Zondag 19/01/2020
Delfine (l) en Julie Bafort.

Interview Familieklap

Delfine en Julie Bafort: ‘Na een tijd dacht ik: dit kan ons leven toch niet zijn?’

Delfine (l) en Julie Bafort. Beeld Bob Van Mol

De jongste is 40, stond al op de cover van Vogue en valt vandaag te bewonderen in de film All of Us. De oudste is 42, moeder van drie en praat als de andere niet zo goed uit haar woorden komt. Delfine en Julie Bafort, zussen.

DELFINE

“Thuis waren we met drie zussen, van wie ik de middelste ben. Ik heb altijd enorm opgekeken naar Julie. Ik was heel introvert en verlegen, en Julie was precies het tegenovergestelde. Zij durfde veel meer dan ik, dus volgde ik de weg die zij geplaveid had.

“We zijn thuis héél streng opgevoed. We mochten niets, en hebben zelfs lang moeten zeuren om gewoon naar de scouts te kunnen gaan. Na een tijd kon ik het niet meer aan. Ik dacht: dit kan ons leven toch niet zijn? Ik was al zo introvert als wat, en dan werd ik thuis ook nog eens opgesloten. Op een avond ben ik op mijn fiets gesprongen en heb ik tien kilometer naar Eeklo gereden om daar wat op café te zitten.

“Toen ik merkte dat ik daarmee wegkwam, zijn Julie en ik echt losgebarsten. Plots zaten wij íéder weekend weg te sluipen. We fietsten in jongenskleren naar de plek waar we met onze vrienden hadden afgesproken – je weet wel, tegen de verkrachters – en droegen een bivakmuts zodat niemand uit de buurt ons zou herkennen. (lacht) Thuis hadden we zelfs een vorm in onze lakens gelegd waardoor het leek alsof we gewoon lagen te slapen. Dat ging lang goed, tot onze vader op een avond binnenkwam in het café waar we zaten te drinken. ‘Mee­komen!’ zei hij. Toen hebben we vier maanden huisarrest gekregen, maar nadien begonnen we gewoon opnieuw.

“Julie zei altijd dat ze op haar achttiende haar spullen zou pakken en thuis zou vertrekken, en dat heeft ze ook gedaan. Dat was een afschuwelijke dag. Heel dramatisch ook, met een afscheidsbrief en al. Julie had al die jaren zo veel voor mij gedaan, ze praatte zelfs als ik niet goed uit mijn woorden kwam, en plots viel die steun weg. Daar ben ik heel lang verdrietig door geweest. Nu nog, als ik eraan terugdenk.

“De jaren dat ik nog zonder haar thuis heb gewoond, waren moeilijk. Ik ging haar wel bezoeken in Gent in het huisje waar ze woonde, maar het was toch niet meer hetzelfde. Ik miste haar enorm.

“De band met onze moeder is gelukkig altijd heel sterk geweest. Ze heeft intussen al twintig jaar een nieuwe vriend door een blind date die ik op poten heb gezet. Daar ben ik toch best trots op. Als moeder was ze heel goedgelovig, maar ook ontzettend lief en zorgzaam. Je kunt altijd op haar rekenen. Als Julie of ik haar om hulp vragen, staat ze altijd meteen klaar.

“Intussen zijn Julie en ik allebei moeder geworden. Toch praten we daar niet zo vaak over met elkaar. We doen dat niet zo graag. Het enige ouderschapsadvies dat ik me van Julie kan herinneren was: vraag op tijd naar een epidurale. (lacht)

“Onze grootste gemeenschappelijke deler? Julie en ik zijn allebei heel temperamentvol. Eigenlijk hebben we dat alle drie, dat we plots uit onze krammen kunnen schieten. Ik krijg dan zelfs rode vlekken in mijn hals. We hebben vroeger veel ruzie gemaakt met elkaar, vaak over de stomste dingen, zoals een trui die ik van haar geleend had. Nu we allebei kinderen hebben, zijn we wel wat getemperd. Het zijn bovendien ruzies die we niet hoeven uit te praten, omdat we intussen ook wel weten dat ze een momentopname zijn. Als die bui is overgewaaid, zijn wij weer poeslief tegen elkaar.”

Delfine: ‘Julie zei altijd dat ze op haar 18de thuis zou vertrekken, en deed dat ook. Een afschuwelijke dag.’ Beeld Bob Van Mol

JULIE

“Delfine en ik verschillen maar anderhalf jaar, waardoor we altijd pal in elkaars leefwereld hebben gezeten. Ik kan me geen moment herinneren waarop we níét extreem hecht zijn geweest. Delfine geloofde als kind in geesten, dus vaak sleepte ze ’s nachts haar matrasje naar mijn kamer om naast mij te komen liggen.

“Thuis werden we in een gouden kooi opgevoed. Pas op: op materieel vlak kwamen we zeker niets tekort hoor. We woonden in een mooie villa, hadden een tennisveld en een zwembad. Maar zorgeloos was onze jeugd toch niet. Als we op maandag aan onze vader vroegen of we naar een fuif mochten gaan op vrijdag, moesten we vaak een hele week op de toppen van onze tenen lopen om te mogen gaan. Vaak zei hij vrijdagavond alsnog dat hij had beslist dat we thuis moesten blijven. Of dan zei hij: ‘Je mag gaan, maar dan ben je om tien uur thuis.’ Terwijl het feestje dan pas begon.

“Op den duur begin je inventief te worden. Dan vertelden we dat we bij vrienden gingen slapen om zo uit te gaan. Of we slopen ’s nachts samen weg. We hadden dezelfde vriendenkring, allemaal mensen van de scouts, dus dat was gemakkelijk.

“Ik heb altijd gezegd dat ik thuis weg zou zijn zodra ik achttien was, mede doordat de band met mijn vader moeilijk was. Op mijn achttiende heb ik, zonder dat iemand ervan wist, een camionette gehuurd en ben ik vertrokken. Enkel Delfine was op de hoogte; zij zag dat afscheid al wekenlang aankomen. Daar heeft ze wel van afgezien. Mijn vader heb ik nadien twee jaar niet gezien, maar geleidelijk aan is onze band weer hersteld. Een paar jaar nadat ik vertrok, is mijn moeder gescheiden en met Delfine en onze jongere zus Danielle in Gent komen wonen, waardoor we elkaar weer wat vaker zagen.

“Delfine en ik hebben wat later nog samen een appartement gedeeld. Ik herinner me dat als een wonderlijke periode, al was Delfine soms wel drie maanden weg voor een opdracht als model in New York of Parijs. Met die aanpassing had ik het soms wel moeilijk. Ik was elke keer heel triest als ze wegging. Maar ook als ze er was, moest ik toch altijd even wennen. Delfine was heel slordig. Er stond bijvoorbeeld geen kast in haar kamer, er lag enkel een matras op de grond, met daarrond een berg kleren. Soms lagen er zelfs designer­stuks in de hoek van de kamer, gewoon op een hoopje gegooid. Echt ongelooflijk! (lacht)

“Delfine is ook eens voor twee jaar naar New York verhuisd. We organiseerden in die periode wekelijks een filmavond met onze mannen, die het ook uitstekend met elkaar konden vinden. En op zo’n avond zei ze plots: ik verhuis naar New York. Geweend dat ik daarvoor heb, dat is niet normaal! Toen ze daar woonde, skypeten we wel, maar toch zat je steeds met dat uurverschil. Op Skype is het ook heel vreemd als er een stilte valt. Oké, in een normaal gesprek gebeurt dat ook weleens, maar toch: echt natuurlijk voelden die gesprekken niet aan.

“Ik voelde een enorme leegte door dat gemis van Delfine. Toen heb ik beslist dat ik nog een kind zou maken om die leegte te vullen. (schaterlacht) Toen ze twee jaar later terugkwam van New York, had zij een ander lief en had ik er nog een extra kind bij.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234