Woensdag 26/06/2019

Interview

“Die doodsbedreigingen waren angstaanjagend”

Francesca Minerva. Beeld Joe Hart

Zes jaar geleden schreef ze een artikel over post­natale abortus, wat haar een fameuze haat­campagne opleverde. Vandaag denkt ze na over de discriminatie van lelijke mensen. Welkom in de uitdagende denkwereld van de Italiaanse filosofe Francesca Minerva (37).

“Echt bang ben ik niet meer”, zegt Francesca Minerva. “Ik ben het ondertussen gewoon geworden om haatmail en bedreigingen te krijgen. Het is ook minder erg dan zes jaar geleden. Maar ik blijf nog altijd liever voorzichtig. In Europa en Australië voel ik mij wel veilig, maar in de Verenigde Staten zou ik veel minder op mijn gemak zijn, zeker omdat zoveel mensen daar wapens hebben. Veel van de haatmail kwam ook uit de VS.”

De bom barstte zes jaar geleden, toen de Italiaanse filosofe samen met een collega een artikel publiceerde over post­natale abortus – jawel, abortus ná de geboorte. Als het in bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld bij zware handicaps, moreel toegelaten is om een foetus te aborteren, dan moet het ook mogelijk zijn om een baby kort na de geboorte te doden, luidde de redenering – bijvoorbeeld als die baby een handicap heeft die tijdens de zwangerschap niet werd opgemerkt en die de ouders zou hebben doen kiezen voor abortus. Toen dat artikel werd opgepikt in de pers, begon de haatmail te stromen.

Ik spreek haar via Skype, want ze verblijft momenteel aan de universiteit van Oxford, waar ze lezingen en seminaries bijwoont. Maar binnenkort is ze terug in Gent, waar ze onderzoek doet bij professor Johan Braeckman.

Samen met onder meer Braeckman lanceert ze volgend jaar een nieuw tijd­schrift,
The Journal of Controversial Ideas. De Australische filosoof Peter Singer en de al even vermaarde Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt zitten in de advies­raad. Dat tijd­schrift wil academici de mogelijkheid bieden om onder een pseudoniem te publiceren.

“Dat hóéft uiteraard niet”, zegt Minerva. “Je mag ook onder je eigen naam publiceren, maar de optie om anoniem te kunnen blijven is interessant voor mensen die bang zijn dat hun ideeën een negatieve impact zullen hebben op hun leven en hun werk. Omdat ze gevaar lopen.

“Zo’n tijdschrift is op zich geen nieuw idee. Tijdens het tijdperk van de verlichting publiceerden heel wat filosofen onder een pseudoniem, uit veiligheidsoverwegingen. Vandaag is dat niet meer gebruikelijk, maar ik denk dat er vraag naar is.”

Had u dat artikel over post­natale abortus destijds zelf liever onder een pseudoniem gepubliceerd?

Francesca Minerva: “Niet noodzakelijk. Want ik had die heisa niet verwacht. Ik was enorm verrast door de negatieve reacties. De problemen begonnen toen een website de boodschap van ons artikel helemaal verkeerd weergaf. Wij hebben nooit geschreven dat het ‘oké is om baby’s te doden’, zoals toen her en der werd geschreven. Ons artikel was een gedachte-experiment, dat past in een lange filosofische traditie.”

Wat was dan de bedoeling?

“Wij onderzoeken in ons artikel de morele status van de pasgeboren baby. En gaan na in hoeverre die verschilt van de morele status van de foetus. De voorstanders van abortus gebruiken verschillende argumenten. Een van die argumenten is dat de foetus niet het recht op leven heeft, omdat hij nog niet in staat is om belang te hechten aan het leven. Een ongeboren kind kan nog geen waarde hechten aan blijven bestaan. Wat wij willen aantonen, is dat een pasgeboren baby dat ook nog niet kan. Ons artikel daagt mensen uit om aan te tonen waarom er wél een verschil zou bestaan tussen foetus en baby.”

Francesca Minerva: “Discriminatie op basis van uiterlijk is erger dan we denken. Onaantrekkelijke mensen bevinden zich echt op een lager welzijnsniveau.” Beeld Joe Hart

Maar dat verschil is er toch?

“Uiteraard kunnen er andere redenen zijn waarom een post­natale abortus moreel niet aanvaardbaar is. Sociale of medische of andere redenen. Alleen is het argument dat een foetus geen waarde kan hechten aan het eigen leven, een goed argument pro abortus. In onze paper confronteren wij de lezer met de filosofische implicaties daarvan: wij wijzen erop dat een pasgeborene ook niet in staat is om belang te hechten aan het eigen leven.”

Is het grote verschil niet dat de baby geboren is? En dat bij de geboorte een drempel wordt overschreden die elke baby recht op leven geeft?

“Dat is mogelijk. De meeste wetten zijn daardoor geïnspireerd, dat je op het moment van de geboorte een persoon wordt. Nogmaals: ons artikel was een gedachte-experiment, geen suggestie om de wetgeving aan te passen. Wij wilden niet per se nadenken over de praktische implicaties, maar over de morele fundamenten. En wat het recht op leven van de baby betreft: er bestaat wetgeving, onder meer in Nederland, die het mogelijk maakt voor de ouders om in bepaalde omstandigheden te kiezen voor euthanasie.”

Had men uw artikel niet evengoed kunnen lezen als steun voor de anti-abortus­lobby? Die kan na uw artikel zeggen dat de morele status van het embryo gelijk is aan die van de baby, wat een argument tégen abortus zou zijn.

“Ja, sommige mensen hebben ons artikel in dat licht gelezen. Er waren ook voorstanders van abortus die daarom geschokt waren door onze argumentatie. Omdat we voeding gaven aan de tegenstanders van abortus door foetus en baby met elkaar te vergelijken.”

Bent u een zogenoemde utilitarist zoals Peter Singer, de filosofische vader van de dieren­rechten­beweging? Een filosoof die in functie van nut en effect denkt?

“Absoluut. Peter Singer zal in de adviesraad van The Journal of Controversial Ideas zitten. Net zoals hem beoordeel ik een actie op basis van de consequenties ervan. Of iets moreel goed of slecht is, hangt voor mij niet af van principes of intenties, maar van de praktische gevolgen. Hoe beter de gevolgen, hoe beter de actie was. Dat is het tegenovergestelde van het deontologische denken in de traditie van de Duitse filosoof Immanuel Kant: dan beoordeel je een daad op basis van de intenties waarmee hij wordt gesteld. Als de bedoeling nobel is, is de daad dat ook. Dat vinden wij niet.”

Singer heeft ook controversiële ideeën gelanceerd. Zo schreef hij ooit dat wie moet kiezen tussen een gezonde chimpansee en een baby zonder hersenstam om een klinische proef te doen, best voor de baby kan kiezen, als de ouders daarmee instemmen. Voor dat soort ideeën werd hij in Duitsland uitgescholden voor nazi.

“Ja, Peter heeft mij wel over zijn ervaringen verteld. Ook om mij gerust te stellen toen ik zelf al die haatmail kreeg. Hij zei me dat ik niet bang hoefde te zijn, want dat hij het ook had overleefd. Maar toch waren de doods­bedreigingen die ik kreeg angst­aanjagend. Het is één ding om te protesteren als een filosoof een lezing wil geven, zoals Peter vaak heeft meegemaakt, het is nog iets anders om haar met de dood te bedreigen.”

Is controverse eigen aan het soort filosofie dat u en Singer bedrijven?

“Nee, dat denk ik niet. In de praktijk lijkt dat vaak het geval, maar de filosofie van Kant is ook behoorlijk controversieel, hoor. Als je iemand in je huis verstopt die op de vlucht is voor een moordenaar en de moordenaar belt bij je aan met de vraag of je zijn doelwit verbergt, mag je volgens Kant niet liegen. Dan moet je eerlijk antwoorden en zeggen: ‘Ja, dat treft, hij ligt onder mijn bed, tweede deur rechts.’ Dat vind ik nogal schokkend. Maar filosofie leidt vaak tot schokkende ideeën, omdat filosofen vaak extremen verkennen.”

U schrijft ook over onschuldiger onderwerpen. Over liefdes­verdriet, bijvoorbeeld, een gebroken hart. Volgens u moeten we daar evenveel medische aandacht voor hebben als voor een gebroken arm.

“Ja, als utilitair filosoof denk ik in functie van lijden en plezier. Bedoeling moet zijn om het lijden, de totale hoeveelheid pijn in de wereld, zo klein mogelijk te maken. En het brein kent maar één soort pijn: een gebroken hart voel je in dezelfde hersen­regionen als een gebroken arm. Dus mijn vraag is: als je vindt dat iemand geen pijn hoeft te lijden als zijn arm gebroken is, waarom zou die persoon dan wél pijn moeten lijden als zijn hart gebroken is? Pijn is pijn, en als we daar met therapie iets aan kunnen doen, lijkt mij dat aangewezen.”

Van een dipje na stevig liefdes­verdriet kun je ook sterker worden. Is het niet beter dat verdriet te verwerken dan bijvoorbeeld anti­depressiva te nemen?

“Dat is mogelijk. Ik vind ook niet dat we per se alle vormen van lijden moeten vermijden. Soms kan lijden inderdaad gunstige gevolgen hebben op lange termijn. We hoeven mensen niet voort­durend te knuffelen of te pamperen. Maar ik vind het niet eerlijk om tegen iemand met een gebroken hart gewoon te zeggen: ‘Ach, je komt er wel sterker uit, schrijf er in afwachting maar wat mooie gedichten over.’ Waarom zou medicatie niet mogen? Laat mensen daar zelf over beslissen. Liefdes­verdriet is een belangrijke oorzaak van zelfmoord, en je weet van tevoren niet of iemand sterker uit een liefdes­breuk gaat komen of zelfmoord zal plegen.”

U doet momenteel een zogenoemde postdoc bij Johan Braeckman aan de UGent. Wat bent u aan het onderzoeken?

“Lookism. Naar analogie met racism, racisme. Lookism is discriminatie op basis van looks, het uiterlijk van mensen. Het is een vorm van discriminatie met meer negatieve gevolgen dan we denken. We hebben data waaruit blijkt dat onaantrekkelijke mensen zich echt op een lager welzijns­niveau bevinden. Ze krijgen minder kansen in het leven en verdienen zelfs minder dan gemiddeld – voor een gewoon inkomen wordt het verschil geschat op ongeveer 120.000 dollar in de loop van een leven. Ze vinden moeilijker een job, en ga zo maar door.”

Wat kunnen we daaraan doen?

“Ik probeer eerst in kaart te brengen wat de problemen precies zijn. Zo beoordelen we mensen ook anders als ze minder aantrekkelijk zijn: bij mooie mensen gaan we ervan uit dat ze ook wel slim en nobel zullen zijn. De consequenties daarvan kunnen enorm zijn. Ik heb het natuurlijk niet over mensen die gemiddeld aantrekkelijk zijn, we kunnen niet allemaal topmodellen zijn. Maar er zijn mensen bij wie de looks tot problemen leiden.”

Maar nogmaals: wat doen we daaraan?

“Eerst en vooral: ons daarvan bewust worden. Dat we die vooroordelen hebben en dat die niet kloppen. Ook bepaalde vormen van overheidssteun moeten denkbaar zijn. Zo is het in veel landen de normaalste zaak van de wereld dat kinderen met flap­oren een chirurgische ingreep ondergaan om hun oren dichter bij het hoofd te brengen. Het gebeurt dus al dat cosmetische ingrepen worden terug­betaald door de overheid. Laten we eens nadenken of we dat ook in andere gevallen moeten doen.”

Beeld Joe Hart

Een nieuwe neus op kosten van de overheid?

“Waarom niet? Vanwege de impact op het leven van mensen, is dat een debat waard. Bij welke vormen van neus en kin vinden we een ingreep geoorloofd? Wat doen we bij sollicitaties om te vermijden dat minder aantrekkelijke mensen geen kans krijgen? Wat met dating apps? Over al die vraagstukken ga ik de komende drie jaar grondig nadenken aan de UGent.”

U bent erg gefascineerd door ongelijkheid. Zo schreef u een artikel over de mogelijkheid om mensen met een sociaal-economisch zwakkere status toegang te geven tot bepaal­de vormen van farmaceutische of genetische verbetering.

“Ongelijkheid fascineert mij, ja. Niet omdat ik wil dat iedereen per se gelijk of hetzelfde is, maar omdat ik geïnteresseerd ben in fairness, eerlijkheid. Niet iedereen moet evenveel verdienen, of even aantrekkelijk zijn, maar iedereen zou wel dezelfde kansen moeten krijgen om het beste van zijn of haar leven te maken.

“Het artikel over de vormen van verbetering die we mensen in zwakkere sociaal-economische posities kunnen aanbieden, vertrekt van het idee dat veel mensen denken dat vormen van verbetering, enhancement, vooral de rijken ten goede zouden komen.”

Omdat die dat kunnen betalen.

“Inderdaad. Dat is de redenering. Maar misschien hoeft dat niet zo te zijn. Misschien moeten we nadenken over vormen van cognitieve verbetering die alleen beschikbaar zouden zijn voor armere mensen, omdat het een stukje van de ongelijkheid zou kunnen wegwerken.

‘Rijke kinderen, vooral in de Verenigde Staten, gaan naar betere scholen. Dat geeft hen een voorsprong. Vandaar de vraag: moeten we dat compenseren met medicatie die arme kinderen slimmer kan maken? Als die medicatie ooit beschikbaar zou zijn, zonder schadelijke neven­effecten, uiteraard.”

Dan zou je ook atleten met minder capaciteiten kunnen toelaten om vormen van doping te gebruiken. Wie geen geld heeft voor hoogte­stages, mag epo nemen.

“Bijvoorbeeld. Atleten die genetisch net een tikje minder geluk hadden, of minder toegang hebben tot dure trainings­faciliteiten, zouden een beroep kunnen doen op andere vormen van verbetering. Farmaceutische middelen hebben het voordeel dat je ze tijdelijk kunt nemen. Genetische ingrepen hebben het nadeel dat ze permanent zijn. Maar we staan aan het begin van een boeiend debat, want technologisch zal almaar meer mogelijk worden.”

Ik heb een huisarts gekend die amfetamines nam als hij met zijn kinderen in de auto naar Zuid-Frankrijk reed, om zich beter te kunnen concentreren. Die vond dat zijn plicht.

“Daar doen collega’s van mij onderzoek naar: in hoeverre kunnen we chauffeurs, piloten of dokters verplichten om bepaalde middelen te nemen? Een dokter die 20 of 30 uur aan een stuk moet opereren, zou daarvoor zeker in aanmerking komen. Ook dat is een boeiend debat.

“Belangrijk is wel dat de medicatie die zulke mensen nemen, volkomen veilig is en geen nadelige effecten heeft op de lange termijn. Maar als het veilig is voor de dokter en beter voor de patiënt, lijkt het mij vanzelfsprekend om het te doen.”

U hebt een boek geschreven over cryonisme, een procedure waarmee mensen na hun dood kunnen worden ingevroren, in de hoop dat ze later, als de wetenschap veel verder staat, opnieuw kunnen worden ontdooid en verder kunnen leven.

“Het is een raar idee, maar er zijn al honderden mensen die het hebben laten doen. De kans op succes is bijzonder klein, maar cryonisme verdient ethische aandacht. Ik heb het fenomeen filosofisch onderzocht en ben tot de conclusie gekomen dat het moreel gerechtvaardigd is ervoor te kiezen. Ik zie alleen psychologische bezwaren: voor sommige mensen kan de schok om in een ander tijdperk wakker te worden tamelijk beangstigend zijn. Voor anderen is het dan weer een opwindende gedachte.”

Mij lijkt het angst­aanjagend.

(lacht) “Mij ook. Ik heb vier jaar in Australië gewerkt en vond dat al erg genoeg, omdat ik daar aanvankelijk niemand kende. Wakker worden in de verre toekomst zou nog veel erger zijn. Maar sommige mensen voelen zich er lekker bij. En als wetenschap en economie blijven evolueren zoals de laatste paar eeuwen, dan zal het misschien ooit mogelijk zijn om mensen die nu dood zijn, weer tot leven te wekken. Al maken sommigen zich ook zorgen over de mogelijke verdwijning van onze soort.”

Is het biologisch niet te verwachten dat onze soort ooit verdwijnt?

“Wellicht zal dat ooit gebeuren. Omdat er een catastrofe plaats­grijpt, bijvoorbeeld. Het klimaat dat uit de hand loopt. Of omdat een vorm van artificiële intelligentie beslist om al het organische leven op aarde uit te roeien. Of omdat we zullen transformeren in een andere soort, een post- of trans­humane soort. Allemaal mogelijk.”

Tot slot: in ons land werd onlangs gedebatteerd over de vraag of sommige mensen niet verplicht moeten worden gesteriliseerd. Een man die zijn baby zwaar had toegetakeld in een agressieve bui bleek tien jaar geleden al eens hetzelfde te hebben gedaan, toen met dodelijke afloop.

“Dat is een moeilijke vraag. Ik ken de man of de omstandigheden niet. Misschien is die persoon wel mentaal ziek. Heeft hij in de gevangenis gezeten? Wel, misschien had men hem daar beter een behandeling gegeven. Want als hij een probleem heeft met agressie, los je dat niet op met verplichte sterilisatie. Dan is hij evengoed in staat om iemand anders te vermoorden.

“Er zijn filosofen die vinden dat mensen een soort examen zouden moeten afleggen voor ze kinderen mogen krijgen, zoals je ook een rijbewijs nodig hebt voor je met de auto mag rijden. In theorie vind ik dat een interessant idee, al lijkt het mij moeilijk om uit te voeren.”

Mag iemand er onder een pseudoniem over publiceren in uw tijdschrift straks?

“Waarom niet? We zullen de lat wel hoog leggen. We zijn niet van plan om artikelen te publiceren waarin de Holocaust wordt ontkend, om maar een dwaas voorbeeld te geven. Maar gevaarlijke en choquerende ideeën die goed worden onderbouwd zijn welkom.”

U weet dat Etienne Vermeersch, ooit nog de promotor van Johan Braeckman en een groot voorstander van abortus en euthanasie, uw artikel over post­natale abortus ‘onaanvaardbaar’ vond?

“Is dat zo? Nee, dat wist ik niet. Jammer. Ik heb professor Vermeersch nog niet persoonlijk ontmoet en Johan heeft het mij nooit verteld. (lacht) Ach, misschien wilde Johan mij dat besparen omdat ik al kritiek genoeg heb gekregen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden