Donderdag 25/04/2019

Reportage

Design uit het Amazonewoud: "Door intensief samen te werken, smeed je een hechte band"

Sep Verboom met Arsenio Muñoz Blas, de productieleider van het AIDER-atelier en ervaren ­meubelmaker. Beeld Aaron Lapeirre

Sep Verboom (28) werkt als productdesigner liever met Amazonestammen dan met 3D-programma’s. De Gentenaar reisde al naar de Filipijnen, ­Indonesië en Brazilië om zijn spullen te maken. Wij volgden de jonge ontwerper op zijn trip naar Peru.

In een gammel sloepje gemaakt van een ­uitgeholde boomstam dobberen twee Belgen een zijarm van de Amazone af. De Ucayali-rivier leidt hen tot diep in het Peruviaanse stuk van het Amazonewoud. Daar worden designer Sep Verboom en fotograaf Aaron Lapeirre opgewacht door de Callería-stam, een gemeenschap van zo’n 300 mensen die grotendeels nog leeft zoals eeuwen geleden. “Ze wonen in hutjes op hoge palen omdat tijdens het regenseizoen alles overstroomt”, vertelt Verboom. “Maar de tijd staat ook daar niet stil: iedereen heeft een tv, de overheid plaatste lantaarnpalen en elk gezin heeft achter zijn huisje een betonnen sanitairblok.” 

De hele maand juni bleef de Gentse ontwerper in Peru. Wat zocht hij daar in godsnaam, in het diepe Amazonewoud? Wilde hij de toerist ­uithangen? Toch niet. Hij was er met een missie: de lokale bevolking ­vooruithelpen met zijn vaardigheden als ontwerper.

Sep Verboom trok een maand naar Peru om bij de Callería-stam te wonen. Beeld Aaron Lapeirre

Kapotte tandenborstel

Die lokale bevolking maakt deel uit van het inheemse Shipibo-Conibo-volk. Zij beheren gezamenlijk een stuk van het regenwoud dat ze ‘el ­bosque’ of het woud noemen. De kap van de bomen zorgt voor hun inkomen. “Ze verkopen altijd het ruwe materiaal: dikke stammen tropisch hardhout”, weet Verboom. “Echt veel levert dat niet op. Dus zoeken ze nu naar manieren om ­toegevoegde waarde te creëren. Bijvoorbeeld door de stronken zelf al te verzagen tot planken, of door kleine objecten te maken van het resthout. En precies ­daarvoor trommelden ze mij op.”

Een dikke week verbleef Verboom bij de gemeenschap in het Amazonewoud. Hij observeerde de bevolking, trok met hen het woud in en leerde over hoe zij omgaan met hun bos. Vervolgens trok hij naar Pucallpa, de hoofdstad van de Ucayali-regio waar hij in een lokaal schrijnwerkersatelier aan de slag ging om prototypes te maken van zijn ontwerpen.

“Het hout an sich interesseert me niet echt, wel wat de bevolking ermee doet en welke plaats het inneemt in hun leven. Zo maken de vrouwen in de gemeenschap traditioneel textiel door het te beschilderen met een kapotgeknipte tandenborstel en sap uit gekookte boombast. Vier keer schilderen ze hetzelfde patroon; de vijfde keer gaat het in een modderbad. Door een natuurlijke oxidatie fixeert de verf in de stof. Die patronen ­inspireerden me voor mijn ontwerpen”, zegt Verboom.

Hij maakte uiteindelijk een reeks ­fruitschalen en een puur decoratief object, een papegaai. Die worden nu nog verder ­uitgewerkt en in april 2019 voor het eerst getoond tijdens de internationale ­meubelbeurs in Milaan.

Afgedankte ventilatoren

Verbooms Peruviaanse missie werd hem ingefluisterd door Maakbaar, een project rond duurzaam design. Dat daagt tien ontwerpers en de studenten van vijf designscholen uit om aan de slag te gaan met de vraag: ‘Wat kunnen we leren van het bos?’

