Maandag 03/08/2020

Body issues

Deze dikke dames bijten van zich af

Gabrielle Deydier kreeg van haar baas ­dertig dagen om af te vallen.Beeld RV/Cacodesign

De weg naar geluk loopt via gewichtsverlies, of dat is toch wat veel mensen met body issues ons willen ­vertellen. Wars van die voor-en-na-successen laten zowel de Amerikaanse schrijfster Roxane Gay als haar Franse collega Gabrielle Deydier een ander geluid horen.

Hoe iemand zijn of haar extra 50 kilo afschudde door te wandelen of te trainen, door suiker en koolhydraten van het menu te schrappen of door chirurgie: voor uitgevers zijn het hapklare successen. Mensen lezen graag over andermans demonen en hoe ze die hebben verslagen. 

Een recente nieuwkomer in dat genre is This Is Just My Face: Try Not to Stare van de actrice Gabourey Sidibe. Sidibe debuteerde in 2009 als Precious in de gelijknamige Oscar-winnende film, over een zwaarlijvig zwart meisje dat opgroeit in een disfunctionele familie. In haar net verschenen memoires liet de actrice noteren hoe ze als zwaarlijvige jarenlang worstelde met depressie en boulimie, maar uiteindelijk soelaas vond in een maagoperatie.

Maar er hangt iets in de lucht, want dat soort relaas ­wilden de Amerikaanse Roxane Gay en de Franse Gabrielle Deydier dus niét vertellen. Zonder het van elkaar te weten, schreef de één Honger. De geschiedenis van mijn lichaam, en de ander On ne naît pas grosse. Daarin laten ze een ander geluid horen over zwaarlijvigheid. Ze tekenden weliswaar hun verhaal op, maar niet vanuit het voor-en-na-perspectief. Ze willen het niet hebben over gewichtsverlies, maar over het gewicht zelf. Centraal staat de boodschap of het te veel is gevraagd om hen te accepteren zoals ze zijn. Of we wel beseffen hoe het leven eruitziet als je 100 of 200 kilo te veel weegt.

Roxane Gay.Beeld RV/Jay Grabiec

Met de woorden ‘te’ en ‘veel’ begeven we ons overigens al op glad ijs. Voor wie zich niet bewust is van de pijnpunten en geen idee heeft van hoe het voelt om obees te zijn, is ­praten over menselijk overgewicht en omvangrijke ­lichamen een verbaal mijnenveld. Want waarop wijst ‘te veel’ anders dan op een referentiepunt dat veel dunner is? Dat is het confronterende effect van het lezen van Honger: Gay brengt je aan het wankelen door je te wijzen op wat je als normaal beschouwt. Maar ze heeft dit boek dan ook niet geschreven om ons een lekker gevoel te geven, zo zit ze niet in elkaar. De auteur van Bad feminist (2015) en Difficult women (2017) ligt niet wakker van hoe de lezer zich voelt. Ze is radicaal, direct en brutaal. Schrijft onverbloemd over vet en dik zijn, maar ­verwacht tegelijk dat de dunnere ­medemens zijn woorden leert wikken en wegen, zijn gedrag onder de loep neemt.

Dat leidt soms tot gespannen situaties. Deze zomer kwam het Australische onlinemagazine Mamamia in zwaar weer terecht toen men het interview met Gay (over haar boek) inleidde met een overzicht van de voorbereidingen die waren getroffen om haar te kunnen ontvangen. “Dat men aandacht had voor haar morbide obesitas”, stond er te lezen: zou de lift het wel houden en hadden ze een ­stevige stoel in huis die 300 kilo kon torsen? “Kwetsend en ­onnodig”, reageerde Gay op Twitter. En een treffende ­illustratie van de lompe uitspraken waar de dikke mens tegenaan loopt.

‘Ik werk niet met dikke mensen’

Dik zijn in een wereld waar dun de norm is, maakt dat er over zwaarlijvige mensen behoorlijk wat vooroordelen ­circuleren. Ze zullen wel lui zijn, hebben geen discipline, leven ongezond. Velen schamen zich niet eens om die gedachten uit te spreken. Gaf je ooit ongevraagd dieetadvies aan een zware medemens? Maakte je weleens een belegen grapje over een tent? Of zei je “stop met zoveel te eten” als je iemand een broodje zag verorberen? Besef dat die woorden hard aankomen, zegt Gay, want wat je eigenlijk zegt, is dat je de ander niet normaal vindt. Haar missie is om ons te leren beseffen dat er in die omvangrijke lichamen wel ­degelijk een mens woont, dat die mens ondanks dat enorme lijf kwetsbaar is, dat elk lijf een verhaal heeft.

Al heeft ze begrip voor nerveus gedrag van mensen die net niet op tenen willen trappen. Moet je attent zijn en een stevige stoel laten aanrukken, of net niet? Mag je koekjes serveren, of net niet? En mag je nu ‘dik’ zeggen, zoals zij doet, of net niet? “Dat hangt van de intentie af”, zegt Roxane Gay. “Je mag wat mij betreft ‘dik’ zeggen als je me wil beschrijven. Het wordt problematisch als je het neer­buigend bedoelt. Ik heb best wel empathie voor mensen die voorzichtig proberen zijn maar zich daar hopeloos in ­vastrijden. Maar tegelijk frustreert het me dat men van mij begrip verwacht, terwijl mensen zelden attent zijn voor wie anders is dan zij zijn.”

De ellende van het corpulent zijn, houdt overigens niet op bij beledigingen. Ook op logistiek vlak hebben zwaar­lijvige mensen het niet onder de markt. Ga bij de dokter maar eens op een behandeltafel liggen die niet berekend is op 150 kilogram. Naast de stoel in het vliegtuig schiet ook vaak de gordel tekort. En op vestimentair vlak is het ook treurig: er is weinig keuze, en weinig moois. Alsof ook een heel erg dikke vrouw niet zou opfleuren met een kleurrijk shirt of jurk.

En dan is er nog de flagrante discriminatie. Zwaarlijvige kinderen worden vaak onderschat op school. Komen dikke mensen bij de dokter voor een keelontsteking, dan wil die ­liever de vetmassa bespreken. In de media worden ze – de vrouwen op kop – steevast voorgesteld als de gezellige vriendin of het kneusje, maar in ieder geval niet als een zelfbewust wezen, laat staan een wezen met een geweldig seksleven.

Grossophobie zegt men in het Frans, sizeism in het Engels: het fenomeen is bekend in de sociologie. Het is de angst voor, of het neerkijken op dikke mensen. Hoeft het gezegd dat dit gevolgen heeft voor het professionele leven van obese mensen?

In augustus 2015 solliciteerde de toen 37-jarige Française Gabrielle Deydier voor de functie van hulponderwijzeres op een Parijse school voor kinderen met een beperking. De directeur was zo onder de indruk van haar capaciteiten dat hij haar toevertrouwde dat hij bang was dat ze snel een beter betaalde baan zou vinden. Zo blij was Deydier dat ze de waarschuwing die volgde amper hoorde: de onderwijzeres met wie ze zou samenwerken, was een moeilijk geval. En inderdaad, het eerste wat de vrouw tegen haar zei was: “Ik werk niet met dikke mensen.” Naast haar twee diploma’s en haar open aard weegt Deydier namelijk ook 150 kilo. “In Frankrijk is dik zijn een handicap waar je zelf verantwoordelijk voor bent”, verklaarde ze in The Guardian. En handicap die ze ondanks haar talenten niet kon overstijgen. De vrouw begon haar te pesten. Verweet haar dat ze zweette, dat ze buiten adem was na drie ­trappen, maakte haar belachelijk voor de klas. Uiteindelijk vroeg ook de directeur haar om te bewijzen dat ze ­gemotiveerd was om haar job te houden. Ze kreeg dertig dagen om af te vallen. Dat was een fiasco. Uiteindelijk werd ze ontslagen, verloor ze haar inkomen en sindsdien woont ze in een jeugdherberg.

Gabourey Sidibe.Beeld FOX via Getty Images

Natuurlijk kon Deydier klacht indienen tegen discriminatie, maar dat deed ze niet. Het was niet de eerste keer dat ze op deze manier werd geschoffeerd. De gynaecoloog die mopperde dat hij niets kon zien tussen al die blubber, de mannelijke collega die haar aanrandde en vervolgens ­ontkende, “want wie wil nu zo’n dikke vrouw verkrachten”. De politie die haar, toen ze klacht indiende, met alle egards behandelde maar ook waarschuwde: in de rechtbank zul je aan het kortste eind trekken.

Hormoonbehandeling

Maar deze keer sloeg de dikke dame terug: ze schreef een boek. “Ik wilde me niet langer ­verontschuldigen voor mijn omvang”, zegt ze daarover. “Ja, obesitas is een epidemie, maar dat wil niet zeggen dat je dikke mensen moet uitsluiten op de werkvloer.” In On ne naît pas grosse (Men wordt niet dik geboren) vertelt ze ook hoe ze zo zwaar is geworden. Ze was altijd al stevig gebouwd, had als tiener maatje 42. Niet leuk, maar ook geen drama, tot een arts haar op hormonenbehandeling zette om af te vallen. Haar lichaam sloeg tilt, ze kwam 30 kilo aan in drie maanden. De kuur werd opgevoerd: nog meer hormonen, en een dieet van gekookte groenten en vlees. De kilo’s bleven komen, en Gabrielle raakte ­geobsedeerd door eten.

Het was een zware tijd, ze behaalde met moeite haar baccalaureaat. Op de universiteit bloeide ze open, maar eens afgestudeerd beet de realiteit hard. Ze vond geen werk. Tijdens één sollicitatie vertelde een man haar zelfs dat iedereen wist dat gewicht en intelligentie omgekeerd evenredig zijn. Deydier belandde in een depressie, kreeg zelfmoordgedachten. Tot ze aan de praat raakte met een schrijver en hem vroeg of hij wist wat grossofobie was. De man vroeg haar haar ervaringen neer te pennen, twee weken later had ze een boekcontract in handen. Vandaag is ze een bekende Française, en wordt ze geprezen om haar moed en haar intellect. Anne Hidalgo, de burgemeester van Parijs, wil met haar de eerste dag tegen grossofobie organiseren, een film en een roman zijn in de maak. Mensen sturen haar mails en brieven, met hun eigen ervaringen, maar ook om zich te verontschuldigen voor hun domheid.

Ook Roxane Gay schreef Honger deels om uit te leggen hoe haar lijf tot zijn huidige proporties kwam. Op haar twaalfde bood haar toenmalig liefje haar aan aan zijn vrienden, de groep verkrachtte haar. Compleet van de kaart was ze, maar omdat ze zich schuldig en bezoedeld voelde, en omdat ze geen gedoe wilde, vertelde ze het aan niemand. Ze zou wel voor zichzelf zorgen, dacht ze. Ze zou groot en sterk worden, een lichaam kweken dat haar zou beschermen tegen ongewenste seksuele avances, haar fort.

De jonge Roxane at, at, en bleef eten, tot haar lichaam deed wat ze verlangde: uitzetten. De monumentale ­buitenkant beschermde de kwetsbare Roxane, niemand kon haar nog raken. Maar ze stelde ook vast dat haar lijf een gevangenis werd. “Dik zijn is op hetzelfde moment ­zichtbaar en onzichtbaar zijn”, aldus Gay. “Mensen zien je wel, maar ze denken niet na over hoe het is om in dit lichaam te leven. Ze staren je aan, bemoeien zich met je gezondheid. Dik zijn maakt je nochtans niet minder ­interessant als mens, wij hebben net als iedereen behoefte aan liefde en respect. In plaats daarvan benadert men je als een gevaar voor de samenleving. Dat dikke lichaam maakte van mij een buitenstaander, een bedreiging. Hoe durf ik niet te voldoen aan de verwachtingen, waarom zie ik er niet uit zoals men verwacht van een vrouw? Het is ironisch dat mijn copingmechanisme me uiteindelijk ­evenveel pijn heeft bezorgd als de aanranding die aan de basis ligt.”

De morele paniek rond corpulentie zit ons ingebakken. Vet wordt gezien als des duivels, dik zijn als een morele keuze, iets dat slecht is. “Terwijl het gewoon een neutrale eigenschap is”, aldus Gay. Niet negatief, maar ook niet ­positief. In die zin past ze niet in het rijtje bekende vrouwen die hun maatje meer met trots dragen. Adèle, Melissa McCarthy, Mo’Nique: “Ik bewonder hen omdat ze het schoonheidsideaal uitdagen. Maar ik zie dik zijn niet als een vorm van anarchie. Natuurlijk wil ik graag minder wegen.”

Duizenden dollars gaf ze al uit aan diëten en personal trainers. En ze begrijpt best dat Gabourey Sidibe uiteindelijk een maagoperatie liet uitvoeren. En misschien doet ze het op een dag ook wel. Maar op dit moment laat ze het idee rusten. “Honger schrijven, was in de eerste plaats een grondig maar moeilijk zelfonderzoek. Het schrijven ervan heeft me jaren gekost, ik heb het lang voor me uit geschoven. Maar net die angst maakte het interessant. Ik heb mezelf gedwongen om mijn eigen gedrag van de afgelopen dertig jaar onder de loep te nemen. Om eerlijk te zijn over mijn eigen rol in mijn obesitas. Wat ik daaruit heb geleerd? Dat ik in de eerste plaats liever moet zijn voor mezelf.”

Nu de rest van de wereld nog.

Honger. De geschiedenis van mijn lichaam van Roxane Gay verscheen bij De Bezige Bij, 19,99 euro. On ne naît pas grosse van Gabrielle Deydier verscheen bij Editions Goutte d’Or, 15 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234