Zondag 20/10/2019

Interview

Deze jonge, bescheiden Belg treedt in de voetsporen van modegod Yves Saint Laurent

Beeld © Ezra Petronio

Als dertiger in de voetsporen mogen treden van de grote Yves Saint Laurent: dat kan tellen als uitdaging. De Italiaanse Belg Anthony Vaccarello verruilde vorige zomer zijn eigen atelier in voor dit Parijse monument. En voorlopig blijft hij daar verrassend bescheiden onder. 

Ik krijg bericht dat Anthony Vaccarello, de nieuwe creatief directeur van Yves Saint Laurent, me graag ontvangt in het huis. “Zijn eigen huis?”, vraag ik. Nee. “Het huis van Saint Laurent, het hoofdkwartier van het modelabel?” Ja. Maar welk? Verspreid over Parijs zijn er drie huizen van Saint Laurent. Elk ervan heeft zijn eigen karakter: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. We hebben het hier dan ook over dé ‘Saint’ Laurent, de inrichter van de hedendaagse kleerkast, de man die vrouwen in een broekpak stak, een gekwelde couturekunstenaar, de bedenker van 20ste-eeuwse stijl. Geen enkele ontwerper is in de ogen van de modewereld – en al zeker de Franse – de goddelijkheid zo dicht genaderd als hij.

Het eerste huis van Saint Laurent bevindt zich in de Rue de l’Université op de linkeroever van de Seine – Rive Gauche, waarnaar Saint Laurent zijn prêt-à-porter­lijn in 1966 vernoemde. Het ligt om de hoek van het appartement van Karl Lagerfeld, soms de vriend van Saint Laurent maar veelal diens bittere rivaal. Yves Saint Laurent zelf woonde in een appartement in de Rue de Babylone, een paar straten verder.

Op deze locatie is de creatieve afdeling van het bedrijf gevestigd. Ze huist in een 17de-eeuws ‘hôtel particulier’, dat zorgvuldig gerenoveerd werd en doorloopt in een kille, geometrische, met haagjes afgezoomde tuin. Het decor – gladde moderniteit en duidelijke Franse formaliteit – is het werk van Vaccarello’s voorganger Hedi Slimane. Maar die werkte vanuit Los Angeles, terwijl Vaccarello wel degelijk dagelijks aan de slag is in deze studio’s, die, zoals het een Frans haute-couturehuis betaamt, traditioneel zijn opgedeeld in ‘tailleur’ (jassen en mantels) en ‘flou’ (jurken en blouses).

Er is ook een huis van Saint Laurent in de Rue de Bellechasse. Vroeger was het een abdij en het ministerie van Defensie, nu is het een lege doos die weldra moet uitgroeien tot het zakelijke hoofdkwartier van het merk. Het mogen dan barre financiële tijden zijn voor vele van de grootste spelers in de luxe-industrie, Saint Laurent gaat koppig tegen die trend in. In 2016 groeide het merk met 25 procent en boekte het voor het tweede jaar op een rij een omzet van meer dan een miljard dollar. Het bedrijf harkt momenteel drie keer meer binnen dan vijf jaar geleden, en volgens cijfers uit 2016 is het uitgegroeid tot de tweede grootste speler in het luxeportfolio van Kering Group, het concern dat een meerderheidsbelang vertegenwoordigt.

Tegen die achtergrond – van een enorm fortuin en een huis dat letterlijk heropgebouwd wordt – presenteerde Vaccarello in september zijn debuut voor Saint Laurent. Er waren oude filmspots en een 10 meter groot neonlogo van YSL dat aan een kraan bungelde, als een mobieltje in een wieg, een vishaak of het zwaard van Damocles, afhankelijk van je kijk en mate van cynisme. Best mogelijk dat Vaccarello hier wil afspreken.

Schatkamer van Toetanchamon

Tot slot is er Avenue Marceau 5. Als het eerste adres staat voor het creatieve hart van Saint Laurent en het tweede voor het commerciële hoofd, dan huist hier de ziel van het bedrijf. Hier stond het haute-couturehuis van Saint Laurent, dat maatkledij maakte voor een clientèle dat bestond uit de rijkste en meest voorname vrouwen ter wereld. Het gebouw is nog hetzelfde, maar de ateliers ­sloten in oktober 2002 de deuren, toen Saint Laurent met pensioen ging. Sindsdien huist hier de Fondation Pierre Bergé-Yves Saint Laurent, een vzw die kunstwerken en mode tentoonstelt die aansluiten bij het oeuvre en de interesses van de ontwerper. Althans, dat was tot april vorig jaar. Na grondige verbouwingen gaat het straks open onder een veel eenvoudigere naam: het Musée Yves Saint Laurent.

In de Avenue Marceau vind je de geschiedenis van Yves Saint Laurent: meer dan 20.000 stukken kledij, accessoires, tekeningen en andere objecten. In de ­vroegere ateliers bevinden zich nu haute-couturestukken en de kantoren van zeven conservatiespecialisten. In de oude personeelskantine worden hoeden, schoenen en juwelen in strikte museumcondities bewaard. In de ruimte waar de tekeningen van Saint Laurent liggen, ­hangen containers met samengedrukt gas aan de muur. Als er brand uitbreekt, zullen die ontploffen en de ruimte met damp vullen om de tekeningen te beschermen. “Die zijn het belangrijkst”, zegt Olivier Flaviano, de directeur van het toekomstige Musée Yves Saint Laurent, over de duizenden schetsen, die per seizoen gerangschikt zijn. “Omdat ze in contact zijn geweest met de hand van Yves Saint Laurent.” Het gebouw is het mode-equivalent van de schatkamer van Toetanchamon.

Journalisten niet toegelaten

De geschiedenis heeft altijd veel betekend voor Saint Laurent – geschiedenis en continuïteit. Hij had vier Franse buldogs, die allemaal Moujik heetten. Als er één stierf, werd hij snel vervangen door een sterk gelijkende. Hetzelfde gebeurde met de creatieve bazen van het huis. Toen Saint Laurent nog zelf de plak zwaaide, gaf hij de controle over de prêt-à-porter voor vrouwen door aan Alber Elbaz, die later bekender werd als baas van Lanvin, en over de herenmode aan de jonge Fransman Hedi Slimane. Die keerde in 2012 terug als creatief directeur van het hele label. Tussendoor werd het geleid door ontwerper-directeur Tom Ford en de Italiaan Stefano Pilati. Slimane ging vorige herfst voor de tweede keer weg en werd opgevolgd door de jonge Italiaanse Belg Anthony Vaccarello. Zoals de vele Moujiks waren al hun ­collecties in zekere mate ­hedendaagse reïncarnaties van het illustere verleden van Saint Laurent.

Uiteindelijk ontmoeten Vaccarello en ik elkaar in de salons met marmeren vloeren in de Rue de l’Université. Boven, in de werkplaatsen, gonst het van de activiteit. Wat later wandelen we door het atelier tailleur, waar mensen aan de slag zijn met poppen en doek: het zijn probeersels van kleren, uitgevoerd in goedkoop katoen, om een idee te geven van de volumes. Die stellen de ontwerper in staat om wat te experimenteren ­alvorens te gaan knippen in de echte stoffen. Om de hoek, onder het afdak, werkt een trio modelistes aan een reeks kalfslederen stukken in oliepaars en lippenstiftrood. Samen vormen ze een nieuw team bij Vaccarello, die dol is op leder. Maar de technieken en methoden zijn eeuwenoud. De stukken zijn bedoeld voor de herfstcollectie.

Het gebeurt niet vaak dat je hier toegelaten wordt. Als ze horen dat ik een journalist ben, kijken de medewerkers me wantrouwig aan en proberen ze hun werk angstvallig af te schermen, tot ze gerustgesteld worden door Yewande Animashawun, het hoofd van het atelier. Het gaat hen trouwens niet alleen om de collectie voor het komende seizoen, een zekere heimelijkheid hoort nu ­eenmaal bij de modebusiness. Vooral in de voorbije vier jaar was het huis Saint Laurent zowat ontoegankelijk. De vorige creatief directeur, Hedi Slimane, had een moeilijke relatie met de modepers. Hij gaf zelden interviews en nodigde sommige journalisten en recensenten steevast niet uit voor zijn shows.

De Franstalige Brusselaar Vaccarello is anders. Hij wil naar eigen zeggen de warmte van de vroege jaren van Saint Laurent vatten. Ik vraag hem of het atelier zich die jaren herinnert, of er nog mensen werken uit die tijd. “Er zijn er nog uit die ­periode”, zegt hij, veertien in totaal, zo blijkt. “De artistiek directeur wijzigt, maar de meeste belangrijke mensen blijven.”

Vaccarello is tenger, heeft donker haar en omfloerste ogen. Zijn dun baardje vertoont grijze plekken, ook al is hij pas 34. Vaccarello is ook volmaakt bescheiden – en niet alleen als hij zijn atelier in de ­bloemetjes zet. Hij noemde zijn debuutcollectie een ‘work in progress’, wat hij onderstreepte door ze te presenteren in het nieuwe hoofdkwartier van Saint Laurent, dat toen volop verbouwd werd. Misschien is nederigheid een noodzakelijke deugd als je een van de lastigste jobs in de modewereld in de wacht sleept.

Saint Laurent is niet alleen een van de meest invloedrijke merken in cultureel en creatief opzicht, het is door het succes van Slimane ook op financieel vlak een van de grootste modebedrijven. Wie ontwerpt voor het huis Saint Laurent wordt op slag een ster. Vaccarello leidt een onderneming van 266 miljoen euro per jaar en mag naar eigen goeddunken de rijke nalatenschap van het huis ­herinterpreteren: winkels herinrichten, nieuwe advertenties maken, de visuele identiteit compleet herwerken.

De geschiedenis van Yves Saint Laurent hangt als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd. Wat de zaken nog iets complexer maakt: Saint Laurent overleed in 2008, maar zijn partner in zaken en in het leven, Pierre Bergé, zat op de eerste rij bij het debuut van Vaccarello. Bergé is 86. Hij en Yves Saint Laurent werden een koppel kort nadat ze elkaar hadden leren kennen in 1958. Tot 1976 woonden ze samen. Bergé was ook CEO van Yves Saint Laurent Haute Couture tot het de deuren sloot. Tijdens de 40 jaar dat hij in de mode zit, verwierf Bergé een reputatie voor zijn gedreven, soms vurige temperament en zijn strengheid. In het knoopsgat van zijn revers is een tricolore lint genaaid dat aangeeft dat hij Grand Officier de la Légion d’Honneur is.

“Ik ken Anthony Vaccarello niet echt, ik heb maar één collectie gezien”, benadrukt hij; nadrukkelijk. “Duide­lijk?” Bergé zwijgt en kijkt me met een staalharde blik aan. “Dat zijn mijn zaken niet – ik wil daar heel duidelijk in zijn. Ik heb veel respect voor Pinault – vader en zoon (respectievelijk CEO en stichter van Kering, red.). Ze vragen – gelukkig – nooit mijn advies. En ik geef het niet.”

Een beeld uit de eerste catwalkshow van Anthony Vaccarello voor Yves Saint Laurent. Beeld rv

In het verleden was Bergé wel uitgesproken. Hij is nog altijd goed bevriend met Hedi Slimane – hij nam hem het eerst in dienst – maar kantte zich openlijk tegen Tom Ford en Stefano Pilati. Vaccarello krijgt een genereuzere behandeling. “Het ­verschil tussen Vaccarello enerzijds, en Ford en Pilati anderzijds, is dat Vaccarello houdt van Saint Laurent”, stelt Bergé streng. “Hij probeert niet te imiteren. Ik verwacht van een modeontwerper niet dat hij Saint Laurent imiteert.”

Vaccarello’s interpretatie was voor velen onverwacht. Hij ging niet voor een onversneden hommage maar baseerde zijn eerste collectie op een jurk met luipaardprint uit de Yves Saint Laurent-collectie van juli 1982. Het origineel werd gemaakt toen Vaccarello nog niet geboren was.

Het is een bizar vertrekpunt voor een collectie van Saint Laurent. Zoals elke fashionfanaat meteen zal aangeven, werd Saint Laurent bejubeld als de grootste ontwerper van de voorbije eeuw. In 1957 schoot hij als een komeet naar de top als opvolger van Christian Dior. Drie jaar later schoffeerde hij het establishment door een collectie te baseren op de Parijse existentialisten (een eerste glimp van zijn geliefde Rive Gauche in zijn kleren) en een zwartlederen jasje te maken. Zijn Beat-lijn was de eerste ­couturecollectie die geïnspireerd was door de straat en een vooruitblik naar de jongerentegencultuur van de jaren 60 en de punk. Kort daarop stond Dior Saint Laurent toe zijn dienstplicht te vervullen (hij had twee keer geweigerd) en verving hij hem in alle stilte. In 1961 richtte Saint Laurent samen met Bergé zijn eigen label op (Bergé klaagde Dior aan wegens ­contractbreuk en ­vergaarde zo het benodigde kapitaal). Waarop hij een revolutie ontketende in de modewereld.

Een beeld uit de eerste catwalkshow van Anthony Vaccarello voor Yves Saint Laurent. Beeld rv

Hij maakte vrouwenbroeken modieus en toverde typisch mannelijke kleren zoals Caban-jassen en safari-vesten om tot verleidelijke vrouwenmode. Hij was de eerste die – onder een laagje voile – naakte vrouwenborsten in een modeshow toonde, in 1968. Hij herintroduceerde op spectaculaire wijze de ­schoudervulling in zijn Forties-collectie van 1971, die de blauwdruk vormde voor het silhouet dat de jaren 80 zou domineren. En hij lanceerde in 1966 designer-prêt-à-porter, die de hele ­hiërarchie in de mode­wereld overhoop gooide.

Zijn laatste show, in 2002, vond plaats in het Centre Pompidou. Tweeduizend mensen waren aanwezig, buiten ­volgden nog duizenden anderen alles op grote schermen. Hoe kun je daar tegenop? “Ik heb de job eerlijk gezegd aangenomen zonder er hard over na te denken”, zegt Vaccarello simpelweg. “Het ­eerste wat ik deed toen ik hier aankwam, was met Pierre Bergé gaan praten, om het huis te begrijpen, de geest van wie Yves Saint Laurent werkelijk was. Pierre Bergé was de belangrijkste persoon om toen te zien. Daarna ging ik naar het archief, om te verifiëren wat ik in gedachten had. Ik wilde elk beeld in mijn hoofd vergelijken met de echte kleren.”

Ik ratel ze af, zoals iedereen zou doen die al een halve eeuw bezig is met mode: jurken met Piet Mondriaan-motieven, Le Smoking, de collectie van Les Ballets Russes, het groene bontjasje uit 1971. Vaccarello knikt bij alles wat ik opnoem.

“Zag ik allemaal in één week tijd. Dat was redelijk straf. En toen dacht ik: hoe ga ik hier mijn Saint Laurent doen? En hoe ga ik het anders doen dan al die ontwerpers voor me? Ik wilde iets maken om over te dromen, en niet iets werkelijks. Saint Laurent maakte echte kleren toen hij begon. Die echte kleren zijn overal, in de winkels, in Zara, overal. Je kleedt je zoals hij het in de jaren 70 voorspeld heeft. En dus wilde ik niet de Caban doen, de trenchcoat, de saharienne. Ik wilde jurken zoals collages maken, geen echte stukken die ik zag in het archief.”

Anthony Vaccarello voor Yves Saint Laurent. Beeld rv

Vanuit dat perspectief bekeken, houdt Vaccarello’s debuut voor Saint Laurent steek. De jurken waren ­volgens hem samenstellingen van elementen uit het ­verleden van Saint Laurent. De pofferige mouw van die jurk uit 1982, een strik uit 1981, kant van een jurk uit 1971 gefotografeerd door Jeanloup Sieff… ­werden gecombineerd om een versmelting te creëren die een hedendaags publiek aanspreekt. Het is zoals ontwerpen met Google Afbeeldingen: typ ‘YSL’ in en neem overal wat van.

De silhouetten die Vaccarello creëerde, verwezen meer naar de clubcultuur dan naar de couture. Een paar ­jurken, met lage neklijn, in fluweel of leder, werden ­versneden tot tops boven jeans – de enige kledingsoort die Saint Laurent zelf graag had ontworpen. Vaccarello voegde er identificeerbare stukjes Saint Laurent-iconografie aan toe, zoals de franjes die deden denken aan zijn Chinoiserie-collectie als oorbellen of de door kunstenaar Cassandre ontworpen ‘YSL’ als oorpiercing of verwerkt in hakken.

“Iedereen heeft zijn idee over Saint Laurent”, zegt Vaccarello met een wanhopige zucht. “Maar hij heeft zo veel dingen gedaan. Het is onmogelijk…” Onmogelijk om daar tegenop te kunnen? Onmogelijk om dat allemaal te ballen in één collectie? Of misschien gewoon onmogelijk om iedereen tevreden te stellen? Misschien is het de reden waarom Vaccarello opteerde voor stijlen in de marge en niet voor de greatest hits. “Als je al die dingen ziet die Saint Laurent gedaan heeft…” Zijn stem verstomt. “Je doet bloemen – heeft hij al gedaan. Je doet kant – heeft hij al gedaan.”

Love it or hate it

Marcel Proust wees erop dat herinneringen aan ­dingen uit het verleden niet noodzakelijk overeenkomen met de dingen zelf. Dat is vaak het geval bij Yves Saint Laurent, die toevallig of niet, zo geobsedeerd was door Proust dat hij het interieur van zijn kasteel baseerde op zijn werk en Louis Vuitton de opdracht gaf om een ­gesigneerde kist te maken voor zijn exemplaren van A la recherche du temps perdu. Zo is er de misvatting dat Saint Laurent meteen door iedereen op een schild gehesen werd. Zijn trendsettende collectie van 1971 bijvoorbeeld kreeg tonnen ­kritiek. Hij werd spottend ‘Yves Saint Debacle’ genoemd, zijn ­collectie ‘een tour de force van slechte smaak’.

De debuten van de opvolgers van Saint Laurent waren allesbehalve succesvol, elk ervan moest een vuurdoop doorstaan. De versie van Tom Ford werd ‘glad’ genoemd, maar dan in negatieve zin. Pierre Bergé wilde er zelfs geen commentaar op geven. Saint Laurent, die nog leefde, wilde er niet bij zijn. Stefano Pilati werd omschreven als cliché-Frans, zijn stukken met franjes werden vergeleken met ­meiden in een fanfare­optocht. Volgens sommigen leken de vroege stukken van Slimane op Topshop of de gelijknamige lijn van Rachel Zoe. Vaccarello kan erom lachen. “Ik vind het fascinerend, ik hou ervan. Misschien ben ik wel een masochist, maar ik vind het goed dat het een passioneel huis is. You love it or hate it.

Vaccarello voor Yves Saint Laurent. Beeld rv

De recensies over de eerste show van Vaccarello waren gemengd. De Fransen, stelt hij met opgetrokken wenkbrauwen, waren lovend. Anderen een pak minder, vooral de machtige Amerikaanse kranten. “Ik hoor graag verschillende meningen over wat ik doe”, zegt hij grootmoedig als ik het onderwerp aansnijd. Het deed hem deugd dat Bergé positief was. “Hij apprecieerde wat je het meest in verband kon brengen met Yves Saint Laurent”, zegt hij.

Vaccarello lijkt op het eerste gezicht geen band te ­hebben met Saint Laurent. Hij herinnert zich dat hij aan de Brusselse school La Cambre het werk van een hedendaagse ontwerper moest bestuderen. Anderen kozen voor de deconstructivist Ann ­De­meulemeester of de minimalist Helmut Lang. Vacca­rello koos Tom Ford. Nadat hij in Rome voor Karl Lagerfeld bij Fendi had gewerkt, stichtte Vacca­rello in 2009 zijn eigen label en trok hij de aandacht met zijn korte en sexy jurken in de nauw­sluitende mal van Azzedine Alaïa en van Tom Ford. Donatella Versace plukte hem er in 2014 weg om volgens nagenoeg dezelfde formule haar Versus-lijn vorm te geven.

 Onverwachte stap

Saint Laurent is gezien die loopbaan een wat onverwachte stap. Zelfs Vaccarello zag de aanbieding van Kering niet aan­komen. “Ik had al veel aanbiedingen van huizen gehad, maar had altijd geweigerd. Ik wilde mijn merk alleen de rug toekeren voor iets… als dit”, zegt hij. “Ik ging op bezoek, omdat ik beleefd wilde zijn, maar het was altijd nee. Bij wijze van grap zei ik: ‘Het enige huis waarvoor ik mijn eigen merk wil opgeven en waarvoor ik zou willen werken, is Yves Saint Laurent.” De ­officiële melding kwam in april vorig jaar.

Het kantoor van Vaccarello in de Rue de l’Université is ongeveer even groot als zijn voormalige studio in zijn totaliteit. Het hangt vol elementen die hij wil verwerken in zijn komende show in maart. Er zijn geen stoffen of schetsen, wel hopen op elkaar gestapelde beelden gerangschikt in categorieën getiteld ‘Grote Zwarte Lovers’ en ‘Dierenborduurwerk’. Er zijn ook veel feestjurken uit de jaren 80, een beetje in de trant van zijn debuut. Er zijn een paar bontjassen. Een beeld van het beroemde haute-couturevest van Saint Laurent uit 1980 met een citaat van het gedicht Batterie van Jean Cocteau erin ­geborduurd hangt naast een foto van Debbie Harry in een ­slogan tee. “Het is een vertrekpunt”, zegt Vaccarello terwijl hij erop tikt. “Maar dat kan allemaal veranderen.”

Vaccarello voor Yves Saint Laurent. Beeld rv

Vaccarello opteert ervoor geen mannenkleren te ­showen. Het is niet echt zijn ding, geeft hij toe, en hij heeft ook het gevoel dat hij niet zo betrokken is bij dat aspect van het huis, ook al treden er mannen aan in zijn campagnes voor Saint Laurent, zij het meestal in dienst van de vrouwen. Hij heeft drie printcampagnes voor Saint Laurent in beeld gebracht, ook al produceerde hij maar één collectie.

In de eerste voerde hij vrijwel naakte modellen in denim op, gefotografeerd door Collier Schorr. De tweede, gefotografeerd door de Nederlandse Inez van Lams­weerde en Vinoodh Matadin, die in oktober in de magazines verscheen, hintte naar zijn eerste collectie. Met mannequin Anja Rubik in een korte lederen jurk met overdreven schouders. De volledige campagne komt deze lente in de magazines. Fotograaf is opnieuw Schorr maar de beelden zijn compleet anders dan in oktober. “Voor mij is het beeld van Saint Laurent vaak belangrijker dan de collectie”, stelt Vaccarello kordaat. “Het gaat niet over ­kleren, maar over een stemming, een emotie, een manier van leven, een manier van bewegen. In plaats van die vest te kopen, koop je beter die handtas.”

Het huis Saint Laurent is altijd een meesterlijke manipulator van beelden geweest. Zo is er het beroemde ­portret van een naakte Yves Saint Laurent dat zijn eerste mannenparfum aanprijst. Een latere campagne voor zijn enorm succesvolle Opium-parfum riep controverse op door het bijschrift ‘Voor zij die verslaafd zijn aan Yves Saint Laurent’.

Ook Slimane bewees de kracht van het beeld. Ondanks de slechte kritieken verkochten zijn kleren goed, gedeeltelijk dankzij de gepolijste campagnes en een nieuwe huisstijl. Misschien wordt dat wel de lakmoesproef voor Vaccarello: kan hij zijn eigen identiteit ­creëren? Uiteindelijk verschillen zijn debuutjurken niet zo hard van de avondkleren die Slimane ontwierp.

Kleren verkopen

Als puntje bij paaltje komt, wordt succes bepaald door de mate waarin kleren verkopen. Los van het gedoe over de geschiedenis van Saint Laurent en de duizenden stukken die bewaard worden in hermetisch afgesloten archieven: wat doet die nalatenschap ertoe? Wat kan het de gewone consument schelen, al dat culturele kapitaal van historische merken zoals Saint Laurent, dat zo gekoesterd, bewierookt en vereerd wordt door de modewereld? Moet je een bezoek brengen aan het Musée Yves Saint Laurent om een jurk van Vaccarello te begrijpen?

Vaccarello verwees op bepaalde momenten expliciet – je kunt moeilijk naast het logo van YSL kijken – maar ­weinig mensen zullen zijn ontwerpen analyseren en de diverse componenten verbinden met de erfenis van Saint Laurent. Je hoeft dat ook niet te doen als je je comfortabel wilt voelen in kleren van Vaccarello. Het is het tegenovergestelde van Yves Saint Laurents uitgelezen schare van haute-coutureklanten, die hun intelligentie en cultuur zogezegd weerspiegeld zagen in de­kleren die ze droegen. Zij konden de verwijzingen van Saint Laurent lezen – naar het kubisme, naar Shakespeare – en de gevoelig­heden smaken.

“Ik denk dat het niet om een verandering van identiteit gaat”, zegt Vaccarello over zijn rol bij Saint Laurent. “Het gaat om het nu.” Misschien is dat wel een heel nieuwe benadering voor de mode, in het digitale tijdperk van constante verstrooiing. De geschiedenis is er, voor als het je interesseert. Maar, om Proust te parafraseren: je vindt die verloren tijden alleen terug als je ernaar op zoek gaat. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234