Zondag 17/11/2019

Dood op het spoor

Dood op het spoor: hoe Yentel haar lief Brent verloor op een open overweg

Beeld Wouter Van Vaerenbergh

De slagboom stond open en het witte licht knipperde, dus reed de 20-jarige Brent Van Eylen op donderdagavond 20 juni nietsvermoedend een overweg in Aarschot op. Een seconde later maakte een voorbijrazende goederentrein een einde aan zijn leven. Achteraan in de wagen zat Brents lief Yentel Mertens (19). Ze overleefde als bij wonder de klap. ‘Als ze bij Infrabel hun job hadden gedaan zoals het hoort, was het ongeval nooit gebeurd.’

We hebben afgesproken in het centrum van Aarschot. Daar werden Yentel Mertens en Brent Van Eylen een jaar geleden een koppel. Ze droomden ervan om er samen een flatje te huren. Tot Brent op die fatale zomeravond de dood vond op een bewaakte overweg.

Wat is er die donderdagavond in juni precies gebeurd?

Yentel Mertens: “Ik was samen met Brent iets gaan drinken in café De Knoet, hier vlakbij. We spraken daar geregeld af met onze kameraden. Ook die avond was het erg gezellig. Onze vriend Robbe wilde vroeg naar huis, want hij moest ’s anderendaags werken. Brent zei: ‘Ik zet je wel thuis af, want ik moet ook op tijd uit bed.’”

Brent had niet te veel gedronken?

Mertens: “Nee, helemaal niet. Het was een doordeweekse donderdag en op vrijdag wilde hij fris op het werk verschijnen. Ik moest op school mijn eindwerk voorstellen, dus vertrokken we rond tien uur aan De Knoet. Brent nam altijd zijn verantwoordelijkheid: als hij wist dat hij nog moest rijden, was hij bob.

“Robbe zat naast Brent en ik zat achterin. Aan de overweg aan de Winterstraat in Langdorp, een deelgemeente van Aarschot, stond de slagboom open en het witte licht flikkerde. Brent reed de spoorweg op en plots hoorde ik een oorverdovend lawaai. Ik vloog van de ene kant naar de andere. Op het moment zelf besefte ik niet wat er gebeurde. Pas achteraf voelde ik dat ik met mijn gezicht ergens tegenaan was geknald, ik zag dat mijn bril kapot was en dat mijn been onder het bloed zat. Ik zat verdwaasd op de achterbank, keek voor me en zag Brent liggen, met zijn hoofd bijna op Robbes schoot. Ik riep en bleef roepen, maar ze antwoordden allebei niet. Het leek een eeuwigheid te duren vóór die trein stilstond.”

Reed hij snel?

Mertens: “Het voelde aan alsof hij een stevig tempo had. De locomotief had vooraan uitsteeksels. Eén daarvan had Brents raam verbrijzeld en zijn hoofd geraakt. Robbe had een schaafwonde aan het hoofd, en na een tijdje kwam hij weer bij bewustzijn. Hij stapte uit, liep om de auto heen en opende mijn portier. ‘Kom eruit!’ schreeuwde hij. Hij greep me vast en duwde me naar de kant van de weg. Daarna trok hij Brents deur open.

“Het ouderlijk huis van Robbe staat daar 20 meter verder. Robbes vader had de crash gehoord en liep dwars over de sporen naar onze auto.”

‘Ik heb het gevoel dat ik het ongeval de rest van mijn leven met me zal blijven meedragen. Dat vooruitzicht maakt me heel bang.’ Beeld Wouter Van Vaerenbergh

Wie heeft er de hulpdiensten gebeld?

Mertens: “Ik. Daarna heb ik mijn beste vriendin gebeld en die was er meteen.

“De broer, oom en stiefvader van Brent zijn alle drie bij de vrijwillige brandweer. Zijn broer en oom waren die avond van wacht. Ze wisten dat wij daar vaak voorbijkwamen, maar ze hadden niet meteen door dat wíj de slachtoffers waren. Ze zagen eerst mijn vriendin. Oei, Yentel is erbij betrokken, dachten ze. Waarna ze de link met Brent legden, want wij waren altijd samen. Ik was met Robbe op weg naar de ziekenwagen toen ik iemand zag komen aanlopen. Zonder bril herkende ik hem niet meteen. Ik vroeg aan Robbe: ‘Is dat niet Brents broer?’ Hij was het: hij liep ons bijna omver en stortte in.”

Wist je dat Brent in kritieke toestand was?

Mertens: “Nee. Ik maakte mezelf de hele tijd wijs dat alles wel goed zou komen.”

Heb je de machinist van de trein gezien?

Mertens: “Naar het schijnt waren ze met twee. Ik heb één man gezien. Hij stond continu te bellen, hij droeg een fluohesje en had een helm op het hoofd. ‘Sorry,’ zei ik. ‘Het is niets,’ antwoordde hij. Dat was zó absurd. Ik snap niet waarom ik toen sorry zei, want wij hadden niets verkeerds gedaan. Hij vroeg niet of we hulp nodig hadden, maar bleef bellen en liet ons aan ons lot over. Ineens was hij weg, ik heb geen idee waar hij naartoe is gegaan.”

Zijn jij en Robbe naar het ziekenhuis gevoerd terwijl ze Brent aan het reanimeren waren?

Mertens: “Robbe en ik werden eerst naar een ziekenwagen geleid, en we mochten niet meer terug naar de plaats van het ongeval. De eerste minuten hield mijn vriendin ons op de hoogte, maar daarna werd het stil. Een uur lang kregen we geen nieuws. Tot Brents oom huilend in de ziekenwagen stapte: ‘Brent is dood.’ Hij was compleet over zijn toeren. Toen hij verdween, zat ik daar, murw geslagen. De ambulancier zei geen woord en keek me aan.

“Vervolgens opende de dokter die Brent had proberen te reanimeren de deur van de ziekenwagen. Hij zei dat hij Brent niet had kunnen redden: ‘We hebben alles geprobeerd, maar het is niet gelukt.’ Vanop de draagberrie vloog ik tegen hem uit: ‘Je móét teruggaan en blijven proberen.’ Ik kon het gewoon niet geloven. Achteraf vertelde mijn vriendin me dat ze haar hadden verboden me nog op de hoogte te houden. Ik wist niet dat ze Brent uit de auto hadden gehaald en aan het reanimeren waren. Ik wist helemaal niets, tot zijn oom kwam zeggen: ‘Hij is dood.’

“Daarna kwam een agent me gegevens vragen: ‘Uw naam? Adres? Geboortedatum?’ Het kwam er allemaal even bars uit. Daarna draaide hij zich om en was hij weg. Ik veronderstel dat zo’n ongeval voor hem routine is, maar voor mij was het de hel. Ik was geen toevallige getuige, maar één van de slachtoffers. Ach, misschien had ik geen enkele reactie goed gevonden.”

‘Ik had liever wél gezien hoe ze Brent uit de auto haalden en probeerden te reanimeren. Nu voelt het alsof ik hem in de steek heb gelaten.’ Beeld RV

Daarna hebben ze je weggebracht?

Mertens: “Ja. Ik vind het nog steeds vreselijk dat ze me zonder een woord uitleg wilden isoleren. Al begrijp ik wel waarom: ze wilden verhinderen dat ik zou zien hoe ze Brent uit de auto haalden en probeerden te reanimeren. Maar ik had dat liever wél gezien.”

Waarom?

Mertens: “Ik had het dan beter kunnen plaatsen. En dan was ik er ook voor Brent geweest. Nu voelt het alsof ik hem in de steek heb gelaten. Ik lag in de ziekenwagen naar het plafond te staren terwijl ik niet eens wist dat hij voor zijn leven aan het vechten was.”

Heb je last van schuldgevoelens?

Mertens: “Ja. De hele rit naar het ziekenhuis was ik in paniek. Robbe probeerde me te troosten. Wij waren die avond de enige patiënten op de spoedafdeling. Al onze vrienden kwamen ook naar daar, net als Brents mama, zijn stiefvader en zijn broer. Ze waren in shock. Ik werd samen met de familie van Brent naar een aparte ruimte gebracht en er kwam een psycholoog langs. Tenminste, ik denk dat het een psycholoog was. ‘Je moet erover praten,’ zei hij. ‘Jullie moeten nu samen zijn en praten.’ Ik lag op een bed, ze waren me aan het onderzoeken en ik zag de mond van die psycholoog open- en dichtgaan. ‘Praten, praten, praten.’ Het leek alsof ik op een andere planeet zat.”

Was je gewond?

Mertens: “Mijn nek deed pijn en ik had een flinke schaafwonde aan mijn been. Er kwam bloed uit mijn ene oor en mijn kaak zag blauw. Een hersenschudding, luidde de diagnose. Nog diezelfde nacht mocht ik naar huis.

“Thuis zat ik op mijn bed en ik besefte niet goed wat er was gebeurd. Tegen de ochtend viel ik in slaap, maar een uur later was ik alweer wakker. Mijn telefoon explodeerde van de berichten. Ik opende Facebook, zag al die posts over ons ongeval en besefte: het is écht.

“Die dag kreeg ik voortdurend bezoek. Al mijn vrienden kwamen langs en de meesten bleven ook hangen. Ik had geen tijd om overweldigd te worden door de pijn van het gemis en het verdriet. Dat kwam pas toen iedereen vertrokken was.”

Moest je een verklaring afleggen bij de politie?

Mertens: “Een agente kwam de dag na het ongeval langs om mijn verklaring op te nemen. Zij was heel lief, maar daarna heb ik niets meer gehoord van de politie.

“Brents ouders zag ik bijna elke dag om de begrafenis te regelen. Ik spring nog af en toe bij hen binnen, maar niet meer zo vaak als in die eerste weken.”

Onnozel filmpje

Het ongeval zou volgens spoorwegbeheerder Infrabel niet veroorzaakt zijn door een slecht functionerende installatie, maar door een menselijke fout.

Mertens: “Meteen na het ongeval zeiden ze dat, maar nu zwijgen ze in alle talen. Infrabel heeft me welgeteld één standaardbrief gestuurd, meer dan een maand na het ongeval. Daar stond in dat ze hun medeleven wilden betuigen en dat iedereen bij Infrabel het heel erg vond, wat er was gebeurd. Ze schreven ook dat ze ‘het nodige’ zouden ondernemen en dat ik met de grote baas van Infrabel kon gaan praten als ik daar behoefte aan had. Er stond niets persoonlijks in.

“Een paar weken geleden zag ik op tv het Infrabel-filmpje van Jeroom Slagboom. Mijn maag keerde om van dat zwaaiende vingertje: ‘Steek de sporen nooit over als de slagbomen gesloten zijn!’ In plaats van met dat soort campagnes hun tijd en geld te verknoeien, kunnen ze er misschien beter voor zorgen dat hun slagbomen sluiten als het nódig is.”

Hebben Brents ouders contact met Infrabel?

Mertens: “Ze hebben een soortgelijke brief gekregen, en ik denk niet dat zij iets meer gehoord hebben. Bij mij overheerst het gevoel dat Infrabel het ongeval het liefst zo snel mogelijk wil vergeten, omdat ze ook wel weten dat de schuld volledig bij hen ligt. Wij hebben niets verkeerds gedaan. Als de slagboom omhoog staat en het licht is wit, mag je een overweg oversteken. Daar hoef je niet eens over te discussiëren. Waarom geven ze hun fout dan niet gewoon toe? Nee, ze steken liever hun energie in een onnozel Jeroom Slagboom-filmpje.”

Wat verwacht je van Infrabel?

Mertens: “Dat de verantwoordelijke de juiste straf krijgt voor wat hij heeft aangericht. Wat die ‘juiste straf’ precies moet inhouden, weet ik niet. Maar hij mag er niet zomaar mee wegkomen.”

‘Bij minstens twee overwegen voor de onze waren de slagbomen óók open. Nergens rinkelden er bellen. Dat moeten die treinbestuurders toch gezien én gehoord hebben?’ Beeld RV

Naar verluidt is het ongeval het gevolg van een vergetelheid. De goederentrein was na een defect opnieuw rijklaar gemaakt, maar iemand vergat de machinist in te lichten dat alle overwegen in de buurt openstonden. In plaats van met 5 km per uur verder te rijden en aan elke overweg te claxonneren, denderde hij met volle snelheid en zonder te toeteren door Aarschot.

Mertens: “Ik heb dat ook in de krant gelezen. Iemand zou vergeten te melden zijn dat de machinist traag moest rijden én extra voorzichtig moest zijn. Als dat waar is, moet die man of vrouw daarvoor gestraft worden. Maar ook de machinist en de bijrijder dragen verantwoordelijkheid. Ik hoorde dat de slagbomen bij minstens twee overwegen voor de onze óók openstonden, onder andere de overweg aan het station van Langdorp. Dat moeten die treinbestuurders toch gezien én gehoord hebben? Nergens rinkelden er bellen. Toch hebben ze geen snelheid geminderd. Rond tien uur schemerde het: het was nog niet donker. Maar ze konden zogezegd niets zien of horen, dat is toch gewoon onmogelijk?”

Hebben die machinisten later contact met jou gezocht?

Mertens: “Nee.”

Voor hen moet het ongeval ook zwaar om te dragen zijn, denk je niet?

Mertens: “Dat interesseert me echt niet. Ik ben boos op hen. Die ene man stond daar maar te bellen en rond te kijken. Waarom vroeg hij niet: ‘Kan ik helpen?’ Natuurlijk kon hij niet echt iets doen, maar hij had het toch aan Robbe en mij kunnen vragen?”

Word je op de hoogte gehouden van het onderzoek?

Mertens: “Nee, ik weet helemaal niets. Brents ouders weten meer, denk ik, en als ik hun iets vraag, antwoorden ze altijd, maar van de politie of het parket hoor ik niets.”

Ze nemen je niet ernstig?

Mertens: “Ik ben geen familie, dus krijg ik geen informatie. Ik wilde weten waaraan Brent is gestorven, maar noch op de spoedafdeling, noch in het mortuarium mochten ze me iets zeggen. Natuurlijk kan ik alles aan zijn familie vragen, maar ik vind het choquerend dat ik voor alle officiële instanties een wildvreemde ben. Ik snap waarom, maar het is harteloos en doet extra pijn. We woonden zo goed als samen en waren onafscheidelijk. Had ik dan op mijn 17de moeten trouwen om wél au sérieux te worden genomen? Ik ben zijn lief. Al die buitenstaanders weten niet hoe serieus onze relatie was.”

Ramptoeristen

Hoe heb je Brent leren kennen?

Mertens: “Ik kwam hem op een avond in maart vorig jaar tegen tijdens een avondje stappen en we raakten aan de praat. Later stuurden we berichtjes en spraken we af. Op 1 oktober werden we een koppel.

“Brent was een optimist die van het leven genoot. Hij stond altijd voor iedereen klaar, niets was hem te veel. Hij werkte bij de dienst Vreemdelingenzaken in Brussel. Een jaar eerder was hij er aan de slag gegaan als coördinator voor de verhuizing van de dienst. Twee weken vóór het ongeluk was hij overgestapt naar de afdeling Lang Verblijf. Ik was bijna afgestudeerd als zorgkundige in het middelbaar en twijfelde: studeer ik voort of ga ik werken? We dachten erover om tegen het einde van het jaar samen een appartementje te huren.

“De zomer kwam eraan en we zaten boordevol plannen. Brent had tickets voor Tomorrowland en ik zou er als vrijwilliger werken. We wilden ook naar zee en een week na het ongeval was het zijn verjaardag. Samen met de vriendin van zijn beste kameraad had ik als verrassing een bierfiets geregeld. Ze vierden hun verjaardagen altijd samen en ze wisten nergens van. Ik ben ook jarig in de zomer en dat zouden we ook vieren. In werkelijkheid werden die maanden een nachtmerrie.”

Krijg je nu psychologische hulp?

Mertens: “Nee. Slachtofferhulp heeft zich pas twee weken na het ongeval gemeld. Na drie gesprekken zeiden ze: ‘Het gaat precies wel goed. Vind je het nog nodig om terug te komen? Nee, hè.’ Eerlijk gezegd vond ik zelf ook niet dat die sessies hielpen. De gesprekken vonden plaats in het Centrum voor Algemeen Welzijn in Aarschot. Ik twijfel er niet aan dat ze daar heel wat ervaring hebben met pubers die niet weten wat ze willen in hun leven, maar zo’n ongeval is te zware kost voor hen.”

Heb je nood aan psychische ondersteuning?

Mertens: “Ik weet het niet (zucht). Brent komt er niet door terug. Hoe zou een psycholoog of psychiater me dan kunnen helpen?

“Hoe ik me nu voel? Oké, omdat het moet. Ik heb het gevoel dat ik het ongeval de rest van mijn leven met me zal blijven meedragen. Dat vooruitzicht maakt me heel bang. ’s Nachts droom ik vaak over wat er is gebeurd. Maar ik kan niet eeuwig verlamd blijven. Pas een week vóór de start van het academiejaar heb ik me aan de hogeschool ingeschreven voor de opleiding verpleegkunde. Daar doe ik nu alsof alles in orde is. Maar plannen voor de toekomst maak ik niet meer. Ik leef van dag tot dag. Ik hád al een toekomst en die is compleet weggeveegd.

“Sinds het ongeval krijg ik ontzettend veel vriendschapsverzoeken op Facebook van mensen die ik niet persoonlijk ken. Ik negeer ze, want het zijn ramptoeristen die dolgraag mijn profiel willen bekijken. Op Instagram alleen heb ik zeker 350 verzoeken openstaan. De eerste weken werd ik ook voortdurend herkend. Zonder me iets te vragen had een krant mijn profielfoto van Facebook gepubliceerd. Toen ik bij mijn oma kwam, zei ze: ‘Yentel, je staat in de krant.’ Mijn mond viel open van verbazing. De eerstvolgende keer dat ik stond aan te schuiven aan de kassa van Albert Heijn, zag ik alle hoofden in mijn richting draaien. In het Kruidvat staarde iemand me aan alsof ik een verschijning was. Maar ik toon niet dat ik me ellendig voel. Voor hen lijkt het alsof ik normaal functioneer, maar onze vrienden weten beter.”

Jullie hebben veel echte vrienden?

Mertens: “Ja, zij laten Brent niet los en blijven mij steunen. We komen bijna dagelijks samen en dan praten we veel over Brent – ze noemen hem ‘Brekkie’. Ze zijn woedend: die slagbomen hadden niet omhoog mogen staan. Ze zijn kwaad omdat Brekkie er niet meer is en omdat zijn dood door iemand anders is veroorzaakt. Onze vrienden zijn zeer aanhankelijk en omringen mij met liefde en medeleven. Ik weet niet hoe ik zonder hen had kunnen overleven. We hebben veel aan elkaar. Ik probeer te vermijden om alleen te zijn, want dan word ik overweldigd door verdriet.

Beeld Wouter Van Vaerenbergh

“Brents begrafenis was hard, maar ook mooi. Ze vroegen me of ik voor de foto’s en de muziek wilde zorgen. Ik heb daar veel tijd in gestoken. Er was ontzettend veel volk. De mensen zeiden dat ze het mooi vonden en dat gaf me toch een goed gevoel. Het klinkt misschien raar, maar ik vond het belangrijk dat Brent een mooi afscheid kreeg. Een keer per week bezoek ik nu zijn graf. En bijna dagelijks gaan we met de vriendengroep naar de overweg.”

Dan praten jullie over Brent?

Mertens: “Ja, maar ook over gewone dingen. Het is dan alsof Brent bij ons is. Het kerkhof is meer een plek om in mijn eentje naartoe te gaan als ik me down voel en met Brent wil praten. Bij onze vrienden is dat ook zo, merk ik.

“Brent was een autofan. Hij organiseerde mee het jaarlijkse Village Car Event in Opglabbeek. Dat vindt half augustus plaats, dit jaar was Brent er dus niet meer bij. Er hing een immens groot doek met zijn foto erop, en de tekst ‘Brekkie, this one’s for you’. Het kofferdeksel van Brents auto lag er ook. Hij had er een grote sticker van Village op geplakt. Dat deksel staat nu in het huis van Brents mama.”

Geloof je in een leven na de dood?

Mertens: “Ik denk daar veel over na. Ik wil niet geloven dat Brent er niet meer is, er móét iets zijn. Alleen weet ik niet wat. Mensen die een dierbare verliezen, richten soms een fonds voor een goed doel op. Zo geven ze een zinloze dood toch zin. Binnenkort is het de Warmste Week en dan wil ik me inzetten voor een goed doel dat opkomt voor verkeersslachtoffers.”

Ben je nu bang als je met de auto over een overweg moet?

Mertens: “Ik rijd dan altijd om. Onlangs moest ik naar Eindhoven, waar ik de weg niet ken. Ik zag een overweg en reed de eerste de beste zijstraat in. Maar dat had geen zin, ik móést over die sporen. De slagbomen stonden omhoog, het witte licht knipperde en toch stopte ik. Ik keek naar links en rechts en reed doodsbang verder. Aan de overkant werd ik overspoeld door een golf van paniek. Hier in de buurt weet ik hoe ik de overwegen kan vermijden. Desnoods rijd ik er kilometers voor om. En mijn vrienden weten dat ze voor een overweg met open slagbomen tóch moeten stoppen als ik naast hen zit.”

Je vertrouwt Jeroom Slagboom voor geen haar?

Mertens: “Nee, echt niet. Die 20ste juni stonden de slagbomen open. Brent was een zeer voorzichtige chauffeur en zou nooit ofte nimmer gesloten of halfgesloten slagbomen genegeerd hebben. Een camera heeft het ongeval vastgelegd. Er is geen discussie mogelijk.”

Het duurde bijna tien jaar voor het na de treinramp in Buizingen tot een proces kwam.

Mertens: “Ja, en dat verontrust me. Ik ga ervan uit dat het vijf jaar zal duren voor het bij ons tot een proces komt, al is dat misschien nog te optimistisch. Procederen tegen Infrabel is net als vechten tegen de staat. Waarom nemen de bazen van dat bedrijf hun verantwoordelijkheid niet, en erkennen ze hun fout? Voor ons is er geen goede kant aan dit verhaal: wij zijn Brent kwijt. Waarom blijven zij zwijgen? Het is alsof ze de mogelijke schadevergoedingen uit hun eigen zak moeten betalen. Als ze hun job hadden gedaan zoals het hoort, was het nooit gebeurd.

“De avond vóór het ongeval was er op tv een aflevering van Thuis waarin drie dronken jongens een gesloten overweg negeren en een ongeval veroorzaken. Infrabel heeft die grap gesponsord. Een dag later lieten ze hun overwegen openstaan en veroorzaakten ze Brents dood. Hoe cynisch kun je zijn?”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234