Er schuilen liefst vijf organisaties achter Maakbaar, namelijk – even ademhalen – Flanders DC dat creatieve ondernemers ondersteunt, de Vlaamse openbare ­afvalmaatschappij OVAM, Design Museum Gent en tot slot Bos+, een organisatie die strijdt voor meer en beter bos en hun Peruviaanse tegenhanger Aider (spreek uit als ajdèr). Om het Maakbaar-project te ­realiseren, krijgen ze financiële steun van verschillende ­overheden.

Dat ze Verboom opbelden voor Maakbaar is niet echt een verrassing. Het project lijkt haast op zijn lijf geschreven. Het verenigt zijn twee passies, design en duurzaamheid, die hij al sinds zijn studies combineert. In 2012 studeerde hij namelijk af in twee ­richtingen: industrieel productontwerpen en een postgraduaat duurzame ontwikkeling.

Voor zijn afstudeerproject trok hij een half jaar naar de Filipijnen om daar “iets te doen met afval”. Een vaag plan, maar het werd een groot succes dat hem veel pers­aandacht opleverde en hem zo in één klap op de designkaart zette. Samen met de lokale bevolking ontwikkelde hij een lamp gemaakt van afgedankte ventilatoren. Hij integreerde ook de rotan vlechttechniek waarin ze daar gespecialiseerd zijn. Een jaar later, toen hij stage liep bij de Berlijnse ontwerpster Joa Herrenkneckt, keerde hij terug naar de Filipijnen om zijn lamp echt in productie te brengen en hier in België te verkopen. Het maakt zijn werk tegelijkertijd superlokaal én superglobaal.

Verboom is allesbehalve een kunstenaars­type dat alleen op zijn zolderkamertje zit te tekenen. Samenwerken ligt aan de basis van zijn designfilosofie. Denk maar aan de cocreatie met de lokale bevolking voor de ‘Fan’-lamp of de samenwerking met ­documentairefotograaf Aaron Lapeirre hier in Peru. En op uitnodiging van design­journaliste en curator Elien Haentjens trok hij al twee keer naar Brazilië waar hij ­samenwerkte met andere ontwerpers en met de lokale artisans. Maar ook voor de ­industrie zet Verboom de deur wijd open. Voor de West-Vlaamse tapijtenfabrikant Papillio trok hij naar hun fabriek in India om daar een collectie te laten weven. Hij gebruikte daarvoor garens gerecupereerd uit kapotte scheepstouwen, een product dat hij ontdekte op het Filipijnse eiland Mactan. En voor Vincent Sheppard – een Belgische wereldspeler in Lloyd Loom-meubels – maakte hij een volledige rotancollectie met een fauteuil, bijzettafels en ­wandplankjes.

Louche haven

Als paraplu voor al zijn projecten heeft hij Livable. Zijn eigen designlabel dat – hoe kan het anders – vooral een collectief wil zijn. Op zijn site staan de verhalen in de spotlights, meer dan de producten. “Van al mijn ­projecten maak ik foto’s en video’s. Omdat de ontstaansgeschiedenis en de context van de objecten voor mij even belangrijk zijn als de objecten zelf. Het is via mijn producten dat ik met de consument wil communiceren”, zegt Verboom. “Het doel van Livable is dat er ook andere ontwerpers aan boord komen en dat ik de industrie er nog meer bij ga betrekken. Alles zelf doen is leuk. Maar alleen door anderen warm te maken voor mijn aanpak kan je echt het verschil maken. Daarom vind ik het zo ­belangrijk dat ik winst maak. Een project dat niet lucratief is, is gedoemd om te verdwijnen.”

Hout wordt verzameld in de havenstad Pucallpa. Beeld Aaron Lapeirre

Na een week in het Amazonewoud stapt de tandem Sep en Aaron weer in het gammele bootje. “Ons verblijf bij de Callería was heftig. Je voelt je daar als enige blanke toch een beetje een kolonisator, hoe goed je bedoelingen ook zijn. De bevolking snapte niet ­helemaal wat we daar kwamen doen. Dat Aaron en ik gewoon hun levensstijl wilden observeren, en geen hout of textiel wilden kopen, vonden ze vreemd, al ging het na verloop van tijd beter. Ook omdat we een tolk hadden meegebracht van de Peruviaanse ngo Aider. Die was onmisbaar. Ik spreek wel een mondje Spaans, maar mijn Shipibo, de traditionele lokale taal die iedereen daar spreekt, stelt niet veel voor”, zegt Verboom lachend. 

Maar ook in Pucallpa, een uitgestrekte havenstad met 300.000 inwoners, viel het tweetal enorm op. “Aaron wilde graag foto’s maken in de haven waar al het hout verzameld ligt. Maar de sfeer daar is nogal louche. Er is nog altijd veel illegale houtkap en van pottenkijkers willen ze daar niet weten”, legt Verboom uit. “Het hout dat wij gebruiken, is gelukkig wel helemaal oké. De Callería-gemeenschap is in de omgeving het meest vooruitstrevend qua duurzaamheid. Ze zijn de eersten die werken met FSC-certificaten.”

16 uur bussen

De rest van zijn tijd in Peru bracht Sep door in een schrijnwerkatelier in Pucallpa. Zijn partner in crime was hier Arsenio Munoz Blas: een houtbewerker die al jaren in het ­atelier werkt en er doorgaans oerdegelijke – en loodzware – kasten en stoelen namaakt uit zijn oude studieboeken van Don Bosco. Van design had hij wellicht nog nooit gehoord voordat de twee Belgen hier binnenstapten. Maar hij was enorm gemotiveerd om hen te helpen, vertelt Verboom. “Hout is voor hem niet alleen zijn werk, het is zijn leven. Zijn vriendin woont in Lima en één keer per maand zoekt hij haar op. Daarvoor kruipt hij zestien uur op een bus. Maar liever dat dan van job veranderen.”

Ondanks de drive van Arsenio liep het de eerste dagen niet van een leien dakje. De machines bleken bot en het resthout was veel te hard om het te kunnen bewerken. Zeker als je er kleine objecten van wilt maken.

Linksonder: Sep Verboom stelt vragen over het textiel, dat met een tandenborstel wordt beschilderd. Beeld Aaron Lapeirre

“Dus begonnen we eerst de machines te slijpen en ander hout te zoeken”, zegt Verboom. “Niet zo evident, want de Callería-gemeenschap mocht pas in juli weer kappen en daarna moet het hout nog drie maanden drogen vooraleer je het kunt bewerken. En toen we dagen later eindelijk hout hadden gevonden waarmee we aan de slag konden, begon het te splijten. En dan reisden we ook nog eens een volledige dag stad en land af op zoek naar een boor die nergens te ­vinden was. Kortom: echt alles ging mis.”

Niet dat Verboom op zo’n moment de moed verliest. Het is al zijn vijfde buitenlandse project en hij weet te improviseren. En zo zaten er in zijn valies naar België toch al een aantal proto­types. “In twee weken kun je geen productieklaar item maken. Cocreatie vraagt tijd. In het begin begrijpen mensen vaak niet waar je mee bezig bent. Arsenio vond experimenteren en prototypes maken bijvoorbeeld tijdverlies. Maar door intensief samen te werken, smeed je een hechte band. En op den duur komt die klik wél en merk je dat je hetzelfde denkt en soms zelfs met dezelfde oplossingen komt. Daar doe ik het voor.”

Meer info via duurzaamdesign.be en livable.world. Sep Verboom neemt met Livable deel aan The Floor is Yours, van 18 tot 22/10 in Hall 05 op Interieur EXPO. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.