dat toch? Dat is aangeleerd gedrag. Ik vind dat heel erg, want van inborst ben ik totaal niet racistisch.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Iets bestellen om te eten of drinken en je pas achteraf realiseren wat het kost. Tot op zekere hoogte doen waar je zin in hebt. Maar geld associeer ik ook met snobisme. Ik zat op een school met heel veel snobs. ‘s Ochtends werd je gekeurd, welke merken je aan had. Ook ik trapte in die val. Ik kocht dure broeken, God weet waarom. Geld betekende status, en ik moet daar nog altijd een beetje van afkicken. Ik heb een grote afkeer van snobisme gekregen. Als ik in mijn buurt mensen op een bepaald terras flessen champagne zie drinken en daarna in hun lage Porsche stappen, denk ik: is dit het nu?”

24. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Lutzerath, in Duitsland. Afschuwelijk woord, heel agressief, zo beleefde ik dat ook. Ik zat daar op kamp, niet zo lang nadat mijn moeder overleden was en had enorm veel heimwee. Iedere ochtend werd ik al wenend wakker. Elk Dikke Bertha-spelletje dat we speelden, maakte me nog ongelukkiger. Elk gesprek vond ik nutteloos, iedereen vond ik stom. Ik was zo ongelukkig dat ik niet meer naar het toilet kon gaan. Die vakantie was traumatisch. Het gevoel dat je ergens niet wil zijn, terwijl je heel goed weet waar je wél wil zijn, heeft zeer lang nagezinderd. Meer dan een week weg zijn van huis heb ik lang niet gekund.”

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Mensen die zich beter voelen dan anderen. Terwijl ik onlangs met iemand aan het praten was, kwam er een vrouw als een bulldozer ons gesprek binnengereden en die vond alles wat ze zelf te vertellen had duidelijk stukken interessanter dan wat wij zeiden.

“Als ik in een vliegtuig zit en ik kijk naar beneden en alles wordt klein, denk ik: we doen allemaal alsof we superveel betekenen, maar eigenlijk stellen we bitter weinig voor. Niemand is beter dan de ander.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden