Zaterdag 24/08/2019

Design

Designerkoppel Muller Van Severen: "Een tafel van ons vervang je niet na drie jaar"

Fien Muller en Hannes Van Severen: 'We willen de ­dingen op een zo eerlijk en eenvoudige manier samenstellen. En niets verbergen.' Beeld Joris Casaer

Een perfect huis met de perfecte invulling? Oervervelend, vindt het Gentse kunstenaarskoppel Fien Muller en Hannes Van Severen. Hun meubels vinden wereldwijd hun weg naar een select publiek. ‘Wij maken meubelen die in de eerste plaats gebruikt moeten worden.’

Dat is het mooie aan steenwegen. Dat er achter een haag of hek zomaar prachtige dingen zijn te vinden. Zoals dit huis, aan de rand van Gent. In de tuin staat een oude beuk. Eindigt een gebeeldhouwde trap ergens in de lucht. Binnen zijn er zelfontworpen stoelen naast een die de vader creëerde, en pronkt antiek servies in een hangende kast van inoxdraad.

Wat je hier niet vindt, zijn kapsones. Voor de bewoners van deze woning uit 1908 wordt het steeds groter, maar hoeveel lof en opdrachten Fien Muller en Hannes Van Severen nationaal en internationaal ook oogsten, diva’s zijn ze niet.

Tekenen doen ze altijd. Aan een project, een nieuw object, of gewoon terwijl ze praten. In het atelier zitten we aan hun ‘long table’, een, welja, lange tafel met groen bovenblad en stalen onderstel dat roodgelakt is. Tegenwoordig zijn ze in dit atelier nog vaker dan anders, want uit de living van hun woonhuis zijn de meubelen verdwenen. Niet voorgoed, gelukkig, ze zijn nog onderweg vanuit Amerika, waar ze op Design Miami stonden. Airbnb, gastcurator van die prestigieuze beurs, had het designerkoppel gevraagd om na te denken over wat het kan betekenen om je huis met anderen te delen, en dus beslisten Muller en Van Severen om hun complete living naar de States te transporteren. Vijf dagen lang bevonden er zich onbekenden ­tussen hun zetels, boekenkast en schilderijen.

“In plaats van onze stukken weer in een witte ruimte op stellen zoals in een expositie, wilden we laten zien hoe wij zelf met design omgaan. Want soms bestaan daar misvattingen over. Wij maken meubelen die gebruikt moeten worden. Door onze eigen living te recreëren op Design Miami, wilden we dus zeggen: leef met onze ­meubelen, daar dienen ze voor.”

Hier en daar dook ook het bericht op dat Muller en Van Severen hun eigen woning zouden openstellen voor Airbnb, maar dat klopt niet, ­zeggen ze. “We hebben de vraag wel gekregen, en aanvankelijk hadden we ja gezegd, maar dat ­hebben we vlug bijgesteld. Onbekende mensen in ons huis, dat is niks voor ons. Eén nacht is er hier iemand komen logeren, en dat was het.

"Zelf huren we wel via Airbnb als we op vakantie gaan, omdat we nieuwsgierig zijn naar het verhaal van het huis waar we terechtkomen en naar de ­persoonlijke spullen van de mensen die er op dat moment niet zijn.

“Jammer wel dat het zo geëxplodeerd is. Dat mensen nu zelfs huizen of appartementen kopen en met banale, onpersoonlijke spullen inrichten om te verhuren, heeft met het oorspronkelijke idee van Airbnb niets meer te maken.”

Functioneel, sober, kleurrijk, expressief en dat allemaal tegelijk: zo wordt het werk van Muller en Van Severen meestal omschreven. Een term plakken op de makers is minder evident. Zijn het meubelmakers? Kunstenaars? Designers?

Fien Muller: “Vaak vragen mensen ons: hoe is het nu om meubelmaker te zijn in plaats van kunstenaar? Maar wij voelen ons nog altijd kunstenaars. Alleen maken we nu meubelen.”

Hannes Van Severen: “Dat is inderdaad totaal geen frustratie. We voelen ons even vrij.”

Muller: “Vrijer zelfs, zou ik ­durven zeggen.”

Van Severen: “Ons werk moet altijd een soort sculptuur zijn in een ruimte.”

Muller: “De ruimte is voor ons heel belangrijk. Als we een meubel ­ontwerpen, denken we ook aan het plafond, de muren en de vloer.”

Van Severen: “Het heeft met onze achtergrond te maken. Als je rond een beeldhouwwerk loopt, verandert het ook naargelang van de hoek waaruit je het bekijkt.”

Muller: “En we denken sterk vanuit het materiaal. Dat zit natuurlijk ook in ons.”

Hannes Van Severen is de kleinzoon van Dan Van Severen, een abstract kunstschilder van wie het werk in meerdere musea hangt. Dans twee zonen Fabiaan en Maarten hebben naam gemaakt in de designwereld. Vooral Maarten Van Severen zette met zijn iconische .03-stoel het Belgische design op de internationale kaart.

In 2005 stief Maarten op jonge leeftijd, maar de Van Severen-genen leven verder in de nazaten. Alle vier zijn zonen zitten in de kunst. Oudste zoon David is architect en runt samen met Kersten Geers het befaamde bureau OFFICE, dat onlangs nog naam maakte met het indrukwekkende, cirkelvormige Solo House in Noord-Spanje. Zoon Hannes is meubelmaker, en de ­jongere broers Boris en Flor kozen voor theater.

Ook bij Fien Muller zit de kunst in de familie. Ze is de dochter van kunstschilder Koen Muller, die opgroeide in een antiquairsfamilie, en de nicht van kunstenares Sofie Muller. Ze studeerde fotografie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en beeldhouwkunst aan het Sint-Lucas in Gent.

Vintage Muller Van Severen: het Installation S-meubel. Beeld rv

Muller en Van Severen werkten voor de eerste keer samen in 2011 voor een project van de Antwerpse galerie Valerie Traan. Zij als fotografe, hij als beeldhouwer. “Ondertussen waren we hier ons huis aan het verbouwen, waardoor we veel over materialen nadachten en ook samen dingen begonnen te ontwerpen. Zo is bijvoorbeeld de tafel met de lamp ontstaan.”

Nadat ze opvielen op de Biënnale van Kortrijk in 2012 volgden er exposities in Milaan en kregen ze internationale weerklank. “We waren niet echt bezig met het volgen van wat er in het hedendaags design gebeurde. Misschien heeft die ­onwetendheid ons in staat gesteld om een eigen eilandje te creëren in de sector. Misschien gaf het de durf om ons eigen pad te volgen.”

De exposities, opdrachten en awards volgen elkaar sindsdien in sneltempo op, hoewel ze dus nog maar een zestal jaren samenwerken als designers. In eigen land zijn Muller en Van Severen onlangs nog geselecteerd om samen met Robbrecht en Daem het interieur van het nieuwe VRT-gebouw te ontwerpen, en zijn ze in de running om de Citroëngarage in Brussel onder handen te nemen, dat in de toekomst een museum voor moderne en hedendaagse kunst moet worden. Ook in Stromboli, een klein vulkaaneiland ten noorden van Sicilië, staat er een project op stapel. Muller en Van Severen zijn door een Parijzenaar gevraagd om de ruïne die hij er heeft gekocht helemaal onder handen te nemen.

Is het juist om te zeggen dat jullie dezelfde esthetiek delen?

Van Severen: “Heel juist. En we komen daar zonder woorden in overeen.”

Muller: “Ja, dat is maf.”

Van Severen (aan assistent Scott, die mee aan tafel zit te werken): “Scott, hoelang werk je hier nu al? Een jaar of twee? In het begin begreep je toch niet goed hoe wij communiceerden en wat voor een warboel het soms was. Maar uiteindelijk ­krijgen we alles gedaan hoe het in ons hoofd zit.”

Muller: “We zijn allebei heel ­chaotisch.”

Van Severen: “Ik weet niet of wij chaotisch zijn.”

Muller: “Ik denk dat Scott het kan beamen.”

Scott (knikt): “Ik heb een architectenopleiding achter de rug en daar werk je heel schools en ­lineair naar een eindresultaat. Fien en Hannes nemen tienduizend bochten, maar het resultaat zal er altijd zijn.”

Muller: “Door samen te leven en te werken heb je de luxe om altijd de dialoog te kunnen hebben. Zelfs als we samen naar de winkel gaan, zien we dingen die ons kunnen inspireren.”

Wat kan er inspirerend zijn in een winkel?

Muller: “O, heel veel. Materialen, kleuren, geuren, een compositie van winkelwaren, een rek, het licht dat binnenvalt. Er zijn duizend dingen die je kunt zien.”

Van Severen: “We zijn allebei heel visueel ingesteld. Eigenlijk zijn we altijd aan het kijken.”

De objecten die jullie ontwerpen, moeten gebruikt kunnen worden. Hoe ver kun je daar in gaan? Stopt het niet bij een tafel, een stoel en een kast?

Muller: “Helemaal niet. We hebben bijvoorbeeld pas een pepermolen ontworpen. Eerst denk je na over de functie van dat object: je moet er peperbollen in kunnen stoppen en ergens moet er gemalen peper uitkomen. Rond die functie ­proberen we dan zo puur en expressief mogelijk iets te bouwen. We stelden ons de vraag: hoe zou je zo’n object willen tegenkomen op je tafel? En hoe kunnen we de ruimte erbij betrekken? Het resultaat is een pepermolen met een geel-oranje onderdeel in hout en een bovenste gedeelte in nikkel, waarin de ruimte wordt gereflecteerd.”

Van Severen: “We willen de ­dingen op een zo eerlijk en eenvoudige manier samenstellen. En niets verbergen.”

Muller: “Het ontwerpen van zo’n pepermolen start eigenlijk met beperkingen: het moet kunnen draaien, het moet kunnen vastzitten, het moet peper opleveren.”

Van Severen: “De functie is essentieel. Dat is altijd de grens bij een functioneel object. Als je een kunstwerk maakt, kun je alles doen. Ik vind het net interessant om die begrenzing te krijgen.”

Muller: “Ja, het zorgt ervoor dat je je vrij voelt.”

Kopen jullie zelf soms ook wel eens iets bij Ikea?

Van Severen: “Natuurlijk. Een bureautje voor de kinderen, bijvoorbeeld. Ik vind het belachelijk als alles in je huis design is. Een kattenbak hoeft toch geen design te zijn? Er bestaan er zelfs in marmer, komaan.”

De meeste kattenbakken zijn wel erg lelijk.

Van Severen: (lacht) “Dat is juist interessant.”

Muller: “Ik hou soms van lelijkheid. Het kan mij enorm charmeren. Als ik voel dat er liefde, werk en ­passie in zit en dat er een verhaal bij hoort, koop ik het, ook al is het lelijk.”

Van Severen: “Een huis waarin alles perfect is, vind ik oervervelend. Dat wilden we ook meegeven met ons Airbnb-project. In het marmeren rek in onze living staan evengoed lelijke plastic boxen met het speelgoed van de kinderen.”

Muller: “Dat is gewoon ons leven. En zo hebben we het getoond in Miami.”

Van Severen: “Neem nu de stoel die onze dochter ontworpen heeft toen ze acht was. Een houten stoel met een zitting, een leuning en vier poten. Dat heeft ze helemaal zelf gedaan, ja, ik moest gewoon een schroef indraaien hier en daar. Die stoel krijg je nergens verkocht. Maar voor ons is het een eerlijk, krachtig en liefdevol object. Een dat we altijd in onze leefomgeving zullen willen hebben.”

Over stoelen gesproken: de iconische .03-stoel van Maarten Van Severen staat hier ook aan jullie tafel. Is dat iets wat boven jullie hangt? Of is het eerder iets wat inspireert en stimuleert?

Muller: “Ik kijk er enorm naar op. Zo mooi en comfortabel, prachtig om zoiets te creëren.”

Het is ook een stoel die zijn weg gevonden heeft naar het grote publiek.

Muller: “Omdat hij zo goed is. In één simpele lijn is hij neergezet, alsof hij er altijd is geweest. Ik heb er veel bewondering voor, zeker omdat we zelf stoelen ontwerpen. Maar als ik kon kiezen tussen deze die in massa is gemaakt, of de eerste stoel van Maarten, die wat minder goed zit, dan zou ik de eerste kiezen.”

Van Severen: “Ik ook. Het is inderdaad een fantastische stoel, maar er zijn ook elementen die ik minder vind, en die het gevolg zijn van de massaproductie. De eerste versie van de stoel die hij in zijn atelier maakte, was met aluminium poten en hout. Dat is weg. De stapelbare versie vind ik ook minder mooi, omdat de poten dan wat raar staan. En hij is nogal zwaar. Dus ja, ik kijk er uiteraard naar op, maar ik kan er ook kritisch over zijn.”

Zijn jullie eigenlijk bezig met ­ecologie in jullie werk?

Van Severen: “Te weinig. Zeker niet als het over materiaal gaat. Maar we maken geen dingen die wegwerpbaar zijn. Een tafel van ons vervang je niet na drie jaar. Wij willen meubels maken waar je heel je leven mee woont en leeft.”

Muller: “Ecologie is nooit een beginidee bij ons, maar ik wil er in de toekomst wel meer mee bezig zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het kan. Uiteindelijk zetten wij dingen op de wereld, ik voel die verantwoordelijkheid wel.”

Er zijn ook mainstream-merken die bij jullie komen aankloppen. Jullie doken bijvoorbeeld op in een campagne voor modemerk COS. Mag ik het wat raar vinden dat jullie in zee gaan met een merk dat truien en broeken in duizenden exemplaren produceert, vaak in lageloonlanden bovendien?

Van Severen: “In zee gaan is een groot woord. Het is niet dat we ­campagne voeren voor hen. Ze willen gewoon de mensen tonen die zij volgen en die hen inspireren. Wij horen daar blijkbaar bij.”

Muller: “Dat vinden we vooral een eer. Aan de andere kant begrijp ik wel wat je bedoelt. We ­krijgen veel vragen, en moeten soms uitkijken waar we ja op zeggen.”

Van Severen: “COS handelt niet per definitie anders dan een modehuis als Hermès, waarmee we ook al samengewerkt hebben (voor de collectie ‘Petit h’, red.). Hermès is een ander segment en heeft een betere reputatie, maar de krokodillenvellen liggen er met stapels op elkaar en worden bij de minste fout erin gewoon weggegooid.”

Muller: “Bij Hermès hadden we wel een goed gevoel omdat wij nieuwe objecten maakten van die ongebruikte materialen. En de vraag van COS sprak ons vooral aan omdat we zoveel creativiteit voelden bij de mensen, iets wat voor ons heel belangrijk is.”

Jullie zijn een koppel dat samenwerkt. Als er ooit een kink in de relationele kabel komt, ­hebben jullie wel een probleem.

Muller: “Ja, maar wij leven heel erg in het nu.” (glimlacht)

Van Severen: “Misschien kan Scott hier nog eens op antwoorden, hij heeft er wellicht een beter zicht op als buitenstaander.”

Scott: “Ik heb altijd gezegd dat ik zelf nooit met een architect zou samenwonen of trouwen, maar hier heb ik gezien dat het kan. Ik denk wel dat het uitzonderlijk is.”

Van Severen: “Toen ik mijn beeldhouwwerk hier maakte in het atelier, moest ik altijd zelf de beslissingen nemen. Ik vroeg wel raad en advies aan Fien, maar uiteindelijk zit je toch alleen met alle keuzes. Nu is dat anders, en ik ben daar blij mee. We hebben een heel groot vertrouwen in elkaar. Als we het samen goed vinden, hebben we niemand anders meer nodig die het ook goed moet vinden.”

Muller: “We zijn gewoon ontzettend blij dat we mogen maken wat we willen maken. Dat is een van de grootste basisingrediënten voor geluk, denk ik. Een tafel, een lamp, een pepermolen, het VRT-gebouw, een huis in Sicilië: alles is anders, maar in elk project zijn we met onze essentie bezig. Of we het altijd voor 100 procent eens zijn? Soms moet de ene of de andere wel eens een kleine toegeving doen. En we hebben allebei wel onze favoriete stukken.”

Van Severen: “Is dat zo? Ik vind alles wat we gemaakt hebben eigenlijk heel goed.” (lacht) 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden